‘We hebben na Srebrenica veel geleerd’

Hij leidde VN-operaties in Cambodja, Bosnië en Ethiopië-Eritrea. Nu zwaait hij af als bevelhebber van de VN-macht in Congo. Daar is net opnieuw geweld losgebarsten....

Net terug in Nederland krijgt generaal-majoor Patrick Cammaert een telefoontje uit Kinshasa: zijn appartement in de Congolese hoofdstad is bij de hevige gevechten van de afgelopen dagen beschadigd geraakt. Vrienden houden hem op de hoogte over schietpartijen, brandstichting, plunderingen, lijken op straat. ‘De Volkskrant schreef zaterdag over zestig doden. Nou, tel er maar een flink aantal bij op.’

Bij de militaire tak van de VN-vredesmissie Monuc heeft de generaal-majoor der mariniers als ‘onderbaas’, zoals hij het zelf noemt, meegewerkt aan de eerste vrije, democratische verkiezingen in de Democratische Republiek Congo, vorig jaar. ‘Die waren op zichzelf een groot succes. Zonder de Verenigde Naties waren er geen verkiezingen gehouden.’

Maar het oplaaiende geweld, door toedoen van groepen die sympathiseren met de rivalen van toen, bewijst dat ‘die mijlpaal’ geen garantie is dat het eindelijk de goede kant opgaat. Alles is mogelijk in een land dat jarenlang oorlog voerde met buurlanden en geteisterd werd door gevechten tussen allerhande groeperingen – met miljoenen burgerslachtoffers en vluchtelingen als gevolg.

Cammaert is er niet gerust op. ‘De geschiedenis in de Congo heeft uitgewezen dat geweld heel snel kan overslaan. De mobiele telefoon werkt er perfect. Een paar telefoontjes en de vlam slaat elders in de pan. De uitbarsting van geweld in Bukavu (oostelijk Congo, red.) in 2004 had direct hevige rellen in Kinshasa tot gevolg.’

Na het geweld van destijds kreeg ’s werelds grootste VN-vredesmacht nog meer troepen en een zwaarder mandaat: zo nodig vrede afdwingen om vrede te bewaren. ‘In order to keep the peace, you have to enforce it sometimes.’ Twee jaar lang voerde divisiecommandant Cammaert onder deze bevoegdheden het bevel over ruim 15 duizend VN-militairen in het oosten van Congo, een gebied zo groot als West-Europa. Nergens in de wereld zag hij, tijdens zijn lange en indrukwekkende loopbaan, zo veel gruwelijkheden.

Cammaerts termijn zit erop. Nog enkele dagen en hij zet ook een punt achter zijn bijna 39-jarige carrière bij Defensie. Een collega noemde Cammaert (57) ‘de meest operationele militair in Nederland’. Hij gaf eerder leiding aan operaties en missies in Cambodja, Bosnië en het grensgebied van Ethiopië en Eritrea. Zijn benoeming in Congo volgde op een prestigieuze functie als militair adviseur van toenmalig VN-chef Kofi Annan. De Nederlander zou in een ‘burgerhoedanigheid’ zijn werk voor de Verenigde Naties graag voortzetten.

Bij zijn afscheid als militair wil hij duidelijk maken dat de VN anno 2007 ‘zeer wel in staat zijn moeilijke en gevaarlijke missies te leiden’. Dat is weleens anders geweest. Bureaucratische rompslomp, besluiteloosheid en ingewikkelde bevelslijnen stonden een krachtdadig optreden in de weg. ‘Critici wijzen steeds op Srebrenica, Somalië, Rwanda. Donkere bladzijden in de geschiedenis van VN-vredesoperaties, inderdaad. Maar dat is twaalf, dertien jaar geleden. We hebben veel geleerd.’

Cammaert trekt een voorzichtige vergelijking met de huidige NAVO-operatie in Afghanistan. ‘Daar moeten commandanten om de haverklap in hun nationale hoofdsteden vragen of iets wel of niet mag. Ik prijs me gelukkig dat ik niemand hoef te vragen of ik mijn gevechtshelikopters mag gebruiken, of hoef te melden dat ik een bepaalde operatie wil uitvoeren. Zolang het maar binnen het mandaat past. Als ik met mijn Indiase brigade een operatie opzet, hoeft er niet naar New Delhi te worden gebeld, tenzij ik de brigadecommandant zou dwingen buiten zijn mandaat te treden.

‘De troepen leverende landen hebben vooraf glasheldere afspraken gemaakt met de VN-leiding, ze weten dat ze in de hele Congo moeten kunnen opereren. In Afghanistan weigeren deelnemende landen aan de stabilisatiemacht ISAF soms buiten een bepaald gebied te worden ingezet. Dat is een enorme beperking.

‘In de Congo zijn de bevelslijnen tussen de commandanten te velde en de VN-hoofdkwartieren in Kinshasa en New York heel kort. Als het moet, kan binnen een middag iets geregeld zijn.’

Cammaert noemt de VN-vredesmacht Monuc succesvol. ‘Vele duizenden leden van allerhande milities hebben zich overgegeven en hun wapens ingeleverd. De situatie is stabieler geworden, er is aanzienlijk minder moord en doodslag tussen gewapende groepen. Maar ik roep bij elke gelegenheid dat Monuc de komende tien jaar nog niet weg kan. Daarvoor is de toestand in het land te fragiel, zoals de onlusten van de afgelopen dagen aantonen.

‘Als we vertrekken, zijn al onze inspanningen voor niets geweest. Het enige positieve resultaat van de huidige onrust is wellicht dat de wereld inziet dat we hier nodig zijn en blijven. Ik houd mijn hart vast als we de verantwoordelijkheid voor de veiligheid zouden moeten overdragen aan het regeringsleger.’

Het Congolese leger is, krachtens het mandaat, een bondgenoot van de VN-vredesmacht. De werkelijkheid ziet er anders uit. Militairen plegen volgens Cammaert in toenemende mate geweld tegen burgers: moord en doodslag, ontvoering, verkrachting, marteling. ‘Het leger is een mengelmoes van voormalige strijdende partijen, waarvan veel leiders zich schuldig hebben gemaakt aan schendingen van mensenrechten. Notoire gangsters werden benoemd tot kolonel of brigadegeneraal. Het is geen sinecure er iets fatsoenlijks van te maken. Onze pogingen daartoe hebben een teleurstellend resultaat opgeleverd. Het leger is een volstrekt onbetrouwbare partner.’

Dat is volgens Cammaert goeddeels te wijten aan de machthebbers in Kinshasa, die redeneerden: eerst verkiezingen, daarna zien we wel of en hoe het recht zijn loop neemt. ‘Als militairen moeten we ons daarin schikken. Persoonlijk had ik veel meer schurken willen oppakken. Maar de regering koos voor de weg van onderhandelingen met die lieden. Daar ligt een van onze beperkingen. Zolang het de veiligheid en stabiliteit in een gebied terugbrengt, heb ik er vrede mee.’

Een beperking vormt ook het ontbreken van hoogwaardige technologie om in het immense land informatie te vergaren en verkenningen uit te voeren. ‘Anders dan de NAVO-troepen in Afghanistan hebben we geen satellieten, geen onbemande vliegtuigen. Met een paar bootjes op het Kivumeer, dat zo groot is als de Noordzee, kom je er natuurlijk niet. Daardoor houdt de wapen- en munitiestroom aan, en worden goud en andere kostbaarheden het land uitgesmokkeld.’

De westerse landen die hem aan de felbegeerde technologie hadden kunnen helpen, weigerden ook het uitzenden van troepen. ‘Het zou fantastisch zijn als westerse landen troepen naar Afrika zouden sturen en het werk niet overlaten aan landen als India, Pakistan, Nepal en Zuid-Afrika. NAVO-landen zeggen: we moeten ons concentreren op Afghanistan, met alles wat we hebben. Ook wordt Afrika wel als ‘eng’ beschouwd. Een land als Frankrijk ziet geen rol weggelegd voor de NAVO in Afrika. En als er al politieke interesse is om een rol te spelen in Afrika, blijkt er nog steeds onvoldoende vertrouwen in de VN.

‘Ik zou graag willen dat westerse landen de bereidheid tonen om in Afrika te delen in de risico’s. Bedenk daarbij dat de risico’s voor het personeel aanzienlijk kleiner zijn dan in Afghanistan. Tot op heden hebben we in Afrika geen zelfmoordaanslagen gehad en kennen we geen bermbommen, die in Afghanistan tot de grootste verliezen hebben geleid.

‘Het Westen voert in Afghanistan strijd tegen het terrorisme. Ik zie in Afrika ook een voedingsbodem voor terrorisme. Ook daarom wil ik graag westerse troepen. Dat betekent niet dat er hele bataljons gestuurd hoeven te worden, dat kunnen landen als Pakistan en India doen. Maar we hebben behoefte aan gespecialiseerde eenheden. Genisten (‘militaire bouwvakkers’, red.), special forces, medische deskundigen, enzovoorts.

‘Kleinere groepen westerse militairen kunnen absoluut het verschil maken. Als een aantal landen mij special forces wil leveren, zou dat een aanzienlijke impact hebben. Dan kun je vrij gemakkelijk een aantal notoire leiders oppakken die hele bevolkingsgroepen terroriseren. Vervolgens durven mensen terug naar de dorpen waar ze vandaan komen, en kunnen ze de draad van hun leven weer oppakken’.

Bescherming van de bevolking vormt de kern van de missie. Daarom, zegt Cammaert, hebben hij en zijn ondercommandanten, ‘veel aandacht besteed aan het voorkomen van nevenschade’: burgerslachtoffers of onevenredige vernieling van infrastructuur. ‘We zijn terughoudend geweest in het gebruik van geweld. Ik ben er trots op dat we in twee jaar nooit klachten hebben gehad, terwijl we toch vanuit de lucht meer dan 800 raketten hebben afgevuurd. Een aantal keren stonden piloten voor een dilemma, bijvoorbeeld als zij vrouwen en kinderen zagen in een gebied waar strijders zich ophielden. Dan schoten ze niet, zekerheidshalve. Achteraf bleek de piloot steeds gelijk te hebben.’

Anders dan de NAVO kunnen de VN ‘geen grootscheepse oorlogsmachine in werking zetten’, erkent Cammaert. Maar daar gaat het ook niet om. ‘We zijn bezig met handhaving van vrede, en kunnen die op een gelimiteerde manier afdwingen’.

Gezien de terughoudendheid van de EU en de NAVO, alsmede de machteloosheid van de Afrikaanse Unie, zijn ‘de VN de enige organisatie die in Afrika kan optreden’, concludeert Cammaert na tientallen jaren dienst bij de volkerenorganisatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden