We staarden naar de bruine stenen

Voormalig Volkskrant-journalist Fred de Vries is zijn vrouw nagereisd. Sinds december 2000 is zij ambassadeur in Asmara, Eritrea, een van de tien armste landen ter wereld....

Soms voel ik me hier net Martin Bril of Frits Abrahams. Niet zozeer als begenadigd columnist, maar als toeschouwer, als vlieg op de muur bij non-gebeurtenissen die het toch verdienen vermeld te worden.

Zo bevond ik me pas tussen een clubje diplomaten en lokale hoogwaardigheidsbekleders. De locatie was net buiten Asmara. We stonden in een kring naar een gat in de grond te kijken. Aan de rand van dat gat legde een Amerikaanse archeoloog - baseballcap, grijze baard, ribbroek - uit dat we hier bij opgravingen stonden die gedeeltelijk dateerden uit 800 voor Christus. 'De oudste permanente vestiging in de Hoorn van Afrika.'

We staarden naar de bruine stenen tussen het dorre gras en lieten deze mededeling op ons inwerken.

De Amerikaan was geestdriftig. Dat zie je niet vaak bij expats in Eritrea. Die zijn doorgaans cynisch of klagerig. Hij vertelde over de mogelijk honderden schatten die in en rond Asmara onder de aarde verstopt liggen. En dat het Intercontinental Hotel, even verderop, de faux pas had begaan dergelijke stenen te gebruiken voor de muur rond het hotel.

We gromden verontwaardigd.

De man gaf het woord aan zijn Eritrese studenten, die volgens hem zonder enige buitenlandse begeleiding een maand lang hadden zitten graven en schrapen. We knikten beleefd: ja ja, ze kunnen het best, die Afrikanen.

De studenten vertelden over wat ze allemaal hadden gevonden aan bekers, potten, stenen werktuigen en zelfs een fossiel zaadje. Toen ze uitgesproken waren, klapten we.

Een fossiel zaadje.

De Amerikaan nam het woord weer. We waren hier niet voor niets, zei hij. Projectontwikkelaars hebben het gemunt op de velden met al die archeologische schatten. Dat moet worden voorkomen. Maar daar is geld voor nodig. Hij keek de diverse ambassadeurs indringend aan.

Deze plek, vervolgde hij, kan gemakkelijk uitgroeien tot een toeristenattractie. En de lokale gemeenschap kan daar nauw bij betrokken worden. Hij raakte op dreef. Er kan een toegangspoort komen, een tentje voor drankjes en spijzen, opzichters. 'Zeker twaalf mensen uit de lokale gemeenschap kunnen hier werken.'

We keken naar het dorre gras, de stenen en de scherven in de put en probeerden ons de drommen toeristen voor te stellen.

De man wilde meer zeggen. Maar zijn woorden werden weggevaagd door een hels kabaal. Als één man wendden we ons hoofd en zagen twee enorme stofwolken.

Legertanks.

Ik peinsde over de slotzinnen van Bril en Abrahams.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden