Hulptroepen

We willen graag iets dóén, en we doen het nog ook

Beeld Isa Grutter

In de rubriek Hulptroepen kwamen mensen aan het woord die in de coronacrisis hulp bieden of hulp krijgen.

Je hoeft er in Nederland niet alleen voor te staan. Dat is met de coronacrisis wel weer eens bewezen. Wat zijn er veel mensen die hulp bieden. Omdat het nodig is in de eerste plaats en omdat ze dat voor een ander overhebben. Misschien ook wel omdat ze zich machteloos voelen en graag iets willen dóén, terwijl de maatregelen tegen corona vooral van iedereen vragen om van alles te laten.

Tientallen voorbeelden beschreven we de afgelopen zes weken in dit tijdelijke rubriekje,  dat nu eindigt. Nog veel meer voorbeelden beschreven we niet. De wildgelokte man die zijn kapper ook zonder knipbeurten blijft doorbetalen, de woonbegeleider die van afstand roepend haar buitenlandse cliënten met psychiatrische stoornis door de ellende loodst, de agenten die een oudere dame toezongen op haar verjaardag: het hadden allemaal óók afleveringen kunnen zijn.

Wat viel op? Ten eerste: lang leve de sociale media. Een levenslijn voor velen. Hoe anders kun je binnen een dag regelen dat je 104-jaar oude moeder dagelijks avondeten krijgt als je daar zelf niet voor kunt zorgen? Hoeveel groter zou de eenzaamheid zijn zonder?

Vaak hebben de mensen die anderen helpen het zelf helemaal niet makkelijk. Zoals Marion de Koning uit Vught, die niet alleen nu maar altijd al gezinnen van boodschappen voorziet die net te veel verdienen om in aanmerking te komen voor de voedselbank. Terwijl ze zelf aan huis gekluisterd is door de zorg voor haar chronisch zieke man. Ze is niet uniek en de uitleg ligt voor de hand: als je zelf weet hoe het is als er heel veel tegenzit, zie je eerder wat je voor anderen kunt betekenen.

Soms is het nodig om door de bureaucratie te breken, even de vaste rollen en regels te laten voor wat ze zijn. Zoals de begeleiders van het autistische jongetje die besloten om hem dagelijks thuis te bezoeken én zijn zusje ook te vermaken en zo hun ouders te ontlasten.

Iets pijnlijks hebben hulpacties waarmee een gat wordt opgevuld dat eigenlijk nooit had mogen bestaan. Om handalcohol en mondkapjes bij mensen in de zorg te krijgen bijvoorbeeld.

Het kan weleens lijken of er een hulpoverschot is. Zoals bij gewoonmensen.nl, waar niet direct genoeg aanvragen binnenkwamen voor de tienduizenden helpers die in de startblokken stonden. Tegelijk komen allerlei clubjes nog handen tekort. Het moet alleen even bij elkaar komen. Welnu, Jasper Veen van gewoonmensen.nl laat weten dat ze still going strong zijn, dus wie versterking kan gebruiken: spoed je naar hun site.

Ook opmerkelijk trouwens: veel initiatieven komen van studenten. Heeft geen maatschappelijke dienstplicht aan te pas hoeven komen.

Voor wie nog helpen wil maar denkt dat het niet nodig is: vergeet niet dat mensen het moeilijk vinden om hulp te vragen, zeker aan een vreemde. En voor ouderen geldt dat extra. Hulp moet je soms een beetje opdringen.

Acties kunnen groot zijn: vijftigduizend hardloopshirts en dertigduizend pakjes kauwgom voor verpleegkundigen op de ic. Maar zoals vaak werd verteld: juist ook het kleine gebaar maakt indruk. Gewoon een appje: ‘Kunnen we iets voor je doen?’ Zelfs al maak je er geen gebruik van, dan nog is het zo fijn dat iemand aan je denkt, dat je iets hebt om op terug te vallen.

Hoe bereik je digibeten in een tijd dat alles online moet?

Beeld Isa Grutter

‘Een vader durfde thuis niet te leren, omdat hij bang was dat zijn kinderen zouden zien dat hij fouten maakte. Een vrouw kon thuis niet veilig leren, omdat haar man dan zou zien dat ze in een cursus zat met andere mannen, dat ze überhaupt een sociaal leven had buiten hem om. We hadden ons niet gerealiseerd hoeveel van de mensen die wij normaal bereiken thuis geen veilige plek hebben om te leren.’

Karien Sondervan (36) uit Amsterdam is directeur van de Cybersoek, een organisatie die al twintig jaar mensen vanaf basaal niveau helpt met digitale vaardigheden. ‘Soek’ is Arabisch voor markt. Op locaties in Amsterdam-Oost en -Zuid komen wekelijks 450 geïnteresseerden langs. Dan gaat het ook over mensen die geen computer in huis hebben of niet weten hoe ze een mail moeten versturen. Zij hebben de hulp harder nodig dan ooit, nu zo veel digitaal verloopt. Maar het is ook uitgerekend de groep die je dus heel moeilijk op afstand kunt begeleiden.

‘Onze vaste krachten, we hebben er elf, zijn nu een belteam. Maar het is ingewikkeld. Iemand belt om te vragen hoe hij Zoom moet gebruiken, maar je moet soms beginnen bij het aanzetten van de computer, of iemand heeft geen e-mailadres. Anderhalf uur later heb je heus stapjes gezet, maar ben je nog niet waar iemand wilde zijn.’

‘En veel gezinnen hebben helemaal geen laptop. Vorige week hebben wij voor de gemeente duizend laptops verdeeld onder kinderen uit gezinnen met een laag inkomen. Wij weten door onze ervaring wie ze echt nodig hebben en kunnen voorkomen dat alleen de assertievelingen hun slag slaan.’

‘Maar de computerlessen zijn maar een deel van de reden waarom mensen bij ons langs komen. Ze zijn er ook voor het sociale contact. Gelukkig hebben de meesten wel een smartphone met WhatsApp. Onze 55 vrijwilligers houden met iedereen contact in kleine appgroepjes, om te kijken hoe het met ze gaat en wat ze nodig hebben. Dat kunnen ook boodschappen zijn. Of ze vertellen wat er in de media is over het coronavirus en wat de laatste maatregelen zijn. Lang niet iedereen krijgt dat goed mee.’

Directeur Karien Sondervan van Cybersoek.

Janne maakt nu duizenden mondkapjes in plaats van glitterkostuums

‘Eén vrouw wilde 52 mondkapjes. Om een jaar lang elke week boodschappen te doen. Toen hebben we gezegd: nee hoor, je doet je kapje maar in de was.’

Janne Mooij (40) maakt normaal kostuums voor festivals. ‘Wel dertig of veertig festivals per seizoen. ‘Als ze stoere, enge pakken willen op Defqon, maak ik die, als ze glitterexplosies en confetti op Milkshake willen, zorg ik daarvoor. Toen de lockdown begon, stond ik in mijn eentje in mijn atelier om me heen te kijken en dacht: dit gaat hem niet meer worden dit jaar. Ik heb gelukkig een buffer. Ik heb als ondernemer altijd gedacht: wat als er iets gebeurt?’

‘Op tv zag ik dat ze in Taiwan meteen mondkapjes voor deden, door hun ervaring met sars. Een wetenschapper legde uit dat ook zelfgemaakte kapjes helpen. En ik hoorde dat tandartsen en huisartsen tekort hadden, omdat alles naar ziekenhuizen moest.

‘Ik was net begonnen toen een jongen in mijn buurtapp vroeg of iemand mondkapjes had voor een bevriende huisarts. Ik heb vier verschillende ontwerpen gemaakt en aan die huisarts gevraagd welke het beste beviel. Daarna heb ik driehonderd meter wit katoen gehaald en duizenden meters elastiek, betaald met crowdfunding. Na een oproep op sociale media ontplofte de mailbox met coupeuses die wilden meehelpen.

‘Die huisarts zei meteen: dit zijn geen officiële mondkapjes. Dat zeggen wij ook aan iedereen die ze afneemt. Maar mensen zijn er heel blij mee: bij de thuiszorg, de mantelzorg, de daklozenopvang, de GGZ.

‘Met honderd vrijwilligers hebben we nu 7000 mondkapjes gemaakt. 5500 voor dit soort instellingen, de rest voor particulieren. Bijvoorbeeld een vrouw met een man die een chemokuur ondergaat. Of mensen met zieke kinderen. Het biedt geruststelling en het is aanvullend, ze gaan echt niet ineens rakelings langs anderen lopen. En we geven instructies: hoe je het kapje goed opzet, wassen op negentig graden.

‘Zelf draag ik een mondkapje dat is verwerkt in een sjaal, gemaakt door een vriendin. Die past bij mijn jas. Ik doe het op in een winkel of op een andere plek met veel mensen.

‘Ik heb nog stof voor 1500 kapjes. Daarna kijk ik of ik doorga of dat tegen die tijd de fabrieken eindelijk goed op gang zijn.’

Janne Mooij

Rob ‘Snollekebollekes’ Kemps stond met een koffiekar vol boeken bij het verpleeghuis

‘Hij stond achter het glas. Ik moest denken aan filmscènes waarin ze op gevangenisbezoek gaan. En ik stond buiten met zo’n koffiewagentje, met tweehonderd boeken erop. Voor de bewoners en het personeel. Die ene bewoner nam een boek in ontvangst. Hij was emotioneel. Ik heb alleen hem gezien, de rest was daarbinnen.

Rob Kemps (35) uit Best, beroemd van de succesvolle feestact Snollekebollekes, bracht onlangs een boek uit over zijn serieuze kant – onder meer zijn liefde voor Jacques Brel – en bood dat aan bij het plaatselijke verpleeghuis. ‘Normaal schud ik iedereen de hand, dat kan natuurlijk niet. Wat moet je doen? Zo’n oosters gebaar? Je knikt elkaar maar een beetje toe. Ik vind het allemaal zo ongemakkelijk.

‘In de anderhalvemetersamenleving is weinig plaats voor mijn feestmuziek. Ik zou vier keer in het Gelredome staan. Meer dan honderdduizend kaarten verkocht. Nou, dacht ik toen dat werd verzet, dan ga ik op toer met mijn boek. Maar al die signeersessies en lezingen gingen ook niet door. Ik zat werkloos thuis.

‘Ik mag zelf niet mopperen. Maar deze branche is groot en iedereen zit ermee. Tino Martin, Guus Meeuwis. Denk eens aan alle podiumbouwers, lichtmensen, stagemanagers. Allemaal freelancers. Dit moet geen half jaar duren.

‘Ik heb opgeruimd, de tuin gedaan. Maar ik voelde me een beetje nutteloos. Ik dacht: kan ik niet iets doen voor de ouderen in het bejaardenhuis? Maar die mogen geen contact hebben. Toen zei ik tegen mijn uitgeverij: als we ze nou een boek geven? Het leuke van een boek is dat het zo geschikt is voor als je binnen moet blijven.

‘Normaal kost een boek 20 euro en we hadden er 200 nodig. Ik heb flink wat lokale ondernemers aangeschreven en drie hebben gereageerd. De uitgeverij doet ook wat en ik sponsor een deel. En ik zie af van royalty’s hè, dat zeg ik er met klem bij.’

Rob Kemps in zijn Snollekebolles-act.Beeld ANP Kippa

Festivaltijger Floor helpt ic-verpleegkundigen aan shirts en kauwgom

Beeld Isa Grutter

‘Ze zijn ontzettend dankbaar. Of nou, van het personeel hoor ik dat, via sociale media. Daar zitten die bewoners natuurlijk niet op. Maar Best is toch een dorpje. Ik ga van de week wel kijken of ik iets opvang, over hoe ze het hebben gevonden. Ik ga ervan uit dat ze er heel blij mee zijn. Niet omdat ze daar nou iets hebben van: tjongejonge, een boek van Kemps. Maar omdat iemand aan ze heeft gedacht.’

‘Een medewerker van het Bernhoven Ziekenhuis in Uden belde me tot tranen geroerd’, zegt Floor Visser (39) uit Amersfoort. Het kleine ziekenhuis werd overspoeld door coronapatiënten. ‘We konden de ic-verpleegkundigen daar vijfhonderd shirts leveren van de Buffelrun in Boerdonk.’

Visser helpt verpleegkundigen voorzien van twee dingen die ze goed kunnen gebruiken: ademende hardloopshirts voor onder de werkkleding en kauwgom, om speeksel aan te maken als je een strak mondkapje op hebt.

‘Dit zou een topseizoen voor me worden’, zegt festivalproducent Floor. ‘Het Amersfoort Jazz Festival, de Gay Pride, 75 jaar bevrijding. Ineens viel dat allemaal weg.’

‘Mijn eerste evenement ooit was vijf jaar Loesje Internationaal, van de posters, toen ik 15 was. Mijn studie geschiedenis in Groningen mislukte omdat ik vooral tijd stak in de introductieweek en het sociëteitsbestuur. Toen realiseerde ik me: ik kan hier mijn werk maken.’

‘Het Muziekfeest van AvroTros of het Smartlappenfestival: mijn muziek is het niet, maar ik zie het plezier dat mensen daaruit halen. Er wordt weleens gezegd: zijn er niet te veel festivals, is het nog bijzonder? Nu ze er niet zijn, voel je hoe bijzonder het is.’

De actie voor de shirts en kauwgom begon met een oproep van een andere Floor, Floor Esvelt, ic-verpleegkundige in het Amsterdam UMC. ‘Iemand zag dat en vroeg mij: hebben we niet nog shirts liggen van de marathon? Die hadden we. Van die dingen die je niet weggooit, maar wat moet je ermee? Toen dacht ik: zijn deze niet ook nodig hier in Amersfoort? En kan ik niet overal lokale hardloopverenigingen aan ziekenhuizen matchen? Daar begon ik mee.’

‘Floor Esvelt had dat gezien en belde mij, of ik haar kon helpen. Want zij had vierhonderd shirts nodig en kreeg  er al negenduizend en die pasten niet meer bij haar moeder thuis. Bovendien was ze nogal druk met levens redden.’

Talloze vrijwilligers die elkaar niet kennen, werken samen. Een kennis van Esvelt is lid van een Fiat 500 Club (loods voor opslag!), een andere vrijwilliger is IT recruiter (website en socials!). Intussen zijn 50 duizend shirts en 30 duizend pakjes kauwgom bezorgd bij ic-verpleegkundigen. ‘Het is net als bij een festival: wat hebben we nodig en wie moet ik daarvoor bereiken?’

Floor Visser, voordat we afstand hielden.Beeld Cees Wouda

Dochter Heleen kan haar vader niet knuffelen, nu doet hond Lusha dat

Beeld Isa Grutter

‘Ze was al vaker even bij hem gaan zitten, maar hij was altijd een beetje bang voor haar. Nu kan ik hem niet meer aanraken. Het was zo’n mooi moment toen hij haar begon te aaien en te knuffelen’, vertelt Heleen Meertens. Haar 76-jarige vader heeft nu veel aan het contact met haar hond Lusha.

‘Mijn vader Roel heeft al zo lang als ik me kan herinneren reuma. De soort met vergroeiingen. Bij jonge mensen zie je die niet veel meer, nu zijn er medicijnen tegen. Maar die waren er voor zijn generatie nog niet.

‘Mentaal is hij scherp. Hij is erudiet. Hoogleraar sociale psychologie in ruste. Maar hij is altijd beperkt geweest, heeft al een leven lang pijn. Hij heeft wel 25 operaties gehad. Elke keer weer revalideren. Hij klaagt niet, hij draagt het. Hij beschouwt het als een gegeven: het is zo, het kan altijd erger. Hij is altijd zelfredzaam geweest, kijkt naar de mogelijkheden. Aan de andere kant kan hij ook best somber zijn.

‘Mijn vader is afhankelijk van hulp. Sinds een paar jaar gebruikt hij een rolstoel, en sinds een paar maanden heeft hij thuiszorg. Ik verzorg hem al tien jaar met mijn gezin, maar hij heeft steeds meer hulp nodig en het werd te veel voor mij. Alleen de thuiszorg en ik komen nu nog bij hem langs. Maar ik houd afstand, terwijl een knuffel juist voor ouderen zo belangrijk is. Hij wil dat we er streng in zijn. Hij is zich bewust van het risico als hij het virus oploopt. Hij is erg broos en mager.

‘Al zijn andere contacten zijn weggevallen. Hij kan met zijn vergroeide vingers niet goed op de computer of appen. Bellen gaat moeizaam omdat hij doof wordt. Boeken of de krant leest hij met een enorme loeplamp. Eerst zei hij: jullie leven is door corona meer veranderd dan dat van mij. Maar na twee, drie weken voelde hij zich toch ook steeds geïsoleerder.

‘Lusha is echt een moedertje. Ze is gevonden in een park met pups, een aantal van haarzelf, maar ook van een andere hond. Ze heeft zo’n zacht karakter. Ik merkte dat zij al weleens bij mijn vader ging zitten als ik haar meenam. Voorheen gedoogde hij haar hoogstens.

‘Nu vraagt hij of ik haar twee uurtjes bij hem wil laten, als ik boodschappen ga doen. Hij is fragiel. Als ze tegen hem op zou springen, zou hij omvallen. Maar dat doet ze niet.’

Roel met Lusha.Beeld Heleen Meertens

Marion helpt mensen die nét niet arm genoeg zijn voor de voedselbank

Beeld Isa Grutter

Marion de Koning heeft een slachtvarken gekocht. ‘Vlees is duur voor mensen en dit leek mij het voordeligst. Van zo’n varken heb je bijna 100 kilo vlees.’ Marion (54) voorziet 55 gezinnen in Vught wekelijks van boodschappen. Gezinnen die nét te veel verdienen voor de voedselbank, maar niet genoeg hebben om fatsoenlijk rond te komen.

‘Ik werk nu zeven dagen in de week in plaats van vijf. Van de week zijn er al vijf gezinnen bijgekomen en dat zal volgende maand nog oplopen. Er zitten bijvoorbeeld mensen bij die poetsen, die kunnen ineens nog maar vier uur per week werken in plaats van twintig. En een paar plaatselijke ondernemers.’ 

Ter indicatie: een gezin met twee ouders en twee kinderen kan pas terecht bij de voedselbank als het na aftrek van vaste lasten 515 euro of minder overhoudt per maand.

Marion doet alles vanuit huis: ‘Doordat mijn man ernstig ziek is en ik hem moet verzorgen, leef ik eigenlijk altijd binnen vier muren. Ik kan niet meer de maatschappij in, dus ik vind dat de maatschappij dan maar bij mij aan de deur moet komen.

‘Het begon er ooit mee dat ik tweedehandsspullen inzamel. Daar zet ik dan een foto van online en wie ze wil hebben, mag betalen in boodschappen. Een lamp voor koffiepads, bijvoorbeeld. Die boodschappen zijn voor de gezinnen die ik help. Ik krijg inmiddels ook gelddonaties. En spullen. Nu met corona heb ik dingen gekregen van het taleninstituut Regina Coeli, ook wel de Nonnen van Vught. En van Van der Valk. Yoghurt, uien, eieren, ik neem het allemaal aan.

‘Ik heb zelf financiële problemen meegemaakt. Mijn man was tandprotheticus, maar kon niet meer werken. Ik stond in een kledingzaak, maar stopte om voor hem te zorgen. We moesten lang wachten op een pgb, dat was net die tijd dat alles daarmee vastliep. Dus we verkochten ons huis, we verkochten de auto. Ik had soms nog geen 25 euro om een weekkaart te kopen voor ov naar het ziekenhuis. Toen we in wat rustiger vaarwater kwamen, wilde ik iets doen voor andere gezinnen in zo’n situatie.

‘Het is allemaal veel groter geworden dan ik had verwacht. Met een stichting, Mariton, en vier vrijwilligers. Albert Heijn sponsort veel. Bij een plaatselijke bakker mag ik een dag per week brood ophalen dat over is. Bij twee restaurants mag een gezin één keer in de maand gratis eten. Ik heb ook een klusteam. En normaal gesproken heb ik mijn pan. Elke week vult iemand anders die. Met soep, een stamppot of macaroni. En dan komen gezinnen met bakjes aan de deur en deel ik eten aan ze uit. Want die mensen kunnen niet zoals jij en ik even naar de friettent of de Chinees.’

Marion tussen haar boodschappen.Beeld Marion de Koning

Hoogleraar Dirk (80, ‘krakkemikkige longen’) werd uit Parijs gered door leden van zijn oude dispuut

Beeld ISA GRUTTER

‘Ik dacht: verdomme, ik zit als een rat in de val: 80 jaar, krakkemikkige longen, in een studiootje in Parijs waar ik niemand ken. In een gebouw met eindeloos veel deuren en knopjes. Ik stuurde een zielig en angstig mailtje aan het literaire studentengezelschap in Amsterdam waar ik in 1958 lid van was geworden. En in een mum van tijd stonden ze in mijn straat om me op te halen: twee studenten in een van een moeder geleende auto.’

Dirk Salomons vond het een droom, gastcolleges geven aan de Sciences Po. Na een carrière van decennia in de ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp, vooral bij de VN, werd hij hoogleraar aan Columbia University in New York. Nu kreeg hij de kans om Parijs een paar maanden goed te leren kennen. ‘Twee colleges heb ik gegeven. Geweldige studenten, collegezalen vlak bij Saint-Germain-des-Prés. Letterlijk als God in Frankrijk.’

‘Toen kwam die pandemie als een golf op ons af. Parijs bezweek voor mijn ogen. De universiteit zei: wij gaan dicht, we zijn een besmettingshaard. Het was direct duidelijk dat ik niet terug kon naar New York, waar ik sinds 1973 woon. Ik zag dat het daar al een chaos werd. Ik heb een stacaravan op de Veluwe voor als ik in Nederland ben. Dat leek me de beste optie. Maar ik kon moeilijk naar Gare du Nord en in de trein met de meute.’

‘Vorig jaar had ik een mail gekregen van een meisje dat net als ik vroeger bij V.N.I.C.A zat en een logeeradres zocht in New York. Het is een dispuut dat al sinds 1850 bestaat, Gorter is nog lid geweest. Ik had haar mijn flat laten gebruiken. Zij heeft direct twee leden gemobiliseerd die me nét voor de grenzen sloten naar Nederland hebben gekregen. Ik was niet verbaasd. Zo’n vreemde oude subcultuur blijft altijd bestaan, een beetje onder het gebladerte.’

‘Nu zit ik in ballingschap in mijn caravan. Met prachtig uitzicht op de bomen en de vogeltjes. Wel heel vervelend dat ik niet bij mijn kinderen ben. Mijn zoon is inspecteur bij de politie in New York. Hij heeft het coronavirus net achter de rug. Een groot deel van het korps is ziek of zit in quarantaine. De anarchie dreigt daar. ’

‘Ik heb een net pak hangen in de caravan. Want als ik in Nederland ben, is het nogal eens voor de begrafenis van een lieve vriend. Ook nu is er een overleden. Maar hij is in zeer kleine kring gecremeerd, dus het pak kon blijven hangen.’

‘Eerst zat ik teveel te wachten op de volgende dag. Daarom heb ik een lang gesprek met mezelf gehad: ik moet mijn leven aanpassen aan deze nieuwe, meer introverte wereld. Dus niet meer elke avond een James Bondfilm kijken, maar lezen. Ik loop elke dag een uur in het bos. En ik geef de colleges die ik in Parijs zou houden via Zoom. Sommige studenten zitten inmiddels in de VS of Taiwan. Maar ondanks de tijdsverschillen zijn ze er steeds bijna allemaal.’

Dirk Salomons.

Hartverwarmende verhalen over hulp

Hoe moet het als je ineens je zwaar autistische zoontje de hele dag thuis krijgt? Wat is de waarde van een telefoontje als je in het verpleeghuis zit? Hoe vergaat het de student die zonder enige ervaring brugklassen les geeft? En van wie krijgen jarigen extra aandacht, nu een feestje er niet bij is? 

Lees hier de eerdere afleveringen van Hulptroepen, over helpen en geholpen worden in de coronacrisis

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden