Reportage

‘We zijn nog steeds slaven. We staan nog steeds achter het ijzer’

Grace Wijnhard beklaagt zich bij een politieagent dat ze niet het Amsterdamse Oosterpark in mag tijdens de Keti Koti-toespraak van burgemeester Halsema.  Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Grace Wijnhard beklaagt zich bij een politieagent dat ze niet het Amsterdamse Oosterpark in mag tijdens de Keti Koti-toespraak van burgemeester Halsema.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Geëmotioneerd maakte burgemeester Femke Halsema donderdagmiddag excuses voor het slavernijverleden van de stad Amsterdam. Te laat, vinden sommige nabestaanden. En nog erger: vanwege de coronamaatregelen mochten ze er niet eens bij zijn.

Liggend in een aan het hek geketende Urban Arrow-bakfiets wordt het de kranige vrouw even te veel. ‘Blackxima’ noemt ze zichzelf, en op verzoek bewijst ze net zo goed te kunnen wuiven als de koningin. Verder is de niet te missen verschijning in de felgekleurde klederdracht vooral boos. Waarom moet zij achter het hek staan, terwijl er aan de andere kant over háár voorouders wordt gesproken?

Normaal kan Grace Wijnhard (61), zoals Blackxima echt heet, tijdens de slavernijherdenking in het Amsterdamse Oosterpark van dichtbij horen wat er wordt gezegd. Ze kan er het monument aanraken wanneer ze wil. Haar ‘schatje’ noemt ze het kunstwerk. Elk jaar komt ze vanuit Rotterdam voor de herdenking over. Ze ziet er bekenden en kan er zichzelf zijn.

Historisch karakter

Vanwege corona is dit jaar wederom slechts een beperkt aantal mensen uitgenodigd voor de ceremonie. Het valt nauwelijks uit te leggen aan alle belangstellenden buiten de hekken. Niet alleen omdat ze de gebeurtenissen op het podium amper kunnen verstaan, zo slecht is het geluid versterkt. Wat het extra wrang maakt, is dat het historische karakter van de herdenking hun goeddeels ontgaat. Als eerste Nederlandse overheidsorgaan maakt de gemeente Amsterdam donderdagmiddag excuses voor haar eigen slavernijverleden.

Haar plek achter het hek grijpt Blackxima daarom hard aan. ‘We zijn nog steeds slaven!’, snikt ze. ‘We staan nog steeds achter het ijzer.’

‘Je mag straks naar binnen’, probeert een vriendelijke agent haar te kalmeren. Hij wil het risico niet lopen dat ze de Amsterdamse burgemeester overstemt. ‘Na drieën mag je naar het monument. Spaar je energie voor dan. Alsjeblieft.’

De Amsterdamse excuses voor het eigen slavernijverleden gaan niet zomaar uitwissen of goedmaken wat Grace Wijnhard tot in haar diepste vezels voelt, dat is duidelijk. De pijn over wat haar tot slaaf gemaakte voorouders is overkomen, is nog altijd intens.

Op 6 mei 1975 kwam Wijnhard als kind met haar moeder naar Nederland, in Amsterdam-Oost (‘twee straten hierachter!’) groeide ze op tot vrouw. Ze beviel van dertien kinderen, zeven bleven er leven. Zodra ze kan, stuurt ze geld op naar de 78 weeskinderen in Paramaribo die haar hart hebben gestolen. ‘Ze hebben altijd honger, omdat zelfs de spitskool te duur is.’

Voor iemand als Wijnhard zijn de Amsterdamse excuses bedoeld. Maar ze hoeft ze niet meer, ‘ze zijn te laat’. Gelijk behandeld worden, dat is wat ze vooral wil. Dat haar zoon in een dure auto kan zitten, zonder dat de politie hem eruit pikt.

Burgemeester Femke Halsema spreekt tijdens de landelijke herdenking in het Oosterpark van het slavernijverleden. Het is donderdag 1 juli 158 jaar geleden dat Nederland bij wet de slavernij heeft afgeschaft in Suriname en het Caribisch deel van het Koninkrijk.  Beeld Koen van Weel / ANP
Burgemeester Femke Halsema spreekt tijdens de landelijke herdenking in het Oosterpark van het slavernijverleden. Het is donderdag 1 juli 158 jaar geleden dat Nederland bij wet de slavernij heeft afgeschaft in Suriname en het Caribisch deel van het Koninkrijk.Beeld Koen van Weel / ANP

Zichtbaar geëmotioneerd stipt de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema in haar toespraak aan dat ‘geen fragment of detail de misdaad tegen de menselijkheid die de slavernij was kan verzachten’. Ze spreekt over de minstens 12,5 miljoen mensen die ‘aan de trans-Atlantische slavenhandel ten prooi vielen’ en uit hun huizen werden gesleurd. ‘Families werden uiteengereten, hun vrijheid werd vermorzeld.’

‘Het is een begin’, zegt de eveneens 61-jarige Sally Deekman uit Nieuw-Vennep aan het hek, nadat Halsema’s excuses met gejoel en applaus zijn begroet. ‘Maar er zijn nog zo veel werelden te winnen. Er is ongelijkheid in het onderwijs, op de arbeidsmarkt. Toen ik naar Nederland kwam, mochten Surinamers niet in een Amsterdamse wijk als Buitenveldert wonen. Ik realiseer me dat nu pas, toen wist je niet beter.’

Feestje in het hart

Binnen de hekken voelde Glenn Helberg ‘een feestje’ in zijn hart ontstaan toen Halsema namens het college van B&W excuses maakte ‘voor de actieve betrokkenheid van het Amsterdamse stadsbestuur bij het commerciële systeem van koloniale slavernij en de wereldwijde handel in tot slaaf gemaakten’.

‘Gefeliciteerd met dat we de ontkenning voorbij zijn’, zegt Helberg tegen een bekende. De op Curaçao geboren psychiater kon als een van de tientallen genodigden Halsema recht in het gezicht kijken, en dat krijgt hij te horen van zo’n beetje iedereen die hem aanklampt. Helberg weet het: deze historische stap had ondanks de NOS-livestream meer publiek verdiend. ‘Het is vreselijk dat mensen achter de hekken moeten. Deze gebeurtenis is juist van het volk.’

Vooral Nederlanders van Surinaamse origine vieren Keti Koti in het Oosterpark. De zanger Jeangu Macrooy bekijkt het slavernijbeeld van Erwin de Vries.
 Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Vooral Nederlanders van Surinaamse origine vieren Keti Koti in het Oosterpark. De zanger Jeangu Macrooy bekijkt het slavernijbeeld van Erwin de Vries.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Een paar stoelen verderop slaakt Urwin Vyent een zucht van verlichting. ‘We hebben hier zo lang voor gestreden en gelobbyd’, zegt de directeur van het nationaal instituut voor het Nederlandse slavernijverleden (Ninsee). Een logische vervolgstap vindt hij nationale excuses in 2023, 150 jaar nadat de vrijgekomen slaafgemaakten hun meesters niet meer hoefden te gehoorzamen. Of de excuses niet te lang op zich laten wachten? ‘De strijd van onze voorouders voor vrijheid heeft veel langer geduurd.’

Terwijl Blackxima nog maar een sigaret opsteekt tot ze naar het monument mag, weegt haar buurvrouw aan het hek de waarde van Halsema’s woorden. ‘We hebben hier op onze knieën voor moeten smeken’, zegt de eveneens 61-jarige Charlotte Huyck. ‘Het is goed, maar veel te laat.’

De oma en opa van Huyck – zij Mongools, hij Creools – ontmoetten elkaar op een plantage in het Surinaamse district Saramacca. Ze hebben nooit over hun slavenbestaan willen praten. Nu Huycks vader dood is, heeft ze haar hoop gevestigd op een tante in Rotterdam die meer schijnt te weten. ‘Want dit mag niet worden vergeten. Ik wil het ook aan mijn kinderen doorgeven, zij moeten dit ook weer aan hun kinderen vertellen. Dankzij mijn voor-voorouders ben ik een vrij persoon.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden