'We zien nu bijna een toestand van apathie'

Hij maakte studie van Amsterdam-Noord, waar de oorspronkelijke bewoners teleurgesteld zijn over wat er met hun buurt gebeurt. Merijn Oudenampsen: ‘Het bestuur staat erg ver weg van de bevolking.’..

In een blije lentezon in de waaierige meimaand zit Merijn Oudenampsen op het terras van café De Pont. Amsterdam-Noord heet het hier. Er is het uitzicht op het Centraal Station, aan de overkant van het IJ. Vanwege een verbouwing ligt het station er moedeloos bij. Dat is al jaren zo.

Achter het terras begint een nieuwe, strakke wereld van glazen appartementsgebouwen. Je zou kunnen zeggen dat dit deel van Amsterdam bezig is met zijn tweede verheffing, van een heel ander karakter dan de eerste keer.

Oudenampsen: ‘In de jaren twintig van de vorige eeuw was Noord bij uitstek de plek waar de sociaal-democraten van Amsterdam de verheffing van de arbeidersklasse hadden gedacht.’ De jonge socioloog en politicoloog heeft er studie van gemaakt. Hij zegt: ‘Van oudsher was Noord een dumpplek. In de Middeleeuwen was hier het galgenveld. Wie per boot de stad binnenkwam, had uitzicht op de gehangenen aan hun palen. Het was een waarschuwing.’

Toen de stadsbestuurders in het begin van de 20ste eeuw de krotten op de Oostelijke Eilanden en in de Jordaan gingen opruimen, werd Noord uitgeroepen tot de plek waar de arbeiders zich in nieuwe, frisse tuindorpen konden opwerken tot beschaafde leden van de middenklasse. De samenleving was nog maakbaar.

Oudenampsen: ‘In het idee van verheffing zat een dubbelzinnigheid. Het ging niet alleen om emancipatie, maar ook om disciplinering. Wat de sociaal-democratie in die tijd eigenlijk voor ogen had, was de creatie van een flexibel en gehoorzaam arbeidspotentieel voor de naastgelegen zware industrie.’

De selectie van wie in aanmerking kwam voor de nieuwe heilsgemeenschap in Noord, was streng en diepgaand. Vrouwelijke opzichters trokken in de krottenwijken langs de adressen die zich hadden gemeld voor de overkant. Alles werd geïnspecteerd. Tot aan het linnengoed. Werd de was wel gedaan? Gingen de kinderen met regelmaat naar school? Op deze wijze zijn tussen 1928 en 1936 niet minder dan 56 duizend rapporten opgesteld.

Voor de categorie twijfelgevallen werd in Amsterdam-Noord een aparte nederzetting gebouwd, Asterdorp geheten. Wat ervan over is, is de toegangspoort, een wit gebouw met stalen ramen, ergens achteraf aan de Asterdwarsweg.

Asterdorp was een voorportaal, een heropvoedingskamp. Het was gebouwd als een vijfhoek, met een muur eromheen van 2,20 meter hoog. Daar woonden honderden gezinnen die ‘ontoelaatbaar’ waren verklaard door de opzichteressen. Zo werd dat genoemd: ontoelaatbaar.

Om duidelijk te maken om wat voor mensen het ging, citeert Merijn Oudenampsen uit een artikel in het Tijdschrift voor Volkshuisvesting en Stedenbouw uit 1928: ‘De hopeloos vervuilden, de ruziezoekers, de zwervers, de ongebondenen, de wanbetalers uit onwil, de altijd uitgaande vrouwen die niet in staat zijn hun huishouding te doen, en hieraan de behoefte ook niet gevoelen, in één woord de gedegenereerden in allerlei opzicht.’

In Amsterdam-Noord was de maakbare mens in zijn proeftuin. Oudenampsen: ‘Het richtte zich op plichtsbesef, zelfremming en spaarzaamheid. Maar ook al was het idee van maakbaarheid problematisch, het heeft ook zijn goede kanten gehad. Niet alleen vanwege het nieuwe wonen. Er kwamen avondscholen, natuurverenigingen en zangkoren. Het werd een hechte gemeenschap.’

Nu is Amsterdam-Noord bezig aan wat Oudenampsen ‘een vèrstrekkende transformatie’ noemt. Het begon ermee dat in de jaren tachtig de industrie in Noord, vooral de scheepsbouw, in crisis raakte.

Oudenampsen: ‘Wonen in Noord kreeg een negatieve bijklank. Je zag gebeuren dat ook de sociaal-democratie afstand begon te nemen. Die werkloze arbeiders waren in menig opzicht toch lo-sers. De gemeente, de PvdA voorop, bracht een nieuw soort denken op gang: een nieuwe, hoog opgeleide bevolking werd aangetrokken; de oorspronkelijke bevolking, the white trash, delfde het onderspit.

‘Dat hele sociaal-democratische model van de arbeidersverheffing kwam ook in staat van crisis te verkeren. De politieke leiding van de stad stapte over van de maakbaarheid van de burger op de marketing van de locatie.’

Is Amsterdam-Noord in handen gevallen van de yuppen?

‘De IJ-oever in ieder geval wel. In 1983 begon Ed van Thijn als burgemeester. Hij startte een campagne met de titel Amsterdam-heeft-het. Dat klonk schattig, met een lachend grachtenpandje als label, maar Van Thijn wilde een ondernemerscultuur vestigen in de stad. Mensen moesten niet zo zeuren.

‘Het betekende voor de oorspronkelijke bevolking van de tuindorpen dat men zich in de steek gelaten voelde. De overheid richtte zich op de nieuwkomers, de mensen met glanzende carrières in het bedrijfsleven. Voor hen werden dure appartementen opgetrokken, ook in de industriële omgeving van Noord.’

Die droomden zich een eigen New York?

‘Precies. Terwijl Amsterdam-Noord decennialang de levende catalogus was geweest van sociale woningbouw; in de tuindorpen, maar ook in de wijken met een meer functionalistische bouw. Het was een succes. Het heeft zeer grote aantallen mensen een fatsoenlijk onderdak verschaft. Nu gaat het niet meer om de verheffing van burgers, het gaat om de verheffing van locatie.’

Tot wat voor reactie leidt het?

‘Men gelooft niet meer in de bestuurders. In de wijken van Amsterdam-West en in Noord heeft bij de Europese verkiezingen van vorig jaar de meerderheid op Wilders gestemd. Dat krijg je dan.’

Het kan je niet bevallen, maar het blijft de democratische uiting van volkswil.

‘Als je democratie ziet als de besluitvorming van een meerderheid, dan is de democratie niks tekortgekomen. Maar als je democratie breder ziet, als een cultureel fenomeen, als je contact met de burger onmisbaar vindt in een democratie, dan is wat in Noord gebeurt wel ondemocratisch.

‘Mensen zien de buurt drastisch veranderen, mensen moeten weg. Maar ze hebben geen aanspreekpunt. Bestuurders houden zich op afstand. Want wat willen ze nog met die oude bevolking? Ze willen van Noord een hip stadsdeel maken. Die oude bevolking zit alleen maar in de weg.’

Waar is de opstand?

‘Die ligt in het afhaken. Vroeger had men binnen de eigen zuil, als men dat wenste, contact met de top van de zuil. Zo is de sociaal-democratie groot geworden. Maar die verbindingen zijn er niet meer. Ervoor in de plaats is een soort managementbestuur gekomen dat erg ver weg staat van de bevolking.

‘Ik denk dat Amsterdam-Noord representatief is voor heel veel buurten in het land. Die zijn ooit opgezet vanuit de idee dat de politiek er is voor de lokale bevolking. Nu is de idee: we moeten nieuwe bevolkingsgroepen importeren, we moeten de oude hap uit de buurt verdrijven.

‘Het is het geloof in de markt. Dat is de logica geworden.’

Hij studeerde in Amsterdam politicologie en vervolgens sociologie. Zijn vak is zelfstandig gevestigd wetenschappelijk onderzoeker en publicist. Hij beseft dat het een ruime omschrijving is. Hij is niet op zoek naar een positie.

Merijn Oudenampsen is 30. Het is een leeftijd, zegt hij, waarop je de beperktheid van de tijd leert kennen. ‘Je begint te merken dat een aantal mensen om je heen al enorm gespecialiseerd is. Moet ik zelf niet eens gaan kiezen – dat soort vragen, begrijp je? Er zijn mensen van mijn leeftijdsgroep die nu al professor zijn.’

Dat hij zelf nog een beroemd hoogleraar zal worden, veel geciteerd in wetenschappelijke tijdschriften, ligt al niet meer in de lijn der verwachting. Hij is voorzichtig bezig te promoveren. Hij zegt dat hij een haat-liefdeverhouding heeft met het academische. Hij houdt van de actualiteit, van de spanning van het moment.

Tien jaar geleden ging hij naar de politieke toppen van het antiglobaliseringsfront. Het activisme vulde zijn leven, maar eigenlijk ook toen al met een begin van relativering. Hij herinnert zich Praag, in 2000, een top van het IMF en de Wereldbank. Hij was een van de duizenden demonstranten.

Hij vertelt: ‘Je had een blauw blok, een roze blok en een geel blok. In het blauwe blok zaten alle Griekse en Italiaanse anarchisten. Die wilden knokken. Ik was van het roze blok. Dat waren meer de creatieve geesten die met gevoel voor ironie langs de linies probeerden te glippen.

‘Het was politiek theater. Aan de ene kant had je de mannen in de glimmende pakken, de politici. Het was hun rol om fout te zijn. Wij, het ongeregelde, waren de goeden. We voelden ons machtig, domweg door er te zijn.

‘Maar dat was tien jaar geleden. Ik word niet meer boos als iemand iets zegt dat naar mijn smaak ongepast is. Ik ben gaan relativeren.’

Weet je dan nog wel wie de tegenstander is?

‘Nee. En dat ik het tegenwoordig niet meer zo precies weet, vind ik juist heel fijn.

‘Ik vind dat we in Nederland een sterke anti-intellectuele cultuur hebben. Je moet voor iedereen begrijpelijk zijn. De taal van Pinkeltje is zo’n beetje de norm geworden. Ik wil niet pleiten voor de ivoren toren. Maar ik zou graag zien dat mensen energie steken in dingen die complex zijn en niet in één keer te vatten. Er is zoveel versnelling in onze cultuur, dat er steeds minder ruimte is om ergens bij stil te staan. Je had vroeger Jacques de Kadt en Menno ter Braak. Als die een essay schreven, met een standpunt, besloeg dat per definitie ten minste dertig pagina’s. Dat is nu zo goed als onmogelijk geworden.

‘Het lijkt gelijk op te gaan met een vèrgaande ontideologisering. Maar ideologieën en utopieën zijn het kompas in de wereld. Waar wil je heen? Waar wil je niet heen? Als een maatschappij geen kompas meer heeft, wordt het problematisch, vrees ik.

Hebben ideologieën niet in ruime mate hun onbruikbaarheid bewezen doordat ze uit hun eigen aard uitlopen op ontgoocheling?

‘Nee, ik denk dat het hele idee van een utopieloze wereld ook weer een utopie is. Er is geen wereld die vrij is van ideologie. Dat moet ook niet. Ideologie geeft eenheid aan het denken.

‘Zonder ideologie is het lastig je denken te structureren. Je ziet het op dit moment aan de universiteiten. Je ziet studenten die radicale presentaties geven over het milieu en de globalisering. Wow, denk je dan. De volgende week hebben ze opeens een neoliberaal verhaal over het milieu en de globalisering. Ze vinden beide verhalen fantastisch. Ze kunnen ze niet van elkaar onderscheiden. Het is het postmoderne denken van elke-mening-telt en zo-kun-je-er-ook-tegenaan-kijken. Dat is toch een probleem, denk je niet?

Wat mis je nu zelf het meest in het functioneren van de democratie in Nederland?

Hij aarzelt geen tel: ‘Diepgang. Ik mis diepgang en richtinggevoel. Het irriteert me mateloos. Er is de kredietcrisis, en niemand weet waar het naartoe moet. Dat is ook moeilijk, maar het maakt reflectie en vooral een brede publieke discussie alleen maar dringender.

‘In heel Europa staan de bevolking enorme bezuinigingen te wachten. Mensen hebben nog geen begin van een idee hoe hard dat zal aankomen. Maar de publieke en politieke discussie gaat over hoofddoekjes, over kleinzielige dingen.’

Zou het kunnen dat de crisis keer op keer zo dreigend is dat we nog even geen tijd hebben voor de luxe van reflectie, dat het domweg alle hens aan dek is?

‘Dat zal, maar het hoeft toch niet te verhinderen dat men een debat kan openen over een andere manier om de maatschappij te runnen. President Roosevelt lanceerde in de jaren dertig de New Deal, een programma van progressieve hervormingsvoorstellen ter bestrijding van de recessie. Het vertegenwoordigde een nieuwe manier van denken over de overheidsrol, het getuigde van betrokkenheid, van zorg, van denken op langere termijn. Wat we nu zien is bijna een toestand van apathie.’

Hoe krijg je zo’n debat op gang?

‘Door de tegenstellingen weer op te zoeken. Er is wel conflict, maar dat reikt niet verder dan animositeit over personen.

‘Het gevoel van machteloosheid dat zo kenmerkend is voor deze tijd, komt volgens mij voort uit een gebrek aan sturing. De politiek heeft een sterke neiging ontwikkeld maatschappelijke problemen onder te brengen in commissies, in advies- en overlegorganen waarop burgers geen zicht hebben. Waar vallen de beslissingen? Wie moeten we aanspreken? De aanstaande bezuinigingen zijn uitgedacht door ambtelijke commissies. Alsof het een a-politieke zaak is. Dat is toch geen manier van doen? Dan neem je toch je werk als politicus niet serieus?’

Is het niet een poging de problemen min of meer te objectiveren en weg te houden uit een sfeer van welles en nietes?

‘Maar een politicus, van rechts en van links, moet toch een verhaal hebben? Wilders heeft een verhaal, wat je daar ook van vinden mag. Hij vecht voor een zaak en groeit uit tot een politieke held. Berlusconi wil verbeelden, de rechtse Tea Party-beweging in Amerika doet een beroep op verbeelding, Sarkozy heeft het over de droom van een ondernemende maatschappij.

‘Links is daar slecht in. Links in Nederland heeft heimwee naar Den Uyl, want er is een grote behoefte aan politici die spreken over idealen.

‘Cohen komt in de buurt. Hij zegt: ik ga praten met mensen van andere culturen, ik ga er thee drinken. De halve wereld rolt over hem heen, maar hij zegt: en toch ga ik er thee drinken. Dat is anders dan de politicus die zich verschuilt achter commissies en adviesorganen en verantwoordelijkheid uitbesteedt.

‘Dan krijg je ontwikkelingen zoals hier in Amsterdam-Noord. Dat mensen hun buurt ingrijpend zien veranderen zonder er iets over te zeggen te hebben. Ze weten niet wie ze erop moeten aanspreken. Het gebeurt terwijl ze erbij staan, machteloos. Dan krijg je dat de PVV hier als vanzelf de grootste partij wordt.’

Geloof je dat de politiek moet bestaan bij de gratie van tegenstellingen?

‘Er zijn twee kanten aan politiek. De ene kant is die van het besturen, de organisatie. De andere en voor het publiek wel zo belangrijke kant is wat de Franse filosoof Claude Lefort ‘de enscenering van de maatschappij’ noemt. Hij ziet de democratie als een systeem waarin het meningsverschil bloeit, waarin gediscussieerd wordt over de grote vraagstukken, waarin betrokkenheid wordt georganiseerd.

‘De politicus moet niet alleen maar een manager zijn. Hij moet een verbeelder zijn van een toekomst, van een perspectief. Hij moet een moreel ankerpunt willen zijn.

‘Als politici daarin tekortschieten krijg je een ethische leegte. In zo’n toestand zitten we nu, vrees ik.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden