We, myself and I

In politiek Washington zijn ze vooral nog met zichzelf bezig. De nieuwssite Politico - die letterlijk alles wat onder politici gebeurt als nieuws beschouwt - heeft daarbij een grote invloed.

W aar hij woont, weet bijna niemand, zelfs zijn beste vrienden niet. Ergens in Washington D.C., zoveel is zeker. Waarschijnlijk staat journalist Mike Allen elke dag ruim voor half vijf op, want tussen half zes en half acht verstuurt hij zijn nieuwsbrief Playbook naar de drieduizend invloedrijkste mensen in de Amerikaanse politiek. Een paar minuten later ontvangen nog zo'n 25 duizend abonnees de mailing.


Parlementaire verslaggevers, persvoorlichters, lobbyisten, ambtenaren en politici lezen Playbook voordat ze ontbeten hebben en zijn zo op de hoogte van alles wat er die dag binnen de Beltway, de ringweg om de hoofdstad, gebeurt - van politieke roddels en de laatste besluiten tot inside jokes en de verjaardagen van senatoren (en hun kinderen).


Op deze manier bereikt Politico, de Amerikaanse nieuwssite over politiek waarvoor Allen schrijft, haar ambitieuze doel: 'to own the morning'. Iedereen die geïnteresseerd is in politiek (en dus ook iedereen die werkt in de politiek) moet elke ochtend in aanraking komen met Politico, zo luidt het credo. Naast Playbook en de website kan dat via de gratis krant die vijf dagen in de week in Wash-ington verspreid wordt, of in praatprogramma's op radio en tv, waar de verslaggevers van Politico aangemoedigd worden om zo vaak mogelijk te verschijnen. De invloed van Politico is inmiddels zo groot dat wel wordt gesproken van de ver-Politico-isering van Washington. En daar is lang niet iedereen blij mee.


De site kent vele 'haters', zoals Politico haar critici noemt. De informatie is zo specialistisch, dat de kloof tussen de burger en de politiek alleen maar wordt vergroot. Politico zou de afgesloten cultuur van Washington voeden en niet geïnteresseerd zijn in het controleren van de macht. Daarnaast worden droge politiek processen opgepompt tot sexy intriges en machtsspelletjes. Verslaggevers moeten zich in eerste instantie afvragen of hun stuk een 'most-e-mailed-story' zou kunnen zijn, zoals uit een uitgelekte memo bleek.


Mike Allen, een man die tweeduizend e-mails per dag krijgt en vergroeid is met zijn Blackberry, staat aan de wieg van Politico. John F. Harris en Jim VandeHei, beiden afkomstig van The Washington Post, begonnen de website in 2007, vlak voor het begin van de eerste presidentiële campagne van Barack Obama, en vroegen Allen, die ze kenden van zijn tijd bij The Post, om als eerste verslaggever het team te versterken. Andere bekende columnisten en journalisten, zoals Roger Simon en Bill Nichols, volgden en waagden ook de stap van een gerenommeerde krant naar een journalistieke start-up.


Als je de kranten erop naslaat, zie je dat scepsis overheerste bij de lancering van Politico: een nieuwssite die zich alleen op politiek richt, daar is toch geen publiek voor? Wie is er nou geïnteresseerd in de bureaucratische papiermolen van Washington D.C.? En trouwens, er zijn toch al uitstekende kranten die de werking van de politiek blootleggen?


Incestueus

Enkele maanden later kregen de sceptici al antwoord. Tijdens de presidentsverkiezingen in 2008 tussen Obama en McCain piekte het verkeer op Politico tot elf miljoen bezoekers. En met 75 redacteuren, van wie acht in het Witte Huis, kon de jonge organisatie gemakkelijk concurreren met The Washington Post, The Wallstreet Journal en The New York Times, kranten waar de redacties eerder krimpen dan groeien.


Politico heeft inmiddels 175 man redactioneel personeel en lanceerde twee weken geleden een tweemaandelijks glossy tijdschrift waarin achtergronden en lange reportages staan. Ook nam Robert Albritton, eigenaar van Politico en meerdere televisiezenders, vorige maand de website Capitol over, waarvan hij de 'Politico van New York' wil maken.


Vanuit de rest van Amerika krijgt Washington steevast het verwijt naar binnen gekeerd te zijn en alleen maar geïnteresseerd in zichzelf en elkaar. Een incestueus wereldje waar alles om netwerken en invloed uitoefenen draait. Het machtscentrum van de Verenigde Staten, schertsend ook wel 'Hollywood for the ugly' genoemd, is ontoegankelijk en onbegrijpelijk voor de gemiddelde Amerikaan. Politico staat er niet om bekend de barrière tussen Washington en de rest van het land geslecht te hebben. Sterker, door zich puur te richten op 'driving the conversation' in dat kleine wereldje, heeft Politico de zelfobsessieve Beltway-cultuur alleen maar versterkt.


Een van de manieren waarop de website daaraan heeft bijgedragen, is de constante stroom updates. Elk nieuwe bericht betekent voor een insider de mogelijkheid dat zijn naam genoemd wordt. In een stad waar niets zo waardevol is als je contacten, biedt Politico een 24/7 update van wie het met wie doet.


Waar CNN de nieuwscyclus terugbracht van een etmaal naar een paar uur, heeft Politico de gang van bron naar journalist tot publicatie verder gereduceerd tot een minuut of twintig. De hele dag door verschijnen er nieuwe berichten op de site. Minutieus worden alle beleidsvelden uitgekamd en iedere ontwikkeling is een nieuwtje. Elke seconde telt als je de eerste wilt zijn die het nieuws brengt. Dat leidt er logischerwijs toe dat verhalen soms niet goed gecheckt zijn.


'Ik geloof niet het in adagium: het internet corrigeert zichzelf', zegt Simon, die voor Politico bij The Chicago Tribune werkte. 'Dus dat je een leugen publiceert en dat een ander tweet dat het niet klopt. Zo hoort het niet. Maar Politico wil gewoon de eerste zijn, dus dan wil er nog weleens een fout doorheen sluipen.'


Volgens een profiel van Politico in Vanity Fair is de website 'door zijn overdreven inspanningen en fixatie op zaken die niemand anders zouden kunnen interesseren dan de persoon waarover het gaat en de auteur die het opschrijft, een soort constante parodie op zichzelf'.


Zie bijvoorbeeld de kop van Playbook van afgelopen woensdag: 'BRIGHT SPOT: State exchanges see enrollment momentum -- AMAZING STAT: JPMorgan spent $100 million on contingency planning for U.S. budget crises -- NEEL KASHKAIR builds campaign machine in Calif.' Voor iedereen buiten Washington zou het net zo goed Chinees kunnen zijn.


Het 'nieuws' is soms schaamteloos triviaal. Een blogpost uit 2010: 'Lights are out throughout much of the Longworth House Office Building, a denizen tells me. UPDATE: They are back on.'


Nieuwssites draaien om wat Amerikanen 'eyeballs' noemen, oftewel clicks en hits. Bekende Amerikaanse sites als Buzzfeed en Huffington Post leven van advertentie-inkomsten en zijn er dus bij gebaat zoveel mogelijk verkeer te genereren. Buzzfeed doet dat met een oneindige stroom aan lijstjes met uiterst klikbare titels ('39 Cats That Look Like Ricky Gervais') en Huff Post geeft zowat iedereen met een internetverbinding de mogelijkheid om een stuk te schrijven, waardoor het in veel verschillende gemeenschappen doordringt.


Politico, dat de helft van de inkomsten uit de papieren krant haalt, heeft zichzelf als onmisbaar mediamoment gepositioneerd door binnen een niche overal bovenop te zitten - zelfs al is het de werking van de lampen in een overheidsgebouw. Playbooks ondertitel luidt dan ook: 'a mustread briefing on what's driving the day in Washington'. Voor het constant vasthouden van de aandacht hebben de Amerikanen een mooi woord: 'mind-share'. Politico heeft daar patent op .


Naast Playbook heeft de organisatie nog acht andere 'tip-sheets' die je kunt volgen om op elk beleidsterrein op de hoogte te blijven. De informatie is zo gedetailleerd dat het nauwelijks meer journalistiek of nieuws is te noemen - het zijn simpelweg alle beschikbare data, enigszins gerangschikt op relevantie.


Hetzelfde wordt gezegd van Playbook, dat niet bepaald bekend staat om Allens fijnzinnige schrijfstijl. 'This is not writing, it's typing', zeggen zijn critici. Maar wat zou het Politico uitmaken; de organisatie verdient jaarlijks ruim 1,3 miljoen euro aan de advertenties in Playbook. Politico heeft hogere inkomsten per advertentie dan de meeste andere nieuwssites, simpelweg omdat de bezoekers vermogende en invloedrijke figuren zijn.


Celebrity culture

In een profiel uit 2010 in The New York Times Magazine met de kop 'The Man the White House Wakes Up To' wordt Allen omschreven als iemand die extreem veel waarde hecht aan zijn privacy - als hij een taxi deelt, staat hij erop dat de ander eerst wordt afgezet - en als de spil van de incestueuze politieke kringen. 'Playbook is D.C.'s Facebook', zegt Politico-baas VandeHei. 'And Mike's the most popular friend.'


Het artikel, geschreven door Mark Leibovich, was de opmaat naar het boek This Town (ondertitel: Two Parties and a Funeral - Plus, Plenty of Valet Parking! - in America's Gilded Capital), de bestseller van deze zomer over het ons-kent-ons-wereldje van politici, journalisten en lobbyisten. In de weken na het uitkomen van het boek werden in Washington slechts twee vragen gesteld: heb je het gelezen? En: sta je erin?


Leibovich beschrijft hoe er in het afgelopen decennium in Washington een explosie van 'celebrity culture' is geweest, dat de droge politiek steeds meer als sexy verhaal wordt gebracht. Politico noemt hij een van de grootste factoren in deze beweging. 'Op een gemiddelde dag in Washington gebeurt er nauwelijks iets', laat Leibovich een politiek veteraan zeggen. 'Maar dat geldt niet voor de wereld van Politico, waarin normale vergaderingen worden beschreven alsof de spanning te snijden is.'


Afgelopen donderdag was geen dag als alle andere voor Mike Allen. In plaats van de brenger van het nieuws was hij nu het onderwerp. In een stuk van 3500 woorden boog The Washington Post zich over Playbook - en Allen kwam er niet ongeschonden uit. Uit het onderzoek van de krant blijkt dat hij frequente adverteerders in Playbook, zoals BP, Goldman Sachs en de Amerikaanse Kamer van Koophandel, vaak positief vermeldt in het redactionele gedeelte van de nieuwsbrief en zo een vorm van 'branded journalism' bedrijft. Kortom, zijn stem is te koop. Er wordt gesuggereerd dat hij zijn machtigste bronnen het liefst tevreden houdt en hen soms zelfs uit de wind haalt bij stukken van collega's - een doodzonde voor een kritische journalist.


Of de onthulling Allen schade zal berokkenen is de vraag, want zoals een commentator van New York Magazine schreef: 'De ethische ramp die voor de meeste journalisten reden zou zijn om ontslagen te worden, is voor Mike Allen zijn taakomschrijving.'


NON-STOP POLITIEK NIEUWS


Op 23 januari 2007

werd de politiek-journalistieke organisatie Politico opgericht, om binnen zeven jaar uit te groeien tot een medium met meer dan 260 stafleden.


Vijf keer per week verschijnt de


gratis krant Politico

, die in een oplage van bijna 40.000 exemplaren wordt verspreid door Washington en Manhattan.


Naast de papieren krant brengt Politico non-stop politiek nieuws via de


website

, radio, tv en meerdere nieuwsbrieven. Deze maand werd een volgende uitbreiding van Politico gelanceerd: POLITICO Magazine, dat zes keer per jaar zal verschijnen in print en online.


Tussen de vier en vijf miljoen unieke


bezoekers

weten maandelijks de weg naar de nieuwswebsite te vinden, goed voor 43 miljoen pageviews in een gemiddelde maand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden