Waternimf (38 C)

Door vrienden was Anna aangekondigd als 'een gast uit het buitenland'. En inderdaad was zij woonachtig in Hannover, een plaats die bij mij altijd een beetje een magisch gevoel oproept sinds ik als twaalfjarige eens een kaartje mocht ontvangen van meneer Blberg, die de gasballon had gevonden die ik ter...

Dat hele gast-zijn van Anna is op een paar punten behoorlijk uit de hand gelopen. Zo is ze bijvoorbeeld nooit meer teruggegaan. Wel staat ze al vier jaar haast iedere vrijdag- en zaterdagavond verdekt opgesteld in de buurt van de populairste caf om er bekenden opgewekt tegemoet te treden. 'Dat is ook toevallig!'

Na een paar weken begon Anna de vrienden op de zenuwen te werken. Ze deed niks. Ze zei niets. Ze zat alleen maar op de bank, de kniebij elkaar, de blik in de schoot. Om een avond van haar verlost te zijn, vroegen ze ons om haar eens mee te nemen naar het cafWe moesten wel voorzichtig met haar zijn; ze had een beetje een moeilijke tijd achter de rug.

We spraken af in De Kale Jonker, een cafaar ik nadien altijd een beetje handig aan voorbijloop, alsof het cafr iets aan kan doen dat ik met mijn vingers niet van mijn vrienden af kan blijven. Het was een uur of acht. Vanaf onze tafel hadden we een goed zicht op het grote scherm dat de baas aan de achterwand had opgehangen, waarop het Nederlands elftal om kwart voor negen een wedstrijd zou spelen voor het Europees Kampioenschap 2000.

Het was niet iedere dag feest in de tienjarige relatie van Joost en Lonneke. Maar die avond zaten ze er vrolijk bij. Vooral Lonneke glom onder haar nieuwe kapsel, waarvan de pony resoluut was afgeknipt. 'Ik ben weer helemaal verliefd', zei ze. Haar vriend Joost, die zijn krullen ook stevig in de verzorgingsmiddelen had gezet, zocht schouderophalend oogcontact met de barkeeper: 'Mogen wij er nog drie?'

Met een behoorlijk vaartje kwam Anna even later het cafinnengelopen; een hoge paardenstaart danste achter haar aan. Ze droeg een strakke Edwin-spijkerbroek, waarvan de ritssluiting zich ergens ter hoogte van het borstbeen moest bevinden. Daarover droeg ze een krappe, appelgroene blouse. Toen ze ging zitten en haar armen op de leuningen plaatste, sprongen pardoes twee knoopjes open en zei ze: 'Oei, m'n bloesje.'

Anna moest een jaar of 30 zijn. Ze had een klein, knap gezicht; de groene ogen sprongen uit de witte huid. Op de punt van haar neus zat een rode stip, alsof precies daar een adertje was gesprongen. Misschien was ze blij om een avond uit te zijn, want Anna deed helemaal niet depressief, maar dronk en praatte juist opvallend vrolijk mee. Na een paar glazen haalde zij een plastic boterhamzakje tevoorschijn, met een knoopje erin: 'Ik heb iets meegenomen.'

Wat ecstasy doet, tenminste bij ons, is gebruikers tot willoze, makke schapen maken. Als iemand een voorstel doet, zegt de rest onmiddellijk 'ok De laatste keer dat we het hadden gebruikt, werden we de volgende middag wakker in Brussel omdat de cafas de nacht ervoor een cd van Acda & De Munnik had gedraaid, waarop een nummer stond dat Brussel heette.

Bovenal is het lekker om te gebruiken en toen Anna haar boterhamzakje liet zien, knikten we allemaal driftig van ja. Een half uur later al hielden we elkaars zweterige handjes stevig vast. Lonneke strekte zich af en toe zuchtend over de tafel uit. Anna's ogen kwamen een beetje naar voren en ze vertrok haar lippen alsof ze tabak pruimde. Daar tussenin zat Joost met wegdraaiende ogen over voetbal te murmelen.

'Hebben jullie eigenlijk een mooi huis?', vroeg Anna. Op het grote scherm aan de achterwand begon het Nederlands elftal aan de wedstrijd.

'Wij?', vroeg Lonneke. 'We hebben een schitterend huis.'

'Zullen we daar dan maar naartoe gaan?'

Het prachthuis van Joost en Lonneke bevond zich in een lange straat, ergens halverwege een achterbuurt. Ter gelegenheid van het Europees Kampioenschap hadden de bewoners de straat versierd. Op elke paar meter was een kabel tussen de gevels gespannen, waar lampionnen, spandoeken en vlaggen aan hingen. Om de lantaarnpalen hadden ze oranje dekzeil gewikkeld, de vensterbanken lagen vol met petjes, opblaasbare kronen en Unox-mutsen.

Na een half uurtje kwebbelen en bier drinken, begonnen we het warm te krijgen, verschrikkelijk warm. Het was niet duidelijk wat de hitte veroorzaakte. Misschien zat er iets in de Duitse pillen wat niet helemaal goed was. Lonneke zette puffend en steunend de ramen tegen elkaar open. 'Water', zuchtte ze, 'water.' Zodat Joost glaasjes water van de keuken naar de huiskamer begon te dragen en Anna zei: 'Je kunt toch gewoon iets uittrekken?'

Even was het stil. Maar al snel ging Lonnekes shirtje door de kamer, gevolgd door Anna's appelgroene overhemd, en hop, daar gingen ook de schoenen en de broeken. Lonneke keek even stralend naar haar gespierde benen en keurde het roodglanzende ondergoed: 'Ik ben blij dat ik vandaag mijn allermooiste setje draag.' Daarna flaneerde ze tevreden door de kamer, op de ballen van haar voeten, knikkend naar links en rechts, flirtend met het parket.

'Heerlijk', zei ze toen ze van haar denkbeeldige strandwandeling was terug gekeerd en nu recht voor ons was gaan staan. Ze doopte twee vingers in mijn glaasje water, sloeg de druppels tegen haar borst en wreef die vervolgens omstandig over zichzelf uit, ondertussen goed oplettend of wij het allemaal wel registreerden. Met half geloken ogen vroeg ze: 'Hebben jullie het niet warm?'

'Ja', zei Anna, 'het is toch niet uit te houden hier?' Ze haalde haar benen van de schoot van Joost, stond op van de bank en bukte zich om een sigaret uit een pakje te halen, zodat het glunderende gezicht van Joost even aan het zicht werd onttrokken, en ging toen op de vloer tegen het televisietafeltje zitten. 'Of mogen wij jullie blote buiken soms niet zien?'

We trokken onze kleren uit en gingen opnieuw op de bank zitten. De hitte bleef zeuren en vermoeien, tegen deze temperaturen vielen eigenlijk geen kleren uit te trekken. Na een tijdje bewoog Anna een beetje gehinderd met haar schouder, alsof ze niet helemaal lekker tegen het houten televisietafeltje zat. 'Als ik heb gebruikt', zei ze, 'wil ik er altijd wel graag even bij gaan liggen.' Ze klopte veelbetekenend op het parket. 'Hebben jullie anders geen..?'

'Matrassen!', kraaide Lonneke.

Achteraf zou ik me nog het meest verbazen over de diepe ernst waarmee de voorkamer in gereedheid werd gebracht. Alsof we er per uur voor werden betaald, zo geconcentreerd werd het televisietafeltje opgetild en opzijgezet, werden de matrassen van boven naar beneden gedragen en de lakens strakgetrokken. Heel serieus ook bespraken we daarna de resultaten van onze werkzaamheden, twee matrassen in de voorkamer, die Joost een paar dagen later de werkvloer zou gaan noemen.

'Joost gaat daar', zei Anna, 'dan Lonneke, jij daar en dan ga ik hier.'

Zo lagen we een paar minuten, de ogen gesloten, de armen netjes tegen de lichamen geklemd, de hitte van ons af te denken. Na een tijdje ging Anna op haar knievoor ons zitten. Ze trok het elastiekje uit de paardenstaart, schoot dat naar mijn hoofd en sloeg haar lange haren los. 'Moet je eens kijken.' Ze haalde de bh-bandjes van de schouders en trok met een handig rukje de sluiting op haar buik. 'Ik heb een moedervlek.'

Wij zagen mooie, ronde borsten, spierwit, met tepels die een beetje loensend naar hun nieuwe vrienden keken, maar nergens zagen wij een moedervlek.

'Hier', zei ze.

Om het beter te kunnen zien, gingen wij ook op de kniezitten. En inderdaad zat er op haar linkerborst een heel klein moedervlekje.

'Hij is niet zo groot, h

'Nee', zei Anna. 'Gelukkig maar.'

'Vinden jullie mijn borsten eigenlijk wel mooi?' Iets minder soepel vertoonde ook Lonneke haar bh-trucje. Tevoorschijn kwamen opnieuw twee mooie borsten, iets groter en bruiner misschien, en ook hoefden deze borsten geen brilletje op. 'Voelen?'

Joost deed het een beetje plichtmatig; hij kende ze al een jaar of tien. Ik moest het al iets uitgebreider doen. 'Heerlijk', zei ik. 'Prachtig.' Anna richtte zich op en wreef haar bovenlichaam tegen dat van Lonneke, langzaam, van links naar rechts. Daarna duwde ze haar op de rug en klom zelf bovenop haar. Ze fluisterden elkaar iets toe en trokken ons aan onze armen in de kluwen.

De ledematen die ik tegenkwam, be hoorden voornamelijk Lonneke toe. Naast ons zagen we vooral Anna het voortouw nemen, de enige overigens die er nog een beetje bij kon blijven lachen. Ze was op haar rug gaan liggen en wenkte Joost. Ze moest zich in gedachten iets toneelachtigs hebben voorgesteld toen ze zei: 'Lieve prins, kom in mijn schoot.'

Misschien lag het aan de pillen, misschien lag het aan haarzelf - Anna leek helemaal met haar bezigheden samen te vallen. Ze wentelde zich in onze blikken. Terwijl Joost een beetje naar haar toe schuifelde, draaide Anna zich op haar zij. Ze trok een been op, zodat we de gladde billen konden zien, gooide haar hoofd naar achteren en gaf de tweezitsbank een spannende blik. Daarna klemde ze haar benen om haar lieve prins en bracht die vaardig in het gewenste ritme.

Joost gehoorzaamde netjes en keek ondertussen onderzoekend naar beneden. Daar leek het wel goed te gaan. De huid op Anna's gezicht trok glad. Ze sloot haar ogen en tuitte de lippen, alsof ze zich diep op zichzelf concentreerde. Ze gaf haar ademhaling nu ook een a-klankje mee en liet die in kracht toenemen. 'Langzaam', zei ze.

De valse lucht verdween uit haar ademhaling, de a's werden sterker en volgden elkaar steeds sneller op. Ze strekte haar armen en zette zich schrap tegen de bank. Heel even leek ze in iets van gedroom weg te zakken, maar al snel hernam ze zich. Ze legde een hand in zijn nek en duwde zich tegen hem aan, precies tegen het ritme van haar lieve prins. 'Iets sneller nu.'

Joost zette zijn tienjarige relatie-ervaring in en voegde er nog wat sportschooluurtjes aan toe. Er kwam meteen iets donkers in Anna's gezicht. Ze keek een beetje vals naar hem op, alsof ze hem uitdaagde, alsof ze zeggen wilde: probeer mij maar uit, ik kan hier echt wel tegen.

Dit was werk, dit was zwoegen, dat kon je wel aan de rode wangen zien. Anna's a's werden korter en agressiever. Er werden h'tjes achteraan geplakt, als om ze af te hakken en snel ruimte voor nieuwe te maken. Ze duwde en bokte steeds wilder. Zo langzamerhand begonnen haar klanken in schreeuwen over te gaan. Lonneke en ik keken elkaar even aan - als dat maar goed ging met die twee.

Maar vlak voordat het hinderlijk werd, viel ze stil en liet zich slap op haar rug vallen. Voorzichtig kwamen de lachrimpeltjes terug. Ze opende haar ogen en zei luchtig: 'Foetsie. Jammer.'

Ik weet niet meer hoelang het allemaal heeft geduurd en ook niet meer hoelang ik ernaar gekeken heb, maar ik weet nog wel dat ik af en toe dacht: in het openbaar zouden mannen niet zoveel aan seks moeten doen.

Ook Joost leek zich iets soortgelijks te realiseren. Hij keek naar opzij, naar ons, naar de wijze waarop wij hen voorzichtig imiteerden.

Ik keek naar beneden en daarna keek ik weer naar opzij. 'Oh', zei ik, 'sorry.'

'Nou, het gt niet', zei hij en hij legde een vlakke hand in de lucht. 'Maar het is natuurlijk wel mijn vriendin over wie we praten.'

'Nee, ik begrijp het volkomen. Misschien moeten we'

'Ruilen', zei hij. 'Ja, volgens mij ook.'

Ik werd wakker van een groot kabaal op straat. Waarschijnlijk had Nederland de wedstrijd verloren: buiten schopten twee mannen luidkeels in op een grote televisie, die ze even tevoren op de straat hadden gekwakt. Joost lag met opgetrokken kniein zijn slaap over voetbal te praten - Arthur Numan kreeg de bal aangespeeld. Aan de geluiden te horen die van boven kwamen, hadden Lonneke en Anna in de badkamer verkoeling gezocht.

In het trapgat herinnerden posters aan musea die Joost en Lonneke tijdens vakanties hadden bezocht: smeltende horloges van DalSchiele's magere vriendin. Door een veelkleurige kralenketting kwam je in de badkamer, een grote, rechthoekige ruimte, van onder tot boven witbetegeld, met op ooghoogte een blauwe rand. Die kleur kwam overigens terug in drie hoogpolige badkamerkleedjes, waarvan er eentje het toilet probeerde te omarmen.

Anna hoorde mij niet binnenkomen, zij had haar oren onder water, maar Lonneke, die aan de rechterzijde op haar kniein het grote bad zat, keek even op, terwijl ze Anna met haar handen bleef ondersteunen.

'Lekker water?', vroeg ik. 'Lekker fris?'

Ze haalde haar schouders op en ging verder met haar regelmatige bezigheden.

Het zag er wel mooi uit, zoals Anna in het water lag. Ze werd door geen bodem of badrand aangeraakt. Haar witte haren sloegen breed uit, zodat het leek alsof die haar drijvend hielden. Haar neus en mond kwamen even boven het wateroppervlak uit, evenals haar melkbleke borsten. Ze neuriede zachtjes; liedjes die me ergens bekend van voorkwamen. 'Ophelia', zei Anna en ze keek even heel ernstig uit haar groene ogen. 'Ik ben Ophelia.'

Nu was het al een tijd geleden dat ik met mijn moeder een openluchttheater bezocht, waarin een amateurgezelschap jaarlijks een toneelstuk van Shakespeare uitvoerde. Van Hamlet kon ik me nog wel herinneren hoe Ophelia in overspannen toestand slot Elseneur had verlaten om zich in een beekje te verdrinken. Ik kon me zelfs nog herinneren hoe de koningin het gebeurde probeerde te verklaren door te zeggen dat Ophelia iets wilde ophangen in een oude wilg en dat precies op dat moment een takje was geknapt, een opzichtige verdraaiing van de feiten natuurlijk, maar niet dat het slachtoffer zo omstandig werd gebeft als Anna nu.

'Ophelia', zei ze nog eens. 'Opha!'

'Numan over links!', kwam het van beneden.

Ik ging naar de overloop om Joost te roepen, want op de een of andere manier dacht ik hij dit wel graag zou willen zien. Hij miste toch al zo veel. Hij vond zijn leven toch al niet zo spannend. Nog maar een paar dagen eerder had hij verteld hoe vaak hij droomde dat hij thuis, op zijn eigen bank gezeten, naar Barend en Van Dorp zat te kijken. Hij zei: 'Ik droom zelfs saai.'

Joost nam twee blikjes bier mee naar boven. Drinkend hingen we tegen de tegelmuur, en keken naar het melkbleke tafereel. Lonneke legde haar armen rond Anna's benen en trok haar nog dichter naar zich toe; ze dook nu helemaal in haar weg. Anna sloeg haar hoofd naar achteren en trok een beetje met haar kaken. Het water wiegde in het bad, Anna neuriede al iets harder.

'Ze zegt steeds dat ze Ophelia is', zei ik.

'Ik kan je haar geheimpje wel verklappen', zei Joost. 'Want Ophelia heeft vanavond de thermostaat op de hoogste stand gezet.'

Langzaam ging het sneller in het bad; het water golfde al over de rand, Anna begon nu echt te zingen.

'Dat is ook niet aardig', zei ik, 'om ons zo voor de gek te houden.'

'Kom', zei Joost.

We gingen terug naar de kamer om televisie te kijken. Halverwege een herhaling van de wedstrijd hoorden we nog een laatste noot van boven komen; Ophelia was eindelijk verdronken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden