'We worden allemaal steeds dommer'

De idealisten van de jaren zestig wilden een andere wereld dan wat het werd: een paradijs voor sjoemelaars, graaiers en narcisten....

Veertien jaar lang kwam er geen nieuwe roman. In 1990 verscheen Marja Brouwers'

laatste, De lichtjager, vier jaar later stond een nieuwsgierig makend romanfragment in De Gids onder de titel 'Een cowboyengel rijdt'. En toen was het tien jaar lang stil. Waar hing de cowboyengel uit? Was journalist Rink de Vilder uit dit fragment bij het nagaan van de duistere gangen van zijn vriend Philip van Heemskerk in Noord-Spanje vastgelopen met zijn onderzoek?

En nu is het boek er ineens. Het heet Casino en heeft een omvang van ruim 550 pagina's gekregen. Wie de roman leest een thriller waarin gaandeweg ook het hele palet van menselijke ondeugden en de verloedering van het vrije Westen aan een beschouwing worden onderworpen begrijpt waarom de werkelijkheid de literatuur dreigde in te halen.

Marja Brouwers liet haar journalist de hele jaren negentig lang zoeken naar de bouwstenen van een moza, waaruit het portret oplicht van de ongrijpbare Philip van Heemskerk: scheepsbouwer, solozeiler, schatrijk ondernemer, cocahandelaar en ten slotte moordenaar. Daarbij stuitte deze Rink op talloze bv'tjes met louter een postbus, dolgedraaide wetgeving, een machteloze recherche, bouwfraude en kinderporno. De Muur viel, de wereld werd grote, uitzinnige vrije markt, en twee vliegtuigen boorden zich in de torens van het WTC. 'Rink moest erdoorheen', zegt Marja Brouwers. 'De jaren negentig zijn Rinks louteringsberg.'

In haar eigen leven gebeurde in deze periode ook iets waar zij doorheen moest, en dat haar werk naar de achtergrond drong. In 1992 overleed haar man, onverwacht. 'Mijn dochters waren toen negen en dertien, een kwetsbare leeftijd. Ik merkte dat ze extra aandacht en begeleiding nodig hadden. Daar heb ik de tijd voor genomen. Zoiets is niet te verenigen met het schrijven van een roman. Een moeder die schrijft, is er niet.'

Vanaf 1994 schreef ze zo nu en dan fragmenten van wat ooit Casino zou worden. 'Ik begon met het idee van een boek waarin een aantal mensen, geboren rond 1960, zou moeten leven met keuzes die gemaakt zijn in de jaren zestig. Ze treffen de wereld aan zoals die geworden is door beslissingen die wij met z'n allen genomen hebben.'

Die abstractie, de wereld ingericht volgens de idealen van de babyboomers, leidde haar naar een oeverloze hoeveelheid bruikbare stof. 'Het boek dijde steeds maar uit. Ik moest oppassen dat ik niet het literaire perpetuum mobile uitvond: er kwam geen einde aan het verzamelen van materiaal. Op een dag heb ik tegen mezelf gezegd: en nu stoppen.'

Want het moest wel een roman worden. 'Eindeloze registratie werkt niet. Ik heb veel respect voor de traditionele romankunst; ik schrijf graag romans die voldoen aan de klassieke eisen van het genre. Ik wilde in Casino tonen wat er gebeurt in een wereld die zich laat leiden door niets dan materialistische overwegingen. Waarom leven wij zo? Dan ga je op zoek naar de historische wortels ervan, die beginnen bij Rousseau.'

Haar personages, zegt Brouwers, de cynische, montere Philip, de oppervlakkige, mooie Moura eerst Philips minnares, later Rinks geliefde en de nae, maar nieuwsgierige Rink treffen de wereld aan die is georganiseerd volgens een ideologie die zich weinig rekenschap gaf van de menselijke aard. 'Een man als Den Uyl moet een goed mens zijn geweest. Maar in de menselijke maat heeft hij zich enorm vergist. Hij heeft de mens veel te hoog ingeschat. Hij zei, met Rousseau: de mens is van nature goed, dus je maakt beleid dat daarvan uitgaat.'

Een lief idee dat slecht uitpakte, zag Marja Brouwers. 'Mijn punt in dit boek is: de wereld wordt er niet leuker op. Wegvallende normen onthullen hoe we werkelijk in elkaar zitten. Uiteindelijk draait alles alleen nog om het vergaren van geld, en om zelfpromotie, het verkopen van onszelf. We worden allemaal steeds dommer, erg vervelend. Maar ik heb dit boek niet geschreven om die moralistische boodschap erin te prenten. Een schrijver is geen boodschappenjongen. Mijn boek is een komedie: ik schep afstand. Je kunt erom lachen.'

Bij het schrijven van deze komedie over menselijk falen ging Marja Brouwers te rade bij een schrijver die hetzelfde deed in zijn tijd: Dante. 'Zoals Dante in zijn Divina Commedia Vergilius koos als gids tijdens de tocht door het vagevuur, zo koos ik hem', zegt Brouwers. 'Ik heb de zeven hoofdzonden vertaald naar de jaren negentig van de 20ste eeuw.'

Want de ongebreidelde vrijheid die de idealisten opeisten, bleek ruimte te bieden aan de aloude, ontembare driften: hang naar overvloed, hoogmoed, gramschap, luiheid, hebzucht, gulzigheid en onkuisheid. Deze zeven hoofdzonden vormen de leidraad in dit verhaal over de briljante crimineel Philip van Heemskerk. 'Als Dante nu een Divina Commedia zou schrijven', zegt Brouwers met een lachje, maar zonder een spoor van twijfel, 'dan zou hij het zen. In de jaren negentig werden alle zeven hoofdzonden uitbundig gevierd. Maar de meest populaire zonde bleef toch de hebzucht.'

De charmante crimineel die de journalist Rink in Casino ijverig probeert te ontmaskeren en van wie de lezer niet meer te zien krijgt dan zijn voortvluchtige buitenkant, is de superzondaar in deze thriller met Elckerlyc-achtige trekken. 'Philip zondigt met meer verve dan ieder ander', legt Brouwers uit. 'Hij heeft alle hoofdzonden in huis en heeft er nog steeds lol in. Maskeren is voor hem levensnoodzaak. Hij heeft iemand vermoord, maar komt ermee weg. Hij moest van zijn al te aanhankelijke vriendin Moura af en dumpt haar bij Rink. Toch onderschat hij Rink. Hij heeft blinde vlek: Rink houdt echt van Moura. Dat is voor Philip niet te begrijpen.

'Ik moest bij Philip denken aan iets wat Dostojevski heeft geschreven: er zijn redenen waarom zulke mensen bestaan; de wereld vraagt erom. De Philips zijn onder ons. Ik schrijf fictie, maar ik verzin niets. Mijn personages staan voor een idee, of een segment van de maatschappij. Maar Philip is geen prototype. Ik moest hem zodanig aanscherpen, dat hij op niemand zou lijken; anders kan ik zelf ook niet meer de deur uit zonder een munitiewerende ketel op mijn kop.'

Nee, bij het modelleren van Philip van Heemskerk dacht zij niet aan Klaas Bruinsma. 'Natuurlijk niet. Bruinsma is totaal niet interessant; vergeleken bij Philip is hij een kleine jongen. En een sukkel, want hij liet zich overhoop schieten. Dat zou Philip niet overkomen. Misschien zou Philip zo'n Bruinsma laten omleggen, dzou kunnen.'

Marja Brouwers legt in Casino haar verhaal geregeld stil voor lange beschouwingen. Over de zeven hoofdzonden. Over logica volgens Kant en Hume. Over het zelfrespect van het vrije individu, de vrije seksuele moraal, het consumentisme, de falende recherche, onwerkbare wetgeving en de wereld na 11 september. In deze passages is niet de slimme, maar weinig reflectieve Rink de Vilder aan het woord, maar de verteller. De lezer krijgt daarmee een niet mis te verstane leeswijzer in handen.

'Ja, ik stuur', zegt Marja Brouwers onverstoorbaar. 'Achter het verhaal zit nu eenmaal iemand die tekent voor alles wat wordt beweerd, en voor de personages die het toneel op worden gestuurd. Álle schrijvers sturen hun lezers, maar ik maak er geen geheim van. Kijk, ik moet Rink af en toe echt een handje helpen. Anders blijft hij aan de oppervlakte met zijn journalistieke brein. Ik toon wat hij zelf niet ziet: historische verdieping, samenhang. Dat mag, en als het niet zou mogen deed ik het toch. Ik schilder Rinks leven, maar laat af en toe mijn penseel zien aan de lezer. Desnoods krijgt hij een klap met een bezemsteel.'

Die tussenkomst van een auctoriale verteller was ook nodig, zegt Brouwers, omdat zij niet wilde dat de roman, net als onze verbrokkelde werkelijkheid, uit louter beelden zou bestaan. 'Wij worden overspoeld door beelden. Alles dendert op ons af. De beelden van vliegtuigen die zich door het WTC boorden, interpreteerden we in eerste instantie als filmbeelden. Bizarre werkelijkheid gaat automatisch op fictie lijken.'

In Casino voert Brouwers een echtpaar op dat een talkshow produceert, de ZZ-show, een programma waarin mensen zichzelf kunnen tonen aan de kijker. Het individu gereduceerd tot beeld. 'Het idee was een show die alleen maar dient voor ego-promotie. Hier ben ik, kijk mij. Het idee van Andy Warhol is intussen werkelijkheid geworden: iedereen vijftien minuten beroemd. De vraag waarom je jezelf in het openbaar zou presenteren is niet meer aan de orde. Gewoon, omdat het ben. Zelfpresentatie als propaganda. Ik noem het imagologie. Je toont een beeld, en niemand hoeft zich meer iets af te vragen over inhoud.'

Imagologie, denkt Brouwers, heeft de plaats ingenomen van denkbeelden. 'Het gaat in de politiek ook alleen nog maar om imago, niet om standpunten. De consequentie is dat je eindigt met een minister-president als Balkenende, die de best mogelijke imitatie vormt van een robot. Het is te horen aan zijn nieuwspraak. Hij wisselt. In goed Nederlands wissel je van gedachten met iemand, of je wisselt ideeuit. Maar als je geen gedachten en ideehebt, dan krijg je het onovergankelijk wisselen, punt. Blijkbaar berusten we daarin.'Kijk, zegt ze, we zien het gebeuren: 'Weggesluisd zwart geld, drugshandel, sjoemelen met hypotheken, bouwfraude. Dan kun je wel zeggen: zo willen we het niet, maar hoe willen we het dan wel? Het geloof in de juridische maakbaarheid van de samenleving is net zo simplistisch als het geloof in de goedheid van de mens. Na een parlementaire enqu weten we hoe de boekhouding werd gekookt, maar niet hoe het voorkomen had kunnen worden. Imagologie verdringt de werkelijkheid, net als alle propaganda. Mensen die hun eigen buren niet eens meer kennen, willen elkaar eindeloos bekijken in talkshows.'

Tragisch? Nee, absurd, vindt Marja Brouwers. 'Deze wereld is niet wat wij wilden in de jaren zestig. Maar we moeten het ermee doen. Wij kunnen geen gemeenschap meer vormen. Het is ieder voor zich. Ook de idealisten uit de jaren zestig fietsen in de grote steden graag een halfuur extra om hun witte kindertjes naar een witte school te brengen. Wij hebben in Nederland een bijna compleet apartheidssysteem laten ontstaan, en we laten het erbij, zoals we alles gedogen. We hebben met z'n allen een samenleving op touw gezet die niet intelligent kan functioneren.

'Dat laat ik zien in Casino. Wij zijn niet gebouwd op een Utopia. Maar fantaseer dan ook niet langer over hoe lief we voor elkaar zijn. Iedere utopie transformeert op een zeker moment tot een sadistisch universum.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden