We gaan naar buiten

De komende maanden is

De muziekliefhebber die elke zomer een festivalletje meepikt om zo op de hoogte te blijven van wat er gaande is, krijgt het met het jaar lastiger. De keuze wordt allengs moeilijker, want vanaf half mei tot begin september wordt er haast elke week wel ergens in het land een popfestival georganiseerd.


Crisis of niet, ook dit festivalseizoen komen er wéér nieuwe spelers bij. Kennelijk is de festivalbehoefte van het Nederlands publiek nog altijd niet verzadigd. Zo wordt er reikhalzend uitgekeken naar Best Kept Secret, dat eind volgende maand voor het eerst wordt gehouden op het terrein van Beekse Bergen in Hilvarenbeek en plaats biedt aan 15 duizend festivalgangers.


Reikhalzend - niet alleen vanwege de mooie namen op het affiche, zoals als Arctic Monkeys, Portishead en Sigur Rós. Maar ook vanwege de organisator achter het festival. Dat is nu eens niet Mojo, dat qua Nederlandse festivals organisatorisch en programmatisch de belangrijkste speler is, maar een boekingskantoor dat de concurrentie met Mojo vol aangaat: Friendly Fire, waarin het grote Duitse FKP Scorpio, goed voor meerdere grote internationale festivals, een fors belang heeft. Voordat het nieuwe popfestival het programma bekend had gemaakt, was het festival al uitverkocht.


Ook bij de kleinschaliger festivals zijn er nieuwe spelers. In maart dit jaar vond bijvoorbeeld het eerste Where The Wild Things Are plaats in bungalowpark Center Parcs Eemhof in Zeewolde, dat eerder een goede locatie bleek voor dancefestival Bungelup.


Beide festivals zijn feitelijk uitlopers van de trend die werd gezet door Into The Great Wide Open, het intieme festival dat sinds 2009 jaarlijks in september op Vlieland wordt georganiseerd en waar de bezoekers worden uitgenodigd met hun kinderen te komen kamperen.


Terwijl het aantal popfestivals in Nederland toeneemt, verandert ook het karakter van de festivals, en vooral: het aanbod aan muziek. De popmuziek heeft er de laatste jaren nauwelijks artiesten van wereldfaam bijgekregen die op het hoofdpodium van Pinkpop een publiek van zestigduizend man in extase kunnen brengen.


Muse lijkt het in juni in de Arena in Amsterdam te gaan lukken, Mumford & Sons is hard op weg. Lady Gaga, Jay-Z en Beyoncé prefereren hun eigen losstaande shows boven een tourtje langs de Europese popfestivals.


Waar het aanbod aan de bovenkant van de markt schaarser wordt, wordt het aan de onderkant steeds rijker. En dat is precies waar festivals van nu, zoals Where The Wild Things Are en Into The Great Wide Open, van profiteren.


Er mogen dan steeds minder bands zijn die zalen van vijfduizend man of meer uitverkopen, er zijn steeds meer spraakmakende, bijzondere artiesten die geen duizenden maar wel honderden mensen weten te enthousiasmeren. Kleinere artiesten en bands, en kleinere, intiemere festivallocaties; het is steeds meer een trend geworden.


Ook in de dance, waar het Pitch Festival (begin juli op het Amsterdamse terrein van de Westergasfabriek) nu voor het derde jaar een mooi alternatief biedt voor de fijnproevers onder de dansliefhebbers, die bij de naam Armin van Buuren eenzelfde vies gezicht trekken als de gemiddelde Lowlandsganger bij de naam Toppers.


En al die bands komen in de maanden mei, juni en juli naar Europa om op de grote festivals te spelen als Primavera in Spanje en (sinds kort) Portugal, Werchter in België, Glastonbury in Groot-Brittannië, Roskilde in Denemarken.


Ook kleinere bands stemmen daar internationaal hun de agenda's op af. Vroeger konden zalen als Paradiso of de Melkweg daar nog weleens van mee profiteren, en hoefde Nederlanders niet naar Werchter om Beck of Sonic Youth te zien. Dit jaar is er iedere week wel ergens een festival waar een band met een dagje over in Europa terecht kan.


Neem nu Vampire Weekend. Deze week komt de band uit New York met een lovend ontvangen derde album. Er wordt al maanden aan het viertal getrokken. Een plekje op Lowlands of zelfs Pinkpop zou prachtig zijn. En ja, Vampire Weekend wil graag spelen, het liefst op festivals (waar de gages en het bereik over het algemeen hoger zijn dan in het clubcircuit), maar ze blijken in Nederland alleen beschikbaar begin juli.


Wat een geluk voor het kersverse De Wereld Draait Buiten, dat op 7 juli in de Amsterdamse Westergasfabriek gehouden wordt. En wat jammer voor Paradiso of de Melkweg, die Vampire Weekend met open armen hadden ontvangen.


Waarmee de keerzijde van het steeds grotere festivalaanbod benoemd is. Festivals die de bands van de zalen af snoepen, het zou een bedreiging zijn voor het clubcircuit. Al die bands die op festivals staan komen immers niet naar de zalen, en trekken ook nog eens het publiek weg.


Toch kun je niet beweren dat het groeiende festivalaanbod de doodsteek is voor het Nederlandse clubcircuit. Want juist veel kleinere bands bleken de afgelopen tijd niet in staat een middelgrote zaal (capaciteit 500 man) uit te verkopen. Dat lukt een band als Vampire Weekend wel met gemak, maar de wat kleinere namen, waarvan het aanbod het grootst is, trekken steeds moeizamer op eigen houtje een zaal vol.


Op grond van alle publiciteit (tot aan een tv-optreden in De Wereld Draait Door toe) zou je verwachten dat Mikal Cronin zo meer dan duizend man trekt. De waarheid is dat hij blij mag zijn met een uitverkochte bovenzaal van Paradiso (capaciteit 300).


Juist door het bundelen van minder grote namen, zoals de Utrechtse club Tivoli doet met het festival Le Guess Who, kun je vandaag de dag eenvoudiger een aantrekkelijker festival samenstellen dan vroeger.


Het aanbod is veel groter, de muziekconsumptie diverser (iedereen kent alles veel sneller en alle muziek is veel eenvoudiger beschikbaar dankzij sites als Spotify) en dat zie je terug aan de festivals deze zomer.


Muziekliefhebbers weten na een paar edities van Pitch of Into the Great Wide Open dat ze blind kunnen varen op de keuzen van de organisatie. Zonder dat er nog maar een naam bekend is kopen zij al een kaartje.


En naast dat enorme aanbod aan betrekkelijk kleine festivals en kleine namen, is er dus zelfs ruimte voor een compleet nieuw meerdaags festival als Best Kept Secret (capaciteit 15 duizend), dat een week na Pinkpop (capaciteit 60 duizend) plaatsvindt.


Met bands als Arctic Monkeys, Portishead en Sigur Rós neigt Best Kept Secret meer naar Lowlands dan naar Pinkpop (dat het na 43 jaar nog niet lukt om kaarten te verkopen zonder dat de line up bekend is).


Zoals de meeste festivals voor het Lowlands-model kiezen. Want je festival zoals Pinkpop inrichten op een publiek van zestigduizend man dat tegelijk naar dezelfde band moet staan kijken is eigenlijk een anachronisme. Artiesten die zo veel mensen tegelijk tevreden kunnen stellen zijn er domweg niet. Geen van de deze zomer in Europa spelende artiesten heeft zo veel fans.


De door Pinkpop-directeur Jan Smeets zo gewenste Neil Young weet nog geen 20 duizend kaarten in het Ziggo Dome te verkopen en voor de vorig jaar in Landgraaf gloriërende Bruce Springsteen zijn in Nijmegen nog volop kaarten beschikbaar.


Aan grote publiekstrekkers ontbreekt het. Maar in de breedte en de diepte valt er veel te genieten deze zomer, iedere week weer.


er elke week wel een popfestival. Opvallend genoeg zonder grote namen.


Best Kept Secret


Reikhalzend wordt uitgekeken naar een nieuwkomer in Hilvarenbeek. Daar vindt vanaf 21 juni Best Kept Secret plaats. Arctic Monkeys, Portishead en Sigúr Ros sieren het affiche. Daarmee gaat boekingskantoor Friendly Fire vol de concurrentie aan met alleenheerser Mojo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden