Interview

'We opereerden en huilden tegelijkertijd'

In de Syrische stad Aleppo zijn de ziekenhuizen op één hand te tellen. De artsen die zijn achtergebleven, zijn overwerkt en getraumatiseerd. Abo Nasr was een van hen. Een dag na aankomst in de Turkse grensplaats Kilis doet hij zijn relaas.

Een gewonde strijder wordt behandeld in het Dar al-Shifa hospitaal in Aleppo. Het ziekenhuis is geregeld gebombardeerd door het regeringsleger.Beeld afp

De 24-jarige student medicijnen, Abo Nasr, is negen keer aan de dood ontsnapt. Zeven keer raakte hij gewond aan de frontlinie van Aleppo, waar hij medische hulp verleende. Hij wist te ontglippen uit handen van radicaal-islamisten, die hem zeventig dagen gevangen hielden en martelden. En het Centrale Ziekenhuis, waar hij werkte, werd platgebombardeerd toen het medische team toevallig even buiten stond.

Nasr is na een riskante vlucht uit Aleppo aangekomen in de Turkse grensplaats Kilis. Hij gebruikt een schuilnaam, uit angst dat zijn familie iets zal overkomen. Om die reden wil hij ook niet herkenbaar op de foto.

De medicijnenstudent leerde het doktersvak de afgelopen twee jaar letterlijk in de praktijk kennen. Vooral de laatste maanden waren zwaar. Het regime van de Syrische president Bashar al-Assad bestookt de oppositiebuurten in Aleppo, waaronder de wijk Hanano met het ziekenhuis, voortdurend met zware vatenbommen, olievaten met springstof die vanuit een vliegtuig worden afgeworpen. Die kunnen in één klap een gebouw met meerdere verdiepingen wegvagen. 'We waren soms twintig uur achter elkaar in de weer', zegt Nasr. 'De gewonden, allemaal burgers, bleven maar komen. Er was alleen maar bloed, bloed, bloed.'

Een gewond meisje van 7 jaar ziet hij nog altijd voor zich. 'Ik moest een kleine operatie bij haar uitvoeren en zei dat het misschien een beetje pijn zou doen. Ze antwoordde dat de pijn haar niets kon schelen, maar dat ze haar moeder wilde zien. Haar moeder lag buiten, uiteengereten in honderd stukjes. Ik opereerde het meisje en kon mijn tranen daarna niet meer bedwingen.'

Ook de meest ervaren artsen hebben het moeilijk in Aleppo. 'Er werd geopereerd en gehuild tegelijkertijd', zegt Nasr. De artsen, het waren er zes in totaal, waren dag en nacht in het ziekenhuis. Geslapen werd er nauwelijks. 'We waren allemaal overwerkt.'

(Tekst loopt door onder de foto)

Abo Nasr bij de Turkse grensovergang.Beeld Persoonlijk archief
Abo Nasr nadat hij gewond is geraakt.Beeld Persoonlijk archief
Abo Nasr aan het werk in Aleppo.Beeld Persoonlijk archief

Frontlinie

Vooral de reizen naar de frontlijn waren riskant. In de ene hand droeg hij een tas met medicijnen, in de andere een kalasjnikov. 'Ik had geen flauw idee hoe ik die moest bedienen.' De operaties werden uitgevoerd tegen een decor van bombardementen en beschietingen. Een van zijn collega's, een goede vriend van Nasr, werd voor zijn ogen gedood. 'Hij had die middag nog gezegd dat hij het niet te laat kon maken, omdat zijn vrouw hun eerste baby verwachtte.'

Het onheil zat Nasr niet alleen tijdens zijn werk op de hielen. Een half jaar geleden werd hij op weg naar het ziekenhuis ontvoerd door een islamitische groepering. Uit veiligheidsoverwegingen wil hij de naam liever niet noemen. Ze hadden het op hem gemunt, omdat hij bekendstond als 'seculier'. Zijn lange haar werd afgeknipt en hij werd gruwelijk gemarteld. 'Mijn nagels werden er allemaal uitgetrokken. Ook werd ik aan een plank vastgebonden, met mijn benen in de lucht. De zweep ging vervolgens alle kanten op.' Hij trekt zijn broekspijp een stukje omhoog om een van zijn littekens te laten zien. Een hoge commandant bij het Vrije Syrische Leger, met wiens zoon hij bevriend is, wist hem na lang onderhandelen vrij te krijgen.

Toen Nasr ontdekte dat zijn vriendin tijdens zijn gevangenschap verloofd was met een ander, besloot hij Syrië te verlaten. Maar een paar dagen voor vertrek, vond er een groot bombardement plaats. Daarbij kwamen twintig personen om het leven. Plichtsgetrouw bracht hij gewonden naar het ziekenhuis en behandelde ze daar. 'Een klein meisje kwam later naar me toe om me te bedanken. Ik had haar vader gered, zei ze. Dat was voor mij een reden om toch te blijven.'

Abo Nasr verleent medische hulp aan de frontlijn. Hij heeft een kalasjnikov en een veldbed mee.Beeld Persoonlijk archief

Platgebombardeerd

Het ziekenhuis waar Abo Nasr in Aleppo werkzaam was, bestaat niet meer. Drie maanden geleden is het met vatenbommen platgebombardeerd. 'Het gekke is dat we de eerste twee uur vreselijk moesten lachen, waarschijnlijk omdat we opgelucht waren dat niemand van ons was gedood. Een paar uur later realiseerden we ons pas echt wat er was gebeurd en hebben we met z'n allen gehuild. We beseften dat we misschien nooit meer zo intensief zouden samenwerken. Het voelde alsof ik een familie kwijtraakte. Ik heb zwartgallige dagen in het ziekenhuis meegemaakt, maar man, wat ga ik het missen.'

Op aandringen van zijn moeder is Abo Nasr alsnog uit Syrië vertrokken. Vanuit Turkije probeert hij met hulp van smokkelaars West-Europa te bereiken. Daar hoopt hij zijn studie medicijnen te voltooien. 'Zodra het kan, ga ik terug naar Syrië', zegt hij. 'Ik wil daar een kliniek oprichten voor kinderen die hun ouders tijdens de oorlog zijn verloren.'

468 artsen gedood

Voor de oorlog telde Aleppo, een stad met 2,5 miljoen inwoners, volgens het medische tijdschrift The Lancet 6.000 artsen. Nu zijn er nog slechts 20 gecertificeerde doktoren en een onbeduidend aantal medicijnenstudenten actief op een populatie van 300 duizend burgers. De meeste artsen zijn de stad uit gevlucht of gedood tijdens de bombardementen op onder meer ziekenhuizen. Volgens een rapport van Human Rights Watch (HRW), dat dit jaar verscheen, vonden er tussen maart 2011 en maart 2014 in heel Syrië 150 aanvallen op 124 medische instellingen plaats. Daarbij kwamen 468 artsen om het leven. Het Syrische regeringsleger is verantwoordelijk voor 90 procent van die aanvallen, aldus HRW.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden