Waterschappen in de vuurlinie

De provincies willen graag het werk van de waterschappen overnemen. Dat zou goedkoper zijn. Maar de waterschappen zelf zoeken toenadering bij de gemeenten....

Van onze verslaggever Gerard Reijn

Vianen Dijkgraaf Gerrit Kok staat op de zuidelijke dijk van het riviertje de Linge bij Gorinchem. Een beetje uitkijken moet hij wel, want het smalle asfalt is vol met fietsende ouderen; de Linge is een aantrekkelijke fietsroute. ‘Hier’, zegt Kok, ‘staan we in Gelderland.’ Dan wijst hij naar de dijk aan de overkant, de noordkant van de Linge. ‘Die ligt in Zuid-Holland.’

Als dijkgraaf van het waterschap Rivierenland gaat Kok over de Linge zelf, over beide dijken en over het gebied er omheen. Maar als zijn werk zou worden overgenomen door de provincies, wat dan? De provincies zeggen 400 miljoen euro te kunnen bezuinigen door onder andere de waterschappen over te nemen. Ook een aantal politieke partijen (PvdA, SP, GroenLinks, VVD) heeft opheffing van de waterschappen in zijn verkiezingsprogramma staan.

Staande op zijn dijk legt Kok uit wat opheffing volgens hem zou betekenen. ‘Als het hard regent, gaat Gelderland volop malen. Die pompt het water de Linge in, dan zijn ze het kwijt.’ Dan wijst hij naar het noorden. ‘Maar Zuid-Holland heeft evenveel regen, dus die gaat ook volop malen.’

Natte voeten
Als Kok vertelt, zie je het water tussen de Lingedijken stijgen. De danig gezwollen rivier moet voorbij Gorinchem de Merwede in. Maar er moet niet al te veel water door die Linge komen, want dat gaat niet meer zonder ongelukken. Omdat Kok het hele stroomgebied van de Linge beheert, kan hij al ver weg in Gelderland het water ophouden. Maar hij is bang dat de provincies straks vooral aan hun eigen droge voeten zullen denken. Dan zal Zuid-Holland het water het Merwedekanaal in sturen, naar het noorden. ‘En dan zitten de mensen in Vianen, provincie Utrecht, met natte voeten’, zegt Kok.

Zo ging het vroeger, toen de waterschappen nog klein waren. Het ene waterschap loste zijn problemen op door er het volgende mee op te zadelen. Hij is er niet gerust op dat de provincies het beter zullen doen. ‘Of er moet een heel uitvoerig overlegcircus komen tussen een aantal provincies. En dat kost geld’, analyseert hij.

Het is niet de enige plek in zijn waterschap waarover hij dergelijke verhalen kan vertellen. Over de Diefdijk bijvoorbeeld, een kaarsrechte hoge dijk dwars door de weilanden. Water is er in geen velden of wegen te zien. Toch streden de graaf van Holland en de hertog van Gelre er bittere strijd om. Als Gelderland een overstroming had, konden ze het water kwijt door deze dijk door te steken. Maar de Hollanders hadden juist baat bij een stevige, hoge dijk om het water buiten te houden. Zij sjouwden zandzakken, maar de Geldersen deinsden er niet voor terug de dijk door te steken.

Zo erg zal het niet worden als de provincies de waterschappen overnemen, maar een verbetering is het in geen geval, zegt Kok. ‘Je moet het stroomgebied als een geheel beheren. Versnippering van waterbeheer in Nederland is funest’, zegt hij.

Commissaris van de koningin Roel Robbertsen van Utrecht moet er om lachen. ‘Nederland is het stroomgebied van de Rijn en de Waal. Dus je zou van Nederland één waterschap moeten maken? Hoog water stoort zich niet aan grenzen van de waterschappen, stoort zich niet aan dijken. Natuurlijk moet je afspraken maken met andere organen, maar wij denken dat de provincie dat veel efficiënter kan dan het waterschap.’

De provincies willen niet alleen de waterschappen inlijven. Ze willen het hele ‘middenbestuur’ naar zich toe halen. Diensten van het rijk die op regionaal niveau opereren, zoals delen van Verkeer en Waterstaat, Staatsbosbeheer, Monumentenzorg en de Dienst Landelijk Gebied. Aldus ontstaat het ‘ sterke middenbestuur’ dat de provincie in zichzelf ziet. Voor Utrecht zou die operatie minstens 50 miljoen euro bezuinigingen opleveren, becijferde bureau PriceWaterhouseCoopers in opdracht van de provincie. Van dat bedrag zou 33 miljoen komen door de waterschappen over te nemen en samen te voegen.

Het verzet van de waterschappen stelt Robbertsen teleur. ‘Het is jammer dat ze niet in staat zijn over het middenbestuur te spreken zonder alleen aan hun eigen positie te denken.’

Waterschappen beroepen zich erop dat ze alleen de waterhuishouding en de waterzuivering regelen, maar volgens Robbertsen klopt dat niet. ‘Ze zitten steeds meer op het gebied van landschap en van natuur. Ze kruipen steeds verder de wal op, en we doen dus steeds meer dubbel.’

Dat er dubbel werk wordt gedaan, daarmee is dijkgraaf Kok het mee eens. Maar hij trekt een andere conclusie: de provincie moet ophouden met plannen voor de waterhuishouding te maken. ‘Wat zij doen, voegt niks toe. Laat ons het water doen, en zij de inrichting van het land.’

Dringen geblazen
Het is een strijd tussen twee verschoppelingen in het openbaar bestuur. De Raad voor het Openbaar Bestuur presenteerde vorige week het rapport Het einde van het blauwdrukdenken en dat maakt veel duidelijk. De gemeenten worden door fusies steeds groter. Het Rijk, dat van steeds meer taken wordt beroofd door Europa, zoekt het ook lagerop. ‘Het is dringen geblazen op het niveau tussen gemeenten en het rijk’, schrijft de raad. ‘Als antwoord daarop zijn provincies het werkterrein van gemeenten gaan opzoeken, mede in een poging hun zichtbaarheid te vergroten.’

Voor de waterschappen is het niet anders, maar er is nog een reden waarom zowel provincies als gemeenten nu begerig naar Nederlands oudste bestuurslaag kijken. Tot voor enkele decennia waren er honderden waterschappen, maar nu nog maar 26. ‘We zijn nu zo groot dat we interessant worden voor andere besturen’, zegt Kok. Het waterschap Rivierenland heeft een budget van 150 miljoen en er werken 650 mensen.

Bij provinciale verkiezingen is de opkomst al laag, inmiddels ruim onder de 50 procent. Maar bij de laatste waterschapsverkiezingen in november 2008, kwam maar 24 procent van de kiezers opdagen. Dat laatste kan dodelijk worden voor de waterschappen. Demissionair minister Huizinga van VROM kondigde aan dat aan die lage opkomst iets gedaan moet worden. Ze deed een paar suggesties: de verkiezingen zouden tegelijk met die van de gemeenteraad of met die van de provincie kunnen worden gehouden. Of de waterschapsbesturen zouden door leden van gemeenteraden dan wel provinciale staten gekozen moeten worden.

De Tweede Kamer lijkt er wel wat te voelen voor om de waterschappen bij de provincies onder te brengen, maar de Unie van Waterschappen kiest voor een andere optie: nauwere samenwerking met de gemeenten. Samen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten sleutelt de Unie aan een plan om de waterschapsbesturen voortaan te laten kiezen door de gemeenteraden. Ook operationeel zouden gemeenten en schappen veel nauwer kunnen samenwerken, met name op het gebied van de zuivering van rioolwater. Dat zou een bezuiniging van 380 miljoen opleveren.

Dijkgraaf Kok ligt van de discussie niet wakker. Nog een paar maanden is hij dijkgraaf, dan stopt hij ermee. Zijn opvolger zal nog jaren met de discussie kampen, maar een voorspelling van de uitkomst durft hij wel aan. ‘De waterschappen zullen niet verdwijnen. Ik denk dat we meer taken zullen krijgen. Dat hoeft niet ten koste te gaan van het voortbestaan van de provincies.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden