We leven in het tijdperk van awkwardness, maar waarom is dat zó smullen?

En niet alleen op tv overheerst het ongemak. Op Google zoekt een steeds grotere groep mensen op de vraag: 'Why am I so awkward?'

Onverdraaglijk ongemakkelijk, zo voelt de humor in kijkcijferhit De Luizenmoeder. We leven in het tijdperk van awkwardness. Waarom is dat zó smullen?

Beeld NPO

Anton had weer eens een nieuw plannetje, zondag in De Luizenmoeder. Ter vervanging van Sinterklaas, want dat kan écht niet meer, bedacht de schooldirecteur 'Winterklaas'. Dat is de neef van de Sint, die op de Noordpool woont, kleurenblind is vanwege de felle zon en geen Pieten maar ijsberen bij zich heeft. 'Zie je', zei Anton, wijzend naar zijn arm.

Niemand begreep wat hij bedoelde. 'Kippevel', verduidelijkte Anton, dat was het gevoel dat hij kreeg van zijn eigen idee. De leraren en conciërge keken elkaar veelbetekenend aan: wat een pannekoek. Zelf had Anton wederom niets door.

Elk gesprek in De Luizenmoeder, de immens populaire Avrotros-serie op NPO 3 over basisschool De Klimop, verloopt stroef. Grappen worden niet begrepen, mensen verspreken zich en opmerkingen vallen verkeerd, de ouders zijn bot en opdringerig tegen elkaar en alles wordt opgelost met passief-agressieve vermaningen.

Het gezicht van actrice Jennifer Hoffman, die moeder Hannah speelt, staat voortdurend op de stand: red me uit deze hel. Het is het gezicht van ongemak. En de kijker kan zich met Hannah, het normaalste personage in het gekkenhuis, identificeren: het doet een klein beetje pijn om haar te zien worstelen in de sociale jungle van het schoolplein. Maar het is o zo lekker.

Cringe comedy wordt dit genre in het Engels genoemd. Vrij vertaald betekent to cringe ineenkrimpen van ongemakkelijkheid. Het is het soort humor dat de spot drijft met ontsporingen in de sociale omgang, dat we tegenwoordig al rap bestempelen als awkward, om nog een Engelse term te gebruiken. We genieten al jaren massaal van deze awkwardhumor, we cringen wat af.

Niet alleen in tv-drama overheerst het ongemak. Op Google zoekt sinds 2011 een steeds grotere groep mensen op de vraag: 'Why am I so awkward?' Op YouTube zijn tal van veelbekeken compilaties te vinden van ongemakkelijke momenten, van 'awkward handshakes' tot 'awkward boners' (erecties). Op Instagram staan 2,5 miljoen berichten met de hashtag #awkward, meestal bedoeld voor het komisch effect: kijk eens hoe awkward ik ben op deze foto. Zelfspot als schild: als je het eerst over jezelf zegt, maak je het ongemak onschadelijk.

We leven, kortom, in ongemakkelijke tijden, in The Awkward Age, zoals The New Yorker ons tijdperk doopte in 2014. In de jaren negentig waren we nihilistisch, schreef het blad, in de jaren nul ironisch en nu zijn we ongemakkelijk. Wat verklaart die allesomvattende opkomst van awkwardness? Is awkward slechts een modewoord of zijn we echt met zijn allen ongemakkelijker geworden?

De term awkward stamt af van het Noorse woord afgr, wat 'de verkeerde kant opkijken' betekent. Daarin zit al de kern van awkwardness: het misverstand, niet in de pas lopen, ongeschreven sociale regels niet aanvoelen, andermans emoties niet kunnen lezen. Iedereen kijkt naar rechts, maar jij naar links. Awkward!

Actrice Jennifer Hoffman, die moeder Hannah speelt.

Niet 'de verkeerde kant op kijken', maar 'elders kijken' is de definitie die de Amerikaanse psycholoog Ty Tashiro hanteert in zijn boek Awkward: The Science Of Why We're Socially Awkward and Why That's Awesome, dat het midden houdt tussen zelfhulp, memoires en een populair-wetenschappelijk overzicht. Zoals de titel van het boek al verraadt, ziet hij awkwardness niet als iets negatiefs.

Uit onderzoek blijkt dat mensen die awkward zijn een zogenaamde 'spotlighted view' of 'narrow focus' hebben: sociaal vaardige mensen lopen een kamer in en overzien het geheel, sociaal onhandige mensen concentreren zich op een klein deel en missen daardoor tal van signalen. Ze maken minder vaak oogcontact, bijvoorbeeld omdat ze dat te intens vinden, met als gevolg dat ze iemands gemoedstoestand slechter inschatten. Wie awkward is kan, met andere woorden, niet goed gedachten lezen.

Awkwardness is verwant aan autisme, laat Tashiro zien. De vijftig symptomen van autisme zijn als een normaalverdeling gedistribueerd over de gehele bevolking. Een gemiddelde persoon heeft 16 autistische eigenschappen. Wie meer dan 31 autistische kenmerken heeft, en bijvoorbeeld weinig empathie heeft of veel behoefte aan patronen, kan gediagnosticeerd worden als autistisch. Wie tussen de 16 en 31 autistische kenmerken heeft, betoogt Tashiro, valt in de categorie awkward.

Net als autisten kunnen awkward mensen ook profijt hebben van hun afwijkingen, schrijft Tashiro. Zo kunnen ze snel in de ban raken van een onderwerp, hebben ze een groot concentratievermogen en kunnen zeer systematisch werken. Dat maakt ze goede wetenschappers en ook betere gamers, programmeurs en soms ook uitstekende kunstenaars of vaklui.

Awkward mensen zijn vaak per ongeluk bot en direct, legt Tashiro uit, omdat ze uitspraken te letterlijk nemen en humor niet altijd begrijpen. Ook proberen ze soms hun gelijk te halen of een waarheid te benoemen wanneer dat sociaal onwenselijk is. Dit maakt hen uiteraard uiterst geschikt als personages voor comedy: weinig zo grappig als mensen die niet (of te laat) doorhebben hoe ze overkomen.

Een bepaalde mate van awkwardness is altijd al onderdeel geweest van comedy: denk aan de onmogelijke bochten waarin Basil uit Fawlty Towers zich wrong om zijn hotel te runnen, de genante situaties waarin Mr. Bean belandde of de vele beschamende en ongemakkelijke momenten in sitcoms als Seinfeld en Friends. Maar rond de eeuwwisseling kwam cringe comedy pas echt op. De grap zit in dit genre niet in een climax, maar in de pijnlijke, sociale frictie.

Between Two Ferns

Een beroemde awkward interviewserie is die van acteur Zach Galifianakis, bekend van de film The Hangover. In zijn webserie Between Two Ferns interviewt hij bekende mensen ongeïnteresseerd, slecht geïnformeerd en schofterig. 'Sorry dat ik een paar keer moest afzeggen', is het eerste wat hij zegt als hij Barack Obama te gast heeft. De interviews worden improviserend geacteerd.

Zach Galifianakis interviewt Barack Obama voor zijn serie Between Two Ferns. Beeld ap

De invloedrijkste voorbeelden zijn Curb Your Enthousiasm (2000), waarin Seinfeld-schrijver Larry David een uitvergrote en onsympathieke versie van zichzelf speelt, en The Office (2001), de serie waarin komiek Ricky Gervais de narcistische, politiek-incorrecte afdelingsbaas David Brent vertolkt. Beide hoofdpersonen zijn nauwelijks in staat sociale signalen op te pikken (of te eigenwijs om zich aan te passen).

De series kenmerken zich door een fel realisme, in de vorm van schokkerige beelden die doen denken aan reallifesoaps, en de afwezigheid van een lachband, waardoor de nadruk op de pijnlijkheid van de situaties wordt gelegd. In Seinfeld wordt ongemak weggelachen, maar in Curb Your Enthousiasm moet de plaatsvervangende schaamte zich diep in je binnenste nestelen.

De ene keer maakt Larry David een ongepast grapje over positieve discriminatie tegen een zwarte arts, waarna hij eindeloos probeert uit te leggen dat hij er niets mee bedoelde. Dan weer kan hij een handgeschreven briefje van een vrouw niet lezen en laat hij zijn zwarte apotheker een poging wagen, die vervolgens hardop voorleest dat zij genoeg heeft van 'the blacks'. Dat David de familie Black te logeren heeft, hoort de woedende apotheker niet meer.

Op een ouderavond ziet juf Ank een zwarte vader aan voor de schoonmaker.

In The Office wordt het ongemak nog eens uitvergroot door de mockumentaryvorm. De personages weten dat ze worden gefilmd en kijken vaak recht in de lens met een blik die schreeuwt: awkward! Net als in realityshows worden de personages soms evaluerend geïnterviewd. Mensen spelen van nature toneel om een bepaald imago over te brengen, wat awkward kan zijn als het te opzichtig is, maar de werknemers in The Office voeren ook een show op voor de camera.

Deze elementen vormen de bouwstenen van tal van andere series, zoals mockumentary-comedy's als Modern Family, Parks and Recreation en Arrested Development. In Nederland is het bekendste voorbeeld de serie Jeuk (overigens een remake van het Deense Klovn, wat clown betekent) waarin Thomas Acda en Peter Heerschop gefictionaliseerde, onhandige en nare versies van zichzelf spelen.

Ook De Luizenmoeder houdt zich keurig aan de regels van het genre. In de eerste aflevering zegt directeur Anton (Diederik Ebbinge) tegen een interviewer die buiten beeld blijft dat humor belangrijk is in zijn werk. Tussendoor zien we hoe hij met een rode fopneus kinderen aan het lachen probeert te krijgen - tevergeefs. Meteen is duidelijk met wat voor tragikomisch figuur we te maken hebben: een leider die niet serieus wordt genomen, een man met een totaal verkeerd zelfbeeld.

Het ongekende succes van De Luizenmoeder is de afgelopen weken veelvuldig verklaard door de politieke incorrectheid van de serie; foute humor als aflaat. Twee scènes met de inmiddels beruchte juf Ank (Ilse Warringa) werden telkens aangehaald. Zo ziet juf Ank op een ouderavond een zwarte vader aan voor de schoonmaker. Een andere keer begint ze in het Japans en baby-Engels tegen Rianne, een meisje met Aziatisch uiterlijk, te praten. 'Konnichiwa. You Lianne. Me juf Ank.'

'Ze spreekt gewoon Nederlands, hoor', antwoordt haar vader.

Zo worden de racistische en anderszins incorrecte opmerkingen in de serie telkens, verbaal of non-verbaal, gecorrigeerd door de omgeving. Juf Ank vergist zich, zegt iets racistisch en staat vervolgens voor lul. Zó fout is De Luizenmoeder dus eigenlijk helemaal niet. Min of meer hetzelfde gebeurt keer op keer in The Office: elke foute grap van David Brent valt dood, elke seksistische opmerking kan rekenen op afkeurende blikken.

Ilse Warringa als juf Ank: 'Konnichiwa. You Lianne. Me juf Ank'.

Cringe comedy komt dan ook voort, volgens de officieuze definitie op Wikipedia, uit de onhandige omgang met de almaar evoluerende mores van politieke correctheid en andere moderne sociale normen. De egoïstische hoofdpersonen gaan er steevast gierend de fout mee in.

Schooldirecteur Anton probeert in De Luizenmoeder juist wanhopig correct te zijn door tegen de Turkse moeder Mel te zeggen dat er ook halal eten en alcoholvrije drankjes zullen zijn op de ouderavond. Het antwoord: 'Ik drink gewoon een wijntje hoor.' Anton lacht het misverstand weg en zegt dan: 'Je ziet er ook helemaal niet uit als een, euh, islamiet. Of een, euh, mohammedaan.'

Kennelijk is de ongemakkelijkheid die voortkomt uit het niet kunnen voldoen aan politieke correctheid voor veel mensen herkenbaar. In zijn vorig jaar verschenen boek Awkward noemt Tashiro de 'groeipijnen' die het gevolg zijn van een multiculturele samenleving een van de oorzaken van de opkomst van awkwardness in het dagelijks leven.

Diederik Ebbinge als directeur Anton, 'een leider die niet serieus wordt genomen, een man met een totaal verkeerd zelfbeeld'.

'Veel mensen komen erachter hoe veel moeite het kost om diversiteit werkelijk te omarmen', schrijft Tashiro, zelf van Japanse komaf. 'Iedereen die zich weleens heeft ondergedompeld in een onbekende cultuur weet hoe snel je per ongeluk iets awkwards kan zeggen.' Maar er gloort hoop, zegt hij. Door te leren van deze ongemakkelijke situaties worden mensen ruimdenkender.

Het moderne leven zit overigens vol potentiële bronnen van awkwardness, schrijft Tashiro. Doordat mensen langer single blijven en vaker scheiden, is romantiek, sowieso al een bron van misverstanden, nog meer awkward geworden. Een fenomeen dat uitgebreid wordt belicht in veelgeprezen comedyseries als Girls, Please Like Me en Master of None, waarin seks en daten vaak zeer ongemakkelijk (en je zou kunnen zeggen: realistisch) worden geportretteerd.

Een andere oorzaak is volgens Tashiro het verdwijnen van het traditionele sociale weefsel. Door ontkerkelijking, ontzuiling, een afkalvend ledental bij politieke partijen en de verzwakking van andere maatschappelijke instituties, zijn veel zekerheden in het sociale verkeer weggevallen.

Vroeger had je met een gering aantal mensen contact, volgens een strikte etiquette. Wel zo duidelijk. Nu kun je elke dag met een vreemde daten, duizend Facebook-vrienden hebben en veel makkelijker een flater slaan. Informelere omgangsvormen en nieuwe technologie, schrijft Tashiro, hebben de kans op misverstanden aanzienlijk vergroot. Geef je één, twee of drie zoenen of doe je een omhelzing? Sluit je een mailtje af met een 'X' of toch maar niet? Of, zoals in De Luizenmoeder ter sprake komt, heb je de verjaardag van je kind wel gemeld in de groepsapp?

Bovendien zou al dat geapp en virtueel gesocialize ook kunnen leiden tot minder sociaal vaardige mensen, suggereert Tashiro. Uit onderzoek blijkt dat Amerikaanse tieners steeds minder met vrienden afspreken: in 2000 ging een tiener nog zo'n drie keer per week de deur uit zonder ouders, in 2015 nog zo'n 2,3 keer. De grafiek laat een vrije val zien sinds de iPhone op de markt kwam.

De cijfers zijn tamelijk deprimerend, bleek uit een spraakmakend stuk in The Atlantic vorig jaar. De huidige generatie Amerikaanse tieners, iGen genoemd, voelt zich eenzamer en slaapt slechter dan tieners van vijftien jaar geleden. Tieners van nu halen later hun rijbewijs, daten minder en hebben later seks. Onafhankelijkheid en volwassenheid worden steeds langer uitgesteld.

In zijn vorig jaar verschenen boek Kleine filosofie van de digitale onthouding verbindt filosoof Hans Schnitzler de verminderde seksuele activiteit en minder face-to-facecontact onder tieners aan een angst voor onvoorspelbare, schurende 'real life'-situaties. Tieners vinden het echte leven, kortom, al heel snel awkward.

Toch is er nog geen bewijs dat de groep mensen die zich chronisch awkward voelt, groeiende is, schrijft Tashiro. Maar door de hierboven beschreven 'drastische culturele verschuivingen' maken we wel allemaal meer awkward momenten mee.

Zorgen hoeven we ons daarover niet te maken, vindt Tashiro. Awkwardness betekent immers dat aan bijna alle sociale verwachtingen wordt voldaan, maar dat er iets kleins afwijkt, waardoor net dátgene opvalt. Juist omdat we zo veel rekening met elkaar houden en zo zelfbewust zijn, eist een faux pas alle aandacht op. Zo bezien is de onvermijdelijke aanwezigheid van awkwardness in het leven anno nu vooral het gevolg van de vele subtiliteiten van onze beschaving.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.