We worden armer zonder dat we het doorhebben

Besteedbare inkomens dalen sinds 2001

Het loonstrookje verhult een toenemend deel van de loonsom.

Beeld Getty Images/ABSODELS RF

Soms helpt het om even uw uitgaven op een rijtje te zetten. Een goed gesprek met uw partner wil ook nog wel eens wat ophelderen. Maar als u dan nog niet weet waar uw geld elke maand blijft, hoeft u niet meteen de recherche in te schakelen. We hebben de laatste jaren gewoon minder te besteden, zonder dat we het echt doorhebben.

Waar blijft ons geld?

Al meer dan twintig jaar groeien de inkomens van huishoudens langzamer dan de economie als geheel. Sinds 2001 dalen onze besteedbare inkomens zelfs. Van elke euro die we in 2001 netto verdienden, is nu nog maar ongeveer 95 cent over. Maar dat beseffen we nauwelijks om een knullige reden: het staat niet op onze loonstroken.

Waar ligt het aan dat we minder overhouden van elke verdiende euro?

Waar blijft ons geld?

Collectieve lasten

In het kort is het antwoord op die vraag: in de collectieve lasten. Huishoudens hebben minder te besteden omdat het collectief meer uitgeeft. En dat gaat deels buiten het zicht van de huishoudens die de rekening ervoor betalen.

De collectieve lasten zijn er in twee smaken: werknemerslasten en werkgeverslasten. Allebei stijgen ze sterk. Als je goed kijkt zie je dat deels op een loonstrookje ook gebeuren. De toenemende werknemerslasten kan iedereen zien. Dan gaat het om uitgaven voor langdurige zorg, pensioen, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en AOW. Deze belastingen en premies zijn vrij fors gestegen sinds 2001. De sociale premies van 21 naar 25 procent. De pensioenpremies van 1,5 naar 4 procent en de inkomstenbelasting van 13 naar 18 procent van het brutoloon. En dat gaat ten koste van het besteedbaar inkomen.
Maar er zijn nog meer stijgende lasten. En die ziet u niet. Ze zijn onzichtbaar omdat ze niet op de loonstrook staan.

Loonstrookverwerker ADP maakte in januari bekend hoe de salarisstroken er in 2016 uit zien. ADP heeft alle nieuwe regelingen bestudeerd en heeft berekend welke inkomensgroepen erop vooruit gaan en wie er dit jaar juist moet inleveren. Beeld Robin van Lonkhuijsen / ANP

Als ze er wel zouden staan, zou u zien dat uw salaris ongeveer 30 procent hoger is dan u denkt. Wie 3.000 euro brutoloon afspreekt met zijn werkgever, verdient eigenlijk 4.000 euro. Dat weet bijna niemand, want die 1.000 euro extra staat niet op de loonstrook. Maar het is wel van de werknemer, die heeft het verdiend.

Die 1.000 euro extra worden wel de 'werkgeverslasten' genoemd. Alsof het een cadeautje van werkgevers aan werknemers is, maar dat is een misleidende term. Je kan met je werkgever afspreken dat hij voortaan je boodschappen bij de supermarkt betaalt, en dat dan werkgeverslasten noemen, maar daarmee is het nog geen cadeautje. Het is gewoon onderdeel van de beloning voor uw arbeid. Het verschil is alleen dat wettelijk is bepaald dat de werkgevers dit deel verplicht afdragen aan het collectief, zodat we met dat geld collectief dingen kunnen regelen.

Onzichtbare belastingen

Daar is op zich niks mis mee, wel gek is dat werknemers dat deel niet zien. En die onzichtbaarheid heeft zo zijn voordelen voor degenen die dat geld uitgeven. Het stelt de politiek, vakbonden en werkgevers in staat om elk jaar aan knoppen te draaien zonder dat u het ziet. Het maakt het makkelijker om koopkrachtplaatjes of loonkosten aantrekkelijk te maken, of een tekortje ergens weg te werken. Handig voor bestuurders, maar uiteindelijk niet goed voor ons allemaal. Die onzichtbaarheid stelt de overheid in staat om onzichtbare belastingen te heffen, en het stelt werkgevers en vakbonden in staat om uw arbeidsbeloning te verdelen zonder dat u er goed zicht op heeft.

En het gaat niet om kleine bedragen. De belangrijkste belasting is de inkomensafhankelijke zorgbijdrage. Die bedraagt een kleine 7 procent van uw brutoloon. Elk jaar wordt de hoogte daarvan door de overheid vastgesteld. Het andere grote element zijn de werknemersverzekeringen tegen ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Samen 19 procent van uw brutoloon. Hier beslissen werkgevers, vakbonden en de overheid gezamenlijk over. En ten slotte nog een keer pensioenpremies, gemiddeld zo een 4 procent van uw brutoloon, maar dat kan wel oplopen tot 20 procent bij sommige sectoren en werkgevers. Hier beslissen werkgevers en vakbonden samen over.

Al dat geld wordt verdeeld en besteed zonder dat u enige keuze heeft. Want het gaat echt over herverdeling. Elke euro die we extra aan die collectieve stelsels uitgeven komt niet meer in je portemonnee terecht. Overheid, vakbonden en werkgevers verdelen elk jaar een flink deel van de loonruimte. Stel dat er ruimte is voor een loonsverhoging van 3 procent. Als we eerst 2 procent meer gaan betalen voor pensioen, voor verruiming van de werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, dan is er voor verhoging van de brutolonen nog maar 1 procent over.

Heldere loonstrook nodig

Dat verschijnsel doet zich nu al zo'n vijftien jaar voor. Het sluipende gevolg: in 2001 waren de werkgeverslasten gemiddeld nog 25 procent van het brutoloon, inmiddels is dat gegroeid naar 30 procent. En dat gaat om veel geld, pakweg 73 miljard euro. Zo een 10.000 euro per werknemer per jaar.

Des te belangrijker dat we daar nu een keer echt inzicht in krijgen. Niet alleen om te laten zien hoeveel geld het kost, maar ook omdat we er veel voor terugkrijgen. Pensioen, uitkering bij ziekte, werkloosheid en arbeidsongeschiktheid en natuurlijk de zorg. Allemaal prima, maar mogen we hierover meedebatteren op basis van de echte cijfers?

Dat begint bij een heldere loonstrook. Daarop staat niet, zoals nu, alleen het brutoloon, maar de totale loonkosten, de loonsom. Zodat je ziet wat je werkgever echt kwijt is aan je beloning. Op die loonstrook ziet u hoeveel van uw salaris naar het collectief gaat (voor iedereen), hoeveel naar uw pensioen (voor later), hoeveel u besteedt aan premies voor zorg, WW en WAO (voor pech) en welk deel u zelf kunt besteden (voor u). Zo zie je hoeveel van je geld wordt besteed aan het collectief en dat 1 euro extra in je portemonnee 3 euro aan extra loonkosten vergt. Alleen op die manier kunnen we echt een goed debat voeren over onze collectieve stelsels. En wat die mogen kosten.

Robin Fransman is hoofd financiële sector bij De Argumentenfabriek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.