'We zijn verward over wat we willen in het Midden-Oosten'

Het Midden-Oostenbeleid van de VS wordt gekenmerkt door 'moeten, maar niet kunnen'. Twaalf Amerikaanse deskundigen over de dilemma's van Washington.

null Beeld Bier en Brood
Beeld Bier en Brood

Het dringt eigenlijk pas door bij het nalezen van de aantekeningen van het dozijn interviews. Eerst nu komen de gespreksflarden samen en vormen ze, als in een compositiefoto, een totaalplaatje. En dat is: er deugt helemaal niets van.

Het beleid van de Verenigde Staten in het Midden-Oosten is op z'n slechtst een totale mislukking en op z'n best een kwestie van pappen en nathouden, vallen en opstaan. Amerika is als de jongleur die een tiental op dunne staken balancerende bordjes draaiend moet zien te houden. Af en toe valt er een bord in scherven.

'We zijn verward over wat we willen in het Midden-Oosten', zegt Omar Kader. 'We willen het niet verliezen en we kunnen het niet controleren.' De VS als brandweer? 'Waren ze dat maar', zucht Daniel Serwer. 'Dan zou er af en toe nog iets goed gaan.'

Hoewel ze afwisselend de persoonlijk voornaamwoorden 'we' en 'ze' gebruiken voor de VS, zijn alle geraadpleegde Midden-Oostendeskundigen Amerikaanse staatsburgers. De meesten werken in Washington DC, nabij de bolwerken van politieke macht, in een gebied zo klein dat je op je gemak van het ene naar het andere kantoor wandelt.

Nucleair akkoord

De VS werken, met 31 maart als deadline, toe naar een nucleair akkoord met Iran. De afloop zal, wat die ook wordt, grote gevolgen hebben voor het hele Midden-Oosten. Toch hebben de VS in het Iran-dossier eigenlijk 'alleen slechte en minder slechte opties', meent David Pollock. Geldt dat misschien voor het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid als zodanig? 'Helaas wel, ja.'

De Amerikaanse invasie van Irak werd een fiasco, 'onze grootste catastrofe sinds Vietnam', volgens Kader. De kans op een vergelijk tussen Israël en de Palestijnen was nooit eerder zo klein. De Arabische Lente liep uit op een mislukking. Egypte heeft opnieuw een militair regime, in Libië heerst chaos en Syrië ligt in puin.

Natuurlijk is niet alles wat in het Midden-Oosten gebeurt te verklaren uit de daden - of juist passiviteit - van de VS. Eerder het tegenovergestelde: de Amerikaanse politiek werd de afgelopen tijd steeds bepaald door wat zich ongewild aandiende, zoals de Arabische Lente en de opkomst van Islamitische Staat.

Maar de Amerikanen bemoeien zich wel overal mee en hebben in de zeeën rondom voor miljarden aan militair speelgoed ronddobberen. Niet onlogisch dat ze vaak op z'n minst een deel van de schuld krijgen. 'De regio keurt de bezetting van Irak af en de regio keurt af dat de VS niet meer hebben gedaan in Libië', zegt Michael Hanna. 'De VS kunnen het nooit goed doen. Er zit een fundamentele tegenstrijdigheid in wat de mensen in het Midden-0osten van de Amerikanen vragen.'

Die contradictie zit ook in het verhaal van de experts zelf. Enerzijds vinden ze het vanzelfsprekend dat Amerika zich in het Midden-Oosten laat gelden als supermacht, anderzijds zijn ze diep doordrongen van de beperkte Amerikaanse invloed. De tot nederigheid stemmende ervaringen in Irak en Afghanistan dragen daartoe bij.

null Beeld Bier en Brood
Beeld Bier en Brood

Geraadpleegde deskundigen

Omar Kader
voorzitter Middle East Policy Council
Daniel Serwer
Johns Hopkins University
David Pollock
Washington Institute for Near East Policy
Michael Hanna
The Century Foundation
Marina Ottaway
Wilson Center
Eric Trager
Washington Institute for Near East Policy
Sarah Leah Whitson
Human Rights Watch, directeur Midden-Oosten
Richard Bulliet
Columbia University, The Middle East Institute
Gary Sick
Columbia University, directeur Gulf/2000
Harleen Gambhir
Institute for the Study of War
Mirette Mabrouk
Rafik Hariri Center for the Middle East
Shaul Bakhash
George Mason University, Fairfax

Reactief

'Veel van wat in de regio gebeurt, komt van binnenuit', stelt Pollock. 'Wat de VS doen is reactief. Een goed voorbeeld is de komst van IS. Wie zou een paar maanden geleden bedacht hebben dat het Witte Huis weer militair zou gaan opereren in Irak, zelfs tot in Syrië?'

En als eenmaal wordt besloten tot handelen, is de invloed beperkt. 'De VS zijn niet in staat de binnenlandse politiek van landen te regisseren', zegt Marina Ottaway. 'Mensen hebben vaak een overdreven beeld van waartoe de VS in staat zijn.'

Eric Trager gaat een stap verder. 'Het centrale dilemma voor de VS in de regio' is volgens hem dat de internationale bedreigingen een gevolg zijn van binnenlands beleid van de Arabische landen. Maar aangezien de VS niet in staat zijn dat binnenlands beleid vorm te geven, staan ze met lege handen, zonder gereedschap.

Trager: 'Buitenlands politiek is een middel om te beïnvloeden hoe landen zich extern gedragen. Je wilt bijvoorbeeld voorkomen dat een staat terrorisme financiert, een ander land binnenvalt, een kernwapen ontwikkelt.'

In het Midden-Oosten is dat niet genoeg. Kijk naar het instorten van Irak en Syrië, zegt hij, naar het opkomend extremisme in de regio. Dát zijn de urgente internationale gevaren en om die in te dammen, moet in de betrokken landen iets grondig veranderen. 'Maar daar zijn we dus niet toe in staat. Ik geloof bijvoorbeeld niet dat we in Irak het sektarisch conflict kunnen oplossen. We moeten, maar we kunnen niet. Ik weet niet hoe je die cirkel moet doorbreken.'

Een zekere moedeloosheid lijkt zich van de deskundigen meester te hebben gemaakt - begrijpelijk. Die houding wordt weerspiegeld in het beleid van de regering-Obama, dat gebrek aan visie en daadkracht wordt toegeschreven. 'Ik zie geen plan, geen grand strategy', zegt Sarah Leah Whitson. 'Formeel zijn de VS tegen het regime van Assad, maar in de praktijk coördineren ze de luchtaanvallen met Damascus. Waar is het beleid?'

Volgens Richard Bulliet is Washington zelfs bezig zich geleidelijk terug te trekken uit het Midden-Oosten, nu de blik meer op Azië wordt gericht. Ook Pollock ziet een verminderde betrokkenheid. 'We hebben last van overcompensatie voor fouten uit het verleden. Met Irak en Afghanistan hebben we ons te veel bemoeid, dus in Syrië doen we niets. Daar betalen we nu de prijs voor.'

Agendapunten

Toch betekent dit alles niet dat de Verenigde Staten geen agenda hebben. Sinds decennia kent het Amerikaans Midden-Oostenbeleid een aantal fundamentele beleidsdoelen, die door de jaren heen niet of nauwelijks zijn veranderd. Er is geen expert of hij/zij kan het rijtje opdreunen.

1. De veiligheid van Israël.

2. Olie. Of, zoals Serwer zegt, 'het vrijuit stromen van olie naar de oliemarkten'. Dat is iets minder plat dan de directe oliebelangen van de VS zelf, die immers steeds minder afhankelijk worden van de Arabische toevoer. Andere energiebronnen komen op en steeds meer olie komt uit het Amerikaanse continent.

3. Bestrijding van het terrorisme. In zekere zin is dit een voortzetting van een vroegere pijler van beleid: indamming van de Sovjet-invloed. In beide gevallen is sprake van een externe ideologisch/ militaire uitdaging.

4. Van iets recenter datum is de nucleaire kwestie: voorkomen dat Iran een kernmacht wordt.

null Beeld Bier en Brood
Beeld Bier en Brood

Al deze beleidsdoelen hebben met elkaar te maken, soms zitten ze elkaar in de weg. En lastiger dan dat: ook de draaiende bordjes staan onderling in verbinding. Wat land A doet, heeft gevolgen voor land B, C en D. De vele conflicten en bondgenootschappen tussen spelers in de regio maken het diplomatieke spel voor Washington bijzonder ingewikkeld.

De Amerikaanse steun voor Israël bijvoorbeeld is slecht voor de relaties met de Arabische wereld. 'Het is niet dodelijk voor de Amerikaanse macht in de regio, wel een hindernis', zegt Hanna. 'Het beïnvloedt de perceptie van de VS. Ik kan alleen maar pessimistisch zijn. De tweestatenoplossing is dood. De nederzettingen zijn bedoeld om een Palestijnse staat onmogelijk te maken en ik geloof dat Israël daarin geslaagd is.'

De onderhandelingen met Iran maken minstens twee van Amerika's bondgenoten, Israël en Saoedi-Arabië, ongelukkig. De rivaliteit tussen de twee voornaamste regionale machten, Iran en Saoedi-Arabië, vertaalt zich in een botsing tussen soennieten en sjiieten in een reeks landen. In de strijd tegen het IS-kalifaat is niet langer zeker of de vijand van de vijand een vriend van de VS is.

Cruciale speler

'Veel experts en soennitische leiders in de regio geloven oprecht dat Obama in de richting van de sjiieten buigt, ten koste van hen', zegt Pollock. 'Ze zien dat de Amerikanen met Iran praten. Dat ze de sjiitische regering in Bagdad steunen. Dat ze de tegenstanders van Assad aanpakken, maar niet Assad zelf.'

In werkelijkheid wil Washington de Saoedi's, een cruciale speler, aan de borst blijven drukken. Vanwege de olie natuurlijk, als tegenhanger van Iran en als min of meer stabiele factor in een roerige omgeving. Bovendien speelt Saoedi-Arabië - als kernland van het salafisme - een rol in de ideologische strijd tegen Islamitische Staat.

Dit alles maakt Saoedi-Arabië volgens Gary Sick 'belangrijker dan welk land ook in de regio'. Egypte heeft sinds 2011 zoveel met zichzelf te stellen gehad, dat het geen Arabische leidersrol kan pretenderen. Bovendien is de staatsgreep van generaal Abdul Fatah al-Sisi min of meer gekocht door Saoedi-Arabië en andere Golfstaten, die het nieuwe bewind met miljarden dollars hebben gestut. 'De Saoedi's hebben een blanco cheque uitgeschreven', zegt Sick. 'Sisi is daar totaal afhankelijk van.'

Wat echter blijft, is het Egyptische leger: groot, goed getraind en voorzien van het beste materiaal. Ondanks alles blijft de militaire samenwerking tussen Washington en Caïro overeind. Goed voor Israël, dat aan de zuidflank een sterke en betrouwbare buurman heeft. 'De relaties tussen Egypte en Israël zijn beter dan ze ooit geweest zijn', zegt Hanna. 'Het handhaven van de vrede is in beider belang.'

De Egyptische strijdkrachten zijn ook nuttig voor andere Arabische landen, voor wie ze een soort uitvoerende macht vormen. De Egyptische luchtmacht heeft onlangs in samenspraak met de Golfstaten doelen van IS aangevallen in Libië. Mochten de extremisten de grens van Saoedi-Arabië bedreigen, dan zal Egypte volgens Bulliet zeker te hulp schieten. Egypte, Saoedi-Arabië en de kleinere Golfstaten zijn sinds kort in gesprek over de vorming van een defensiepact, mogelijk met medewerking van Jordanië. Zo krijgen de VS een ring van gewapende bondgenoten rond het zwarte gat Syrië.

Vooral daar kletteren bordjes op de grond. Sommige experts vinden dat Washington veel eerder het gematigde verzet had moeten steunen. Anderen zien niets in de militaire aanpak. 'Obama heeft de naam soft te zijn', zegt Serwer. 'Maar ik denk dat hij juist te weinig diplomatieke middelen gebruikt en te veel geweld. Vijftien jaar geleden waren er een paar duizend extremisten, in Zuidoost-Afghanistan. Nu hebben we er meer dan honderd keer zoveel, verspreid over vijftien landen. Zijn we aan het winnen? Nee, we verliezen. We produceren meer terroristen dan dat we doden. We gebruiken militaire middelen voor een probleem dat zo niet kan worden opgelost.'

Stabiele patstelling

Maar hoe dan wel? Niemand heeft een tovermiddel, zeker niet voor Syrië. Ook de deskundigheid van deskundigen heeft zijn grenzen. Ze zien dat Washington zich geleidelijk neerlegt bij een voortbestaan van het Assad-regime, en de meesten vinden dat verstandig. 'Regime change is van tafel', zegt Hanna. 'Het zou onwijs zijn het te proberen.'

Het beste waarnaar Washington kan streven, is volgens hem een 'stabiele patstelling'. Wat daarvoor nodig is: de offensieve kracht van het Syrische leger intomen; IS indammen; de strijdende partijen zoveel mogelijk uit elkaar houden.

'Dat is het plafond van ambitie. De fragmentatie is een realiteit, daarmee moeten we werken. Met stevige bestandslijnen zul je hier en daar het begin van zelfbestuur zien, zoals de Koerden nu al hebben. Het zal niet leiden tot een permanente opdeling van Syrië, maar ik kan me niet voorstellen dat er, na alles wat is gebeurd, weer een gecentraliseerde staat komt.'

null Beeld Bier en Brood
Beeld Bier en Brood

De stabiele patstelling: sexy klinkt het niet, maar het is op z'n minst een overzichtelijk streven, meer haalbaar wellicht dan de alomvattende gedaanteverandering van The Greater Middle East die president George W. Bush in de nasleep van 9/11 proclameerde, een plan dat roemloos ten onder ging in de Iraakse woestijn.

Dat is waar ook, was er niet nóg een Amerikaans beleidsdoel, ooit? Nummer vijf? O ja, democratie en mensenrechten.

Tja. Sinds Bush' hoogdravende retoriek zijn de ambities getemperd, om het voorzichtig te zeggen. De Arabische Lente bracht democratisering terug in het brandpunt, maar de afloop daarvan is bekend. 'Democratisering is geen echte zorg meer voor de regering-Obama', zegt Ottaway. 'Na de interventie in Libië is er nooit over nation building gesproken.'

Mensenrechten hebben 'geen prioriteit', volgens Whitson. De 'laffe' houding jegens Egypte was voor haar de grootste teleurstelling in het Amerikaanse beleid. De militaire staatsgreep werd geaccepteerd, over de massaslachting onder aanhangers van de Moslimbroederschap werden weinig woorden vuilgemaakt.

De term 'hoofdpijndossier' valt. Wanneer Islamitische Staat wreedheden begaat, wordt dat breed uitgemeten, maar over schendingen in Saoedi-Arabië wordt hooguit met het vingertje gezwaaid. 'We bewijzen lippendienst aan de mensenrechten, het kan ons niet echt schelen', zegt Bulliet. 'We hebben zelf de doodstraf en overvolle gevangenissen, we hebben gemarteld. Dan zijn we misschien niet in de positie om anderen de les te lezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden