Reportage

'We zitten aan alle kanten ingesloten'

In de steden die Islamitische Staat in Noord-Irak bezet hield, woonden vele Arabieren. Een deel sloeg op de vlucht of werd verdreven. Waarom mogen zij niet terugkomen?

De slag om Sinjar, waar IS het vijftien maanden voor het zeggen had, heeft van de bebouwing weinig heel gelaten. Beeld Laurence Geai/Hollandse Hoogte

Toen IS-terroristen in augustus 2014 de Iraakse stad Makhmur overrompelden, was hun heerschappij daar van korte duur; vijf dagen later stormden Koerdische peshmerga binnen en blies Islamitische Staat de aftocht. In hun kielzog trokken Koerdische burgers weer terug naar hun huizen. Maar duizenden Arabische inwoners van Makhmur, een etnisch gemixte plaats, kwamen vanaf dat moment niet meer langs de controleposten rond de stad. Bijna anderhalf jaar later zitten velen van hen nog altijd in een vluchtelingenkamp te wachten totdat de Koerden van gedachten veranderen.

Gevraagd waarom hij met zijn gezin niet terug mag, heft Abu Ghorfaan (46) de handen. Hij trekt zijn wenkbrauwen op en zegt: 'Dat moet je de Koerdische regering vragen.' De Irakees heeft decennia ervaring in het ontwijken van politieke uitspraken. 'Wij willen gewoon naar huis. We wonen al generaties samen met de Koerden in Makhmur. De regering heeft vast het beste met ons voor.'

Etnisch en religieus diverse bevolking

Dat is iets waaraan andere vluchtelingen twijfelen in Dibaga, een noodkamp voor 1.300 ontheemde Arabieren uit de regio Makhmur. Groepen mannen in Arabische jurken drentelen hier werkeloos tussen kunststof prefabgebouwtjes - wit-rode vlaggen van de Emiratische Rode Halve Maan boven hun hoofden, modder onder hun voeten, een onzekere toekomst aan de horizon. Want in het etnisch-religieuze kruitvat dat het Midden-Oosten heet, blijkt ook aan de Koerden een rafelrandje te zitten. En dat leidt aardig af van hun reputatie als westerse bondgenoot en vaandeldrager in de strijd tegen Islamitische Staat.

De grensstrook tussen het autonome Koerdisch Irak en de rest van het land biedt een etnisch en religieus diverse bevolking een thuis. Het wemelt er van de gemengde plaatsjes als Makhmur. Plaatsjes waar voor de intocht van IS zowel Koerden als Arabieren woonden en die nu een nieuw samenlevingsmodel zouden moeten ontwikkelen onder gezag van de Koerdische strijders die IS verdreven. Maar in de strijd tegen IS, een extremistischsoennitische beweging van Arabische oorsprong, worden gewone soennitische Arabieren steeds vaker met de grote bezem aan de kant geveegd.

Een peshmergastrijder inspecteert in Sinjar een door IS aangelegde tunnel met slaapruimten. De tunnels onder de stad zitten ook vol boobytraps. Beeld Laurence Geai/Hollandse Hoogte

Geen Arabieren

Toen Islamitische Staat in augustus 2014 een strook dorpen in deze regio veroverde, in het kader van zijn offensief op Sinjar, sloegen zeker 600 duizend Arabische, Koerdische, yezidi- en andere inwoners op de vlucht. Een deel van die mensen kan niet terug omdat hun huizen te dicht bij de frontlijn met IS liggen.

In stadjes als Makhmur, Sinjar en het noordelijke Zumar zijn Koerdische inwoners inmiddels vlijtig hun huizen aan het herbouwen, terwijl etnische Arabieren uit die plaatsen vastzitten in vluchtelingenkampen en op tochtige bouwplaatsen. Ze kunnen niet naar Erbil of andere steden onder Koerdisch gezag; de Koerden zien hen als potentiële IS-aanhangers. Ze mogen ook niet naar huis. 'We hebben orders van hogerhand om de Arabieren niet terug te laten gaan naar Makhmur,' zegt Ahmad Makhmuri, woordvoerder van de Koerdische troepen in de stad. 'Om veiligheidsredenen: wij kunnen niet instaan voor de acties van Koerden die onder IS hebben geleden. Het is beter om de Arabieren hier weg te houden.'

De woordvoerder heeft een punt. In augustus 2014, daags nadat de Koerden de stad heroverden, stond de Arabische wijk in Makhmur leeg. Woedende Koerden hadden huizen van Arabische buren in brand gestoken en sommigen verzekerden de Volkskrant dat Arabieren die terug durfden de komen dat met hun leven zouden bekopen. 'Ze staan allemaal achter Islamitische Staat,' verkondigde de 38-jarige Koerd Hushar Hamand destijds, gezeten voor het geblakerde huis van een vermeende IS-sympathisant, een kalasjnikov tussen zijn knieën. 'Je zult hier geen Arabier meer vinden.'

Met 'veiligheid' als wachtwoord lijken Koerden ook lang gekoesterde territoriale wensen te vervullen. Makhmur viel, voor de IS-invasie, onder het bestuur van Bagdad, niet onder Koerdisch Irak. De Koerden hebben nu een rechter naar de stad gedirigeerd en er het dagelijks bestuur overgenomen. Woningen van Arabieren zijn in 2015 beklad met 'Arabieren zijn terroristen' of 'Gereserveerd voor Koerden'.

Regering

Ook in Sinjar, dat Koerdische troepen in november heroverden op IS, bezwoer een lokale woordvoerder van de Koerdische regering dat ze het stadje nooit zouden teruggeven aan de regering in Bagdad. Ten zuiden van Kirkuk, eveneens betwist gebied, zijn tientallen Arabische dorpjes met de grond gelijkgemaakt. Door oorlogshandelingen of door gecontroleerd opblazen vanwege boobytraps, zeggen de Koerden. Hoe het ook zij, het resultaat is dat de inwoners zich nu bij tienduizenden andere ontheemde Arabieren hebben moeten voegen.

'Er zijn soms veiligheidsredenen voor het beperken van de bewegingsvrijheid en het beleid verschilt van gebied tot gebied,' zegt Christoph Wilcke, die voor Human Rights Watch de kwestie in kaart brengt. 'Een hoge militaire functionaris zei me dat de Koerden vechten voor wat zij zien als hun land. Onderdeel daarvan is het creëren van nieuwe feiten te velde.'

Veiligheidsredenen verklaren immers niet waarom Alif (45) en zijn jongere broer nog altijd niet hun spullen hebben mogen ophalen. Het duo komt uit Jarallah, een etnisch Arabisch dorpje onder de rook van Makmour dat de Koerden in november 2014 heroverden op IS. Aanvankelijk mochten ze blijven, maar na een nieuwe aanval van IS zeiden de Koerden tegen de bewoners: jullie hebben 48 uur om je boeltje te pakken.

Bijna een jaar later zitten de broers samen rond een kleine elektrische kachel, in een van de kunststof onderkomens waarmee vluchtelingenkamp Dibaga bezaaid is. Herhaalde verzoeken om in ieder geval hun huisraad op te mogen pikken bleven onbeantwoord. Ondertussen horen ze geruchten over hun dorp en huizen, van bevriende Koerdische militairen of een enkele bewoner die erin is geslaagd een kijkje te nemen. Dat hun land nu door Koerden bewerkt wordt, dat hun huizen compleet gestript zijn van alles wat enige waarde heeft. 'Zelfs de lichtknopjes hebben ze losgeschroefd,' zegt de jongste broer, 'Jamal', die alleen onder een schuilnaam wil praten.

Gevraagd naar de beweegredenen van de Koerden zwijgt het duo. Ze hebben onderdak in een vluchtelingenkamp onder Koerdisch toezicht en zijn afhankelijk van hun gastheren voor enige kans op een terugkeer. Maar gevraagd of de Koerden misschien proberen van een etnisch gemengde regio een Koerdische regio te maken, knikt Jamal en zegt zachtjes: 'Zo is het precies.' Zijn broer vult aan: 'Ze denken dat wij IS steunen. Ze vertrouwen ons niet.'

Beeld .

Soennitische woede

De motieven van de Koerden zijn wellicht een mix van dat alles: wantrouwen, zorgen om de veiligheid, een kans om de positie van Koerdische inwoners te versterken. Vaststaat dat de oorlog tegen IS, in de ogen van veel soennitische Arabieren hier, lijkt op een oorlog tegen hun gemeenschap. Dat is niet alleen treurig voor de ontheemde Arabieren maar vormt ook een potentiële hindernis voor de bestrijding van IS en de toekomstige stabiliteit in Irak.

Islamitische Staat is immers groot geworden op een golf van soennitische woede over jarenlange vernedering en economische discriminatie door de sjiitische regering in Bagdad en van een aanhoudende massamoord - door het alawitische regime in Damascus - in voornamelijk soennitische oppositiegebieden. Dé manier om het draagvlak van IS te verzwakken is om soennitische Arabieren in de regio deel van de oplossing te maken, of in ieder geval het gevoel te geven dat zij er een toekomst hebben. Onteigening van hun huizen en eigendommen is daartoe niet de geijkte methode.

Maar onder de Koerden gaat het wantrouwen, en voor sommigen de wrok, ver terug. Veel van de Arabieren die nu ontheemd zijn - hoewel zeker niet alle - kwamen ooit naar deze regio met een flinke duw vanuit Bagdad. Vanaf de jaren zeventig probeerde Saddam Hussein de overwegend Koerdische gebieden in het noorden van Irak te 'arabiseren'. Door honderdduizenden Koerden en leden van andere minderheden in regio's als Kirkuk en Sinjar te onteigenen en te deporteren, en ze te vervangen door honderdduizenden etnische Arabieren uit andere delen van het land, hoopte Hussein zijn greep op de vaak olierijke en onrustige gebieden te versterken.

Dertig jaar later, nadat eerst IS en vervolgens de peshmerga deze gebieden losweekten van het centraal gezag, komen nazaten van destijds verjaagde Koerden opeisen wat volgens hen hun historisch recht is. De eerste gewapende Koerdische burgers hebben zich al gemeld in 'leeggelopen' Arabische gemeenten, met een claim op geërfde eigendommen.

Gevraagd of ze ooit naar huis terug kunnen zijn Alif en zijn broer even stil. Dan wijst Jamal naar hun neefje, een dreumes van een jaar of 12 die het gesprek stilletjes heeft aangehoord, en herinnert er nogmaals aan dat ook zij het slachtoffer zijn van Islamitische Staat - Arabier of geen Arabier. 'Zijn ouders zitten vast aan de andere kant van de frontlijn, in IS-gebied,' zegt Jamal. 'Zij mogen niet naar Koerdisch gebied komen, en wij kunnen niet weg uit Koerdisch gebied. We zitten aan alle kanten ingesloten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden