interview

'We willen internationaal iets opbouwen voordat Nederland op ons uitgekeken is'

Het Utrechtse Kensington is misschien wel de populairste gitaarband van Nederland. Eind november geeft Kensington een tweede concert in de Amsterdamse Ziggo Dome. De eerste show in de Ziggo Dome raakte maandag razendsnel uitverkocht. Lees hier het interview dat Menno Pot vorig jaar met de band had.

Beeld Daniel Cohen

Van succes word je soms een beetje nostalgisch. De euforie boort een vreemd soort heimwee aan naar de tijd dat het nog sappelen was.

Terwijl ze in de zon het verhaal van hun band Kensington vertellen, worden Eloi Youssef (zang, gitaar), Casper Starreveld (gitaar, zang) en Jan Haker (bas) er een paar keer door overvallen. Sinds 2005 zijn ze samen Kensington. Drummer Niles Vandenberg trad in 2008 toe, vroeg genoeg om de hele zegetocht mee te maken.

Tijdens het gesprek mijmeren ze soms even: weet je nog dat we zelf posters gingen plakken in steden waar een optreden gepland stond? Of die eerste uitverkochte zaal? De eerste MTV Award?

Inmiddels is Kensington misschien wel de populairste gitaarband van Nederland. Een optreden op Lowlands, volgende week, is het logische resultaat van die status. De derde studioplaat Rivals, die vrijdag verschijnt, is een grote Nederlandse release. Deze zomer kom je Kensington overal tegen, te beginnen op vijftien festivals.

Kensington maakt toegankelijke gitaarpop met een indierandje: soms blij en springerig, soms melancholiek. De groep opereert in het kwadrant waarvan populaire gitaarbands als Coldplay, Editors, Kings of Leon en Foals de hoekpunten zouden kunnen zijn.

Het album Vultures (2012) en de hit Home Again (2013) forceerden de doorbraak, die vanaf januari 2013 in een stroomversnelling kwam: dikke radiohit (Home Again), ontluikend succes in de Duitstalige landen, vrijwel alle zaaloptredens uitverkocht.

Het nieuwe Rivals klinkt weer een stapje grootser, maar naast de massieve hitsingle Streets en de armzwaaimomenten in All For Nothing kan ook een sprankelend, naar Paul Simons Graceland knipogend liedje als Done With It tot bloei komen. 'Ons The Lion King-geluid', lacht Eloi Youssef (27), die naar eigen zeggen vaak de 'droevige melodieën' aandraagt, daar waar Casper Starreveld (27) de 'poppy' man is.

Youssef: 'Die productie, een echte 'wall of sound', past bij ons, zowel bij onze ambitie als bij onze smaak. Het was eigenlijk de enige kant die we nog op konden: opstijgen, de lucht in, daar waar de ruimte is.'

Eloi Youssef (zang, gitaar), verantwoordelijk voor de droevige melodieën. Beeld Daniel Cohen
Casper Starreveld (gitaar, zang). Beeld Daniel Cohen

Festivalweiden vol zwaaiende armen

Zagen ze festivalweiden vol zwaaiende armen voor zich tijdens het schrijven? Youssef: 'Nee. Met de vraag of iets 'werkt', houd je je pas bezig zodra je gaat werken aan de live-set. Dan bouwen we misschien wat trucjes in die je kunnen helpen zo'n veld vol mensen te bestrijken: nummers oprekken, wat armzwaaimomenten. In de studio is er maar één criterium: wat vinden we zelf tof? Daarin durven we veel meer ons instinct te volgen dan vroeger: de verschillen in sfeer zijn op Rivals groter dan ooit.'

Ze zitten aan een houten picknicktafel op het erf van Barn In The Meadow in het landelijke Benschop, in de provincie Utrecht. De fraaie studio in een boerenschuur wordt door de groep intensief als oefenruimte gebruikt in de aanloop naar de albumrelease, de reeks ondersteunende instore-optredens in platenzaken en natuurlijk de drukke festivalzomer die komend weekeinde begint in Velsen.

Het succes nam vanaf het debuutalbum gestaag toe. Steeds een stapje verder. Starreveld gebruikt de zalen in thuisstad Utrecht om het te illustreren: 'ACU, Ekko, De Helling, voorpogramma in Tivoli Oudegracht, eigen show in dezelfde zaal en binnenkort de grote zaal van het nieuwe TivoliVredenburg.'

Nu merk je dat er iets is veranderd. Toen begin dit jaar de nieuwe single Streets verscheen, zetten 3FM, Radio 538 en Q-Music bijna als vanzelfsprekend de schouders eronder. De festivalboekingen stroomden meteen binnen. Het is het loon voor de uitstekende live-reputatie waaraan Kensington zo hard heeft gewerkt: eindeloos spelen. De clubtournee voor november was in april al uitverkocht: elf optredens, geen kaartje meer te krijgen.

'Het gaat nu voor het eerst vanzelf', zegt Starreveld. 'We hoefden de bal maar een duwtje te geven en hij rolde. Vroeger zag ik in een blad als NME advertenties staan van tournees waarbij achter alle data al 'uitverkocht' stond. Dan dacht ik: waarom zou je dat nog plaatsen als alles al vol zit? Nu snap ik dat heel goed. Het ziet er cool uit. En het publiek denkt: shit, ik ben te laat, daar had ik bij moeten zijn.'

Bassist Jan Haker: 'We beleven er plezier aan zelf posters te plakken.' Beeld Daniel Cohen

Heineken Music Hall

De logische vervolgstap is ook gezet: in februari 2015 gaat Kensington naar de Amsterdamse Music Hall. Niet veel Nederlandse bands kunnen terecht in de grote 'doos' met plek voor 5.500 man. De bandleden hadden al het gevoel dat Rivals ze naar die regionen kon stuwen, maar het gebeurde dus al vóór de release.

'We hebben altijd geloofd dat er een gaatje voor ons was', zegt Starreveld. 'Welke rockbands zijn in Nederland écht groot geworden sinds de internetrevolutie? Kane en Within Temptation zijn nog net van de oude tijd, maar daarna? Eigenlijk is het maar twee bands gelukt: Go Back To The Zoo, maar hun succes nam ook weer af, en ons.'

Wat het verschil tussen de 'nieuwe' en de 'oude' tijd behelst? Eloi Youssef: 'Niet verwachten dat je zult worden gelanceerd door, bijvoorbeeld, je label. Je zult zelf iets moeten opbouwen: zelf creatief zijn, zelf een pad uitstippelen, veel spelen. Je hoeft niet meer te verwachten dat je heel veel cd's gaat verkopen of dat je label je geld toestopt. Het devies is: do it yourself.'

Als band van nu leer je wel bescheiden te zijn. Starreveld: 'Je kunt hartstikke succesvol zijn, maar in de gemiddelde supermarkt heeft niemand van je gehoord. Alles is niche. Het ene moment voel je je apetrots omdat je een MTV Award hebt gewonnen. Het volgende moment vraagt iemand je: joh, MTV, bestaat dat dan nog?'

Drummer Niles Vandenberg kwam in 2008 bij de band. Beeld Daniel Cohen

De mentaliteit van realisme en nederigheid komt goed van pas nu de band voet aan de grond lijkt te krijgen in vooral de Duitstalige landen. Kensington speelde al veel over de grens, maar realiseert zich dat die leuke trip naar Indonesië een 'veredeld schoolreisje' was en dat optreden in New York een 'losse flodder'.

'Van Engeland en Amerika droomde ik toen ik 16 was', zegt Eloi Youssef. 'Nu prefereer ik dromen die je kunt waarmaken.'

Concreet betekent dat: Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en België. Kensington stapte op het geijkte moment over van een klein label naar Universal, dat weliswaar ook niet meer zo major is als vroeger, maar nog wel een internationaal netwerk heeft. Vultures werd internationaal uitgebracht, Home Again werd opgepikt door de radio, Kensington deed er festivaloptredens en kan in veel steden al op een paar honderd toeschouwers rekenen wanneer ze er een cluboptreden doen. In steden als Wenen, Zürich en Berlijn verkochten ze zalen uit.

'Vroeger waren veel artiesten te beroerd om in het buitenland weer op nul te beginnen, compleet met gratis spelen en posters plakken', zegt bassist Jan Haker. 'Voor ons was het geen schok. In Nederland zijn we die fase nog maar net ontgroeid. We zijn het nog niet ontwend en beleven er eerlijk gezegd juist plezier aan.'

Carrières in de popmuziek zijn onzekerder dan ooit. Succes is vluchtig, het publiek is wispelturig, succesvolle bands worden soms snel vergeten.

Eloi Youssef: 'Als we 40 zijn, doen we dit vast niet meer. Wat dan wel? Dat zien we dan wel weer. Ik ben nu blij dat ik een talent en een passie heb: iets waarin ik echt geloof en waarvan ik in elk geval nu kan zeggen dat het goed gaat.'

Casper Starreveld: 'Wij hebben de wind in de zeilen, maar dat stopt vast een keer. Als de klad er nu in komt, dan heb je over een jaar geen geld en geen werk meer. Dan ben je 29, zonder opleiding.'

Alleen al daarom wil Kensington de kansen spreiden. Het begin is er, de tijd is er rijp voor. Starreveld: 'We willen internationaal iets opbouwen voordat Nederland op ons uitgekeken is. In de Duitstalige landen hebben we een veelbelovend begin gemaakt, maar er moet nu wel een vervolg komen. Rivals kon wel eens een beslissend album worden.'

Dit interview werd in augustus 2014 in de Volkskrant gepubliceerd.

Beeld Twitter
Beeld Daniel Cohen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden