We zullen de kerken vreselijk gaan missen

De kerken, die ooit in hoge mate beeld- en sfeerbepalend waren voor Nederland, hebben zich ontwikkeld tot 'kleine pleisterplaatsen van belofte en hoop'. Deze welwillende kenschets van de ontkerkelijking, door religiewetenschapper Joep de Hart in de onlangs verschenen publicatie God in Nederland, houdt de mogelijkheid van een religieus reveil open. De vroegchristelijke kerken waren tenslotte ook bescheiden in omvang. Een nieuwe bloei zou dus in het verschiet kunnen liggen.

Dienst in de katholieke Norbertuskerk in Horst. De kerk is in 2011 gesloten, omdat het kerkbezoek sterk terugliep. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Daar zou iedereen op moeten hopen, ook niet-gelovigen. Want we zullen de kerk, als ze verdwijnt, nog vreselijk gaan missen. Vooralsnog duidt echter alles op verder verval. Sterker: de rooms-katholieke kerk loopt steeds sneller leeg. En de achterblijvers worden steeds minder stellig in hun geloof.

Sociale relevantie

Van de seculieren - mensen die niet in een hogere macht geloven - juicht 19 procent die ontwikkeling toe. Bijna de helft is het eens, noch oneens met de stelling dat het 'een goede zaak (zou) zijn als de kerken zouden verdwijnen'. Onder alle Nederlanders brokkelt de waardering voor kerken af. Nog maar 54 procent zegt het verdwijnen van kerken te betreuren - tegen 79 procent in 2006 en 85 procent in 1996. De wrok tegen de kerk, die enkele decennia geleden nog hartstochtelijk werd uitgedragen, mag onderhand dan zijn verdwenen, dat betekent niet dat ze meer sympathie geniet.

Het gros van de seculieren, die samen ruim 40 procent van de Nederlandse bevolking vormen, is wellicht van mening dat de ontkerkelijking hen niet aangaat. Ze merken wel wanneer de laatste christen de deur van de laatste kerk achter zich heeft dichtgetrokken. Maar daarmee miskennen zij dat de kerk meer is dan een geloofsgemeenschap in ontbinding. Anders dan in de ons omringende landen zijn de kerken verantwoordelijk voor het onderhoud van de gebedshuizen - veelal gezichtsbepalende monumenten. En de sociale relevantie van de kerk strekt zich tot ver voorbij de eigen gemeente of parochie uit.

De voedselbanken, waarvan steeds meer Nederlanders de laatste jaren afhankelijk zijn geworden, zijn een kerkelijk initiatief. Net als sociale hulpprogramma's, zoals Schuldhulpmaatje, waarop mensen met schuldproblemen een beroep kunnen doen. Hoewel nog slechts zo'n kwart van de Nederlanders zichzelf kerkelijk noemt, heeft ongeveer 80 procent van de vrijwilligers een kerkelijke achtergrond. 'Als de kerk vanmiddag wordt opgedoekt, ligt vanavond het vrijwilligersleven op z'n rug', zei De Hart eerder in de Volkskrant.

Koningin Máxima was in februari eregast tijdens de viering van het vijfjarig bestaan van de vrijwilligersorganisatie Schuldhulpmaatje in de Hooglandse kerk. Tijdens het bezoek sprak zij met de vrijwilligers van de landelijke vereniging over de manier waarop zij mensen met schulden benaderen en begeleiding bieden. Beeld Remko de Waal / ANP

Sociaal geweten

Daarmee wilde hij niet zeggen dat vrijwilligerswerk een exclusief christelijke aangelegenheid is, of dat christenen bij uitstek met een sociaal geweten zijn behept, maar wel dat christenen - zeker de meer vrijzinnigen onder hen - minder selectief zijn dan seculiere Nederlanders bij het aanbieden van hun diensten. Waar de laatsten zich doorgaans inzetten voor hun eigen sport- of buurtvereniging (vaak voor een beperkte periode) zijn mensen met een kerkelijke achtergrond vaker - en langer - actief buiten de eigen (belangen-)gemeenschap. Seculiere Nederlanders hebben dus geen enkele reden om hun schouders op te halen of zich te verheugen over een verdergaande marginalisering van de kerk - om nog maar te zwijgen over haar verdwijning.

Bescheidenheid

De kerk zoals veel seculiere Nederlanders die voor zich zien, bestaat al decennia niet meer. Natuurlijk, geloofsdwang en zedenleer zijn niet volledig verdwenen, maar grosso modo is de kerk juist huiverig om zich als sociale of morele instantie bij uitstek te presenteren. Van de secularisering ging de vermaning uit om bescheiden te zijn. Om niet langer in geloofszekerheden te grossieren. Om de suggestie te vermijden dat zieltjes moeten worden gewonnen. Veel predikanten - niet die van orthodoxe signatuur - spreken de kerkgangers niet langer toe vanaf de kansel, maar gelijkvloers, vanachter een katheder. Ze maken de toehoorders deelgenoot van hun twijfels. Voor hen staat de Bijbel open voor meerdere interpretaties. Hoewel theologen een bijdrage zouden kunnen leveren aan debatten over de islam, over de zorgzame samenleving of over de euthanasiepraktijk, treden ze zelden op in talkshows - omdat ze daarvoor niet worden gevraagd of omdat ze hun diensten niet aanbieden. Ook in morele kwesties hebben seculiere autoriteiten, zelfbenoemd of niet, het laatste woord.

Met hun bescheidenheid doen de kerken zichzelf te kort. Want wat hun tekortkomingen ook mogen zijn geweest, ze hebben eeuwenlang een bron van maatschappelijke cohesie en continuïteit gevormd. Hun rol ging gepaard met geestelijke dwingelandij en met machtsmisbruik, zeker. Maar geestelijken hebben ook vaak aan de goede kant van de geschiedenis gestaan. Ze hebben gestreden voor de sociale rechten van het proletariaat en voor de afschaffing van de slavernij. En ze waren verklaarde tegenstanders (en slachtoffers) van de dictators van de 20ste eeuw. De kerk heeft zichzelf altijd van dwalingen verlost. Vandaar dat ze nog steeds bestaat. De - ware - verhalen over machtsmisbruik door kerkdienaren doen geen recht aan de kerk als een instituut met veel verschijningsvormen en met een groot zelfreinigend vermogen.

Belang van geloof en God neemt verder af in Nederland

Geloof en God spelen een steeds minder belangrijke rol in de Nederlandse samenleving. Dat blijkt uit onderzoek dat KRO Kruispunt heeft laten doen. Het onderzoek laat zien dat Nederland niet alleen geen christelijk land meer is, maar dat ook de verwachte opmars van spiritualiteit niet doorzet. Lees hier meer.

Moreel vacuüm

De 'wijkende kerk', zoals ze in God in Nederland wordt genoemd, heeft een moreel vacuüm nagelaten dat tot dusverre door geen ideologie of spirituele beweging is opgevuld. Want wat is er voor het geloof in de plaats gekomen? 'Zelfspiritualiteit', ofwel: de zoektocht naar 'de ware ik' en 'je authentieke zelf' - een goudmijn voor de aanbieders van 'selfawareness'-cursussen. De belofte van dit soort cursussen is dat ze naar zelfkennis en 'zelfverwezenlijking' voeren en daardoor ook een breder maatschappelijk doel dienen. De mens die zichzelf heeft ontdaan van mentale ballast is tenslotte plezieriger gezelschap voor anderen en zal meer aan de samenleving kunnen bijdragen: als ik oké ben, kan ik meer betekenen voor mijn omgeving. Daarmee komt zelfspiritualiteit nog niet in de buurt van de dienstbaarheid (aan God én de samenleving) die de kerk in het vaandel voert.

Het atheïsme biedt nauwelijks een wenkender perspectief, hoe vaak ook wordt betoogd dat de evolutietheorie 'een uitstekend alternatief is voor het christelijk scheppingsverhaal'. Dat zit 'm in het feit dat het tegenover het Iets van het geloof slechts het Niets stelt. En dat is, zelfs voor veel ongelovigen, toch wat pover en weinig troostrijk.

Nuttige uitvinding

De filosoof Alain de Botton (auteur van Religie voor atheïsten) is zich bewust van de armoede van het atheïstische antwoord op het christendom. Hij is bereid religie als 'een nuttige uitvinding' aan te merken en stelt voor om in de seculiere wereld sommige verschijningsvormen van het christelijk geloof - de islam laat hij gemakshalve buiten beschouwing - te handhaven. In de 'tempel voor perspectief' ontvangt de seculiere mens deemoed. In de 'zorgzaamheidstempel' ontvangt hij troost. De maaltijden die in 'Agape-restaurants' worden geserveerd, zijn een seculiere variant van de eucharistieviering. Billboards langs de snelweg met verwijzingen naar de zeven deugden hebben een functie die lijkt op die van middeleeuwse fresco's.

De post-christelijke wereld die De Botton voor zich ziet, oogt echter als een potemkindorp met façades waarachter niets schuilgaat. De kerkelijke rituelen en vormen die hij het behouden waard acht, kunnen niet los worden gezien van het geloof. Ze zijn onderdeel van een 'bezield verband'. De vorm is er bij de gratie van de inhoud, zoals ook leegstaande kerkgebouwen niet zomaar een nieuwe bestemming kunnen krijgen en zoals de Matthäus Passion niet kan worden geseculariseerd. Waarom zou je nieuwe tempels stichten als er nog kerken zijn? Waarom zou een seculiere variant van de eucharistieviering wél in een behoefte voorzien? Waarom zouden christelijke deugden zonder God aan betekenis winnen?

Alain de Bottons 'Religie voor atheïsten'

Twijfel

Zonder God geen kerk, maar het mooie van de huidige kerk is dat je aan zijn bestaan mag twijfelen. De kerk is een plek geworden waar de waarheid niet meer wordt verkondigd, maar wordt gezocht naar antwoorden. 'We vinden de twijfel eerder bij de gelovigen dan bij de mensen die zo zeker weten dat er helemaal niets is', zei publicist Stephan Sanders onlangs in Trouw. 'De maakbaarheidsgedachte waar ik in de jaren zeventig in ben ondergedompeld, (is) eigenlijk veel aanmatigender en triomfantelijker dan de geloofsuitingen die ik aantref in het christendom van nu.'

Veel atheïsten laten bij hun afwijzing van God geen enkele twijfel toe. Als de zelfverklaarde overwinnaars in een eeuwenlange strijd tegen de dwaling van het geloof, maken zij zich vrolijk over de laatste christenen - waarbij ze over het hoofd zien dat de ontkerkelijking zich alleen in West-Europa voltrekt - en merken ze bijna elk historisch drama aan als uitvloeisel van de dominantie van het christendom.

Volgens Richard Dawkins, de hogepriester van het atheïsme, geldt dat zelfs voor de Holocaust, die hij als de culminatie ziet van een lange antisemitische traditie in christelijk Europa. Het christelijk antisemitisme had echter geen raciale grondslag, anders dan het 'moderne antisemitisme', dat wortelde in de wetenschappelijke revolutie van de 19de eeuw. Maar in zijn ijver het christendom als bron van alle kwaad te identificeren, laat Dawkins dit soort details ongenoemd. Hij legt wel een causaal verband tussen de wandaden van christelijke vorsten en het geloof dat zij aanhingen, maar niet tussen de misdrijven van Hitler en Stalin en het atheïsme.

Overtuiging

Dawkins mag in zijn afwijzing van de kerk dan feller zijn dan de meeste atheisten, zijn opvattingen over de wortels van de Holocaust waren lange tijd gemeengoed onder progressieve Nederlanders - en zijn dat wellicht nog steeds.

De overtuiging dat God níét bestaat wordt met meer onverdraagzaamheid en hoon voor andersdenkenden uitgedragen dan de overtuiging dat God wél bestaat. De gelouterde kerk koestert de twijfel die daarbuiten uit de mode is geraakt. Het behoud van die kerk is in ieders belang.

Het onderzoek God in Nederland wordt sinds 1966 elke tien jaar in opdracht van de KRO uitgevoerd door het Kaski-instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen en de Vrije Universiteit Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.