We moeten lachen en rouwen tegelijk

Moeten we gewoon blijven lachen en drinken alsof er niets is gebeurd? Nee, dat is een onzinnig verlangen.

Een stelletje in Parijs, een week na de aanslagen van 13/11.Beeld An-Sofie Kesteleyn

De avond van de aanslagen in Parijs at ik kebab, wat ik altijd heb beschouwd als een half Nederlands gerecht. Enkele dagen later verzucht ik tegen iemand dat ik de komende tijd 'in elk geval geen kebab zal eten'. Natuurlijk schrik ik, alsof iets me te snel af is geweest, alsof ik mezelf heb ontmaskerd. Waar komt dit ineens vandaan: geen kebab?! Wat hebben Amsterdamse kebab en Parijs bloed nu met elkaar te maken? Denk ik werkelijk dat IS wakker zal liggen van de tegenvallende dagcijfers van een Amsterdamse kebab-zaak? Even klink ik als iemand van Pegida (Patriotische Europäer gegen die Islamisierung des Abendlandes). Ik ben niet de enige die zich kortstondig laat gaan. Wanneer ik mijn 90-jarige grootmoeder vraag naar hoe nu verder, zegt ze kort en krachtig: 'Kop eraf.' Ze schrikt ervan, moet lachen, maar heel even was het echt. Ineens heeft alles met elkaar te maken: Parijs, terroristen, vluchtelingen, kebab.

Vlak na mijn geboorte beloofde Adriaan van Dis mijn vader (een vriend) dat hij me op mijn achttiende Parijs zou laten zien. Vele fantasieën later stapte ik, eenmaal volwassen, dan eindelijk alleen op de trein. In Parijs zag ik de dwarsdoorsnede van een utopisch Europees leven; de winkels waar hij zijn boodschappen deed, de rode Prada-gympen waarmee hij rondjes rende door de Jardin du Luxembourg, wie hij dagelijks groette en in welke delen van de stad ik beter niet kon verdwalen. Geluk heerste, alle gevaren waren nog ondergronds. Het zijn geromantiseerde, nostalgische herinneringen, die afgelopen vrijdag ineens van kleur veranderden. Kijkend naar de televisie, de grimassen en de lijken, is het alsof ik destijds, als kleuter en adolescent, zonder het te weten Atlantis heb bezocht.

Zo heeft iedereen zijn eigen herinneringen aan die wereldstad, die voor iedereen anders is. Tegelijkertijd heeft iedereen dezelfde onheilsbeelden op televisie gezien. De gevoelsreflexen die we na een dergelijke ramp doormaken, worden daardoor grotendeels collectief beleefd.

Dit kan niet kloppen

Allereerst is er de schok. Kijkend naar de beelden, is er eerst de schok, de reflex: dit kan niet kloppen, ik was er laatst nog, vorige zomer scheen de zon, mijn tante en mijn nicht zijn daar. Als bevroren blijven we voor de televisie zitten, we zeggen tegen onszelf dat we op informatie wachten, maar in werkelijkheid kijken we om te wennen aan de beelden, aan de feiten. We zoeken contact met anderen die op hetzelfde moment televisiekijken; we toetsen onze gevoelens aan die van de ander. Samen analyseren we onze schrik. De een zegt: 'Natuurlijk, er was Charlie Hebdo. Maar dat was anders. Niet dat die cartoonisten erom vroegen, maar toch, tot op zekere hoogte wisten ze met welk vuur ze speelden.' De ander zegt: 'Dit zijn mensen zoals wij, echt onschuldige mensen.'

De dag erop wenden sommigen zich af van het scherm en lopen eindeloos door de stad. Anderen voelen zich geroepen op internet te dwalen, ze lezen alles wat er te lezen valt. Weer iets later heeft vrijwel iedereen een aanzet tot zijn eigen waarheid gevormd, en gaat men nog slechts op zoek naar informatie die deze ondersteunt. Op televisie zien we mensen die precies vertolken wat we vinden, we kiezen onze lievelingen en zeggen tegen vrienden en bekenden: 'Als je echt wil weten hoe het zit, moet je die aflevering van Buitenhof / Nieuwsuur / Pauw eens terugkijken.' De vertolkers geven onze gedachten vorm; zij nemen het op zich de harde taal te spreken waarnaar we verlangen.

Aanslagen in Parijs

Zo verliep de nacht in Parijs. Lees hier de reconstructie (+).

Teruglezen - Parijs, drie dagen na de terreurnacht.

Is 13/11 voor Europa wat 9/11 was voor VS? (+)

Onverwerkte woede

En we veranderen van mening, al dan niet kortstondig herschikken we onze politieke voorkeuren: bedachtzame intellectuelen veranderen in fatalistische hardliners. Vanuit de diepte komt onverwerkte woede omhoog, vergeldingsdrang en verongelijktheid; een schrijver verklaart ineens de oorlog aan kebab.

Al die discussies over immigranten, allochtonen en vluchtelingen van de afgelopen jaren, maanden en weken, waarbij we ons hebben opgeworpen als genuanceerde stem die zei dat de ene moslim de ene andere nog niet is, dat we mensen behoren te verwelkomen en niet af te schrikken. En nu is het alsof onze genuanceerdheid is afgestraft, alsof we lang verblind zijn geweest door onze goedgelovigheid. Even is het alsof de waarheid van Geert Wilders de enige waarheid is die de echte wereld beschrijft zoals ze is. En als zij ons als vijand zien, is het dan niet in ons belang om hen evenzeer als vijand te zien?

Zodra iemand stelt dat 'het oorlog is', laten die woorden niet snel meer los. Ziedaar, president Hollande zegt het ook. Het is een bekende psychologische reflex om onzekerheid om te vormen naar negatieve zekerheid. Als het oorlog is, verandert de betekenis van de gebeurtenissen. De zin 'Er is opnieuw een terroristische aanslag gepleegd' wordt: 'Er heeft een nieuwe veldslag plaatsgevonden'. Als het oorlog is, kunnen we uitgaan van het slechte, we hebben datgene wat we het meest vrezen (willekeur) ingeruild voor een ander gruwelijk scenario, dat we tenminste kennen van vroeger. Als we uitgaan van het slechtste in de mens, zullen we nooit meer verrast worden.

Overzichtelijke wereld

We tuimelen verder. Zij en hen. Het is lang geleden dat we massaal in zulke tegenstellingen hebben gedacht, maar het voelt natuurlijk. Er lijkt een logische waarheid te schuilen in goed versus kwaad. Het maakt de wereld overzichtelijk. Deze denkpatronen, die we tegelijk volgen en in stand houden, zijn verleidelijk en moeilijk te doorbreken. Ahmed Aboutaleb zegt in Buitenhof dat wij-zij-denken nu het grootste gevaar is. Tegelijk bedient hij zich van precies dezelfde oorlogsretoriek als Hollande. 'We zíjn in oorlog', zegt de burgemeester. 'Gewapende strijd is nodig.' Wie anders beweert, beschouw ik ineens als naïef. Wie niet begeesterd genoeg spreekt, als laf.

Inmiddels is de volgende redenering in zwang: we zijn gestraft voor onze argeloosheid, dus nu moeten we waakzamer zijn dan ooit. Logisch gezien bevat deze redenering een verkapte schuldbekentenis, aangezien ze uitgaat van de stelling dat we meer hadden kunnen doen om dergelijke aanslagen te verijdelen. We zijn nalatig geweest. Het is de gebruikelijke dwanggedachte van een slachtoffer.

En waar is de moslimgemeenschap? hoor ik iemand zeggen. Inderdaad, de moslims! Als zij zich, zoals ze her en der beweren, willen distantiëren van het geweld dat in naam van de God die ook zij aanhangen is gepleegd, waarom doen ze dat dan niet? Waarom wordt er gezwegen? Is er dan toch, zoals we heimelijk vrezen, sprake van een familiaire verwantschap tussen de kebabverkoper en de terrorist, spreekt eerstgenoemde over laatstgenoemde als over een deviante neef? De grenzen sluiten, vandaag liever dan morgen, nu het nog kan, een hek rond Europa!

Paranoïde redeneringen

Voor de goede orde: dit zijn paranoïde redeneringen die ik een week geleden direct als zodanig zou hebben herkend. En nu duurt het even voordat ik het zie. Het duurt even voordat ik me realiseer dat de grenzen sluiten zowel praktisch als economisch onhaalbaar is. En dat in het algemeen geldt: hoe hoger de muur, hoe groter de haat van hen aan de andere kant. Het is niet voor niets dat de aanslagen in Frankrijk hebben plaatsgevonden; het land waar de segregatie van moslims een fact of life is, waar hoofddoeken niet op scholen gedragen mogen worden, waar sommige geradicaliseerde wijken no-go-area's zijn geworden, waar het Front National alsmaar verder stijgt in de polls. De afstand tussen terroristen en 'westerlingen' zal onoverbrugbaar blijven, maar ook die tussen gematigde moslims en westerlingen wordt overal in Europa steeds groter. Het is aan ons en 'de moslimgemeenschap' (die in de praktijk bestaat uit honderdduizenden individuen die zich liever niet uitspreken) om de deels onontkoombare wederzijdse vervreemding zo krachtig mogelijk tegen te gaan. Benadrukken dat het toch vooral de verantwoordelijkheid is van de ander om zich uit te spreken, heeft weinig zin.

Angst kan je de ogen sluiten, leiden tot eenkennigheid en depressie. Angst kan ook vruchtbaar zijn, je de ogen openen, leiden tot nieuwsgierigheid. Hoe we onze angst, in al zijn facetten en verschijningsvormen, gebruiken, is aan ons.

Het is onzinnig verder te leven 'alsof er niets is gebeurd'; op social media circuleren tal van oproepen om ons vooral te gedragen zoals we ons vorige week nog gedroegen, het zijn romantische strijdleuzen om te blijven lachen, flirten, drinken en liefhebben. Dit lijkt me een onzinnig verlangen, we zijn niet ongedeerd gebleven. We zijn gebeten en het gif heeft natuurlijkerwijs tot koorts geleid. Getroffen door koorts zegt men dingen die men zich gisteren nog niet kon voorstellen en morgen niet meer zal menen. Het maakt vandaag niet minder ingewikkeld. We moeten lachen en rouwen tegelijk, alsook spreken over het meest geschikte middel om het gif (en dus niet de koorts) te bestrijden.

Artikel gaat verder onder de foto

Maar het belangrijkste zal zijn dat we begrijpen dat onze primaire reflexen weliswaar begrijpelijk zijn, maar daarom niet minder gevaarlijk. Zoals Amos Oz in Buitenhof zei, is de wereld niet verdeeld tussen rijken en armen, maar tussen fanatici en de rest. De oplossing is niet om zelf meer fanaticus te worden, maar om de fanatici te bestrijden, en 'de rest', de niet-fanatici, te koesteren. Bedachtzaam, uiteraard. Een handvol terroristen heeft alles veranderd. Iedereen heeft gelijk, en iedereen zou zijn gelijk willen inleveren voor een wereld die niet meer bestaat, de wereld van voor nine eleven, van voor Charlie Hebdo, van voor afgelopen vrijdag; Atlantis is weggezonken. Laat dat besef het begin zijn. Terrorisme komt van buiten, terreur komt van binnen.

Daan Heerma van Voss (1986) is historicus en schrijver.

Amos Oz tijdens Buitenhof.
Op straat in Parijs, een week na de aanslagen van 13/11.Beeld An-Sofie Kesteleyn
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden