'We blijven uitleggen dat we geen seriemoordenaars zijn'

Jagers spannen zich in voor de natuur en het leven van dieren. Schieten is slechts het slotstuk, aldus de bezoekers van de Jacht Manifestatie.

APELDOORN - Tussen hyperrealistische schilderijen van reusachtige everzwijnen, herten en opvliegende fazanten staat ook één portret opgesteld. Prins Bernhard heeft een ereplaats gekregen in de kunsttent van de eerste Nederlandse Jacht Manifestatie, die dit weekeinde plaatsvond op een boswei in Apeldoorn. Het imago van de prins als jager des vaderlands én als natuurbeschermer is nog niet verflauwd. Nog altijd kijken jagers met enige jaloezie naar die dubbelrol.


'Tot vervelens toe moeten we uitleggen dat jagers geen bloeddorstige wezens zijn, geen seriemoordenaars, maar juist natuurliefhebbers met een groot verantwoordelijkheidsgevoel', zegt Roelf de Boer, oud-minister van Verkeer en Waterstaat en de kersverse voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging. 'Jager zijn is niet iets om je voor te schamen. Gelukkig beseffen steeds meer Nederlanders, zeker met Kerst, dat een haas die met een goed gericht schot is gedood een heel stuk minder zielig is dan een kistkalf of een plofkip.'


Nog maar 14 procent van de Nederlanders verafschuwt de jacht, zo lieten de jagers vorig jaar onderzoeken. Tien jaar geleden was dat aandeel nog dubbel zo groot. Toch is ook in eigen kring het wantrouwen in het eigen imago nog hardnekkig. Het driedaagse 'feestje van jagers voor jagers' in Apeldoorn kreeg aanvankelijk de naam Natuurmanifestatie mee. 'Dat was een schaamlap geweest', vindt De Boer. 'En waarom zouden we? Jagen en natuurbehoud zijn twee kanten van dezelfde medaille.'


Voor de bezoekers aan de Jacht Manifestatie is er zaterdag vooral veel aan te schaffen. Een gemiddeld buitenmens wil een jachtmes, een chique krukje met rugzakje voor de lange zit, een nieuw geweer, een jachtreis, een hondenriem, maar vooral ook kleding: colberts, vetleren laarzen, tekenwerende broeken, gewaxte jassen en truien, doorgaans in vertrouwd donkergroen dan wel bruin of wat proleteriger: met legerachtig camouflagepatroon. En wie alleen komt voor de illusie van de jacht: al voor 19,95 euro hangt er een geweitje van een ree in de gang.


Veel bekijks trekt de schietsimulator, een letterlijk bloedeloze weerspiegeling van het jagershandwerk. 'Een weidelijke jager oefent niet in het veld', is de reclameslogan. En extra oefening kan zeker geen kwaad, zo blijkt. 'Ja, goed zo', moedigt het publiek aan als eindelijk bij het zoveelste schot van een grasgroene jager de haas die op het scherm over het veld racet, dood neerploft. Enthousiasme dat al snel plaatsmaakt voor spot als een stoere jongeman zijn krachten meet met rennende wilde zwijnen in het bos: mis, poot geraakt, weer twee keer mis, bil. Hij sluit af met een schot op een vos: knal! 'Poot eraf', roept hij vol bravoure. Gelukkig voor de vos was het niet voor het eggie.


En dat ís ook niet de realiteit, zegt jager Donald Buijtendorp. 'Er kan wat mij betreft niet genoeg geoefend worden op de simulator, maar de praktijk is totaal anders. De drijfjacht op zwijnen, zoals op de simulatie, is helemaal niet toegestaan. In werkelijkheid voelen jagers zich verantwoordelijk voor hun dieren; het hele jaar zijn ze in touw om die zo natuurlijk mogelijk te laten leven. Schieten is slechts het slotstuk. Wie jager wil worden om dieren dood te schieten, kan zich beter aansluiten bij een schietclub. Wat de kick dan wel is? Je doet iets wat geen gemeengoed is, iets exclusiefs. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat sta je vooraan in de natuur.'


'Jagen zit in de genen', zegt Yvonne Versteeg (40) uit Utrecht, een van de weinige vrouwen in de door plattelandsmannen gedomineerde jachtwereld. 'Ik kom uit een boerenfamilie, door de jacht ga je op een heel andere manier tegen je leefomgeving aan kijken, je leert de natuur waarnemen met al je zintuigen'.


Versteeg heeft sinds kort haar jachtdiploma, haar eerste geweer is besteld. Is dat binnen en zijn de vergunningen in orde, dan kan ze verder in de leer bij een ervaren jager, een oom in het noorden van het land.


Ellen Mookhoek (44) is nog niet zover. Ze moet op herhaling voor haar jachtexamen. Zij heeft een duidelijke doelstelling. Met haar bedrijf De Brede Moestuin propageert ze in Amsterdam het eten uit de stad. Ze zet moestuinen op en maakt gebruik van wat de natuur in de stad te bieden heeft, zoals brandnetel, zevenblad en de paarse schijnridderzwam. 'Ik vroeg me af of ik ook eiwitten uit het wild zou kunnen eten. Toen ben ik me in de jacht gaan verdiepen. Konijnen of ganzen in en rondom Amsterdam zijn goed te oogsten. Dat past ook prima in de huidige trend van gezond en lokaal en duurzaam geproduceerd vlees. Daar wil ik me op toeleggen.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden