Column

'We gaan er een gezellig schoolreisje van maken'

Niemand zeurde, niemand had het over geld terugkrijgen of iets met 'die eeuwige NS'.

Aaf Brandt Corstius
null Beeld anp
Beeld anp

Vanuit een volgens mijzelf zeer hoogstaand principe weiger ik te zeuren over treinen die niet rijden of vertraging hebben. Dus toen er werd omgeroepen dat de trein niet verder reed in verband met een aanrijding met een dier, stelde ik me op het perron van Utrecht Centraal zo rustig mogelijk op en wachtte. Mindful, zou ik haast willen zeggen.

Na een halfuur wachten werd omgeroepen dat er nog een aanrijding had plaatsgevonden. Een aanrijding met een persoon, zoals dat in NS-taal heet. Het leek alsof de ernst van de situatie tot alle duizend forensen die op het perron stonden te wachten, doordrong. Niemand klaagde of werd kwaad.

Ook toen er na een hele tijd een NS-bus kwam voorrijden die ons verder zou vervoeren, hield iedereen de moed erin. Het was alsof ik in een andere dimensie was aangeland. Niemand zeurde, niemand had het over geld terugkrijgen of iets met 'die eeuwige NS'.

'We gaan er een gezellig schoolreisje van maken', riep een man die met twee collega's was nogal hard in het rond. Ik was helemaal voor dit nieuwe, positieve sentiment, maar ik had geen zin in een schoolreisje met vreemden. Ik ging zitten op het bankje direct achter de buschauffeur, want daar had ik de minste kans op schoolreisachtig contact.

De buschauffeur zelf was ook al zo monter. Hij moest, begreep ik uit de telefoongesprekken die hij met andere chauffeurs voerde, de hele nacht tussen Den Bosch en Utrecht blijven rijden, maar daar liet hij zich niet door uit het veld slaan. Elk gesprek dat hij met zijn collega's voerde, sloot hij als volgt af: 'Dankjewel toppie hoi hoi.' Dan reed hij rustig verder, tot er weer een collega belde. Een kort overleg en dan: 'Dankjewel toppie hoi hoi.'

Het zou een goed levensmotto zijn, dacht ik.

Het werd almaar meer nacht en er reden alsmaar minder treinen. Het laatste stuk van mijn reis legde ik af per taxi. Omdat ik nog een eind moest, zei de taxichauffeur dat ik de radiozender mocht kiezen. Ik vroeg hem of hij klassieke muziek wilde aanzetten. Ik ben geen snob, maar er komt een moment in de nacht dat ik Radio 538 niet meer verdraag.

De taxichauffeur zocht lang en kwam toen uit op iets met violen. Rustig luisterden we samen naar de muziek. Na een minuut of tien draaide hij zich naar me om. 'Dit wordt na een tijdje wel irritant', zei hij.

Ik begreep eerst niet wat hij bedoelde. Hij bedoelde de violen, zei hij. Hij zette Radio 538 aan. Het was heel donker buiten, de weg was bijna leeg.

Dankjewel toppie hoi hoi, dacht ik. Dankjewel toppie hoi hoi.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden