'We beleven een omgekeerde 1968'

Ivan Krastev zag communistisch Oost-Europa van dichtbij vallen en is er niet zeker van dat dat lot de Europese Unie bespaard zal blijven. Niet omdat de EU faalt, maar juist omdat zij zo succesvol is geweest. Tekst

Rouwadvertentie uit de nabije toekomst


Bedroefd, maar dankbaar dat hem langer lijden bespaard is gebleven,


geven wij u kennis van het overlijden van ons


Europees project (1951-201?)


Ondertekend: de 28 weduwen van de Europese Unie


Als ik de baas van de EU was dan zou ik in elk geval weten wat ik niet moest doen: ik geloof dat we in een periode zitten waarin we het Europese project moeten overdenken en waarin we niet koppig verder moeten gaan op de weg van de Europese integratie.


Als u morgen de baas van de wereld zou zijn, welke maatregel zou u dan afkondigen?


De wereld is door de crisis drastisch aan het veranderen. De economie transformeert, de bevolking vergrijst, de overheid wordt kleiner, Europa raakt achterop. Of toch niet? Hoe ziet de nieuwe wereld eruit? De Volkskrant spreekt deze zomer met tien dwarse denkers. Aflevering 4: Ivan Krastev.


Foto


Wat me het meest optimistisch stemt zijn de explosies van burgerlijke energie die je over de hele wereld kunt zien. Kijk naar de protestbewegingen in Brazilië, Turkije, maar ook in mijn land Bulgarije, waar een soort eeuwigdurend protest tegen de regering gaande is. Mensen hebben weer het gevoel dat ze samen iets kunnen bereiken.


Welke ontwikkeling stemt u vrolijk?


Bij leiderschap gaat het niet alleen om bekwaamheid, maar ook om de gave tot de verbeelding van je publiek te spreken. Dit soort visionaire leider zie ik nu niet. Obama, wiens hype ik nooit zo heb geloofd, wordt meer en meer een puur Amerikaanse leider in plaats van een leider van de vrije wereld. Merkel is een grote Duitse leider, maar geen grote Europese leider.


Wie zou de wereld moeten leiden?


Ik hoop dat de kinderen uit de armere delen van Europa het beter krijgen dan wij. Maar wat anders is dan bij de generatie van mijn ouders, is dat het nu veel moeilijker is om nog de toekomst van onze kinderen te voorspellen. Onzekerheid is de kern van deze tijd.


Blijven we altijd vooruitgaan? Of hebben onze kinderen en kleinkinderen het minder goed dan wij?


Ik weet niet of we ooit nog een wereldoorlog krijgen, ik zou ook niet weten wat dat in ons tijdperk precies zou betekenen, een wereldoorlog. Maar ik denk wel dat we tijdens ons leven voortdurende mondiale onrust zullen zien, zowel met oorlogen tussen staten als burgeroorlogen zoals nu in Syrië.


Komt er ooit nog oorlog? Waarom wel/niet?


Er zijn twee samenhangende ontwikkelingen waar ik me zeer zorgen om maak. Ten eerste het groeiende wantrouwen onder Europese burgers jegens publieke instituties en ten tweede het falen van deze instituties om dit wantrouwen tegen te gaan.


Over welke ontwikkeling maakt u zich het meeste zorgen?


zes vaste vragen


1965 Geboren in Lukovit, Bulgarije 1984-1992 Filosofie en politicologie aan de universiteit van Sofia en Oxford 1992-2000 Fellowships in Berlijn, Washington en Boedapest 1994-nu Bestuursvoorzitter van het Centre for Liberal Strategies in Sofia


1995-nu Verscheidene advies- en bestuursfuncties, o.m. bij EastWest Institute in New York en Institute for Human Sciences in Wenen 2006 Lid van het Forum of Young Global Leaders van het World Economic Forum


2007 Boek The Anti-American century 2012 Spreker op TEDGlobal 2012


2013 Boek In Mistrust we trust: can democracy survive when we don't trust our leaders? n.a.v. TED-conferentie


CV Ivan Krastev


Nee, dat is niet vergezocht, zegt politicoloog Ivan Krastev, en al helemaal geen eurofiele bangmakerij, bedoeld als excuus voor nog meer bezuinigingen en technocratie. 'Als we blijven denken dat de ineenstorting van de Europese Unie ondenkbaar is, dan vrees ik dat we alleen maar bijdragen aan het ineenstortingsproces. Als ik zo vrij mag zijn een kop voor dit interview voor te stellen: 'Het onmogelijke is onvermijdelijk'.'


Krastev maakte als twintiger de destijds onmogelijk geachte, maar achteraf onvermijdelijk genoemde val van het communisme in Oost-Europa mee. 'Wij Bulgaren zijn allen hoogleraren in de fragiliteit. Zelfs eind jaren tachtig leek het nog alsof de Volksrepubliek Bulgarije tot in de eeuwigheid zou blijven bestaan.Maar van de een op de andere dag donderde alles in elkaar. Het heeft me bewust gemaakt van hoe fragiel alle menselijke projecten van nature zijn.'


'In West-Europa zijn mensen gesocialiseerd met de gedachte dat de EU zo belangrijk en stabiel is dat ze zich niet al te veel zorgen hoeven maken - het is maar een financiële crisis, dat overleeft de EU wel. Maar daarmee dreigen we de crisis van Europa te verergeren, want als we niet gealarmeerd genoeg zijn, dan doen we ook niet genoeg om de werkelijke crisis op te lossen.'


En de werkelijke crisis van Europa, zegt Krastev, is niet de eurocrisis. 'De eurocrisis is slechts een symptoom van een veel dieper liggende sociale en politieke crisis.' Het gaat niet slecht met de Europese Unie omdat ze nu faalt, maar omdat ze eerder zo succesvol is geweest, zegt Krastev. Het buitensporige succes van democratie en Europese eenwording heeft de kiem gelegd voor hun beider ontwrichting.


'We beleven een omgekeerde 1968', zegt Krastev. 'Toen gingen studenten de straat op en zeiden: wij willen een andere wereld dan die van onze ouders. Het was een optimistische generatie; vrijheid hing in de lucht, de economie bloeide. Nu gaat een nieuwe generatie de straat op, maar hun eis is precies tegenovergesteld: wij willen in dezelfde welvarende wereld als onze ouders blijven leven.'


Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Vijf revoluties legden onbedoeld de kiem van de Europese malaise, zegt Krastev. Met de culturele revolutie van de jaren zestig verloren westerse samenlevingen veel van hun gemeenschapszin. De populariteit van anti-immigratiepartijen is verontrustend, zegt Krastev, maar vloeit voort uit een legitiem verlangen naar gemeenschap. Het populisme is een reactie op het falen sinds de jaren zestig om een gedeelde visie op de maatschappij te formuleren.


De marktrevolutie van de jaren tachtig maakte Europese samenlevingen nog rijker, maar ook ongelijker, dat terwijl democratie en egalitairisme altijd hand in hand waren gegaan. De scheiding tussen markt en staat deed een diep anti-overheidssentiment ontstaan dat regeren bemoeilijkt. Behalve een obsessie met rijkdom leverden de 'neoliberale decennia' een geldelite op die losgezongen van nationale of morele grenzen hun rijkdom kon veiligstellen in belastingparadijzen.


'Het resultaat', zegt Krastev, 'is dat waar de meeste mensen tijdens de Grote Depressie hun vertrouwen in de markt verloren maar niet in de staat, en waar ze in de jaren tachtig hun vertrouwen in de staat verloren maar in de markt herwonnen, vertrouwen ze nu vaak geen van beide meer.'


Met de val van de Berlijnse Muur verspreidde de democratie zich over Oost-Europa. De liberale democratie had getriomfeerd. Democratie was niet langer 'de slechtste manier om een land te besturen, op alle andere manieren na die al eerder zijn geprobeerd', zoals Churchill zei, maar de oplossing voor de hele mensheid. De democratie verloor, kortom, haar kritisch vermogen.


De vierde revolutie, de opkomst van internet en mobiele telefoons, helpt ondanks alle zegeningen niet de democratie te versterken, zegt Krastev. Het publieke domein is gefragmenteerd geraakt, terwijl de vrije informatiestromen alle nuance en context uit publieke debatten dreigen weg te spoelen. Internet heeft bewezen dat het regimes van de sokkel kan helpen stoten, maar niet dat het nieuwe samenlevingen kan helpen opbouwen.


Dankzij de revolutie in de neurowetenschappen tenslotte weten we beter hoe mensen denken, maar deze nieuwe kennis dreigt een krachtig wapen te bieden voor manipulatie, vreest Krastev. Politiek gaat niet meer om ideeën, maar om het bespelen van de emoties van de kiezer.


'Democratie is niet meer wat ze geweest is, mede doordat kiezers veel van hun macht hebben verloren. De burger is simpelweg niet meer zo belangrijk als vroeger.' Krastev verwijst naar een beroemde Franse gravure uit 1848, het jaar waarin mannen in Frankrijk algemeen kiesrecht kregen: een arbeider draagt in zijn linkerhand een geweer, in zijn rechterhand een stembiljet. Het geweer is het wapen tegen de buitenlandse vijand, staat onder de gravure, het stembiljet het wapen tegen de binnenlandse tegenstanders in de klassenstrijd.


'De burger was niet alleen kiezer, maar ook soldaat, arbeider en consument. Aan die combinatie ontleende hij zijn macht, de staat had hem immers nodig. Maar nu zijn er professionele legers en drones, bedrijven outsourcen werk naar lagelonenlanden of halen goedkopere arbeidskrachten naar hier, en op het vlak van de consumptie zie je hetzelfde: de grootste Amerikaanse bedrijven zijn voor hun prestaties inmiddels niet meer afhankelijk van de consumptie op de Amerikaanse markt.'


Wat vindt u van pleidooien dat de democratie zich zou moeten aanpassen aan het internettijdperk, bijvoorbeeld in de vorm van e-democratie, waarbij kiezers kunnen stemmen over wetsvoorstellen?

'Ik ben niet een van die internetutopisten die denken dat internet alle problemen van de moderne democratie zal oplossen. Internet is een fantastisch instrument, maar kan ook in ons nadeel worden gebruikt, als middel om mensen te controleren, denk aan privacyschendingen en internetsurveillance. Het is bovendien de vraag of internet samenlevingen sterker maakt. Je ziet veel digitale segregatie: veel mensen praten alleen met gelijkgestemden.'


'En moet het publiek over alles beslissen? Ik vind van niet. Politici zijn niet alleen op aarde om populaire voorkeuren te bedienen, ze zijn er om te leiden. In een Roemeens sciencefictionverhaal dat ik decennia geleden las implanteerden de inwoners van een denkbeeldig land op verkiezingsdag een bom in het lichaam van de nieuwe president. Alle burgers hadden een apparaatje waarmee ze bij elke beslissing van de president 'eens' of 'oneens' stemden. Zodra een meerderheid het 'oneens' was, ontplofte de president. Een fantastisch verhaal, maar als politiek recept minder geslaagd. Wat lijkt op democratie, kan soms eerder een volksdictatuur zijn.'


Maar het grootste probleem, zegt Krastev, is dat er steeds minder te kiezen valt. In Europa is een curieuze arbeidsdeling ontstaan tussen kiezers en financiële markten: kiezers bepalen de winnende partij, maar de markten bepalen het economische beleid van de nieuwe regering, ongeacht wie de verkiezingen wint. 'Dat zie je door heel Europa, van Nederland tot, in extreme mate, Griekenland: we kunnen van regering veranderen, maar niet van macro-economisch beleid. Er zijn nauwelijks nog betekenisvolle alternatieven.'


Symptomatisch noemt Krastev het vertrek eind 2011 van Silvio Berlusconi als Italiaans premier. Van de buitenkant leek het alsof het volk had gezegevierd. Betogers scholden Berlusconi uit voor dwaas en smeten muntstukken naar zijn limousine toen hij naar het presidentieel paleis reed om zijn ontslag aan te bieden. Ze wapperden met de Italiaanse driekleur, dronken champagne en dansten de conga. Maar dit was helemaal geen revolutionair moment, zegt Krastev. Niet de Italianen, maar een kongsi tussen de financiële markten, Brussel en Frankfurt had Berlusconi op de keien gezet. Diezelfde kongsi koos ook zijn opvolger: Mario Monti, iemand uit hun midden.


'Het vreemde aan globalisering is dat mensen het gevoel hebben dat de macht elders is. Daarbij zijn wat ik noem 'bedreigde meerderheden' ontstaan binnen westerse samenlevingen: ze hebben alles, maar vrezen ook alles te verliezen. De middenklasse voelt zich politiek zwakker en van alle kanten bedreigd: door immigratie, buitenlandse concurrentie, het afbrokkelen van de verzorgingsstaat. Kiezers zijn sneller bereid op wilde opties te stemmen, want ze hebben het gevoel dat ze het economische beleid toch niet kunnen veranderen.'


De onmacht van de kiezer in 'het tijdperk van geen alternatieven' vertaalt zich volgens Krastev in een nieuwe politieke religie: de roep om transparantie. Transparantie-activisten, met WikiLeaks-voorman Julian Assange als bekendste representant, belichamen de hoop dat kiezers dankzij technologie en openbare data hun politici beter kunnen controleren. Zoals Big Brother in George Orwells 1984 een naakte samenleving nastreefde, waarin de staat alles wist over zijn onderdanen, zo willen de transparantie-activisten een naakte overheid, schrijft Krastev.


Hij vreest dat de transparantiebeweging juist tot een uitholling van het politieke zal leiden: politiek zal niet meer gaan over botsende visies op wat de goede samenleving is, maar verworden tot het 'beheersen van wantrouwen'. Maakt transparantie de burger beter geïnformeerd? Mensen overstelpen met informatie is een beproefde manier om ze onwetend te houden, zegt Krastev. Is volledige openheid van de staat verenigbaar met de privacy van burgers? De schaduwzijde van een volledig transparante overheid zou wel eens een volledig transparante burger kunnen zijn. Leidt meer informatie tot betere debatten? Eerder tot meer complexiteit, meer geneuzel op de vierkante centimeter en meer samenzweringstheorieën.


In het transparantietijdperk zullen politici zich gedragen zoals gangsters praten in een misdaadfilm wanneer ze weten dat hun kamer vol zit met afluisterapparatuur, zegt Krastev. Ze spreken luid en duidelijk over koetjes en kalfjes terwijl ze ondertussen geheime briefjes uitwisselen onder de tafel.


Het publieke wantrouwen jegens de politiek noemt Krastev het grootste gevaar voor de democratie. 'In landen als Nederland, Duitsland en Zweden vertrouwen mensen hun nationale regeringen meer dan de Europese Commissie. Daartegenover staan landen als Italië en Griekenland, waar net als in Bulgarije diep wantrouwen heerst tegen de eigen overheid. Waar ik bang voor ben is dat je een botsing van twee soorten wantrouwen krijgt die het moeilijk maakt gemeenschappelijk beleid te voeren. Boze kiezers in het zuiden zijn tegen de door het noorden opgelegde bezuinigingspolitiek, maar ze zijn bereid verdere Europese integratie te steunen omdat ze hun eigen instituties niet vertrouwen. Tegelijkertijd zijn de populistische bewegingen in het noorden tegen verdere integratie, omdat ze Brussel wantrouwen. De botsing tussen het anti-bezuinigingspopulisme van het zuiden en het anti-Brussel-populisme van het noorden kan de EU opblazen.'


'De Europese Unie zoals we haar kenden, bestaat niet meer', zegt Krastev. 'De fundamenten zijn afgebrokkeld. Neem de Tweede Wereldoorlog. Je kunt het Europese project niet begrijpen zonder de oorlog. Maar Duits onderzoek toonde vorig jaar dat de helft van de Duitse 15- en 16-jarigen niet weet dat Hitler een dictator was; één op de drie dacht dat hij de mensenrechten beschermde. Voor de nieuwe generatie is de oorlog alleen iets dat belangrijk is voor hun ouders.'


'Een tweede fundament van het Europese project was welvaart. De groeiende welvaart gaf het project legitimiteit onder de bevolking. Maar nu denkt ruim zes op de tien Europeanen dat hun kinderen het slechter zullen hebben dan zijzelf.'


Het woord 'crisis' gaat deels terug tot oude medische vaktaal: een crisis was het beslissende keerpunt in een ziekte. Denkt u dat de crisis een keerpunt is voor de EU, of blijft alles vooral hetzelfde?

'De geschiedenis van de Europese Unie is een verhaal van het overwinnen van crises. We hebben nu een kans om iets te veranderen, maar we hebben ook de kans om te falen. De EU zal zichzelf opnieuw moeten uitvinden.'


Maar hoe?

'Het probleem van de EU en de afzonderlijke lidstaten is niet primair een tekort aan democratie, maar aan vertrouwen. Europese leiders staan zwak door het geringe vertrouwen van burgers in publieke instituties. Dat verlamt de politiek. Ik geloof niet dat het de kracht van democratie is dat politici altijd de juiste beslissingen nemen. De kracht van democratie is dat kiezers de mogelijkheid hebben slechte beslissingen te corrigeren. Maar dan moeten we politici wel toestaan fouten te maken.'


Heeft u vertrouwen dat het goed komt?

'In Bulgarije hebben we een iets andere definitie van optimisme en pessimisme dan jullie. Een pessimist is in Bulgarije iemand die gelooft dat de situatie onmogelijk nóg erger kan worden. Een optimist is iemand die er vertrouwen in heeft dat de situatie wel degelijk erger kan. Ik ben een geboren optimist.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.