Column

We laten Frans Pointl niet los

Boekenweek

Jhumpa Lahiri liet het Engels los. Reuze knap. Maar loslaten dwingt ontzag af bij Frans Pointl, volgens Arjan Peters, en het summum is Lehmanns Rottingslied.

Een paar jaar woonde Jhumpa Lahiri met man en kinderen in Rome. Voor de verhuizing al besloot de schrijfster het Engels achter zich te laten, om in het Italiaans te gaan praten en schrijven. Het verslag van die metamorfose is haar debuut in die nieuwe taal, In altre parole, dat in de vertaling van Manon Smits de terechte titel Met andere woorden kreeg (Atlas Contact; euro 17,99). Knap als een trapeze-act, en het boekje sluit wel aan bij Lahiri's schitterende boeken over vreemdelingen, maar we moeten ook opmerken dat ze in haar nieuwe taal een bleke beginneling is.

Een van de paragrafen in Met andere woorden heet 'Het loslaten'. Lahiri's poging tot loslaten is kranig, maar doordat ze die vrijwillig doet, houdt haar onderneming het vrijblijvende van een fanatiek beleden hobby.

Het loslaten dat pas echt ontzag afdwingt, zie ik de laatste tijd in Hollands Maandblad, als Frans Pointl (1933) weer een hartverscheurende bijdrage levert. De auteur vertoeft ernstig verzwakt in hetzelfde Amsterdamse verpleeghuis waar Ramses Shaffy tot 1 december 2009 gestaag zijn rode wijntjes slobberde. Pointl is de wanhoop nabij. 'Als al mijn gepieker hier op papier zou staan, had ik een roman, en weet je hoe de titel zou luiden? Verdriet in het bezemhok.'

Dag na dag overleven is een wonder maar geen pretje. 'Er is een hartfilmpje gemaakt en goddank is mijn hart achteruitgegaan': kijk, in zo'n situatie worden aantekeningen over loslaten spannend, wrang en dwingend. Ook Pointl moet zich een nieuwe taal aanleren; die van de schrijver met zó veel pijn en ongemak dat hij er niks leuks meer van kan bakken. 'Zend me wat positieve gedachten toe', besluit hij zijn notities in Hollands Maandblad 2 (Nieuw Amsterdam; euro 7,25), 'misschien helpen ze'. Beloofd, meneer Pointl, want we willen u niet loslaten.

U zijn er al genoeg voorgegaan. De scheepsarcheoloog en dichter Louis Lehmann bijvoorbeeld, van wie in hetzelfde tijdschrift gedichten uit de nalatenschap staan, stierf op 23 december 2012. Bewonderenswaardig berustend is zijn Rottingslied, 'naar Libby Houston' staat er bij, een Engelse dichteres en botaniste.

Foto Harshagen & Hrastar

Het lijkt me de overtreffende trap van loslaten. In het gedicht zingt Lehmann oude groene kaas in een dicht blik toe, koud zwetend vlees dat vliegen aantrekt, en een rotte geplette pruim op de vloer. Het slotkwatrijn gaat zo: 'Rotte pruim, koud vlees, groene kaas/ rot op je gemak, er is geen haast;/ niemand hindert het, niemand gaat het aan.../ dat hun levens weg zijn en buiten staan.'

Dat kan dus ook: voorbij de teloorgang in een verheven staat van onthechting geraken: die van het ongelimiteerd ontspannen, ook wel rotten genaamd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.