'We zijn een uithangbord'

Den Haag huldigde dinsdag de olympische ploeg. Judoka Henk Grol keek er met gemengde gevoelens naar: volgens hem zou de regering topsporters financieel beter moeten ondersteunen. Heeft hij gelijk?

LISETTE VAN DER GEEST

Voormalig roeier Diederik Simon: 'De voorzieningen zijn de laatste jaren behoorlijk. Er zijn landen waar het beter is, maar ook landen waar het slechter is geregeld. Ik heb niets aan mijn sport overgehouden. Ik leefde jarenlang van een stipendium. Ik denk dat ik 1.800 à 1.900 euro netto verdiende. Dat vond ik altijd voldoende om van te kunnen bestaan.

'Roeien levert nou eenmaal geen rijkdom op. Ik deed concessies, maar daarvoor kreeg ik wat terug: de vrijheid om als sporter te leven, gedurende lange tijd. Dat is ook een beloning. De gemiddelde bouwvakker verdient minder.'

Rhian Ket, schaatser en lid van de atletenvereniging van bond KNSB:

'Ik sta zevende op de wereldbekerlijst, maar krijg geen ondersteuning van sportkoepel NOC*NSF. Sporten kost mij nu geld, net als voor vele anderen. Het gaat mij niet om het verdienen van tonnen, maar om een eerlijke kans op een positie op de arbeidsmarkt na het sporten. Om een kans te kunnen studeren, een toekomst op te bouwen.'

Simon:

'Ik kan me voorstellen dat het voor sommige sporters niet top geregeld is. Je bouwt geen pensioen op, dat klopt. Aan de andere kant: dat weet je als je sport. Het merendeel van de roeiers is student. Dan is een toelage meer dan voldoende als inkomstenbron.'

Ket:

'In een reactie zegt minister Schippers dat sporters de mogelijkheid hebben hun sport met een studie te combineren. Dat is niet waar. De stipendiumregeling heeft als voorwaarde dat je veertig uur per week met je sport bezig moet zijn. Wanneer heb je dan tijd om te studeren?

'Daarnaast kun je boven je 30ste geen gebruik meer maken van studiefinanciering en komt er een sociaal leenstelsel met allerlei maatregelen die een maatschappelijke carrière voor sporters beperken. Dat zou ik graag anders zien. Ook moet er een pensioenvoorziening en een belastingregeling komen voor sporters. Ze moeten na hun sportloopbaan de ruimte krijgen hun maatschappelijke carrière te ontwikkelen, zonder in een zwart gat te komen.'

Edith Bosch, voormalig judoka:

'Ik werkte tijdens mijn sportcarrière parttime op een speciaal topsportcontract. Ik kreeg fulltime betaald. Dat, in combinatie met wat sponsorgeld en bonussen bij het halen van medailles, maakt dat ik nu een jaar lang kan leven van mijn spaargeld.

'Ik ben blij dat ik die mogelijkheid heb. Het kost tijd om na vijftien jaar topsport de transitie te maken naar het gewone leven. Het is mentaal zwaar. Daar zou de regering iets aan kunnen doen. Het moet niet zo zijn dat er door de overheid wordt gezegd: hier heb je veel geld, ga maar niks doen. De verantwoordelijkheid voor een leven na je sportcarrière ligt altijd bij jezelf, maar volgens mij zou er een steuntje in de rug moeten zijn.'

Simon:

'Ik zie mijn sport als een serieuze hobby waarbij ik geld krijg van anderen, terwijl ik me afvraag of anderen er wat aan hebben dat ik roei. Er is voor ons al een hoop geregeld. Uiteindelijk sport je voor jezelf.'

Ket:

'Het is een eigen keuze om te gaan sporten. Atleten hebben een eigen verantwoordelijkheid, maar ook een maatschappelijke taak. De sport wordt gebruikt om handelsbetrekkingen op peil te houden, zoals in Sotsji. Bovendien zijn we een uithangbord voor de maatschappij.'

Bosch:

'Sporters kunnen veel doen, als voorbeeld voor de jeugd, bij kinderen die steeds dikker worden en achter hun computer blijven zitten. Dat is van onschatbare waarde.'

Beursen en regelingen voor topsporters

Nederlandse topsporters profiteren van een aantal speciaal voor hen bedachte regelingen en voordelen. Hoe hoger de 'status' van de topsporter, hoe meer inkomsten en aantrekkelijke regelingen. Sporters met de A-, B- en High Potential-status vormen de top. Onder hen bevinden zich de grootste talenten en medaillewinnaars op de Olympische Spelen, zoals de schaatsers Sven Kramer en Ireen Wüst of turner Epke Zonderland.

De belangrijkste inkomstenbron voor topsporters is het stipendium. Iemand van 18 jaar oud ontvangt 730 euro bruto. Dat bedrag gaat trapsgewijs omhoog tot 2.246 euro voor sporters van 27 jaar en ouder. Boven op hun stipendium mogen ze tot 10 duizend euro bijverdienen. Wie meer geld binnenhaalt dankzij een bijbaan of sponsoring, wordt gekort op zijn stipendium. Bonussen voor olympische medailles tellen mee als bijverdienste. Medaillewinnaars van Sotsji komen daardoor boven de grens van 10 duizend euro. Zij kunnen hun bonussen storten in de Topsportspaarregeling. Daarmee voorkomen ze dat ze over 2014 te veel verdienen.

De beste sporters kunnen een auto leasen via importeur Pon of gratis met de trein. Daarnaast mogen ze zaken als hotelovernachtingen, trainingspakken en voedingssupplementen declareren zolang ze kunnen aantonen dat die dingen noodzakelijk zijn om hun sport te kunnen bedrijven. Ook hebben ze recht op een financiële 'coach' van Rabobank en verleent belangenorganisatie NLSporter gratis juridische bijstand.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden