'We laten die beestjes niet kapot maaien'

'Denk aan de lijn, in linie blijven', roept terreinmedewerker Rolf Dijkstra (28) van Utrechts Landschap. Het valt niet mee om veertien mensen op een onderlinge afstand van anderhalve meter in rechte lijn door een hooiland met bijna een meter hoog gras te loodsen terwijl ze tegelijkertijd de grond monsteren.

Voordat het hooiland wordt gemaaid, speuren vrijwilligers van Utrechts Landschap naar jonge reekalfjes.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

De scene lijkt op sporenonderzoek na een misdrijf, maar deze speurtocht bij landgoed Stoutenburg in de buurt van Leusden is juist bedoeld om een bloedbad te voorkomen.

In mei en juni loopt Dijkstra samen met collega's en vrijwilligers tientallen malen door Utrechtse graslanden die op het punt staan gemaaid te worden, op zoek naar reekalfjes die op de grond verscholen liggen. 'Als je zo'n mooi beestje vindt en daardoor kunt redden', dat geeft elke keer weer een geweldige kick', zegt vrijwilligster Teatske Steringa (74).

Jonge reetjes worden door hun moeder vaak uren geparkeerd op een beschutte plek. Hoog gras is ideaal; het jong is er aan het oog onttrokken en als de zon gaat schijnen is de ligplaats snel droog en behaaglijk warm. De eerste weken vertrouwen de stuntelige kleintjes op hun bambi-schutkleur en hun geurloosheid, vertelt Dijkstra. Bij gevaar drukken ze zich tegen de grond aan. Dat is een prima strategie als er een vos passeert maar niet als er een moderne maaimachine aan komt denderen van ruim 10 meter breed met een loonwerker of een boer die haast heeft.

Niet kapot maaien

'Soms worden ze gevonden met afgemaaide pootjes; echt een gruwel', aldus Dijkstra. 'Ook voor de boeren is dat afschuwelijk, maar die hebben zelf geen tijd en mankracht om wat te doen.' In Utrecht Noord, een van de drie beheereenheden van Utrechts landschap, heeft Dijkstra daarom 55 vrijwilligers in zijn e-mailbox waar hij een beroep op kan doen als een boer aangeeft dat hij wil gaan maaien. Een van hen is Pieter Jan van der Vliet (39), bedrijfseconoom bij het ministerie van Economische Zaken. In 2010 kreeg hij een burn-out. 'Toen ben ik als vrijwilliger begonnen bij Utrechts Landschap om wat fysiek werk te doen in de natuur: wilgen knotten, hooien, dat soort dingen. Ik ben allang weer aan het werk, maar op de woensdagochtend help ik nog altijd mee. Ik ben een natuurmens. Hier lopen is een geweldige manier om alles van je af te laten glijden.'

Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Utrechts Landschap zoekt vooral rond de eigen natuurgebieden naar reekalfjes, maar de aanvragen vanuit de rest van de provincie nemen toe, merkt Dijkstra. 'Of dat werk zinvol is voor een diersoort waar het in Nederland goed mee gaat? Zeker. Als we ook maar het vermoeden hebben dat we een reekalf kunnen redden, dan zetten we alles op alles om een perceel te inspecteren. We laten als Utrechts Landschap die beestjes niet kapot maaien. Als een boer belt, dan gaan we.'

Ook andere natuurorganisaties en tientallen jagersverenigingen proberen in deze periode reekalfjes te redden. Hun aanpak verschilt. Om de inzet van menskracht te verminderen, wordt er bijvoorbeeld geëxperimenteerd met drones met warmtecamera om de kalfjes op te sporen.

Jagen

Voorzitter René Leegte van vereniging Het Reewild, een organisatie die zich al 65 jaar inzet voor het ree, denkt dat preventieve maatregelen net zo goed en vooral minder arbeidsintensief zijn dan een uitputtende zoektocht. 'Het is beter om de avond ervoor de geiten af te schrikken door het ophangen van wapperende en knisperende plastic zakken of zilverpapier. Dan laat ze daar haar kalf of kalfjes niet achter.' Leegte vindt het vanzelfsprekend dat ook jagers zich bekommeren om het wel en wee van jonge dieren die ze later wellicht afschieten. 'Het is echt afgrijselijk wat een maaimachine aanricht, dieren sterven een gruwelijke dood.' Hoeveel reekalfjes zo aan hun eind komen, wordt niet geregistreerd, maar volgens deskundigen zijn dat er zeker honderden, aldus Leegte.

Een gevonden reekalfje bij een eerdere inspectie.Beeld Utrechts Landschap

Herzo van der Wal van de stichting Kenniscentrum Reeën komt tot een ruwe schatting van een paar duizend kalfjes. Hij is zelf ook jager. 'Het komt voor dat ik overdag reekalfjes en andere diersoorten red en 's avond probeer een volwassen ree, dat een jaar eerder mogelijk gered is, te vinden en te doden. De kogel een jaar later is humaner dan de maaimachine. Maar het schot zelf is nog altijd - ik ben veertig jaar jager - een dingetje.'

Jutezak

Dijkstra van Utrechts landschap schat vooraf de kans op vijftig procent dat we deze ochtend een reekalfje vinden in de graslanden die we systematisch strook voor strook uitkammen. Voor het geval dat, heeft vrijwilligster en oudgediende Tineke Rodrigo - 'al vanaf mijn 8ste ging ik met mijn vader mee' - een jutezak bij zich die altijd buiten ligt om te voorkomen dat er mensengeur aan komt. Met handschoenen aan wordt het beestje opgepakt, in de zak gestopt en verplaatst naar een veilige plek buiten het te maaien perceel. 'Daar heeft het kalfje dan wel oppas nodig. Anders loopt het soms terug naar zijn vertrouwde plek als de boer nog aan het maaien is', aldus Rodrigo. De kans dat de reegeit haar jong terugvindt, is groot. Beide 'fiepen' (fluiten) om elkaar te lokaliseren. 'Mensen vinden weleens een kalfje en denken dan dat het door de moeder is verlaten en nemen het mee', aldus Rodrigo. 'Doe dat alsjeblieft niet. Blijf eraf.'

Deze ochtend is de jutezak niet nodig. De inspectie levert niet meer op dan kikkers, een vluchtende haas, een wegsluipende vos en een paar ligplekken met reeën-keuteltjes. Na afloop belt Dijkstra met de boer: 'Start de machine maar.'

Drones

Waar veertien wandelaars in een uur tijd misschien één hectare met heuphoog gras kunnen doorzoeken, scant een drone met warmtecamera er in dezelfde tijd zo'n dertig. En met succes: donderdag werden tijdens een van de vele oefenvluchten zeven pasgeboren reekalfjes gered. Drones met infraroodcamera's kosten vele duizenden euro's, maar kunnen ondanks hun hoogte (30 meter) en snelheid (50 kilometer per uur) warmte onder het hoge gras registreren, op het scherm van de bestuurder zichtbaar als warmtevlek.

Zo'n warmtevlek kan een veldmuis, haas of patrijs zijn, maar vooral reekalfjes zijn interessant, omdat zij deze maaimaand gevaar lopen. Volgens dronepiloot Roger Borre, die vorige week in een uur tijd vijf reekalfjes van 'dood door maaimachine' wist te redden, geeft zijn werk een enorme kick. 'Omdat je weet dat ze anders gewoon waren blijven liggen.'

In Nederland wordt sinds 2014 met de drones van Borres bedrijf geoefend, ook door Clear Flight Solutions, een Nederlands bedrijf dat slimme software voor drones met warmtecamera's ontwikkelt en samenwerkt met Landschap Overijssel en Brandhof Natuur & Platteland. Die software kan onderscheid tussen diersoorten maken en zelfs vogeleitjes van 1 a 2 centimeter herkennen. Drones met deze software (plus een warmtecamera en opleiding om hem te gebruiken) zijn bepaald niet goedkoop, maar bestemd voor collectieven van agrariërs en natuurbeheerders, zegt commercieel directeur Remko de Jongh. 'Maaien doe je maar een paar keer per jaar, dus je moet zo'n ding niet in je eentje aanschaffen. Delen is slimmer en goedkoper.' Volgens De Jongh zijn tien partijen voornemens het dronepakket te kopen.

Juist voor het beschermen van weidevogels als de grutto, de kievit en de scholekster - allicht minder aaibaar maar wel met uitsterven bedreigd - kan een softwaresysteem van waarde blijken, vinden de experts. Reekalfjes lopen vier keer per dag naar moedergeit en liggen steeds ergens anders, die moet je in 'realtime' oppakken. Eitjes en nestjes van weidevogels blijven langere tijd liggen.

Op dit moment kunnen vrijwilligers maar 20 procent van de nesten beschermen, maar als het aan dronepiloten en natuurliefhebbers ligt kan dat beter. Volgend jaar, zegt De Jongh, vliegen in Nederland drones voor het maaien in banen over de graslanden en geven de coördinaten van eieren en nestjes aan een bestaande database door. Die database, die momenteel handmatig wordt gevuld door vrijwilligers, is gekoppeld aan een app die sommige boeren nu al gebruiken. 'Met dat appje erbij kun je tijdens het maaien kijken waar nestjes liggen en simpelweg om ze heen laveren. Die plek komt dan een volgende maaibeurt wel, als de vogels weer zijn gevlogen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden