'We moeten de eerste stap in de andere richting zetten'

Israëlische reservisten die weigeren te vechten, riskeren cel. De 28-jarige Amos (leraar geschiedenis - niet zijn echte naam) uit Holon, is een van hen.

'Ik kreeg mijn oproep drie weken geleden. Je hoort een bandje, je krijgt een nummer en vervolgens krijg je te horen op welke basis je moet melden. Ik heb mijn zaken gepakt, ik heb extra veel boeken meegenomen, want ik verwachtte een aantal weken de militaire gevangenis in te moeten.


'Ja, ik wist toen al dat ik zou weigeren naar Gaza te gaan. In november 2012, tijdens de vorige militaire actie rond de strook, ben ik wel met mijn peloton meegegaan. Toen is het uiteindelijk niet tot een grondoffensief gekomen, zoals nu, maar we stonden wel elke dag klaar. Gecamoufleerd, volledige bepakking. Ik was heel depressief. Ik was doodongelukkig bij de gedachte dat ik onschuldige burgers - vrouwen en kinderen - zou kunnen raken.


'Toen al heb ik mijn besluit genomen. Een volgende keer zou ik weigeren. Dat heb ik dus gedaan, toen ik mij drie weken geleden op mijn kazerne meldde. Oh ja, ik ben gegaan, niet gaan betekent dat je als deserteur wordt aangemerkt en dat wilde ik niet.


'Ik heb de majoor mijn argumenten uitgelegd. Ik vertelde hem dat ik niet geloofde dat een militaire actie het conflict met de Palestijnen in Gaza zou oplossen.


'Ik zag in zijn ogen dat hij mij begreep. Hij stuurde mij weg, naar huis. Dat besluit hangt erg van de commandant af. Ik weet van een geval waar een dienstweigeraar naar de militaire gevangenis werd gestuurd.


'De andere jongens van mijn peloton zijn wel gegaan. Ja, ik heb contact met ze, ze zijn mijn broeders. Ze hadden wel zoiets vermoed. 'Je was altijd al een lefty, een linkse jongen', zeiden ze.


'Mijn vader was een hoge officier, maar ook hij verweet mij niets. Hij is het niet met mijn besluit eens, hij hoorde me aan, en zei: 'zand erover'. Een paar van mijn broers dienen nu ook als reservist, maar ook met hen is het niet tot een breuk gekomen.


'Ik was dienstplichtig tussen 2005 en 2008, vers van de middelbare school. Ik was scherpschutter en diende op de Westbank en ook rond de Gazastrook. Nog een staartje van de tweede intifada meegemaakt. Jenin, Nablus, aanvallen door militanten met automatische wapens, raketwerpers. Alles. Huizen van Palestijnen bezetten, en van daaruit twee dagen een doelwit in de gaten houden. Bleek het een militant, dan doodschieten.


'Wat veel mensen niet weten, is dat we ook in tijden dat het relatief rustig is de Gazastrook al binnengaan. Huis aan de rand bezetten, alle mannen, meestal zijn dat gewoon boeren, ter ondervraging naar Israël, en dan maar wachten tot de militanten komen. Die komen geheid. Dan is het, met alles wat je hebt, knallen.


'Zie je een gewapend persoon, dan is het zonder meer schieten. Maar ook mannen met radio's en telefoons zijn doelwit. Dat kunnen verkenners zijn.


'We zijn geen machines. Natuurlijk hebben we het onderling over morele dilemma's.


'De Israëlische regering vaart een uiterst rechtse, zeer nationalistische koers. Ministers als Lieberman en Bennet zijn zeer oorlogszuchtig. Als het Arabieren betreft, ook de Israëlische, dan uiten ze zich puur racistisch.


'Natuurlijk, aan de andere kant lopen heel slechte mensen rond. Het is een oorlogsmisdrijf om raketten puur willekeurig op burgers af te schieten, om tunnels te graven waardoor militanten kleuterscholen willen aanvallen. Israël mag zich daar tegen weren, maar op beperkte schaal. Niet op de grootschalige manier zoals dat nu gebeurt, met een bloedbad als gevolg.


'Het is onze morele plicht de eerste stap in een andere richting te zetten, hoe pijnlijk dat misschien ook is. Ja, dat betekent ook rechtstreeks onderhandelen met Hamas.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden