We vergeten in de wetenschap dat het ook zonder plan en subsidie kan

Foto de Volkskrant

De afgelopen weken zing ik steeds flarden uit liedjes van Harry Bannink. Bijvoorbeeld Wat voor weer zou het zijn in Den Haag? als ik door de stromende regen naar huis fiets. Of Aan de trapeze, aan de trapeze terwijl ik de kopjes de vaatwasser inslinger. Dat alles komt door Gijs Groenteman en zijn De grote Harry Bannink podcast. Elke aflevering interviewt Groenteman iemand die met Bannink heeft gewerkt. Al die interviews zijn geweldig, of het nou met de grote musicalster Willem Nijholt is of met de vileine Margot de Boer die onder andere achter de schermen van Ja zuster, nee zuster werkte. Groenteman praat met hen over de melodieën van Bannink: hoe ze gemaakt werden, en hoe het was om ze te zingen. Vervolgens laten ze weer zo'n fantastisch liedje horen en met een beetje geluk zingt de gast zachtjes mee.

Op Wikipedia telt de Lijst van composities van Harry Bannink maar liefst 2.276 nummers. Nu zou ik hierbij natuurlijk allerlei dingen kunnen berekenen. Hoe lang duurt het om al die nummers achter elkaar te beluisteren? Als je wekelijkse podcasts maakt met twaalf nummers per keer, hoeveel maanden kun je dan door met dit archief? Op hoeveel manieren kun je de complete Top 2000 vullen met alleen nummers van Harry Bannink? En wat is dan de kans dat zo'n Top 2000 leuker is dan de gewone?

Maar De grote Harry Bannink podcast zette me vooral aan het denken over de manier waarop je dingen maakt. Bij het luisteren viel me op dat er geen tune van een omroep klinkt, geen sponsors genoemd worden en niet om geld van de luisteraars wordt gevraagd. Ik vroeg Gijs Groenteman of hij die podcast inderdaad helemaal zelf en onbetaald maakt. Hij antwoordde dat hij twee halfhartige pogingen had gedaan om steun te krijgen, maar dat het hem toch het fijnst leek om alles zelf te maken precies zoals hij het wilde. Zonder dat hij vooraf een heel plan moest maken, omdat hij zelf niet eens precies wist wat hij wilde. En zonder dat hij jonge luisteraars moest zien te bereiken of niet te lang van stof mocht zijn.

Ik vind het hoopgevend dat zoiets zonder plan en subsidie gewoon gemaakt wordt en dan succes heeft (waarbij je zelfs kunt kiezen wat je een maat voor succes vindt: prachtige programma's maken of in de iTunes-toptien van Top Podcasts staan). Soms denk ik dat we in de wetenschap bijna vergeten dat het ook zo kan.

In Hans van Maanens boek De eerste stap in de wetenschap beschrijft geneticus Hans Clevers hoe houtje-touwtje zijn carrière begon: 'Achteraf gezien was er geen concreet plan of vraagstelling en ben ik zomaar aan de slag gegaan.' Dat zomaar beginnen, leidde tot een reeks ontdekkingen over ons immuunsysteem. Na iets meer dan een jaar had Clevers al genoeg materiaal voor een proefschrift. Dat aanklooien aan het begin was het startpunt van een glanzende carrière met baanbrekend stamcelonderzoek, waarvoor Clevers prijs na prijs won. Maar het wrange is dat hij in het boek vervolgens zegt dat wat hij deed tegenwoordig niet meer zou kunnen: 'Als ik nu een aio (promovendus) zou krijgen die het zou willen doen zoals ik het gedaan heb, zou ik hem waarschijnlijk meteen wegsturen.'

En ineens hoor ik mezelf neuriën: 'Toen, lang geleden, was het fijn. Maar ja, toen waren we nog arm.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.