Reportage

'We worden in armoede gestort'

Op West-Java zijn bewoners boos op hun president. Hij voltooit de bouw van een stuwdam, terwijl zij hun huizen en grond verliezen. Compensatie is er nauwelijks. 'De beesten en de bomen kunnen wij niet meenemen.'

Inwoners van omliggende dorpen breken hun huizen af om de materialen elders te gebruiken..Beeld getty

Dakpannen kosten geld. Daarom worden zij voorzichtig, een voor een, van de daken gehaald en netjes opgestapeld tot de vrachtwagen ze komt ophalen. Ook het hout van kozijnen wordt voorzichtig losgepeld. Het dorp Cipaku wordt pan voor pan, plank voor plank en steen voor steen ontmanteld. Nog een maand en het dorp zal van de kaart verdwenen zijn. Straks is hier alleen nog maar water.

Cipaku, vier andere dorpen en 4.500 hectare vruchtbare rijstvelden zullen ondergaan in het nieuwe stuwmeer van Jatigede. Elfduizend mensen moeten verhuizen, of zij willen of niet. Zij willen niet. Zij voelen zich verraden, bedrogen en bestolen. Zij hebben geprotesteerd en gedemonstreerd, maar het heeft niets geholpen. Nu zitten ze hier met hun woede, teleurstelling en blinde paniek, en slopen ze hun eigen huizen. Wat moet er van ze worden?

Het dorp ziet eruit alsof er een aardbeving is geweest. Van sommige huizen is alleen de fundering over, andere zijn halverwege de sloop. Hout en dakpannen liggen in stapels te wachten. Tussen al dat puin en die stapels staan de huizen van de mensen die nog een paar weken willen doen alsof het leven gewoon doorgaat.

Op nationale schaal is wat hier gebeurt een bagatel en een noodzakelijk kwaad. De dam levert water voor irrigatie en er komt een waterkrachtcentrale die 110 megawatt gaat leveren. Dammen zoals deze zijn simpelweg bitter nodig. Voor de nieuwe president van Indonesië, Joko ('Jokowi') Widodo, kunnen er niet genoeg gebouwd worden. Elke week opent hij wel ergens een nieuw megaproject om te benadrukken dat hij de gammele infrastructuur van het land snel wil opkrikken. De president heeft haast. Tijd voor oponthoud is er niet meer.

Achter de Jatigede-dam zal over een half jaar alleen nog water staan.Beeld getty

Voorganger

In Jatigede hadden ze hun hoop op een andere 'Jokowi' gesteld: op de president die er juist om bekend staat dat hij zich zo graag onder het volk begeeft. De president die, toen hij nog gouverneur was van Jakarta, conflicten oploste door te luisteren naar wat de mensen dwarszat. Die Jokowi hebben ze hier niet gezien. Als er grote keuzen gemaakt moeten worden, verschilt hij kennelijk toch niet van zijn voorgangers, zeggen ze teleurgesteld.

Dertig jaar is er over de dam gepraat. Suharto wilde hem al gaan bouwen, in 1984. Sommige bewoners werden destijds in de 'relokasi' gegooid: verplicht verhuisd naar verre streken, waar zij een huisje kregen en een stuk land. De dam kwam er maar niet, de mensen keerden terug. Toen de regering elektriciteit en wegen aanlegde, dacht iedereen dat het plan van de baan was.

Tot een paar jaar geleden, met Chinese hulp, ten slotte toch met de bouw werd begonnen. Toen begon ook de strijd om compensatie. Bewoners wilden huizen en een stukje land. Een simpele eis, maar niet hier. In plaats van land krijgen zij geld, althans de gelukkigen: sommigen krijgen 122 miljoen rupiah (7.500 euro), maar veruit de meesten krijgen niet meer dan 29 miljoen rupiah, zo'n 1.800 euro per gezin, en honderden gezinnen krijgen zelfs dat niet. Zij staan niet op 'de lijst', omdat zij, zoals zoveel Indonesiërs, geen papieren hebben die bewijzen dat zij wonen waar zij wonen.

'Wij worden in armoede gestort', zegt Dede Kurniati, die met het gezin van haar zus een huis in Cipaku bewoont. 'Die 29 miljoen rupiah zijn zo op. Je kunt er geen huis van bouwen, laat staan dat je er het land van kunt kopen dat je hier had.' Zij loopt naar de achterkant van het huis, waar een grote nangka-boom staat - krom van de gigantische groene vruchten, bijna rijp. 'Ik heb ook rambutan (een soort lychee, red.) en mango's', zegt Dede, 'en rijst van onze eigen sawah.'

Een paar kippen en een sliert kuikens pikken tussen de balken van een open stal aan het eind van het erf. Dede houdt daar twee forse koeien, 'limousins, die hebben net een kalf gekregen. En we hebben schapen en eenden', zegt ze trots.

'Wij kunnen elk jaar kalveren en lammetjes verkopen en als het seizoen is ook mango's en rambutan. Er zijn altijd eieren, kippen, rijst en groente uit de tuin. Straks is dat er allemaal niet meer. De beesten en de bomen kunnen wij niet meenemen. Wij zullen ons eten voortaan moeten kopen. Waar moeten wij het geld daarvoor vandaan halen? Wij hebben geen werk. Dit is alles wat wij hebben.'

De nieuwe Indonesische president Joko Widodo stelt een grote boormachine in werking, onder wordt gewerkt aan een weg.Beeld reuters

Ontruimd

Bij het water, beneden in de vallei, staat Wikarsa. Hij is vandaag even teruggekeerd naar naar zijn dorp, Jemah, het eerste dorp dat door het water verzwolgen zal worden. Het is al ontruimd. Wikarsa wijst: 'Alleen het dak van de moskee staat nog. De rest is afgebroken. Militairen kwamen ons helpen. Wie niet wilde, die dwongen zij.'

Ook Wikarsa had twee koeien, zegt hij, 'maar ik heb ze moeten verkopen om een huis te kunnen bouwen. Nu heb ik een huis en verder niks. Ik ben terug bij af.'

De mensen hebben zich verzet zo goed ze konden, zegt Wikarsa. Tweehonderdnegentien keer hebben zij gedemonstreerd. Het heeft niet geholpen. Verder demonstreren heeft geen zin, zegt hij. 'Wat zou ik nog protesteren. Dat is voorbij. Er is geen hoop meer.'

Cipaku gonst van verhuisdrift. Niet alleen de levenden verhuizen, ook de doden gaan mee. De openbare begraafplaats van Cipaku is een rommeltje van scheve stenen en diepe, versgedolven kuilen waar doden zijn opgegraven. De helft van de graven is nog intact: de graven van de doden die niemand meer kent. Die doden houden straks de Soendanese koningen gezelschap, die als de kapiteins van een schip met het landschap tenonder zullen gaan.

Ki Wangsa is een man die weet hoe je met de doden spreekt en wordt daarvoor door zijn dorpsgenoten gerespecteerd. Hij vertelt dat de vallei 48 historische begraafplaatsen telt. Dat zijn de graven van de lokale koningen en het volksgeloof verbiedt dat je koningsgraven verplaatst. Dat zijn heilige plaatsen, voor de eeuwigheid verankerd in de aarde.

Hij leidt de bezoeker naar de meest historische tombe van allemaal: het graf van de allereerste koning van het koningshuis van Sumedang Larang. De koning, Prabu Guru Aji Putih, ligt begraven in een klein bos op een lichte verhoging in het landschap. Het graf is simpel, voor een koning: een rechthoek van op elkaar gestapelde rivierkeien, met aan het hoofdeind de hoofdsteen die is omkleed met een witte lap. De plaats is een bedevaartsoord. Vooraanstaande Indonesiërs, politici, sultans en generaals kwamen hier, omdat zij hoopten dat de magische krachten van de dode vorst hen nóg vooraanstaander zouden maken.

Magie, mystiek en Mohammed

Als Ki Wangsa onder de bomen bij het graf gaat zitten, steekt een geheimzinnige Javaanse fluisterwind op. Zijn blik verstart. Een 'tokeh' roept zeven keer zijn naam. In de stilte spreekt de wind tegen de mensen die het kunnen horen. Als het ophoudt met waaien, vraagt Ki Wangsa: 'Zag je hem?' Hij heeft de koning gezien, zegt hij, met zijn witte tulband.

Of het waar is, doet er niet toe. Dit is het oude hart van Java, waar magie, mystiek en Mohammed moeiteloos samengaan. Niemand lacht. Ook niet als Ki Wangsa stelt dat de verantwoordelijken hun straf zullen krijgen. De macht van de dode koning zal ze treffen, als deze plek onder water komt te staan.

De overheid denkt in meer praktische termen en bereidt zich voor op een oproer van het volk. Politie is overal in de vallei en vooral hier, bij het graf dat zoveel betekent voor de bewoners. Een politieman maakt foto's van de bezoekers en andere aanwezigen.

Zelfs een oproer zal hier niet meer helpen. De dam is dicht en het water komt. Over zes maanden is hier een groot meer, in plaats van dat mooi glooiende landschap met zijn rijstvelden. Dan kunnen toeristen picknicken en spelevaren, net zoals ze dat doen bij het stuwmeer van Jatiluhur. Ook daar kun je geld aan verdienen. Maar op de vraag of zij al een bootje hebben gekocht, begint iedereen te lachen. Een bootje! Zij zijn boeren, geen schippers.

Widodo pakt infrastructuur Indonesië aan

Na tientallen jaren van verwaarlozing verkeert de Indonesische infrastructuur in een belabberde staat. Het ontbreekt aan alles: wegen, spoorlijnen, havens, elektriciteitscentrales.

De gevolgen - stroomstoringen, files, lange wachttijden - jagen investeerders weg en drukken zwaar op de economie.

De nieuwe Indonesische president, Joko 'Jokowi' Widodo, is met een inhaalrace begonnen. Hij wil 1.000 kilometer snelweg aanleggen, spoorlijnen, hogesnelheidstreinen en metro's.

In vijf jaar tijd wil Widodo een reeks elektriciteitscentrales bouwen die samen 35 duizend megawatt gaan produceren. Havens worden uitgediept en uitgebreid en gestroomlijnd.

In de belangrijkste haven, die van Jakarta, liggen containers twee keer langer dan in andere landen, soms zelfs een maand of meer, te wachten op afhandeling.

'Jokowi' maakt haast met elk project en hij wil niet meer tijd verliezen dan absoluut nodig is. Ook als dat ten koste gaat van een paar lokale bewoners.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden