'We horen vaak: als dit mime is, vind ik het leuk'

Thema’s als religie, apathie, cynisme en macht interesseerden de mimetheatergroep Bambie vijftien jaar geleden, en eigenlijk nog steeds...

AMSTERDAM ‘Publiciteit hè’, zegt Jochem Stavenuiter als er een doos met nylon zadelhoesjes wordt binnengebracht. Bambierambam, staat er in gele letters op een zwarte ondergrond. Deze week spannen Stavenuiter en Paul van der Laan, samen de jubilerende mimetheatergroep Bambie, op strategische plekken in de stad hoesjes om fietszadels. Onder honderden Amsterdamse billen zal zo de komende dagen de boodschap worden verspreid: festival Bambierambam komt eraan. In een tijd dat het steeds moeilijker is om publiek te vinden voor kleine theaterproducties, is zo’n pr-stuntje meer dan welkom.

Vorige week maandagmiddag half 4 ’s middags in een repetitielokaal in Amsterdam: in een straf tempo wordt het oeuvre van de afgelopen vijftien jaar doorgenomen en gerepeteerd. ‘Gekkenwerk, maar ook een kick’, zegt Stavenuiter. ‘Vanochtend hebben we het kruipdansje uit Oleg! Oleg! Oleg! geoefend, vervolgens hebben we een stuk van Bambie 6 op dvd bekeken. Morgen komt de acteur die meespeelt in Bambie 5 repeteren, donderdag gaan we de hele dag Bambie 10 doen, vrijdag Bambie 1 en Bambie 4, zaterdag Bambie 7, en maandag gaan we met de band spelen.’

Oudere Bambie-voorstellingen op hun houdbaarheid testen, ontwikkelingen in het repertoire tonen, trouwe bezoekers op een andere manier ontmoeten en een nieuw publiek de kans geven de schade in te halen; dat waren, in 2003, de redenen om een Bambierambam te organiseren. De eerste rambam vond plaats in Amsterdam, daarna volgden Den Haag, Utrecht en Rotterdam.

Op de vloer wordt deze maandagmiddag alles in gereedheid gebracht voor de ‘doorloop’ van Oleg! Oleg! Oleg!, een van de succesnummers van Bambie, gemaakt voor De Parade in 2001. Terwijl op een tv-scherm een opname van de voorstelling te zien is, als geheugensteuntje, trekt in een half uur een stoet van personages voorbij: drie mannen die op hun knieën voortbewegen, een priesterfiguur, een mannetje dat op zijn handen loopt. Een reuzenpiemel van bruin leer komt door een gat uit zijn witte onderbroek. Er is een beest onder een dierenvel (of is het God?), er is wind en tegenslag, en een dode, aan het eind.

Hoe ver ga je voor je geloof? Die vraag was het startpunt voor de voorstelling, en nee, dat had niets te maken met de aanslag op de Twin Towers – ook 2001. Stavenuiter: ‘René van ’t Hof, die oorspronkelijk een van de rollen speelde, had Atman gezien, een documentaire over twee Indiase broers die een pelgrimage maakten over de Ganges. Hij vertelde dat er op een gegeven moment een mannetje in beeld kwam, en die zat zo, in kleermakerszit, met een stok tussen beide handen, en om die stok zat zijn penis gerold – twee, drie keer eromheen. Met dat idee, dat iedereen zo zijn dingetje doet voor zijn geloof, gaan we aan de slag.’

Macht
Tijdloos. Zo typeren de makers hun voorstellingen. Daarom kunnen ze ze blijven spelen, ook al verstrijken de jaren en worden ze zelf ouder. Thema’s als religie, apathie, cynisme en macht, zegt Van der Laan, interesseerden hem vroeger, en ze interesseren hem nog steeds. Stavenuiter: ‘We veranderen aan de opbouw en de scènes van de voorstellingen niets, maar spelmatig vullen we ze natuurlijk anders in. Als ik opnames uit onze begintijd bekijk, kan ik zien dat ik, op mijn 23ste, heel erg op energie speelde. Al mijn bewegingen waren groot, ik had ook geen idee hoe ik het anders moest doen. Als ik nu een emotie wil uitdrukken, is het veel subtieler en gearticuleerder. We zijn gewoon veel betere spelers geworden.’

Ze kwamen elkaar vijftien jaar geleden tegen op de Theaterschool in Amsterdam. In die tijd waren Carver, Suver Nuver en Nieuw West hun grote helden. Van der Laan: ‘Daar stonden mensen die hun eigen persoonlijkheid meebrachten op het toneel, en niet, zoals theateracteurs, dienstbaar waren aan een stuk, of aan de visie van de regisseur. Ik herinner me een solovoorstelling van Marien Jongewaard van Nieuw West, waarin hij jankte, schreeuwde, fluisterde, alles liet zien met zijn lijf en met zijn stem. Hij speelde geen rol. Hij stond daar, met zijn hele hebben en houden. Dat vond ik zo ongelooflijk mooi.’

Rauw
Wat zij, als jonge makers, aan het mimelandschap wilden toevoegen? Het is lang stil. Stavenuiter: ‘Poeh. We wilden gewoon een voorstelling maken.’ Van der Laan: ‘Iets tragikomisch, denk ik.’ Stavenuiter: ‘Dat was Carver ook. Nee, het unieke van Bambie heeft toch met onze eigen persoonlijkheden te maken.’ Van der Laan: ‘Typisch Bambie is: we vergroten details extreem uit, en we kunnen heel rauw zijn. Van ons publiek horen we vaak: als dit mime is, vinden we het leuk.’

En wat die persoonlijkheden betreft: ja, wat op het podium te zien is, klopt. Paul van der Laan is de bedachtzame, de man van de details die eist dat je tot de kern komt. Jochem Stavenuiter: één brok energie, steeds weer nieuwe ideeën aandragend, de man van het overzicht. Die verschillen zorgden de afgelopen jaren voor een groot publiek en enthousiast ontvangen voorstellingen, maar het botst ook geregeld. In 2007, tijdens de repetities voor Bambie 12, ging het bijna mis. Vaste dramaturg Marijn van der Jagt moest tussenbeide komen om een schijnbaar onoverkomelijk verschil van inzicht te overbruggen. Stavenuiter: ‘Ik merk de laatste jaren dat ik steeds meer de behoefte voel om een voorstelling van tevoren uit te denken. Terwijl Paul de vloer op wil en dan voelt en kijkt wat er gebeurt. Je hebt het allebei nodig om iets bijzonders te maken, maar het is soms wel balanceren op een slap koord.’

Wat de toekomst brengt? Van der Laan is eerlijk: verder dan een jaar vooruit kijken, lukt hem niet. Hij gaat in ieder geval een solo spelen. ‘En ik droom er ook al jaren van om een klassieke tragedie als Hamlet op een mimemanier te benaderen.’ Stavenuiter gaat komend seizoen Bambie 15 regisseren. ‘We hebben gemerkt dat het goed is voor de verhoudingen en voor de creativiteit als de twee artistiek leiders van een gezelschap niet altijd samen in een stuk spelen.’

Tien minuten later stappen ze op de fiets. De plicht roept, de zalen moeten vol. Paul van der Laan draagt een zadelhoesje op zijn hoofd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden