We zouden de jeugd in Iran en Saoedi-Arabië moeten steunen in hun pogingen 1979 te begraven

Column Thomas Friedman

Iran en Saoedi-Arabië hebben naast grote verschillen ook opmerkelijke overeenkomsten, constateert Thomas Friedman, die de erfenis van 1979 belicht.

Iraniërs demonstreren in januari 1979 in Teheran tegen de sjah en voor terugkeer van ayatollah Khomeini. Foto afp

De grootste vraag over de recente protesten in Iran - gecombineerd met de recente opheffing van religieuze restricties in Saoedi-Arabië - is of dit het begin is van het einde van de scherpe afslag in rechts-puriteinse richting die de moslimwereld nam in 1979 toen, zoals expert Mamoun Fandy eens zei, 'het Midden-Oosten zijn remmen verloor' en de hele wereld dat voelde.

Deze afslag verlaagde de status van vrouwen en voedde religieuze extremistische groepen als Al Qaida, Hezbollah en IS. Ik weet iets van 1979. Toen begon ik mijn carrière als verslaggever in Beiroet, waar ik spoedig over de volgende zaken moest schrijven: de overname door ayatollahs in Iran, dat een religieus sjiitisch regime vestigde gericht op het verspreiden van de islamitische revolutie en het sluieren van vrouwen in de hele moslimwereld; de overname van de grote Moskee van Mekka door puriteinse soennitische extremisten, waarop de koninklijke familie reageerde met het zuiveren van muziek en vermaak, met versterking van de rol van religieuze politie en met het aanjagen van de export van de meest misogyne, antipluralistische interpretatie van de islam naar moskeeën en madrassa's van Londen tot Jakarta.

En er waren in 1979 de Sovjet-invasie van Afghanistan, de Amerikaanse steun voor islamistische strijders aldaar, een groot Amerikaans nucleair ongeluk dat de Amerikaanse ontwikkeling van kernenergie beknotte en zo de vraag naar fossiele brandstoffen hielp vergroten - en de keus van Deng in China (in 1978) voor het kapitalisme, dat hetzelfde effect had.

Vandaag hebben Iran en Saoedi-Arabië iets anders gemeen: een meerderheid van hun bevolking is onder de 30 en met elkaar verbonden door sociale netwerken en smartphones. En een groeiend aantal van hen heeft er genoeg van zich door oude of corrupte religieuze leiders te laten vertellen hoe ze moeten leven. Ze willen 1979 begraven - en alles wat dat meebracht.

De demonstraties die onlangs uitbraken in Iran werden uitgelokt door de publicatie, via sociale netwerken, van de jongste nationale begroting. Werkloze Iraniërs zagen hoeveel geld er wordt gepompt in de avonturen van de Revolutionaire Garde in Syrië, Libanon, Irak en Jemen, en in islamitische instellingen. En dit op een moment dat de regering steun aan dertig miljoen Iraniërs met een laag inkomen schrapte. Iran heeft een hoogopgeleide bevolking en een rijk cultureel verleden. Het land is in staat tot doorbraken in de wetenschap, geneeskunde, computers en de kunsten. Maar het bewind richt zich op verspreiden van zijn invloed op falende Arabische staten, en dat kost miljarden dollars. Daarom zongen demonstranten: 'Dood aan Hezbollah', 'Dood aan de dictator' en 'Laat Syrië los, denk aan ons'.

Op recente reizen naar Saoedi-Arabië vernam ik soortgelijke sentimenten bij jongeren: ik wil dat de religieuzen mij met rust laten. Saoedi-Arabië heeft geen last van een gewelddadige opstand als in Iran. Het wordt geleid door de 32-jarige kroonprins Mohammed bin Salman (MBS). Deze leider heeft zijn mankementen: hij is impulsief en autocratisch, wat hij toonde jegens Jemen en Libanon en wat zijn land schaadt. Maar hij spoort wel met de Saoedische jeugd, of loopt er zelfs op vooruit, inzake sociale hervormingen. Hij zet stappen die geen van zijn voorgangers aandurfden: het van straat halen van de religieuze politie, vrouwen laten autorijden, de macht van de religieuzen inperken, bioscopen openen, vrouwen toelaten bij sportwedstrijden. Hij belooft de Saoedische islam te hervormen tot een 'gematigde' religie van vóór 1979 en noemt dat 'Visie 2030'.

Irans leiders hebben daarvoor geen belangstelling. Maar hoe meer de ayatollahs het land besturen als een religieuze monarchie, hoe meer jonge Iraniërs een hekel aan hen krijgen.

Een van de interessantste vragen nu is volgens Karim Sadjadpour (van Carnegie Endowment) welke visie duurzamer is: die van de kroonprins gericht op 2030, of die van de ayatollahs gericht op 1979. 'MBS is een moderne leider die heerst over een traditionele samenleving, Khamenei is een traditionele leider die heerst over een moderner land.'

In Saoedi-Arabië is er een beweging van bovenaf en van onderop om het jaar 1979 achter te laten en een andere sociale toekomst te vormen. In Iran is er een beweging van jongeren om hetzelfde te doen, maar hardliners van het bewind willen hen van bovenaf verpletteren. We zouden de jeugd in Iran en Saoedi-Arabië moeten steunen in hun pogingen 1979 te begraven. Dat zou een groot cadeau zijn - aan de hele wereld, die ontelbare miljarden heeft gespendeerd om de vuren die in dat jaar ontbrandden te blussen.

Thomas Friedman is columnist van The New York Times.

Meer over