WATERVREES

Ben je eenmaal over de drempel bij de kruidenier, beginnen ze meteen over dat water. Spontaan. Als het dagen achtereen heeft geregend, kunnen sommigen aardig in paniek raken....

STIEVEN RAMDHARIE

ITTEREN 1994, dorpsvolk in de ban van een rivier.

Er is toch niet weer zo'n nare overstroming op komst?

Nergens anders in Nederland wordt met zo veel zorg uitgekeken naar de weerberichten uit België en Frankrijk als in deze speld op de landkaart. Of de sneeuw al is gaan smelten in de Ardennen.

Een paar strepen asfalt ingekerfd in het Limburgse grindlandschap, vierhonderd gezinnen, een kapsalon, een kruidenier en twee cafés. Meer stelt het dorp niet voor.

Natuurlijk, ze hebben ook een frituur. Het zou er leuk wonen zijn, in Itteren aan de Maas.

Maar wanneer in het dorp straks de lente aanbreekt, zet Joost van den Munckhof hoopvol het bord 'Te koop' in zijn voortuin. Opnieuw.

Eerder dit jaar heeft de secretaris van de dorpsraad het al geprobeerd. Geen hond die echter belangstelling had voor zijn huis in Nieuw-Itteren, de concentratie nieuwbouw vlakbij de rivier. Aan de mooie woning lag het niet.

Alleen, wie wil er nou wonen in een huis waar de Maas elk moment brutaal kan binnenstromen, ook al is dat huis nog zo riant? Zestig, zeventig centimeter hoog stond het water een jaar geleden in de voorkamer van de secretaris. Weg nieuwe keuken, weg behang, weg al dat mooie houtwerk.

Van den Munckhof (56), dorpsbewoner sinds vijftien jaar, is een gedesillusioneerd man. 'Ik wil hier weg, weg van dat water. Ik heb geen zin om steeds weer al die voorzorgsmaatregelen te nemen. Dit dorp biedt mij niets meer. Alleen, ik ben afhankelijk van de oud-bewoners, want zij zijn de enigen die zich hier nog willen vestigen. Naar hen gaan alle huizen op dit moment toe. Het is dus voorlopig afwachten of ik het mijne kan kwijtraken.'

Itteren en Borgharen zijn in de uitverkoop.

Precies een jaar nadat het wassende water van de Maas bezit nam van beide dorpjes bij Maastricht, laat de rivier zijn invloed nog steeds gelden. Een vorm van collectieve angst is neergedaald in dit stukje van de grensmaasstreek.

De leegloop, hoewel soms in slakkegang, is ingezet. Wie halsstarrig blijft volhouden dat hij zich niet laat intimideren door een grensrivier die af en toe uit de oevers treedt, wordt al lang niet meer serieus genomen. Daarvoor was het vorig jaar tè erg. Rampzalig.

Math en Toos Rosier worden in Itteren (dertienhonderd inwoners) omgeven door vertrekkers. Beide buren willen hun huis verkopen, nog eens vier anderen in de Pasenstraat hebben de makelaar al ingeschakeld. Geen enkel huis is al verkocht.

Het wil maar niet. Math (49): 'Vooral de niet-Ittenaren, onder wie de jongere echtparen, zijn nu geneigd weg te trekken. Itteren dreigt nu sterk te vergrijzen en dat is niet goed voor het dorp.'

De Rosiers wonen direct achter de Maas, sinds twee decennia. Wanneer de rivier buiten haar oevers treedt en de dijk overweldigt, zijn zij als een van de eersten in het dorp de pineut. Zo ook in 1980, in 1984 en twee keer vorig jaar. Itteren en Borgharen weten niet beter.

Het schijnt nu eenmaal het lot te zijn van de bewoner die verkiest in de directe nabijheid van de Maas te leven. Op de rampjaren 1984 en 1993 na bleef de schade steeds beperkt tot ondergelopen kelders en weilanden en soms een laagje water in de huiskamer. Niks aan de hand. Dit is Itteren.

Math en Toos (43) hielden aan de overstroming van eind 1993, die heel Itteren blank zette, een 'ontredderd huis' over. Twee dagen nadat de dijk was ondergelopen, op woensdag 22 december, bereikte het water het hoogste punt in huize Rosiers: één meter en zevenentwintig centimeter.

De afwas stroomde Toos tegemoet en zelfs haar planten op het vensterbank waren verzopen.

Samen met de twee kinderen bivakkeerde ze op de tweede etage. Tijdens de kerst, toen het water weer ging zakken, begon de grote schoonmaak. Drie maanden leefden ze gedwongen boven. Het zou tot Pasen duren voor ze weer gebruik konden maken van de benedenverdieping.

De schade bedroeg zo'n vijftig mille: een doorgezakte houten vloer, schrootjes die kromtrokken, een buitenmuur die vochtig bleef en vernietigde meubels. Met het geld dat ze van het schadefonds kregen, konden ze het meeste opknappen. Nu herinnert niets meer aan de overstroming.

Dit jaar werd voor Math, werkzaam bij het Groene Kruis, helemaal een rampjaar toen hij enige tijd terug van de trap duikelde. Sindsdien zit hij ziek thuis.

Math: 'De overstroming heeft een duidelijke ommekeer teweeg gebracht in de houding van de dorpsbewoners. Nog nooit eerder is hun zo duidelijk geworden dat ze in gevaar verkeren. En dan is er steeds die knagende onzekerheid, zeker in deze dagen. Dat het gewoon opnieuw kan gebeuren. Het heeft de mensen echt aan het denken gezet of hun toekomst wel hier is, hier in Itteren.'

Toos: 'Het beheerst je leven volledig. Nu nog steeds. Zoals Math altijd zegt, je basisgevoel voor veiligheid is weg. Dat is heel raar. En het blijft het gesprek van de dag, ook na een jaar. Als de rest van het land het heeft over het weer, hebben wij het over de Maas. Steeds weer die Maas, dat water, de ellende.'

Math: 'Als ik dit huis kon oppakken en het elders zou kunnen neerzetten, deed ik het meteen. Op de eerste dag van de ramp zei ik: ''We knappen de boel op, verkopen het en we zorgen dat we hier weg zijn.'' Na drie overstromingen ben je het zat. Maar we zitten er nog. Die stap zet je niet meer zo gauw. Het alternatief is dat je op een flat in Maastricht gaat zitten. En dat willen we ook weer niet.'

In Borgharen trakteert dorpsslager Hubert Balduin, tevens fervent jager, op een plakje eendeborst. Hij leidt rond. 'Kijk maar. Daar beginnen de tegels af te breken.'

Een bruine streep hobbelt van tegel naar tegel. Balduin: 'Vorige maand is het pas begonnen. Kunt u nagaan, mijnheer, we zijn al weer een jaar verder en nog steeds zijn we niet van die ellende af.'

De joviale slager mist zeker vijftien van zijn beste klanten. Sommige, zo heeft hij gehoord, zijn naar het hoger gelegen Margraten verhuisd. Niet slager Balduin. Hij denkt niet aan verkassen. Natuurlijk, de schade was niet niks. Toen de stroom uitviel, kon hij de vleesvoorraad in de koelcel wel afschrijven. Waaronder flink wat wild. Ruim 60 procent van de schade heeft hij uiteindelijk uitgekeerd gekregen.

Balduin, lachend: 'Je ziet, ik ben er niet aan kapot gegaan. Ik kan ook moeilijk weg, hoewel het idee wel even door mijn hoofd spookte. Ik heb nogal wat hotels als klant en die geef je niet gauw op. Bovendien, dit was de derde overstroming die ik heb meegemaakt. Het slijt wel weer. Er is genoeg leuks te beleven in deze streek, zoals de eendejacht. Dat kan ik niet zomaar laten. Dat doe ik niet.'

Om de hoek peinst Willie Duchateau er ook niet over zijn geliefde Borgharen te verlaten. De mensen die wegtrekken, dat zijn geen echte dorpsbewoners, weet de banketbakker. Meer lui die naar het dorp zijn gekomen om rustig te wonen en die nu, door deze tegenslag, in paniek zijn geraakt. Stomweg op hol zijn geslagen.

Duchateau: 'Ik leef hier niet met de gedachte dat het morgen weer kan gebeuren. Dat kan toch niet? Dan ga je er onder door. Het is veel te zwak om weg te lopen. Dit is mijn leven. Trouwens, de laatste grote overstroming was in 1926. Heb je de Maas nu gezien? Het was toch rustig? Mijnheer, het is veel te gezellig in Borgharen.'

De banketbakker kreeg tijdens de overstroming de gouverneur, de burgemeester en het kamerlid Van der Linden (CDA) over de vloer. Het familiebedrijf bestaat al sinds 1914 en is alom bekend in de streek. 'Maar van al hun beloften ben ik niets opgeschoten', zegt hij boos.

Nog niet de helft van de schade van zestig mille heeft hij teruggekregen. De totale schade, inclusief het omzetverlies van de kerst, schat hij op ruim een ton.

Duchateau: 'We zijn door al die ellende een jaar teruggeworpen. Vooral geestelijk hebben we het in het begin moeilijk gehad. Je vraagt je voortdurend af hoe het verder moet. Of je opnieuw moet beginnen. We zijn zeker tot in 1995 bezig om alle schade weer in te halen.'

Zijn vrouw Willie heeft het niet meer. Tranen vloeien.

'Het is frustrerend. Miljoenen worden nu vrijgemaakt voor het geval zo'n ramp zich weer voordoet, maar wij krijgen slechts een deel vergoed. We moesten maar een lening aanvragen, kregen we te horen. Maar dat doe je toch niet? Hoe moeten we dat terugbetalen? Ik hoef geen ton, maar wel datgene wat ons toekomt.'

In het winterbed van de Maas, op het laagste punt, woont Truus Leis (48) samen met haar man en twee zonen in een aardig huis. Recht tegenover de slager. Vanuit de keuken trekt de Maas langzaam voorbij. 'Bij 45.80 meter komt het water zo ons huis binnen', zegt ze, turend door het raam.

Leuk wonen hier, dachten de Leisen toen ze twaalf jaar geleden Borgharen binnentrokken. Toen Truus werd gewezen op het gevaar van een overstroming, dacht ze eerder aan centimeters dan aan meters. Had de architect bovendien niet een betonnen bak onder het huis geplaatst?

Vorig jaar stond het water een meter diep in het huis. Truus moest per kajak naar de slager. Drie nachten zaten ze boven tot ze eindelijk werden geëvacueerd. 'Weet je, ons leven is eigenlijk niet zoveel veranderd. We hebben wel kennissen die het psychisch heel erg moeilijk hebben gehad. Dat is ellendig.'

Aan de keukentafel denkt ze hardop na. Het zwembad zal moeten worden dichtgegooid. Er zit nog steeds rivierwater achter de plastic kuip. Herstellen betekent een nieuwe pomp en een nieuwe waterzuiveringsinstallatie aanschaffen. 'Het gaat zo veel kosten', zucht ze. Dichtgooien dus.

Haar zoon protesteert. 'Nee, mam, niet dichtgooien.'

Truus: 'Vroeg of laat ben ik hier weg. Ik ken wel leukere dorpen dan Borgharen. Het duurt jaren voor ze gaan baggeren en de dijk verhogen. Tot die tijd komt de Maas hier nog wel een keer terug. En dan wil ik er niet zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden