'We hebben erkenning gekregen'

Minister van Defensie Jeanine Hennis heeft excuses aangeboden aan de nabestaanden van drie moslimmannen die in 1995 de basis van Dutchbat bij het Bosnische Srebrenica hebben moeten verlaten en dat met de dood moesten bekopen. De vader van Mustafic was elektricien bij Dutchbat en één van de drie weggestuurden. In dit artikel uit 2011 doet hij zijn verhaal.

Damir Mustafic (L) in 2011. Beeld anp

Toen Damir Mustafic dinsdagochtend naar de rechtbank van Den Haag reed, voor de langverwachte uitspraak in de Srebrenicazaak, had hij geen hoop op een positief resultaat. 'Ik dacht: het wordt weer als gewoonlijk: luisteren en teleurgesteld naar huis. We zijn nu al zo lang bezig en al zo vaak afgewezen dat ik de tel kwijt ben. Eerlijk gezegd geloofde ik er niet meer in.'

Damir Mustafic (31) is de zoon van Rizo Mustafic, de elektricien die in Srebrenica voor Dutchbat werkte en op 13 juli 1995 tegen zijn zin van de VN-basis werd weggestuurd. Hij werd door Bosnische Serviërs vermoord en pas begin dit jaar teruggevonden in een massagraf. Aanstaande maandag wordt hij in Srebrenica begraven, tijdens de jaarlijks herdenking van de genocide.

Nabestaanden van de Mustafic na de uitspraak. Beeld epa

Verrassing

Tot ieders verrassing - niet in het minst die van Damir - gaf het gerechtshof in Den Haag de nabestaanden van Rizo Mustafic dinsdag gelijk. Het hof oordeelde dat de Nederlandse staat mede verantwoordelijk is voor zijn dood. Dutchbat had de elektricien niet van de VN-basis mogen wegsturen.

'Ik kan moeilijk beschrijven hoe dat voelt', zegt Damir Mustafic aan de telefoon. Hij is net klaar met werken - zelfs op deze dag kon hij maar een paar uur vrij krijgen - en is onderweg naar een neef 'om samen van het nieuws te genieten'. 'Ik ben hartstikke blij en tegelijk... Maandag gaan we mijn vader begraven. Dat is niet leuk, maar dit maakt het minder zwaar. Eindelijk iets positiefs tussen alle ellende.'

'Ik hoop dat ik nu een hoofdstuk kan afsluiten. We kunnen mijn vader een normale begrafenis geven, zoals ieder mens zou moeten krijgen. En we hebben nu erkenning gekregen: mijn vader is gedood door fouten van Dutchbat-medewerkers. Die erkenning is ontzettend belangrijk. Ik hoop nu dat alles een beetje op zijn plek valt, dat ik verder kan met mijn leven.'

Beeld anp

Van het kastje naar de muur

Negen jaar beheerste de rechtszaak het leven van Damir, zijn moeder en zijn twee zussen. Het gezin vluchtte na de genocide naar Nederland, indirect de werkgever van hun vader, en kreeg na een paar jaar de Nederlandse nationaliteit. Maar omdat Nederlandse erkenning van de fouten van Dutchbat uitbleef, spanden de gezinsleden in 2002 een rechtszaak aan tegen hun nieuwe vaderland.

'Ik was er niet dagelijks mee bezig, maar het scheelde niet veel', zegt Damir Mustafic. 'Je kan niet geloven dat je zo van het kastje naar de muur wordt gestuurd. De feiten zijn zo duidelijk. Bij de getuigenverhoren hebben Dutchbatters zelf bevestigd dat er fouten zijn gemaakt, dat mijn vader eigenlijk mee geëvacueerd had moeten worden. En dan blijft de regering volhouden: niet onze schuld.'

'Ik begon te twijfelen of alles wel eerlijk verliep. Je denkt: dat kan toch niet in een land als Nederland. Ik voelde me machteloos. Nu hebben Nederlandse rechters het aangedurfd om fouten van de Nederlandse staat te erkennen, dat vind ik heel knap. Ik beschouw mezelf meer als Nederlander dan als Bosniër, en vandaag ben ik trots op Nederland.'

Cassatieberoep

Damir hoopt dat een cassatieberoep van de Nederlandse staat uitblijft, maar maakt zich geen illusies. 'Wij zijn zo vaak in beroep gegaan. De staat denkt vast: wacht maar, nu is het aan ons. Het liefst wil ik nog de echte moordenaar van mijn vader vinden, maar dat wordt erg moeilijk. Waar moeten we beginnen?'

'We weten nu waar mijn vader is gestorven, en hoe. We hadden vroeger al een verhaal gehoord van iemand die ontsnapt was. Hij had mijn vader in een rij mannen gezien, klaar om afgemaakt te worden. Het verslag over de verwondingen aan mijn vaders botten bevestigt dat verhaal.'

'Hij is in zijn linkerheup en in zijn rechterarm geraakt, en daarna is er van korte afstand in zijn hoofd geschoten. Ze hebben dus eerst met machinegeweren op de rij geschoten, en zijn daarna alle lichamen langsgegaan, om te kijken wie nog bewoog. Dat blijft pijnlijk om te lezen. Je ziet je vader voor je ogen. Was hij bang? Was hij niet bang? Is het snel gebeurd? Of duurde het lang? Dat zijn raadsels die nooit opgelost zullen worden. Daar zal ik me bij moeten neerleggen.'

Militairen bezoeken het Srebrenica-monument in Potocari. Beeld Joost van den Broek / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden