' We hebben het voor de kinderen gedaan'

Veertien jaar geleden ging Piet Rentmeester (63) om belastingtechnische redenen in België wonen. Hij heeft het naar zijn zin, maar zijn laatste levens-jaren is hij toch van plan in Nederland te slijten....

'We hebben hier in de grensstreek een fietsclubje van gepensioneerden, die zich elke dag om half tien verzamelen. Soms zijn we met z'n vieren, dan met z'n tienen of z'n twaalven. Er rijden Belgen en Nederlanders mee, maar het zijn altijd de Nederlanders die de route bepalen. De Belgen knikken en vinden het goed. Ze zullen nooit eens zeggen dat we te hard gaan, of dat we een andere kant op moeten rijden. Dat is een soort ingebakken minderwaardigheidscomplex, want ik kan me niet voorstellen dat ze het altijd met iedereen eens zijn. Het gekke is dat het niet de maatschappelijk minst geslaagden zijn die met ons meerijden. Op hun werk waren ze allemaal leidinggevend.

Afgelopen zomer was het om een uur of negen 's morgens al een graad of 27, 28. De reuzel liep bijna uit je broek. We gingen op weg. ''Gaat het een beetje, Piet?'' ''Nee joh, het gaat helemaal niet. Ik ben zo stijf als een knuppel. Gisterenavond heb ik twee uur geschaatst.'' Als je zoiets tegen een Nederlander zegt, haalt ie zijn schouders op, of hij zegt wat gekscherends terug. Maar een Belg kijkt je aan en knikt beleefd.''

Dat is een soort beleefdheid, die wij Ne der landers veel minder kennen. Ik denk dat het een opkijken is naar iets wat het feitelijk niet waard is. Bij de wielerwedstrijden zie je het ook. Op de Belgische televisie wordt het commentaar gegeven door Eddy Merckx. Die man is hier een standbeeld. Merckx is een aardige, intelligente man, die fantastisch heeft kunnen fietsen. Ik heb nog zaken met hem gedaan. Hij spreekt Frans, Italiaans en nog een beetje Engels ook, maar hij mist ten enenmale de gave van het woord. Toch geeft hij televisiecommentaar. Zoiets zou in Neder land onmogelijk zijn. Hier in België zijn ze kennelijk zo verblind door de naam Merckx, dat ze alles wat die man doet klakkeloos goed vinden.

Wat mij ook opvalt is dat je hier veel meer mannen ziet met brede diamantringen aan hun pink, die in grote auto's rijden naast een met goud behangen vrouw. Die zijn er in Nederland ook, maar toch minder. Een Belg laat graag zien dat hij het voor elkaar heeft. Als hij uit eten gaat, doet hij dat graag breed. Mijn vrouw en ik reizen veel. Als we in Spanje zijn, vinden we het heerlijk om in een restaurantje te zitten met een goede fles wijn en aan het eind van de avond 25 gulden per persoon te moeten afrekenen. Belgen hebben dat niet. Die doen meer aan show off. Ten min ste, zo ervaar ik het.'

Toch zijn we hier veertien jaar geleden komen wonen, nadat de zaak verkocht was en de kinderen een paar jaar daarna het huis uit waren. Mij maakt het weinig uit waar ik woon, maar in Nederland mag je ieder kind per jaar maximaal belastingvrij 8545 gulden schenken, plus eenmalig een belastingvrije schenking van, ik geloof, 35.000 gulden als ze tussen de 16 en 32 jaar zijn. Dat is in België veel ruimer geregeld. Daarom zijn we hier naartoe gegaan. M'n vrouw had er eerst weinig zin in. Zij wilde het liefst in Yerseke blijven, bij haar vriendinnen, de familie en de kinderen. We hebben afgesproken dat we het een jaar zouden proberen. Als ze dan nog terug wilde, zouden we teruggaan.

Het eerst halfjaar had ze het slecht naar haar zin, maar na een jaar waren we toch aardig ingeburgerd. We hadden wat nieuwe kennissen gekregen, al viel dat niet mee, want ze zeggen wel dat Belgen hartelijk zijn, maar dat is toch niet helemaal zo. Voordat je bij een Belg zomaar kunt binnenlopen, moet hij je wel erg goed kennen. M'n vrouw gaat een of twee keer per week terug naar Zeeland, wat over de A4 een half uurtje rijden is.

Dat gaat goed zo. Voor onszelf maakt het financieel weinig uit dat we hier wonen, maar voor de kinderen is het toch prettig. De voordelen zijn overigens niet alleen van financiële aard. Ze zeggen wel dat Belgen dom zijn. Nou, vergeet dat maar. Langs de hele grensstreek zitten ik weet niet hoeveel Nederlandse kinderen op Belgische scholen. Dat doen die ouders echt niet voor niks.

En voor wat betreft de gezondheidszorg kan Nederland helemaal een voorbeeld aan België nemen. Vorig jaar had mijn vrouw pijn in haar knie. Ze belde maandagavond op voor een afspraak op dinsdagochtend. Het zal wel een meniscus zijn, zei de dokter. Laat maar even een foto maken. Dat kon een paar dorpen verderop gebeuren. We kwamen terug met de foto en vervolgens maakte die arts voor woensdagochtend een afspraak in het ziekenhuis in Antwerpen. Ja hoor, het was een meniscus. Dat werd opereren. Maakt u maar een afspraak. Die juffrouw zei: ''Kunt u vrijdagochtend? Dan kan uw man u tegen de avond weer ophalen.'' Moet u nagaan: maandag gebeld en vrijdagavond zat mijn vrouw, geopereerd, met een gestrekt been weer thuis op de bank. Nou is een meniscus vooral lastig, maar het zal je hart of iets ernstigs wezen, dan ben je toch wel blij als je zo snel geholpen wordt.

Als we in Nederland zijn, worden we weleens aangesproken op het feit dat we in België wonen. Dat is niet altijd even leuk. Ik kwam Peter Post tegen. Hij zei: ''Zo belastingvluchteling.'' Normaal ga ik daar niet op in, maar tegen Post zei ik: ''Peter, dat moet iedereen voor zichzelf weten. Ik zeg tegen jou toch ook niet dat je een sufferd bent dat je in Nederland bent blijven wonen?''

We hebben het voor de kinderen gedaan en verder heeft niemand daar wat mee te maken. We wonen in een mooi huis, maar we leven helemaal niet op geweldig grote voet. Ik rij niet in een Mercedes van drie ton. Je moet dat soort dingen zakelijk bekijken. Toen ik op mijn 28ste doorhad dat mijn motortje te klein was om beroepswielrenner te blijven, ben ik ermee gestopt. Ik had nog wel vijf jaar kunnen doorgaan, maar dan had ik mezelf voor de gek gehouden.

Ik heb tegen mijn kinderen altijd gezegd: als je liegt, bega je een domme fout, want liegen keert zich eenmaal tegen je. Maar de allerdomste fout die je kunt maken is liegen tegen jezelf. U zult mij dan ook nooit horen zeggen dat ik het zo fantastisch heb gedaan in het zakenleven. Ik heb hard gewerkt en geluk gehad, omdat het fietsen zo populair werd, maar ik heb ook fouten gemaakt. Ik grossier de bijvoorbeeld in wielerkleding, toen die stretchbroeken enshirts opkwamen. Ik kon ze kopen, maar ik heb het niet gedaan. Ik zei: ''Die strakke broeken en shirts, dat is iets voor homo's, maar niet voor wielrenners.''

De concurrentie deed het wel. Die man heeft twee jaar lang goud verdiend. Als hij 2500 broeken binnenkreeg, was hij er op de voorhand al drieduizend kwijt. Ze waren niet aan te slepen, terwijl ik nog met tienvijftienduizend van die wollen broeken en shirts zat opgescheept. Het heeft twee jaar geduurd voordat ik de boel een beetje had ingehaald. Ik bedoel maar, fouten maken we allemaal. Dus doe maar gewoon.

Zo is het me thuis ook geleerd. Ik kom uit een betrekkelijk eenvoudig boerengezin. Mijn vader ging zeventien jaar na zijn huwelijk nog op zijn trouwschoenen naar de kerk en dat deed ie echt niet omdat hij die zo mooi vond. Ik mocht van hem wielrennen en naar de hbs, maar hij stond wel 's ochtends vroeg aan de trap te roepen: ''Jongens, wakker worden. Koeien melken!''

Onze kinderen hoeven dat niet en dat komt mede doordat we wij in België wonen. Over vijf, tien of vijftien jaar gaan we weer terug naar Zeeland, afhankelijk van onze gezondheid. Maar dan kunnen we in elk geval zeggen dat we er financieel het maximale hebben uitgehaald.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden