'We krijgen wel meer vertrouwen in elkaar'

De vooruitzichten voor 2013 zijn somber. In een serie van zes artikelen gaat de Volkskrant op zoek naar het licht aan het einde van de tunnel. Lonkt er herstel voor de huizenmarkt, de welvaart, de arbeidsmarkt, de export, de subsidiegebruikers en de banken? Vandaag: de welvaart. 'We zijn nog steeds ontzettend rijk.'

Misschien is het een goed recept tegen de economische somberheid: chef-kok Ben Spalding van het Londense restaurant John Salt adverteert met een 'ultiem kerstdiner' voor superrijken dat 125 duizend pond moet kosten: ruim 150 duizend euro voor vier gasten.


Hij belooft niet één hoofdingrediënt te gebruiken dat minder kost dan 100 Britse pond. Het hoofdgerecht is een gerecht van Japans Wagyu-rund, afgelakt met voor ruim 7.000 euro eetbaar bladgoud.


Of dat de komende dagen inderdaad geserveerd gaat worden, kan de chef helaas niet zeggen. Het diner is discreet en vragen erover worden niet beantwoord, meldt hij via zijn Twitteraccount. Daardoor blijft onduidelijk waarom zijn gasten 45 duizend euro zouden moeten neerleggen voor een Piper Heidseck-champagne van 105 jaar oud, die op die leeftijd vermoedelijk ver over zijn hoogtepunt heen is.


Eetbaar goud daarentegen is geen grap. Dat bestaat echt en het wordt ook in Nederland geconsumeerd, zegt directeur Peter Voshart van bladgoudleverancier Linova in Zutphen. Persoonlijk besteedt hij meer tijd aan de restauratie van beelden en gouden kerkhaantjes, maar via zijn website levert hij ook zo'n vijfhonderd eetbare bestellingen per week in Nederland en België, zowel aan particulieren als aan restaurants en luxe banketbakkerijen.


Bij patissier Huize van Wely in Noordwijk bijvoorbeeld wordt de taart Pierrot ermee versierd. Die bestaat uit Moskovisch amandelgebak, bitterkoekjeslikeur, wittechocolademousse, abrikozenconfiture en dus: goud.


De eetbare handel zit in de lift, wat vreemd is met de hoge goudprijs en de economische recessie, beaamt Voshart. Het goud van 23 karaat wordt geleverd in velletjes van zevenduizendste millimeter om gerechten te vergulden. In poedervorm kan het drankjes laten schitteren. Met name champagne en cocktails met Oudjaar worden er extra feestelijk mee gemaakt.


Goud smaakt nergens naar en het lichaam doet er niets mee. Het wordt dus gewoon uitgepoept. Dat zouden we ultieme decadentie kunnen noemen, maar Voshart houdt het liever op 'pure verwennerij'. Goud is liefde, zegt hij. Soms gaat die door de maag. Bovendien zijn de kosten niet exorbitant. Voor ruim 40 euro kunnen we een flinterdun beginnerssetje kopen.


Mensen die goud eten om het later door het toilet te spoelen, zijn het ultieme symbool van de hedonistische consument. Die doet - in elk geval in theorie - wat de economie kan redden: spenderen in plaats van oppotten. De meeste Nederlanders en andere Europeanen doen nog steeds het tegenovergestelde, waardoor de economie blijft krimpen.


Geven deze consumenten het antwoord op de economische problemen, simpelweg door meer te consumeren en te blijven vertrouwen in een gouden toekomst? Zijn het lage consumentenvertrouwen en de dalende koopkracht te redden met een goed humeur?


Het economisch probleem zit inderdaad deels tussen de oren, zegt professor doctor José Bloemer, hoogleraar marketing in haar werkkamer aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Zij is psychologe en gespecialiseerd in economische psychologie.


Een beter humeur helpt een beetje, denkt de hoogleraar, want in grote lijnen is er weinig reden voor pessimisme. 'Nederland is een van de meest welvarende landen ter wereld. Ondanks alle sombere cijfers zijn we nog steeds ontzettend rijk. We hebben miljarden gespaard en zijn op de goede weg om dingen bij te sturen. Dat zou wat vaker mogen worden benadrukt. Niet alleen door journalisten maar ook door de overheden zelf.'


Als we onze welvaart zouden vergelijken met die van een generatie geleden, zouden vrijwel alle Nederlanders zich welvarender moeten voelen. Het gemiddeld besteedbare inkomen van huishoudens was in 2010 ruim 33 duizend euro. Gecorrigeerd voor inflatie is dat bijna een kwart meer dan in 1977. Per individuele Nederlander ging de koopkracht omhoog van 18,6 duizend naar 23,3 duizend euro, berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) eerder dit jaar.


Daar lijken we niet 25 procent gelukkiger door te zijn geworden, hoewel dat in werkelijkheid meevalt. 'Mensen zijn over het algemeen tevreden met hun eigen situatie; ook hun financiële situatie', zegt Bloemer. 'Als ze zich al met anderen vergelijken, kijken ze meestal naar mensen die een paar honderd euro meer verdienen; niet naar de allerrijksten. Nederlanders voelen zich over het algemeen gelukkig; ook op die ranglijstjes scoren we heel hoog.'


De psychologische wetmatigheid is nu eenmaal dat wie meer heeft dan vroeger, dat al snel niet meer zo ervaart. 'Wie deze maand een salarisverhoging krijgt, vindt dat heel erg fijn. Maar volgende maand is het alweer gewoon en kijk je uit naar de volgende verhoging. Het stadium waarin we van meer geld gelukkiger worden, zijn de meesten van ons al gepasseerd. Het geluksmoment is er wel, maar niet meer langdurig. Dat is anders wanneer de basisbehoeften nog niet zijn vervuld.'


Uiteindelijk blijft hierdoor zelfs de guldentaartjes-eter gefrustreerd achter: bah, vandaag alweer goud.


De economie draait echter niet op geluk, maar op vertrouwen en ook dat lijkt nu in een crisis. Consumentenvertrouwen wordt gemeten door Nederlanders te vragen naar hun verwachting over de economie en over hun eigen financiën. Op de vraag wat ze het komend jaar verwachten van hun eigen financiële situatie werden nog nooit zulke sombere antwoorden gegeven als afgelopen november. De barometer stond volgens het CBS op min 32; de laagste stand ooit gemeten.


Toch ziet Bloemer ook wat betreft het vertrouwen in de samenleving gestaag een positieve ontwikkeling, niet aangezwengeld door de overheid, maar door burgers zelf. Die resulteert waarschijnlijk niet meteen in meer geld, maar mogelijk wel in een betere economische situatie.


Het lage consumentenvertrouwen waar Nederland nu nog mee kampt komt ongetwijfeld door het slechte nieuws dit jaar dat met een goed humeur niet viel weg te poetsen. In 2013 daalt de koopkracht voor het vierde jaar op rij. De ontslagbescherming verdwijnt. Huizen blijven voorlopig onverkoopbaar en de armoede zal toenemen. 40 procent van de huishoudens heeft nu al minder dan 2.000 euro op de bank en 15 procent spaart niet. Eén op de drie huishoudens heeft betalingsachterstanden.


Bloemer: 'Vanuit zijn microperspectief heeft de consument groot gelijk om terughoudend te zijn. Wie geconfronteerd wordt met lagere salarissen, slechtere pensioenen of dreiging van ontslag kan maar één verstandig ding doen. Dat is minder consumeren en meer sparen. Ook al is het vanuit macroperspectief op de lange termijn niet in het belang van ons allemaal.'


Dat overheden en instituties er niet in slagen de vertrouwenscrisis te overbruggen, is deels hun eigen schuld. Niet zozeer vanwege het slechte nieuws zelf, maar wel door de manier waarop dat wordt gebracht, vindt ze. 'Vertrouwen creëer je door betrouwbaar te zijn en te doen wat je belooft. Alleen consequent handelen is daarbij niet genoeg. Vertrouwen is ook een kwestie van goedwillendheid. Je moet als burger het vertrouwen hebben dat anderen het goed met je voor hebben.'


Op beide punten gaat het nog te vaak mis. 'Als je beleid wilt marketen, moet dat duidelijk en consistent gebeuren. Je kunt daarbij leren uit de lessen van crisismanagement: eerlijk en transparant zijn; duidelijkheid geven; doen wat je zegt; niet in de verdediging gaan en erkennen dat er een probleem is.


'Die zaken zijn in onze cultuur belangrijk om een crisis te managen. Het gezwalk van het kabinet was daar de laatste tijd geen goed voorbeeld van. De forensentaks kwam en ging weer. Net als allerlei andere maatregelen en staatssecretarissen, die bij nader inzien toch moesten opstappen. Dat soort incidenten had je moeten voorkomen. Nu dragen ze allemaal bij aan minder vertrouwen.'


Beleid wordt gewijzigd omdat de politiek wil 'luisteren naar de burger', erkent ze. 'Dat is inderdaad een mooie mantra. Maar ik denk dat er een mooiere is: doen wat je zegt dat je doet, en uitleggen waarom dat goed is voor de mensen. Als dat goed gebeurt, krijgt de burger het gevoel dat de overheid het goed met hem voor heeft. Maar het gebeurt te weinig.'


Vertrouwen is toch al een schaars product geworden, analyseert de psychologe. 'De burger heeft de laatste jaren nogal wat te verwerken gekregen. Rechters, doctoren, professoren, politici en de kerk zijn allemaal voor de bijl gegaan. Wie kun je nog vertrouwen? Dat neerhalen van autoriteiten hebben we deels zelf gedaan, want autoriteit was niets voor ons. Nu merken we dat een beetje autoriteit toch niet zo onwenselijk is. Mijn overtuiging is dat wanneer het vertrouwen in onze maatschappij, omgeving en instituties weer toeneemt, en dus eigenlijk in onszelf, we daar ook weer naar gaan handelen. Dat zal ook de economie weer op gang helpen.'


De redding komt dus niet uit de hoek van met geld smijtende hedonistische consumenten. 'Ik heb het idee dat we er daar toch steeds minder van zien. Ik bespeur een kentering waarbij steeds meer mensen doorkrijgen dat we naar een ander soort werkelijkheid gaan; een waarin we vertrouwen terugwinnen in elkaar. Zie bijvoorbeeld de nieuwe vormen van betalingsverkeer waarin mensen onderling diensten uitruilen. Daarmee maken ze de contacten weer nauwer en keren ze terug naar de basis; het gezin; het onderlinge vertrouwen.'


In 25 jaar op de universiteit heeft ze haar studenten zien veranderen. 'De gemiddelde bedrijfskundestudent van tien jaar geleden hoopte toch zoveel mogelijk geld te gaan verdienen. Nu stellen ze zich vaker de vraag hoe ze een zinvolle bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij en hoeveel inkomen ze eigenlijk nodig hebben. Ze streven niet automatisch naar méér. Dat lijkt me positief, hoewel het ook betekent dat er minder waarde, tenminste in euro's, wordt gecreëerd. Het heeft wel een negatief effect op het bruto nationaal product.'


Hoe staat het eigenlijk met haar eigen consumentenvertrouwen? Op die vraag vervalt José Bloemer even in gepeins, en het antwoord dat opkomt bevalt maar matig. 'Zelf ben ook terughoudend geworden, nu ik erover nadenk. Dat is niet goed. Voorheen kocht ik rond de feestdagen vaak iets nieuws voor mezelf, gewoon omdat het leuk is. Nu zeg ik joh, je hebt al zoveel. Het kan nog wel even. Mijn eigen gedrag past keurig in het algemene beeld.'


De CBS-publicatie Welvaart in Nederland over de koopkracht tussen 1977 en 2010 staat op www.cbs.nl


Koopkracht van vroeger vergelijken met die van nu kan met de calculator van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis: http://www.iisg.nl/hpw/calculate.php


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden