‘We bevechten die lui nu met dollars’

Onder het motto: hoe vrienden te winnen door ze af te kopen, pacificeren de VS met succes de Driehoek des Doods....

Om de paar honderd meter doemen ze op in het pikkedonker, de AK-47 losjes in de armen: zonen, vaders, broers gehuld in oranje hesjes. Hier, op de stoffige wegen van de ‘Driehoek des Doods’ pal ten zuiden van Bagdad, bliezen ze nog geen half jaar geleden Amerikaanse soldaten op met zware wegbommen. En regeerde in een van de armste en gevaarlijkste regio’s van Irak de nietsontziende terreur van ‘Al Qaida in Tweestromenland’.

Nu groet ‘het tuig’, omgekocht door de Amerikanen voor 8 dollar per dag in het kader van de ‘surge’, op de vele controleposten bij Ouwesat naar de patrouille van luitenant Colin Corrigan van het 173ste regiment van de 101ste Airborne Division.

Neil Diamonds Sweet Caroline galmt uit de humvee van Corrigan (23) die met zijn mannen uren eerder, aan de rand van een dorp, een tien kilo zware wegbom opspoorde. Hondengejank begeleidt Neil Diamonds klanken. Corrigan: ‘We bevechten die lui nu met dollars en projecten in plaats van met kogels.’

Iraks ‘hoop op een nieuwe toekomst’, zo worden de ruim 90 duizend burgers genoemd die het soennitische verzet de rug hebben toegekeerd en in hun dorpen en steden voor veiligheid zorgen. Bij Jusufiyah, een van de drie steden die tot voor kort de Driehoek des Doods vormden, is het beeld niet anders.

Werden de straten voor de surge nog beheerst door wetteloosheid en bloedige afrekeningen, vaak tegen sjiieten, thans loopt de Amerikaanse generaal Ed Cardon van de Derde Infanteriedivisie er rond om een net opgeleverde opslagloods voor lokale boeren, betaald door de VS, te bekijken. Omringd, dat nog wel, door zwaarbewapende parachutisten.

Doodgewone straattaferelen, zoals burgers die aan de overkant groente en fruit op de markt inslaan, waren hier lang ondenkbaar. In een kamer overlegt Cardon met zijn officieren over plannen om het landbouwgebied, ooit een bastion van Saddam Hoesseins Republikeinse Garde, verder voor zich te winnen met nog meer dollars: van viskwekerijen tot kippenboerderijen. Motto van de pacificatie: hoe vrienden te winnen, door ze af te kopen. Cardon: ‘Er is eindelijk veiligheid en stabiliteit. En het economisch potentieel hier is groot. We moeten deze kans grijpen.’

Als ergens in Irak het effect van de omstreden surge-operatie van president Bush goed zichtbaar is, dan is het wel in deze vroegere brandhaard direct zuidelijk van Bagdads buitenwijken. De ‘Driehoek van het Leven’, zo noemde Amerika’s hoogste commandant in Irak en architect van de surge, generaal David Petraeus, deze maand in het Congres de ommekeer in dit gemengd soennitisch-sjiitische gebied.

Vanuit de Black Hawk-heli die over het land scheert, ziet het groene landbouwgebied langs de Eufraat, doorsneden door talloze kanalen, er vredig uit. Waren er voor de surge dagelijks zo’n honderd aanvallen per dag tegen de Amerikanen in het duizend vierkante kilometer grote gebied waar de Derde Brigade van de parachutistendivisie actief is, nu zijn het er 12. Ruim 15 duizend burgers bemannen hier zo’n 700 controleposten op de wegen. ‘Al Qaida is nergens meer te bekennen’, roept Abbas Ali Hamza, een 38-jarige vader van drie kinderen die een controlepost bij Ouwesat bewaakt. ‘En we willen ze niet meer terug hebben.’

De kosten voor de Amerikanen waren groot. De brigade die tot september de strijd voerde tegen de soennitische verzetsgroepen, verloor zestig soldaten. Wegbommen werden tot voor de ingang van de bases geplaatst. Nog altijd wordt gezocht naar twee soldaten die precies een jaar terug werden ontvoerd. ‘Een jaar terug werd je op de Route Malibu op vier van de zeven dagen opgeblazen door een wegbom’, zegt majoor William Cuttler (39) over een van de gevaarlijkste wegen in de regio. ‘Nu is er al acht maanden niets meer gebeurd op de Malibu.’

Kolonel Aman Mansour (48), de Iraakse legercommandant in de regio Jusufiyah, wijst ook op de inzet van de talloze sjeiks, al dan niet omgekocht door de Amerikanen, en de uitbreiding van het leger als reden voor de teruggekeerde veiligheid. ‘De surge was beslist niet de enige factor’, benadrukt de kolonel als hij de Amerikaanse basis Dragon, bezoekt. ‘De sjeiks en de bevolking hadden ook genoeg van Al Qaida en hun bloedige praktijken. Het kan de komende maanden alleen maar beter worden.’

Nu de veiligheid is teruggekeerd, maken de bewoners zich over andere zaken druk. Alledaagse zaken. Mohammed Hashim, een vijftiger die in Jusufiyah verantwoordelijk is voor de aanpak van het hopeloos verouderde rioleringssysteem, klaagt in de stad zijn nood. Mobiele telefoons! Hashim: ‘We hebben hier nog steeds geen bereik.We willen onze familie in Bagdad bellen.’

Ook in Jusufiyah begrijpen ze nog steeds niet dat het elektriciteitsprobleem vijf jaar na de invasie nog altijd niet is opgelost door de Amerikanen. ‘Steeds hebben we twee uur elektriciteit, dan weer vier uur niet. Maar, ach, dat we nu gewoon weer op straat kunnen lopen zonder angst, dat is heel wat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.