'We gaan er bij rekenles ten onrechte van uit dat kinderen al kunnen tellen'

Promovenda Julie Menne van het Freudenthal Instituut heeft een methode ontwikkeld waarmee zwakke rekenaartjes zonder extra lessen hun achterstand in één jaar kunnen inhalen.

Het Nederlandse rekenonderwijs staat hoog aangeschreven. Toch is een kwart van de basisschoolkinderen zwak in rekenen. 'Dat is helemaal niet nodig', vindt onderwijskundige Julie Menne van Freudenthal Instituut, het expertisecentrum voor reken- en wiskunde onderwijs. Ze hoopt vandaag te promoveren op een oefenprogramma waarmee bijna alle zwakke rekenaartjes hun achterstand in één jaar inhalen; zonder extra lessen.

- Waaraan herken je zwakke rekenaars?

'Ze hebben allemaal moeite met de telrij. Daarmee bedoel ik: getallen ordenen van klein naar groot. Ze hebben geen idee dat 98 vlakbij 100 ligt. Laat staan dat ze weten dat een getal als 60 is opgebouwd uit zes tientallen. Als je dat allemaal niet weet, val je in groep 5 of 6 met rekenen hopeloos door de mand.'

- Dan moet de juf of meester toch bijtijds ingrijpen?

'Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De meeste methodes beginnen al heel snel met het maken van sommetjes. Er is lef voor nodig om pas op de plaats te maken, de methode even opzij te leggen en de getalrij te gaan oefenen. Daar komt nog bij dat er nauwelijks oefenprogramma's bestaan om te leren tellen.'

- Hoe is dat mogelijk?

'We gaan er ten onrechte van uit dat kinderen kunnen tellen als het rekenonderwijs begint.'

- Is het niet gewoon een kwestie van aanleg?

'Het zijn relatief vaak kinderen met laag opgeleide ouders. En natuurlijk zijn er verschillen in aanleg en talent. Maar iedereen kan op een redelijk niveau leren rekenen. Behalve de circa 1 procent van de mensen die last heeft van dyscalculie. In mijn groep van tweehonderd zwakke rekenaars zaten twee kinderen die ik niet verder kon helpen. Die zijn niet in staat om in één oogopslag te zien dat er vier dropjes op tafel liggen. Ook niet als ze keurig twee aan twee liggen.'

- Hoe werkt uw programma?

'Binnen de gewone rekenles wordt drie keer per week een kwartier op een speelse manier geoefend met getallen. Het helpt ook om getallen een betekenis te geven. Als je vertelt dat hun vader pas met pensioen kan als hij 65 is, gaat zo'n cijfer voor het kind leven. We laten de kinderen ook springen over een denkbeeldige getallenlijn. Zo ervaren ze dat het van 10 naar 11 een klein sprongetje is. En dat het van 10 naar 20 een hele grote sprong is. Na één jaar zijn ze opgeklommen naar het landelijk gemiddelde.'

- Wat kunnen ouders van zwakke rekenaars doen?

'Veel spelletjes doen waar getallen aan te pas komen. Yatzee, dobbelen, rummikub, bamzaaien, ganzenbord.'

- Kunnen scholen uw oefenprogramma's bestellen?

'Dat niet. Maar we hebben subsidie gekregen van het ministerie van Onderwijs waarmee we elk jaar een kleine vijfhonderd scholen helpen bij het opzetten van oefenprogramma's.

'De leerkrachten zijn heel blij als ze eindelijk een instrument in handen krijgen waarmee ze iets voor zwakke rekenaars kunnen betekenen.'

- Misschien schort er ook iets aan de kwaliteit van de leerkracht?

'Pabo-studenten krijgen hooguit twee uur rekendidactiek per week. Dat is inclusief huiswerk en zelfstudie en inclusief de tijd die ze nodig hebben om hun eigen rekenvaardigheid op peil brengen. Dat is te weinig. Tijdens het onderzoek merkte ik dat dat veel leerkrachten onzeker maakt. Dat ze vaak ook van zichzelf vinden dat ze maar net boven de stof staan.

'Maar we moeten niet vergeten dat rekenvaardigheid relatief kwetsbaar is. Als er thuis iets misgaat, zie je dat als eerste aan de rekenprestaties. Geen wonder ook. Taal zit veel langer in onze genen. De noodzaak om te leren rekenen kwam eeuwen en eeuwen later.'

- Betekent de invoering van de euro een extra belasting voor zwakke rekenaars?

'Nee. Voor de kinderen maakt het niet uit of ze nu in euro's of in guldens rekenen. Ze beseffen heel goed dat ze straks van hun zakgeld in euro's evenveel patat en snoep kunnen kopen als van hun oude zakgeld in guldens.'

- Wordt het belang van rekenen niet overschat? Op de basisschool wordt 20 procent van de tijd aan rekenen besteed.

'Absoluut niet. Wiskunde is tegenwoordig een verplicht eindexamenvak op havo en vwo. Maar rekenen is ook belangrijk voor je persoonlijk welbevinden. Als je bij de vlaggetjesweken van C&A 25 procent korting krijgt en je hebt geen idee wat je straks aan de kassa moet afrekenen, is dat echt heel vervelend.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden