'we waren best tevreden, het was toch tijdelijk'

Simon Tahamata (46) is coach van Germinal Beerschot Antwerpen en voormalig profvoetballer. De eerste vijf jaar van zijn leven woonde hij in het woonoord Lunetten bij Vught....

Graag had Simon Tahamata zijn jeugd beleefd in Ihamahu, een kampong op het tro pisch eiland Saparua. Maar de oorlog heeft hem dat geluk ontnomen. De oorlog bracht zijn ouders naar Lunetten, een woon oord bij het Brabantse stadje Vught. Een verzameling barakken met een hek eromheen en prikkeldraad en een bewaker bij de poort en een slagboom zodat je niet naar buiten kon (en de witten niet naar binnen). Kamp Vught, 1956.

Daar dus kwam de voetballer ter wereld. Nummer zes van twaalf kinderen; vanwege die omvang had het gezin Tahamata de beschikking over twee kleine kamertjes, bijkans volledig gevuld met driehoog-stapelbedden. De muren waren er van stro. In de hoek een metaalzwarte kolenkachel, waarvan nu nog een exemplaar is te vinden in barak 1b. Dat is zo'n beetje de enige authentieke plek in het kamp. Omdat het zo'n beetje de enige barak is die niet tegen de vlakte ging.

Goed, het oude Lunetten is tien jaar geleden gesloopt. Maar veranderd is er weinig. De nieuwbouw lijkt verdacht veel op de oudbouw, de sfeer moest behouden blijven. De straten zijn er genoemd naar de schepen die het volk naar Holland brachten: Roma, At lan tis, Astorias. Zodat niemand het vergeet.

Simon Tahamata treedt binnen in de wereld van zijn vroege jeugd. Hij woonde er tot zijn 5de. Daarna verhuisde het gezin naar Tiel. 'We gaan aanbellen, oké? Ik ken niet iedereen hoor, maar je kunt hier gewoon aanbellen.'

Hij is de man die het gemaakt heeft. Ver maard linksbuiten, geroemd om zijn snelheid en dribbels. Al jaren is hij Belg, woonachtig in Tongeren en coach bij voetbalclub Germi nal Beerschot Antwerpen. Draagt een mooie beige wollen jas die bijna tot zijn enkels reikt, daaronder een goed pak 'want vanavond is het wedstrijd'. Hij loopt met ferme pas het kamp op.

Het is er koud en grijs vandaag, daarom zijn de deuren dicht, de straten leeg. De huizen ook. Op zoek naar een sleutel van de oude barak 1b tikt Simon Tahamata op ruiten, zwaait naar een auto verderop, belt aan bij tante Loes.

Die is thuis.

'Simon, kleine jongen!', zegt tante Loes. 'Kom je eindelijk weer eens langs bij je oude usi. Geef een kusje, dan krijg je koffie.' Haar huis is warm en kunstig ingericht met koperkleurige gordijnen. De kamer is vol wierook en jazzmuziek. Ze knipoogt. 'U moet weten, Simon was bijna mijn schoonzoon geweest. Ga zitten!'

'Nee', zegt Simon.

'Simon!', zegt tante Loes, 'Ga zitten! Drink koffie van je oude tante.' 'Hoeft niet tante', zegt Simon. 'We zoeken alleen de sleutel van die oude barak.'

'Jongen', zegt tante Loes, 'In barak 1b zit nu de kerk. Dan moet je daarachter wezen bij ome Nelis weetjewel, die met Leandra is getrouwd.'

Zo gaat Simon de kou weer in. Onderweg omhelst hij een jongen van de derde generatie. 'Ik mag niet meer voetballen, Simon', zegt hij. 'Zwakke knie.'

'Hoe kun je dat nou hebben, man!', lacht Si mon. 'Een zwakke knie. Dat had ik nooit. Verder alles goed?' Volgt nogmaals een omhelzing.

De derde generatie, zegt Tahamata later, die woont hier nog steeds en daar komt het op aan. Zelf is hij zijn Molukse wortels nooit vergeten - ook al was hij maar twee keer in zijn leven op Ambon. 'Gelukkig zijn de meesten van de derde generatie zoals ik. Ze voelen zich Moluks. Veel jongeren die Lunetten verlaten, komen later weer terug. Ik niet hoor. Ik ben nu een echte Belg. Haha!'

Deze plek heeft een rare geschiedenis. De Duitsers bouwden er in 1942 een concentratiekamp, Durchgangslager Herzogen busch. Erg er dan Westerbork, zeggen ex-gevangenen die de oorlog overleefden. Dat kamp deed vervolgens, vanaf 1951, dienst als tijdelijke opvang voor meer dan drieduizend Moluk kers: knil-militairen en hun familie.

Lunet ten werd een eigenzinnig Moluks dorp op Brabantse grond, met een eigen ziekenhuis, een centrale keuken, kerken, scholen, padvinders, winkels. En een eigenzinnig dorp is het al die tijd gebleven, ook al was dat niet de bedoeling. Al snel bleek terugkeer naar de Moluk ken geen optie en werd de tijdelijke status een blijvende. In de nieuw bouw wonen nu ook witte Neder landers - maar die zijn ge trouwd met een Molukker.

Ook de militaire sfeer is blijven hangen. Rechts de strengbewaakte kazerne van de landmacht. Links de strengbewaakte gevangenis van Vught, met de Extra Beveiligde Inrichting voor vluchtgevaarlijke criminelen. De 6 meter hoge muur rijst steil op achter de huizen. 'We zitten hier heel safe', lacht Augusta Taihuttu. 'Er kan ons niks gebeuren met justitie en defensie zo vlakbij.'

Augusta heeft de sleutel van de kerk, die tijdelijk is gehuisvest in barak 1b. Ze gaat Simon Tahamata voor. Ze zijn van ongeveer dezelfde leeftijd. 'Mooi geworden, toch?'

'Heel mooi', zegt Simon.

'Vroeger was dit de kantine', zegt Augusta. 'Daar werd gegokt en gedronken. Nu is het de kerk. Dat vind ik wel symbolisch.'

Het is er licht en ruim. De houten banken komen van de gesloopte oude kerk op het terrein, de houten vloer bleef ook intact - al lag er vroeger blatum op, zoals ze het linoleum toen noemden.

Achter de preekstoel begint een gang met aan weerszijden kamers. 'In dat soort hokjes leefden we toen', zegt Tahamata. 'Klein, hè. Man, wat klein. Moet je je voorstellen: met een heel gezin in zo'n kamertje. Dat kún je je niet voorstellen. De zus van mijn moeder had ook tien kinderen, en die woonden naast ons. Het lawaai kan ik me niet herinneren, dat is zo lang geleden. De drukte wel.'

Vonden ze het erg, hier wonen?

'Nee. Het waren toch gewoon soldaten, gewend om in barakken te leven, gewend aan het verhuizen. Ze waren best tevreden. Het was toch tijdelijk. Pas later werd het erg, toen bleek dat we niet meer terug zouden gaan. Toen de zelfzorg kwam, wat betekende dat Nederland niet meer voor ons zou zorgen. Toen pas drong tot ons door dat we verraden waren.'

Hij loopt door het voorste deel van de barak. Dat is ongerestaureerd. Daar moet ooit een museum komen. Nu stort het pannendak bijkans in, bladdert verf van de kozijnen en buigt het paneelplafond flink door.

Binnen staat een stapelbed. Dat is nog gebruikt bij een toneelvoorstelling over de Mo lukse zaak, hier onlangs opgevoerd. Er achter hangt een schilderij; de Goede Herder met zijn schapen. 'Iedereen had zo'n ding op zijn kamer hangen', zegt Simon Tahamata. 'Dat stapelbed, dat schilderij, die kachel - ik was heel klein nog, maar herken het wel. Het is een gevoel.'

Buiten blijft het koud. Vooruit dan, nog even koffie drinken bij tante Loes. Die natuurlijk geen echte tante is. 'Jullie begrip van familie is wat anders dan het onze', zegt Simon. 'In zekere zin is iedereen hier familie. Het is gewoon respectvol om bung (oom) en usi (tante) te zeggen tegen de oudere generatie. Ook al ken je hen nauwelijks.'

Tante Loes zet verheugd taart op tafel. 'Nee joh!', zegt Simon. 'Dat hoeft niet, we blijven maar even.' Hij trekt zijn jas uit, gaat zitten, eet taart. 'Jongen, jongen', zegt tante Loes. 'Komt Simon zomaar langs. Jouw broer komt altijd bij me langs. Al is het maar twee minuten. Effe een kusje voor tante Loes.'

'Ik doe dat dus niet', zegt Simon.

Op dat moment komt Glauke binnen, dochter van Loes en Jack, een paar jaar jonger dan Simon. Ze woont aan de overkant van de straat. 'Daar is ze!', zegt tante Loes. 'Ze was nog bijna je vrouw geworden, Simon!'

'Alsjeblieft zeg', zegt Glauke. 'Met hém trouwen?'

'Nooit', zegt Simon, en ze bekvechten verder in het Maleis. 'Ze houden nog steeds van elkaar', concludeert tante Loes, die nog een schaal met soesjes op tafel zet.

'Die zangeres van de Vengaboys', zegt Glau ke, 'heeft in een interview verteld dat ze Mexicaanse is. Maar ze komt gewoon van Lunetten!'

'Tsjaaaah', zegt Simon. 'Hoe kun je nu je afkomst verloochenen?' 'Wat een trutje, hè', zegt Glauke.

'Weet je waarvoor ik bang ben?', zegt Si mon. 'Dat het wegvaagt. Dat de herinnering aan de Molukken verdwijnt. Mijn zoons spreken Maleis, hè, dat heb ik hun geleerd. Dat is belangrijk. Anders is alles van '75-'77, van de kapingen bij Wijster en Beilen, voor niks geweest. Aanpassen is goed, maar je moet niet alles overboord gooien.'

'Simon is een lieve jongen maar hij kan fel zijn, hoor', zegt tante Loes. 'De vorige keer zat hij met bung Jack te huilen voor de televisie, toen ze keken naar de berichten uit Am bon.'

Ze kijken allemaal naar Simon.

'Zo', zegt Simon. 'Vanavond weer een wedstrijd. Het is toch anderhalf uur rijden, hè, naar Antwerpen. Zullen we maar gaan?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden