'We gaan nú met Joke bellen'

Baan kwijt? Schulden? Lastige ambtenaren? Klop aan bij de televisie. Die springt in de bres en opent deuren. Het is een nieuw en populair genre: 'hulp-tv'....

MARIJN VAN DER JAGT

WE HOPEN dat de overval gaat lukken', zegt Bas Westerweel. In het begin van het AVRO-programma Voor elkaar bespreekt Westerweel zijn plan van aanpak, als een politieman die een omsingeling voorbereidt. Locatie: Huize IJsselvliedt in het Gelderse Wezep. Hier werkt, al twintig jaar met dezelfde liefde en toewijding, vrijwilliger Harry, de hoofdrolspeler van de eerste aflevering.

Harry moet op de juiste manier worden verrast. 'We hebben het volgende bedacht', legt Westerweel uit, z'n stem alvast een beetje gedempt om de spanning erin te krijgen. Harry heeft een vriendin, die in een ander verzorgingstehuis werkt, ook zo'n medemens met het hart op de juiste plaats. In een dubbele overval zal zij tegelijkertijd met Harry van haar werk worden geplukt. 'Harry is hier', zegt Westerweel vanaf Huize IJsselvliedt, 'Joke is daar. We gaan nu met Joke bellen. Als alles goed gaat, tenminste . . .'

Haastige autoritten, kordaat overleg, bezoeken aan instanties, gesnuffel in archieven, en vele, vele telefoontjes. Dat zijn de ingrediënten van een televisiegenre dat het afgelopen seizoen razend populair is geworden, zowel bij de commerciële als bij de publieke zendgemachtigden. De hulptelevisie. Spoorloos, Heartbreak Hotel, Breekijzer, De uitdaging, Make my Day - het zijn allemaal programma's waarbij de televisie zich opwerpt als een sociaal werker die op de bres springt voor de gewone burgerman.

Bent u uw baan kwijt? In de schulden geraakt? Heeft uw noodlijdende sportclub een nieuw clubhuis nodig? Betaalt de verzekering uw geleden schade niet uit? Slaagt u er niet in uw recht te halen? Is uw zoektocht naar een verdwenen familielid op niets uitgelopen? Richt uw grieven niet langer tegen de betreffende instanties, maar klop aan bij de televisie. Die opent deuren die voor anderen gesloten blijven.

Typerend voor hulptelevisie is de presentator die in naam van de burger in actie komt. Er wordt in deze progamma's een gevecht geleverd. Een gevecht tegen de tijd, tegen de bureaucratie, tegen de moedeloos stemmende tegenwerking. Niets is onmogelijk, is het motto van dit optimistische tv-genre. Als je maar doorzet. En de presentator geeft het goede voorbeeld.

Bas Westerweel, Angela Groothuizen, Pieter Storms, Robert ten Brink - je ziet ze voornamelijk hard werken. In weer en wind, bij nacht en ontij trekken ze er op uit om mensen te spreken en dingen te regelen. Storms zit zelfs tijdens de vele autoritten op z'n schootcomputer te rammen. Net als de andere weldoeners wordt hij bijgestaan door een uitgebreid redactie- en productieteam, mogen we aannemen. Maar in beeld zien we alleen die ene tv-held aan het werk. Westerweel stuurt in zijn programma een 'onmisbare' medemens op vakantie - hij organiseert het reisje, draagt de koffers, en vervangt daarna in eigen persoon die onmisbare werknemer. Hij dweilt, wast af, gaat op stap met gehandicapten of brengt kalveren ter wereld en zet in het voorbijgaan nog een speciale actie op poten.

De indruk wordt gewekt dat deze tv-hulpverleners er amper een privé-leven op kunnen nahouden. Ze worden opgeslokt door een duizelingwekkende hoeveelheid vergaderingen en verplaatsingen. Dat houdt pas op als de opdracht is vervuld en alle betrokkenen - inclusief de kijkers thuis - elkaar met tranen van geluk in de armen vallen.

'Buiten schijnt de zon, maar de telefoon staat binnen', verzucht Derk Bolt, de actieman van Spoorloos die in Miami op zoek is naar de verdwenen moeder van een meisje in de studio. Gespannen volgt het meisje de gefilmde avonturen van speurneus Bolt. Het resultaat van zijn werk is al lang bekend, en had al aan het begin van de uitzending verteld kunnen worden. Maar dat gebeurt niet. Eerst moet uitgebreid getoond worden welke hindernissen de speurneus in den vreemde heeft overwonnen. Dus zien we hem bezweet en stoffig in- en uit auto's stappen, mensen aanklampen, archieven doorbladeren en terugkeren in zijn eenvoudige hotel om een nieuw plan te bedenken. 'Het is doorlopend feest in Miami. Maar niet voor ons . . .'

De inzet voor de medemens is bij alle hulp-tv-programma's hetzelfde. Wat verschilt is de toon. Bij de publieke omroepen overheerst het saamhorigheidsgevoel. We knappen het samen wel op, is de onderliggende gedachte. Met al die lieve, goedwillende mensen die elkaar maar al te graag helpen, als de televisie ze maar een duwtje in de juiste richting geeft. Bij de commerciële omroepen overheerst de verontwaardiging. Hoe is het mógelijk dat mensen zó worden behandeld. Het is toch te gek dat alleen de televisie deze gedupeerden kan helpen! Wat de weldoeners hier voor elkaar krijgen wordt niet in dankbaarheid aanvaard, maar met een triomfantelijke grijns. Kijkt u eens wat er allemaal mogelijk is als Robert ten Brink met uw deurwaarders gaat praten. De tv als pressiemiddel. En de presentator als Robin Hood.

De verrassingsoverval waar deze vorm van reality-tv zich zo graag van bedient, is bij Voor elkaar een onschuldig trucje voor het opwekken van spontane emoties. Bij Breekijzer gaat het erom de leugen en de hypocrisie te betrappen op de uitgestreken smoelen van bureaucraten en bestuurders. Als het aan Storms ligt, moeten we het begrip overval vooral letterlijk opvatten. 'Deze mevrouw heeft al een hele tijd geprobeerd haar probleem alleen op te lossen. Nu zijn wij maar eens meegekomen.'

Weldoener Westerweel trekt zich schielijk terug als bij een therapeutische zangavond in Huize IJsselvliedt een Somalisch kindje in paniek raakt bij het zien van de camera. Het getraumatiseerde oorlogskind denkt dat het zwarte apparaat een geweer is. 'Luister eens', springt Westerweel op als iemand het huilende kind wil verwijderen, 'wij gaan wel weg met de camera's. Zij hoort hier en wij niet.'

Storms heeft in zijn programma precies de tegenovergestelde houding. Hij is niet dankbaar dat hij ergens binnen mag, hij heeft er recht op. De camera is hét middel om een voet tussen de deur te krijgen. Woedend is hij als dankzij zijn overvaltechniek een gedupeerde motorcrossclub eindelijk door de plaatselijke wethouder wordt ontvangen. Woedend, omdat hij en zijn 'gunman' buiten moeten wachten. Secondenlang zien we hem op de gang staan schreeuwen en tieren, een imposante gestalte omringd door geschrokken ambtenaartjes. Hét icoon van de hedendaagse hulp-tv. Vergeten zijn de problemen van de motorcrossclub. Die zijn van onderschikt belang in dit sprookje over de mensenredder die tegenwerking ondervindt maar nooit, nooit zal opgeven.

Marijn van der Jagt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden