We hebben een beller

Nooit klonk de stem van het volk zo luid als de afgelopen tien jaar. Maar 'het maatschappelijk onbehagen' is gebleven, blijkt uit een deze week verschenen rapport.

'Ik vind dat de elite zeer kortzichtig zijn en eens verder moeten kijken als hun neus lang is', sprak een beller woensdagochtend in Lijn 1. Het programma had Frank de Grave, Eerste Kamerlid voor de VVD, als hoofdgast, die wanhopig probeerde iets genuanceerds te zeggen; maar hij werd telkens onderbroken door weer een nieuwe beller.

Lijn 1 besteedt elke werkdag aandacht aan de stem van het volk. Net als Avondspits van Joost Eerdmans of Stand.nl van Jurgen van den Berg. En net als het NOS Journaal, RTL Nieuws, Hart van Nederland en nog een stuk of honderd andere programma's .

'Nederlanders zijn de afgelopen jaren steeds beter geworden in het formuleren van hun mening', zei Stand.nl-presentator Jurgen van den Berg vorige week tevreden in de Volkskrant. 'De reageerder is professioneel geworden.'

Dat wil niet automatisch zeggen dat mensen die live in de uitzending komen, iets interessants te melden hebben. Het is al goed als ze een hele zin kunnen formuleren. Bellers die schelden of schreeuwen komen er niet in, de rest wordt door het team dat de bellers opvangt, voorzien van plusjes. Bij drie plusjes is de beller iemand die zijn standpunt prima kan verwoorden, nul plusjes betekent 'een behoorlijk spraakgebrek'.

Het gaat er niet om wát het volk zegt, áls het maar wat zegt: dat is in de Nederlandse media al ruim tien jaar de gangbare opvatting, sinds de opstand der burgers die in 2002 volgde op de moord op Pim Fortuyn. Behalve voor een crisis in de politiek zorgden de opkomst en ondergang van Fortuyn ook voor een crisis in de journalistiek. De stemming in Nederland bleek lang niet zo opgewekt als de media haar in de paarse jaren negentig hadden beschreven. Journalisten moesten zich, vonden ze zelf, kapot schamen omdat ze het onderhuids smeulende, volkse onbehagen niet hadden gezien. Zoiets mocht nooit meer gebeuren. En dus werd de stem van het volk op het podium getild. Overigens niet alleen door radio en televisie; ook in kranten en tijdschriften is de man in de straat al jaren een graag geciteerde gast.

Deze week bleek dat het allemaal voor niets is geweest. Dinsdag verscheen een rapport van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) onder de wat moeizame titel 'Het onbehagen voorbij. Een wenkend perspectief op onvrede en onmacht'. Volgens de RMO is 'het maatschappelijk onbehagen' in de afgelopen tien jaar niet afgenomen. De mensen in het land zijn nog net zo ontevreden als vóór Fortuyn. Het maatschappelijk onbehagen is wel zichtbaarder geworden - het is, schrijft de RMO, niet langer een onderstroom, maar een bovenstroom. Dat is mede te danken aan wat de RMO 'het opinieplein' noemt. Dat plein heeft zich in het eerste decennium van de 21ste eeuw ontwikkeld . 'Bij nagenoeg elk maatschappelijk onderwerp komt de burger aan het woord via straatinterviews, talkshows of opiniepeilingen.' Het RMO-advies eindigt met de aanbeveling het debat over onbehagen een 'constructieve wending' te geven.

Ideetje: laat in plaats van de stem van het volk weer mensen aan het woord die iets zinnigs te melden hebben. Waarschijnlijk verdwijnt het onbehagen dan nog steeds niet maar het debat knapt er inhoudelijk enorm van op. En dat kunnen we best gebruiken.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden