'We hebben het wielrennen teruggegeven aan het volk'

Voor wielrenner Laurens ten Dam was dit het jaar dat hij doorbrak in de Tour de France. Het was ook het jaar na het dopingschandaal bij de Raboploeg. Een terugblik.

2013 in 16 interviews


Dit is het eerste deel in een interviewserie die op 21 december wordt afgerond met een interviewspecial van het Volkskrant Magazine.


Laurens ten Dam fietst de Camerig op. Een auto komt langszij. Een inzittende vraagt hem even te stoppen. Kunnen ze een groepsfoto maken. Ten Dam schudt het hoofd. Nee, hij is aan het werk. Binnenkort wacht de Ronde van Spanje. De wielrenner gebaart naar de top. Daar wil Laurens ten Dam wel even stoppen en poseren.


'Heb ik daar dus wel een kwartier gestaan, boven op de Camerig. Eerst met die mensen op de foto. Vervolgens kwam een stelletje wielertoeristen naar boven. Wilden ook een foto maken. Wéér anderen. Wéér een foto. Zo ging het maar door.'


Fluitend suist Laurens ten Dam vervolgens naar beneden. Die fotosessie, bovenop wat de zwaarste beklimming van Nederland heet te zijn, is voor hem het bewijs. Wielrennen is weer de volkssport die het was.


'We waren het volk kwijtgeraakt', heeft hij eerder in het gesprek daarover gezegd. Toen ging het nog over de periode vóór de Ronde van Frankrijk. Het volk had het wielrennen vaarwel gezegd, schoon genoeg als het volk had van doping.


Dat veranderde dus allemaal tijdens de Tour. Samen met ploeggenoot Bauke Mollema streed Laurens ten Dam twee weken mee in de voorste rijen. Er werd ouderwets gestoempt, verdapperd, geremonteerd en weggekletst. Hun achternamen deden er niet meer toe. Nederland volstond met Bau & Lau. 'Als ik ergens trots op ben, is het dat, dat we het wielrennen weer hebben teruggegeven aan het volk.'


Dit gesprek heeft plaats op de voorlaatste dag van november. Decor is een hotel langs de A12 bij Bunnik, het tijdstip is acht uur 's morgens. Zijn wielerploeg is bijeen om het oude seizoen af te sluiten en een nieuw te beginnen.


Laurens ten Dam, het ontbijt al achter de kiezen, draagt een sweater met daarop het logo van Blanco. 'Echt iets voor mij', zegt hij. 'Thuis uit de kast getrokken, zonder nadenken.' Blanco is het al bijna vergeten station tussen het verleden van Rabo en de toekomst onder het banier van Belkin, tussen wielrennen als een beschamende activiteit en wielrennen als populair tijdverdrijf.


De vorige avond zijn staf en wielrenners aan de boemel geweest in de binnenstad van Utrecht. Eerst gingen ze uit eten, daarna de kroeg in. Dat wil zeggen: anderen gingen de kroeg in. 'Ik zat in de eerste taxi terug naar het hotel. Samen eten vind ik hartstikke gezellig, maar ik had geen zin in dat gedoe van zo'n studentencafé. Iedereen wil iets van je. Misschien ben ik daarvoor toch te veel Theunisse.'


Een kwart eeuw geleden vormde de nogal schuwe Gertjan Theunisse samen met Steven Rooks een illuster duo waaraan Bau & Lau nog een puntje kunnen zuigen. Heersten in het hooggebergte, domineerden klassementen. Als wielrennen ooit een volkssport was, dan was het dat in 1988.


Acht jaar oud was hij en Laurens ten Dam herinnert het zich als de dag van gisteren. 'Fantastische zomers waren dat. Kamperen in Frankrijk. Ze konden me niet blijer maken dan een bezoekje aan Leclerc, zo'n grote supermarkt. Ging ik lekker tv kijken en hoopte dat mijn ouders urenlang zouden winkelen.'


Destijds was hij het jongetje dat hem deze zomer veelvuldig aanstaarde tijdens de criteriums na de Tour de France, het jongetje dat om een handtekening vroeg en met hem op de foto wilde. 'Dat besef ik nu meer dan ooit. Het is een traditie waarvan je deel uitmaakt. Mensen kijken nu naar mij, zoals ik destijds naar Rooks en Theunisse keek. Dat maakt me nog trotser op mijn vak, vooral omdat ik weet hoe anders het kan zijn.'


Dit najaar is een boek verschenen, waarvoor zijn naam volstaat als titel. In Laurens ten Dam beschrijft de Limburgse journalist Robin van der Kloor de achtbaan waarin de hoofdpersoon het afgelopen seizoen werd rondgeslingerd. Dat begint met een sms van collega Gesink op 19 oktober 2012. Het gezin Ten Dam kampeert ergens in het zuiden van Spanje en vader zegt na lezing van het berichtje: 'We zijn werkloos.'


Vanwege de aanhoudende onthullingen over doping, ook in eigen kring, besluit sponsor Rabobank met onmiddellijke ingang zijn financiële bijdrage aan het wielrennen te staken. Later die dag blijkt het iets genuanceerder te liggen. De profploeg wordt inderdaad geliquideerd, maar zal onder een andere naam nog een seizoen en met geld van de bank in stand worden gehouden. Die naam spreekt boekdelen: Blanco.


Het nationaal getinte oranje van Rabo wordt verruild voor anoniem blauw-zwart. Vlak voor het begin van de Tour de France meldt de ploegleiding een nieuwe geldschieter te hebben gevonden. In het groen van Belkin, een Amerikaanse leverancier van software, wordt de Ronde van Frankrijk een onverwacht spraakmakende aflevering.


Nu, een jaar later, is de beslissing van de Rabobank nog altijd een bittere pil. 'Bestuursvoorzitter Piet Moerland zei dat het wielrennen door en door verrot was. We werden afgeserveerd als uitschot, ook jonge jongens als Wilco Kelderman en Tom-Jelte Slagter die toch echt niets te verwijten viel. Ik vond het behoorlijk lomp, zeker als je bedenkt wat er daarna naar buiten kwam over de Rabobank.


' Maar het paste wel in het beeld dat men toen had van wielrennen. Het volk zag ons als pakhazen. Ik werd er in de supermarkt op aangesproken. Hoe ik dat toch deed, zo hard naar boven fietsen. Dat deed pijn. Tien jaar lang heb ik mijn best gedaan op een zo fatsoenlijk mogelijke manier mijn sport te beoefenen. En opeens telde dat allemaal niet meer.'


Net als nu in Bunnik had de ploeg vorig jaar een bijeenkomst belegd om het seizoen af te sluiten. 'Zaten we daar met z'n allen.'


Met scheve ogen werd naar elkaar gekeken. Wie was dader, wie was slachtoffer? 'Ja, dan komen ze natuurlijk terecht bij de oudste lichting.' Laurens ten Dam, 33 jaar oud, had ooit gefietst bij Unibet, een kleine Belgische ploeg. Was dat wel zo fris geweest?


'Ik zei: jongens, ik kan alleen maar blij zijn dat ik in 2007 niet bij Rabo reed. Inmiddels weten we wat daar allemaal is gebeurd. Ik heb altijd mijn eigen keuzes kunnen maken. Het was begrijpelijk, die achterdocht, maar ik was er bepaald niet blij mee.'


Zijn loopbaan in een notedop: in 2004 begonnen als professioneel wielrenner. Bij Batavus, zijn eerste ploeg, lag Ten Dam tijdens de koers op de kamer met Rudie Kemna. 'Hij zei tegen mij: Laurens, begin er nooit aan. Je hebt er alleen maar stress van.' Kemna sprak uit ervaring. Begin dit jaar bekende hij kortstondig epo te hebben gebruikt in het voorjaar van 2003.


Vervolgens, bij het genoemde Unibet, trof Ten Dam de Russische ploegarts Michailov. 'Ik zal het nooit vergeten. Michailov bekeek mijn bloedwaarden en zei: Laurens, you've got a gift from god. Never do epo, never do cortisonen. Je hebt het niet nodig.'


In 1998 had dezelfde André Michailov, in dienst van TVM, voor de Franse rechter gestaan na de vondst van epo. Laurens ten Dam weet het. 'Michailov heeft een slechte naam, maar waarschijnlijk heeft hij anderen binnen de ploeg de hand boven het hoofd gehouden. In elk geval heb ik alleen maar goede ervaringen met hem.'


Hij voegt er de naam van Eugène Janssen aan toe, later ploegarts bij Unibet en nog altijd zijn kompas. Janssen was volgens Ten Dam een van de eersten, die een beleid voerde van zero tolerance. 'Als je bloedbeeld niet goed was, dan zette hij je tijdelijk aan de kant. En als dat twee keer was gebeurd, dan liet je het wel.'


Dat is zijn geluk geweest, denkt hij. Op het juiste moment de juiste mensen ontmoet. 'Als ze in die fase van mijn loopbaan tegen me hadden gezegd: Laurens, zo en zo werkt het in de wielersport en anders red je het niet, dan had ik het niet geweten. Dan moet je wel heel sterk in je schoenen staan.'


Laurens ten Dam zoekt het historisch perspectief in de discussie over doping. 'Joop Zoetemelk kon in de jaren zeventig nog gewoon in de krant zeggen dat hij een bloedtransfusie nodig had.'


Hij blijft het liefst het antwoord schuldig op de vraag of hij dader dan wel slachtoffer is. Daarom ook zal hij ook niet zijn helden van toen, de Rooksen en de Theunissen, bij het grofvuil zetten. 'Het is hun keus geweest, niet de mijne.'


Dat geldt evenzeer voor tijdenoten als Michael Boogerd en Lance Armstrong, ook al hebben zij met hun gedrag zijn baan op het spel gezet. Boogerd blijft voor Ten Dam de man die hij in een Frans café in 1996 op de tv naar een ritzege in de Tour zag sprinten.


En Armstrong leerde hij pas kennen als een gelijke bij diens comeback in de Tour van 2009. Daarvoor was Lance Armstrong gewoonweg van een andere orde.


Zelf is Laurens ten Dam ook wel met injectiespuiten in de weer geweest om vitamines en andere brandstoffen aan te vullen. 'Het mocht, het hoorde er bij zelfs. Maar ik herinner dat we elkaar toen ook wel hebben aangekeken. Was dit wel normaal? Als mijn moeder me zo in de weer had gezien, was ze zich rot geschrokken.'


Nu geldt de 'no needle policy' in het peloton. Mede daardoor meent Ten Dam met stelligheid te kunnen beweren dat het wielrennen in de afgelopen dertig jaar nooit zo schoon was als nu. 'En het blijkt dus ook zonder te kunnen, fietsen zonder spuiten. Die wetenschap is misschien wel de grootste winst.'


Toen Laurens ten Dam instemde met het plan voor een boekverslag van het afgelopen seizoen stelde hij de auteur één voorwaarde: volledige openheid. 'Ik had geen zin in zo'n lala-boekje, zo'n boekje waarin Laurens zijn verhaal vertelt en verder niets.'


Hij deelde met de auteur het grootste geheim dat een wielrenner tegenwoordig heeft: het wachtwoord van het computerprogramma waarin zijn bloedwaarden worden bijgehouden. Dat heet een bloedpaspoort.


Expert Harm Kuipers mocht op basis daarvan de geloofwaardigheid van Ten Dam beoordelen. De conclusie van Kuipers, zelf oud-schaatskampioen, was niet eenduidig. Het algemene beeld stelde hem gerust, maar hij plaatste wel vraagtekens bij bloed dat in 2010 en 2011 was afgetapt. De waarden daarvan 'zouden kunnen duiden' op een bloedtransfusie of epogebruik.


'Daar was ik natuurlijk niet blij mee. Eerst beweert die Kuipers dat epo niets helpt en dan begint hij over die bloedwaarden van een paar jaar geleden. Maar het is de consequentie van de openheid die ik zelf wilde. Ik heb er ook geen verklaring voor, die verandering in mijn bloedwaarden. Misschien was het de reactie op een grote inspanning. In elk geval heb ik er nooit problemen mee gehad.'


Laurens ten Dam sloot zich in 2008 aan bij zijn huidige ploeg, toen nog Rabobank geheten. Het was het jaar van de grote schoonmaak. In de afgelopen Tour was kopman en geletruidrager Michael Rasmussen van de fiets geplukt onder verdenking van dopegebruik. Er rolden koppen na een intern onderzoek.


Zes jaar later duren de schermutselingen nog altijd voort. Het laatste wapenfeit is de biografie van Rasmussen. Daarin beschuldigt de Deense wielrenner onder anderen buschauffeur Piet de Vos van hand-en-spandiensten. Bij een politie-inval zou hij de in de bus aanwezige epo hebben verstopt in zijn onderbroek.


De Vos, nog altijd aan het stuur, is inmiddels vrijgepleit door zijn huidige werkgever. Toch wil Ten Dam er nog iets over kwijt. 'Stel dat het waar is, wat had hij dan moeten doen? Moeten afgeven? Hier heb je het? Dat zou toch niemand hebben gedaan in die situatie.


'Als het inderdaad zo was gegaan, dan heeft Piet de ploeg naar eer en geweten geholpen en krijgt hij nu een pets om zijn oren. In feite moet ik Piet dankbaar zijn, want ik heb mijn baan aan hem te danken. Als dat toen allemaal was uit gekomen, had Rabo allang de stekker eruit getrokken.'


Wat hemzelf betreft: 'Ik kan met mijn hand op mijn hart beweren dat me in de afgelopen vijf jaar nooit doping is aangeboden.'


Hard werken, dat is ook de grote boodschap van zijn boek, heeft hem gebracht waar hij nu is. Langzaam maar zeker werd Ten Dam de meesterknecht die opstaat als een kopman omvalt. Zo kon hij twee weken lang, zij aan zij met Mollema, mee voorin strijden tijdens de Ronde van Frankrijk. 'Als ik ergens spijt van heb, is het van die bocht.' Tijdens een tijdrit verloor Ten Dam de controle over zijn fiets, viel en raakte zodoende in de derde week van de Tour achterop.


Dit najaar heeft Ten Dam zijn contract met twee jaar verlengd. Het was een net aanbod van Belkin, zegt hij, waaruit waardering sprak voor zijn werkzaamheden in de afgelopen jaren. Over de rolverdeling in de komende zomer wil Ten Dam zich nu het hoofd nog niet breken. 'Het gaat om de benen die je in juli hebt.'


Om ook eens een troefkaart te zijn in een grote ronde zou hij het vizier kunnen richten op Vuelta of Giro. Daaraan moet Ten Dam, eerlijk gezegd, niet eens denken. 'Ik rijd zo onwijs graag de Tour. Het zou echt pijn doen om die te missen. Meedoen aan de Tour, daar droomde ik van als jongetje.'


Laurens ten Dam verontschuldigt zich. Er wacht een bloedtest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden