Vonk

We hebben onszelf de EU ingerommeld

Maar liefst 56 procent van de kiezers vindt dat Nederland de Europese Unie is 'ingerommeld'. Dat bleek vorige week uit een enquête van Maurice de Hond. Correspondent Marc Peeperkorn ontleedde twee maanden geleden, in de Vonk van 1 maart, het gerommel. Zijn conclusie? We zijn er niet zomaar ingerommeld, we waren er zelf bij. Decennium na decennium.

Beeld Illustratie Michiel Walrave

Ze is van een meedogenloze schoonheid: de combinatie EU met 'we zijn erin gerommeld'. Met één klap is duidelijk dat Wij, het Volk der Nederlanden, ergens in een niet eens zo heel ver verleden, op gruwelijke wijze in het pak zijn genaaid. We zijn beroofd van onze gulden, gestript van onze soevereiniteit en gezuiverd van onze identiteit. Al wat ons autonome Nederlanders rest, is een EU-horigenbestaan. Alles voor Brussel, Brussel voor alles.

Als 'wij' het slachtoffer zijn, is er natuurlijk ook een dader: zij! Die wordt niet expliciet genoemd - uitleg doodt de uitspraak - maar wel impliciet. 'Zij' dat zijn de eurocraten, volksvijand nummer 1. De tienduizenden dikbetaalde EU-ambtenaren en 28 Europees Commissarissen die verborgen achter het spiegelend glas van Brusselse kantoorkolossen hun dictaten aan ons opleggen. Ongrijpbaar zijn ze, anoniem als de fictieve bogen en ramen op de fletse eurobiljetten die onze vurig glanzende Oxenaar-snippen, -zonnebloemen en -vuurtorens uit de geschiedenis hebben gegumd.

Zoals gezegd, een verschroeiende frase die een schel licht op onze recente geschiedenis zet. Met dank aan de SP die haar muntte en de PVV die de EU eraan vastklonk. Maar wat als we haar ontleden? Wie zijn precies die machteloze 'we' die zich door een paar duizend EU-ambtenaren laten koeioneren? Decennium na decennium zelfs, Nederland maakt immers sinds de allerprilste fase (Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, 1952) deel uit van het grote Europese project.

'We', dat zijn allereerst de burgers, alle 16,8 miljoen Nederlanders. Ruim driekwart van hen (12,6 miljoen Nederlanders) zijn stemgerechtigd. Zij hadden als minimale verzetsdaad - niemand die het ziet - massaal op een politieke partij kunnen stemmen die eurokritisch (SP, CU, SGP) of anti-EU (PVV) is. Vooral de laatste tijd (vijf nationale en twee Europese verkiezingen in twaalf jaar) was daar volop gelegenheid toe. Het is niet gebeurd.

Onze polder dan, het bewierookte middenveld van vakbonden, werkgevers-clubs, milieuorganisaties en andere belangenverenigingen. Dit nationaal matras tegen al te grote politieke schommelingen, dat behoort zeker tot de 'we'. Zijn deze elites met al hun overlegorganen, old-boys-netwerken, lobbykantoren en antennes in Brussel dan niet opgewassen tegen de Brusselse eurocraten? Eindigt onze veerkrachtige polder - honderd keer doodverklaard maar nog steeds springlevend - echt bij Hazeldonk?

Geldzakken
'We' zijn ook de politici, onze voorposten wat Brussels beleid betreft. Het zijn de vele duizenden raadsleden, wethouders en burgemeesters, die jaar na jaar miljarden euro's aan Europese subsidies in Nederland hebben weggezet. Hebben zij dan nooit geweten welke ketenen er aan die geldzakken zaten? Dat je à la Faust je nationale ziel verkwanselde in ruil voor wat Brusselse blingbling?

Of neem de Tweede Kamerleden, onze volksvertegenwoordigers, die steeds opnieuw na uitgebreide debatten in meerderheid instemden met de Brusselse richtlijnen, verordeningen en Verdragen die eerder door hun partijgenoten in het Europees Parlement en de eigen ministers en premiers waren goedgekeurd. Ook zij - juist zij - spelen met verve de 'wij, slachtoffers van Europa'- rol. Terwijl ze wekelijks de ministers een mandaat kunnen geven om heldhaftig 'nee!' in Brussel te roepen. Maar dat gebeurt niet. Sterker: die vergaderingen in de Kamer, voorafgaand aan alle Brusselse overleggen, worden mondjesmaat door onze parlementariërs bijgewoond.

Problematisch is het wel, als we allemaal slachtoffer zijn. Gedeeld leed is immers geen leed, of in ieder geval veel minder. En het roept vragen op over het waarom. Waarom moesten 'ze' ons, 16,8 miljoen Nederlanders, te grazen nemen? Of heeft dat handjevol eurocraten iedereen, alle 500 miljoen Europeanen, beet bij de staart? Dat dwingt dan op zijn minst bewondering af. Wat is er met ons gebeurd? Waar zijn we in gerommeld?

De erin-lijst is lang. Misschien moeten we helemaal terug naar de verwekking, de oerknal van de EU: de EGKS. Daar zijn we destijds in gerommeld door Willem Drees, een man met een diep wantrouwen tegenover Europese samenwerking nota bene. Die toenadering zag 'Vadertje Drees' eerst en vooral als een katholieke samenzwering die Nederland van zijn zuurverdiende centjes zou beroven. Toch gaf deze euroscepticus avant la lettre in 1951 zijn zegen aan het Verdrag van Parijs (oprichting EGKS), met steun van de Tweede Kamer natuurlijk. Vervolgens kwamen de oprichting van de West-Europese Unie (1954), het Verdrag van Rome (1957, EEG), het Verdrag van Maastricht (1992, EG), het Verdrag van Amsterdam (1997, EU), het Verdrag van Nice (2001) en het Verdrag van Lissabon (2007): steeds opnieuw werden we willens en wetens meegesleept in de immer uitdijende en ever closer Union (preambule Europees Verdrag). Ongehoord maar waar gebeurd.

Willem Drees. Beeld anp

De interne markt, nog zo'n megaproject van de EU waarmee we tot onze kleinste haarvaatjes verweven zijn. Duizenden Nederlandse bedrijven die hun producten moeiteloos aan de overige 483,2 miljoen Europeanen slijten en andersom, tienduizenden Europese ondernemingen die ons hun koopwaar aanbieden. Het is ons overkomen.

Net als het vrij verkeer van kapitaal, waar burgers en banken ruim van profiteren. Met IJsland moest je wel oppassen, maar goed, dat is ook geen EU-land.

Het paspoortloos reizen, het recht om elders te werken, we zijn erin geluisd. Op een dag stond die Pool in de achtertuin, niet de gevreesde Rus met zijn kruisraket. Wel praktisch overigens dat die Pool tegen het keukenraam tikte, dat kon wel een likje verf gebruiken. En ach, als Jaroslaw nu toch bleef hangen, kon hij dan niet gelijk de hele keuken onder handen nemen?

De grootste val waarin we zijn getrapt, is natuurlijk de euro. Eigenlijk was het moord met voorbedachten rade. In de eerste maanden van 2002 werden we losgeknipt van onze rijke guldengeschiedenis met haar wortels in de vroege Middeleeuwen. Het ¿-teken verdween uit ons dagelijks leven, weggeretoucheerd in goed Stalinistische traditie. Om terug te keren als verzetssymbool tegen de EU, dat dan weer wel. Fuck the EU.

Koningin Beatrix en burgemeester Deetman in 2007 bij de viering van het 50-jarig bestaan van de verdragen van Rome, de basis voor de Europese Unie. Beeld anp

Euroterreur
Eind januari 2002 bleek ons loon getalsmatig gehalveerd, evenals onze pensioenaanspraken en was de nieuwe prijs van een vers getapt biertje schuimhartig naar boven afgerond. Proost, op de euro!

Zijn we twaalf jaar later mentaal murw geslagen door de euroterreur - niemand rekent de prijzen meer om in guldens - psychologisch zijn we de omschakeling nog steeds niet te boven gekomen. De gulden stond voor Nederland, zoals de D-Mark Duitsland was en Italië de lire. Aan het geld herkent men de natie en Europa is geen natie. Althans, dat willen we niet.

De vernederingen die we sindsdien, na de euro-invasie, hebben moeten slikken, kunnen we nauwelijks bevatten. De geboorte van de euro bleek een 'kamelenneus': de munt als lief snoetje, maar daarna kwamen een paar heel vervelende bulten. Europese noodfondsen bijvoorbeeld om onze zwakke eurobroeders - hadden wie die zelf uitgezocht? - voor een bankroet te behoeden. Olli Rehn, de Europese budgetcommissaris, die gewapend met miljardenboetes onze ontwerpbegroting beoordeelt nog voor de Kamer ernaar heeft kunnen kijken. Brussels gezaag aan onze hypotheekaftrek. Europese stresstests voor onze banken, Europees toezicht op onze banken en Europese faillissementsbesluiten over onze banken. Ongekend waarin we zijn beland.

Dat brengt ons op het meest explosieve woord van de geliefde uitspraak: gerommeld. Dit voltooid deelwoord tekent de overgave, onze nederlaag, maar vooral ook de geniepige slinkse wijze waarop we gekneveld zijn. Neem die opeenvolgende Europese verdragen waarmee de strop steeds iets strakker werd aangetrokken. Vervelend wel zijn de handtekeningen van onze bewindslieden die erop prijken en de ruime parlementaire meerderheden waarmee ze zijn goedgekeurd. Als de metafoor van de strop toch wordt gebruikt, dan hebben we zelf de boom geplant, de tak gekozen, het touw genomen, de knoop gelegd en onze kop erin gestoken. Een Europees verdrag is geen reclamefolder die ongewenst op de deurmat ploft.

De geschiedenis van de euro leest als de kroniek van de aangekondigde - dus wijd en zijd bekende - guldendood. Na tientallen jaren discussie in Europese werkgroepen kondigden de leiders tijdens de Top van Maastricht (1991) vol vreugde en overtuiging de onomkeerbare komst van de euro aan. Maastricht plukt toeristisch nog steeds de vruchten van die top.

Beeld anp

De aanloop naar 'Maastricht' is fascinerend en verplichte studiekost voor jonge, ambitieuze diplomaten. Nederland haalde als EU-voorzitter namelijk genadeloos bakzeil. 'Wij gingen af als een gieter', zou de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek zeggen. Jacques Delors, de roemruchte voorzitter van de Europese Commissie, sprak over een 'slachtpartij'. Het diplomatieke echec ging de vaderlandse geschiedenis in als Zwarte Maandag.

Wat Nederland die dag, 30 september 1991, vergeefs de andere lidstaten voorhield, was dat een monetaire unie (één munt) zonder politieke unie (afstemming financieel-economisch beleid; gemeenschappelijk buitenlands beleid) gedoemd was tot crisis en misère. Wat dan nog de EEG is, een prettige vrijhandelszone, moest volgens Nederland worden omgevormd tot een Europese Politieke Unie, de EPU, waarin de beleidsteugels vanuit Brussel worden aangetrokken.

Hoe vooruitziend. Feitelijk was Zwarte Maandag een moment van ongekende luciditeit. Alleen België onderkende de visie, de rest, Frankrijk voorop, zette de kettingzaag in de EPU.

Twintig jaar later, gezeten op de blaren van de grootste crisis uit de geschiedenis van de EU, is die bemoeienis met elkaars beleid alsnog een feit. Geïnitieerd, bij hun volle verstand, door de premiers (Mark Rutte), uitonderhandeld door de Financiënministers (Jan Kees de Jager, Jeroen Dijsselbloem) en in alle openheid goedgekeurd door de nationale parlementen, werd de weeffout in de constructie van de euro hersteld. In het handvat van Rehns begrotingszweep staat een speciale boodschap gebrand: 'Sla vaak, sla raak.' Op verzoek van Nederland.

Enthousiast
Je kunt dus niet zeggen dat we de euro in gerommeld zijn. Hoogstens dat we onszelf er enthousiast in gerommeld hebben. En nog steeds in rommelen. Niet alleen het toenmalige kabinet-Lubbers III wees op de volle omvang van het europroject, het diplomatieke debacle van de EPU werd breed uitgemeten in de pers. De Nederlandsche Bank op haar beurt liet ook van zich horen. Directeur Andreas Szasz schetste tot vervelens toe de puinhopen die konden ontstaan als landen wel de lusten van de euro (lage rente, goedkoop geld) wilden, maar niet de lasten (verlies soevereiniteit).

Buiten Nederland was er Bernard Connolly, de Commissie-ambtenaar die in 1996 een snoeihard boek over de euro schreef: The Rotten Heart of Europe. Alles wat er fout kon gaan met de euro, werd toen al door Connolly voorspeld. Hij werd op staande voet ontslagen door de Commissie. Zowel zijn boek als zijn ontslag kreeg volop aandacht.

En dan onze Poolse vriend Jaroslaw. In 1989 ontworstelde zijn land zich aan de Sovjetdictatuur; in 1994 kwam de aanvraag voor het EU-lidmaatschap (in alle openheid, met champagne); in 1998 begonnen de onderhandelingen; in 2004 trad Polen toe tot de EU (in alle openheid met opnieuw champagne) en na nog een overgangstermijn van een paar jaar mocht Jaroslaw hier komen klussen. Twintig jaar debat, het vrij verkeer van werknemers was geen kwestie van gerommel, ook niet in de marge.

Bij de Dienst Openbare Werken in Maastricht worden de vlaggen van de EG-staten geordend voor de Top van Maastricht 1991. Beeld anp

Niet onbelangrijk in deze: we weten hoe we Brusselse besluiten kunnen tegenhouden! We hebben het eerder gedaan, op 1 juni 2005. Toen keerde gans het volk - nu ja, 61,5 procent van de 7,6 miljoen Nederlanders die hun stem uitbrachten - zich tegen de Europese Grondwet die de gehate euro-elite (ook van eigen bodem) aan ons wilde opleggen. Grondwet dood, leve de Grondwet. Want drie jaar later stemden de Tweede en Eerste Kamer in met het Verdrag van Lissabon, diezelfde Grondwet, maar iets anders opgeschreven.

'We zijn erin gerommeld', het snijdt geen hout maar versluiert wel. Met het afschuiven op anonieme eurocraten duiken politici voor hun verantwoordelijkheid. Illustratief in deze was ex-staatssecretaris Frans Weekers (Financiën) die tijdens een van zijn laatste werkbezoeken aan Brussel grijnzend zei: 'Olli Rehn is mijn beste vriend!' Heerlijk, zo'n brede Brusselse rug als je zelf het saneringsmes hanteert.

Inmiddels pleiten Europese vakbonden, sociaal-democratische partijen en zuidelijke lidstaten al weer jaren voor een 'sociaal Europa'. PvdA-huisideoloog Ad Melkert schreef er onlangs een lijvig rapport over, De bakens verzetten, om ons land, Europa én de PvdA uit de crisis te leiden. Kernpunt van het rapport: een Europese maximale werkloosheidsnorm van 5 procent.

Wie de statistieken van de afgelopen twintig jaar erop naslaat, ziet dat zelfs in tijden van hoogconjunctuur, met geld dat 'tegen de plinten klotste' (oud-minister van Financiën Gerrit Zalm) en krapte op de arbeidsmarkt, de werkloosheid in Europa nooit minder dan 8 procent is geweest. 5 procent (maximaal!) is dan niet alleen een heroïsch karwei, het zal gepaard gaan met extreme bemoeizucht uit Brussel. Met ingrijpen op onze arbeidsmarkt, in de sociale zekerheid, pensioenen en belastingtarieven.

'Er zijn meer metertjes nodig op het dashboard', zei Agnes Jongerius, de nummer 2 op de PvdA-lijst voor de Europese verkiezingen, onlangs verlekkerd. Let wel: op het EU-dashboard. Méér Europa dus. Verdere integratie, zoals de regeringsleiders die ook voor de eurozone bespreken en voor het migratiebeleid. Over een paar jaar zijn we er opnieuw verschrikkelijk in gerommeld.

Staatssecretaris Frans Weekers van Financien. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden