Opinie

'We moeten voorkomen dat Duitsland afhaakt'

Een wantrouwige Duitse bevolking is funest voor het Europese project. We moeten hun zorgen delen, vindt Ton Nijhuis.

Rutte en Merkel. Beeld EPA

Nu het constitutionele hof gesproken heeft, zijn we weer even in een rustige fase van de eurocrisis beland. Maar daarmee is de onvrede onder de bevolking nog niet verdwenen. Het lijkt erop dat in Duitsland de weerstand tegen het ESM en de politiek van de ECB veel groter en explicieter is dan in Nederland. Dit kan niet verklaard worden door de grotere vrijgevigheid van Nederlanders. Waarom wordt er in Duitsland dan wel intensief gedebatteerd en laat Nederland zo'n ingrijpend besluit van de ECB vrij apathisch over zich heenkomen?

In Nederland heeft Wilders zich wel tegen de steunmaatregelen gekeerd, maar hij komt niet verder dan 'weg met Europa'. Een constitutioneel hof, zo laat Duitsland zien, biedt een uitstekende mogelijkheid het debat over het Europese beleid op niveau te voeren.

Het levert een extra forum dat we in Nederland niet kennen en dwingt alle partijen nauwkeurig en met kennis van zaken de problematiek te bediscussiëren. Het biedt een extra alternatief voor politieke partijen die om electorale redenen bij Europese vragen liever wegduiken. En het kanaliseert de onvrede onder de bevolking langs een niet-populistische weg. Bovendien wordt de politiek als geheel in zekere zin beschermd, doordat de besluiten door het hof extra worden gelegitimeerd. In de Bondsrepubliek zijn er met andere woorden meer en betere mogelijkheden om Europese vragen te bediscussiëren dan in Nederland waar we nadat de politiek heeft gesproken slechts misnoegd kunnen zwijgen.

Wat in Duitsland verder opvalt, is hoe serieus de vraag wordt behandeld waar de democratische legitimatie van Europese afspraken moet komen te liggen. Na de oorlog is de prille democratie in Duitsland als een groot geschenk beschouwd dat gekoesterd en beschermd moet worden. Het heeft de publieke opinie veel alerter gemaakt voor mogelijke uitholling van de democratie dan in Nederland, waar we daar wat nonchalanter mee omgaan. De vraag of beslissingen die grote implicaties kunnen hebben voor nationale budgetten - door organen zoals de ECB die we als kiezer niet ter verantwoording kunnen roepen - genomen mogen worden, lijkt Nederland nauwelijks te deren. Ook hier is de discussie over het democratische Europa in Duitsland scherper en meer gefocust.

Het feit dat de D-mark en de Bundesbank altijd de symbolen zijn geweest van het Duitse Wirtschaftswunder maakt de bevolking gevoeliger voor de uitholling van de stabiliteitscultuur, waarbij de ECB zich niet langer uitsluitend richt op prijsstabiliteit, maar een heel pakket aan taken naar zich toegetrokken heeft - inclusief het steunen van landen in financiële problemen. Behalve de vraag of de ECB niet wordt overbelast door al deze taken, wordt het voor de bank steeds moeilijker immuun te blijven voor politieke krachten.

De Duitse bevolking ziet deze ontwikkeling, waarin de ene verdragsbepaling na de andere is gebroken, met ontzetting aan. De ECB gaat steeds minder lijken op de Bundesbank en steeds meer op een Italiaanse bank. Alle deugden waarmee men is opgegroeid, worden één voor één bij het grof vuil gezet. Dat verklaart de felheid van de reacties in Duitsland. Een groot deel van de bevolking voelt zich belazerd en heeft geen vertrouwen meer in Draghi.

De overtuiging heeft postgevat dat andere landen slechts op het Duitse geld uit zijn en verder de gemaakte afspraken aan hun laars lappen. Het feit dat de Duitse centrale bankier Jens Weidmann alleen is komen te staan, versterkt het gevoel van een Duitse eenzaamheid en leidt tot angstvisioenen dat het in Europa steeds meer Duitsland tegenover de rest wordt.

Draghi heeft met zijn besluiten het vertrouwen van de financiële markten weten te herstellen, die nu weten dat ze rommelpapieren binnenkort bij de ECB kunnen droppen. Nu zal hij er echter voor moeten vechten om het vertrouwen van de sceptische Duitse burgers te herwinnen - en niet alleen de Duitse. Dit zal niet gemakkelijk worden. Een sterke euro heeft meer dan alleen het vertrouwen van de markten nodig. Zonder vertrouwen van de bevolking is het project gedoemd te mislukken.

Een Duits isolement en een wantrouwige Duitse bevolking zijn funest voor het Europese project. Dit is niet in het Nederlandse belang.

Nederland zou er goed aan doen de onvrede en zorgen onder de Duitse bevolking serieus te nemen en het gevoel van isolement zo veel mogelijk weg te nemen. Dat kan door de wens van Angela Merkel om tot een politieke unie te komen serieus te nemen en niet weg te wuiven als vage vergezichten. Wij moeten duidelijk maken wat wij nu wel en niet van Europa verwachten. Het gaat niet om de vraag voor of tegen Europa, maar om de vraag welk Europa willen we en wat is daarvoor nodig: punt voor punt. Daarmee zouden we bovendien weer eens weg kunnen komen van het morren aan de zijlijn en het initiatief kunnen grijpen. Dat vergroot de kans op daadwerkelijke invloed.

Nu de verkiezingen voorbij zijn, hoeven en moeten we het debat over Europa niet langer uit de weg gaan. In Nederland ontbreken weliswaar de structuren die het debat over Europa aanzwengelen, kanaliseren en focus geven, maar door de Duitse zorgen te delen en zelf antwoorden te formuleren, kunnen we proberen te voorkomen dat Duitsland langzaam maar zeker gaat afhaken en geven we tegelijkertijd de Europadiscussie in Nederland meer richting.

Ton Nijhuis is wetenschappelijk directeur van het Duitsland Instituut.

 
Waarom wordt er in Duitsland dan wel intensief gedebatteerd en laat Nederland zo'n ingrijpend besluit van de ECB vrij apathisch over zich heenkomen?
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.