Watermolen

Landelijke rust. Het heeft wel wat, en God heeft er de zondagochtend voor geschapen. Schitterend, die landelijke rust. Tot de eerste recreant zich aandient, in dit geval een man op leeftijd, met een forse bierbuik, die op een racefiets zit....

Martin Bril

De mannen stoppen.

Ze zetten hun racefiets tegen een boom en lopen naar het terras van uitspanning Bi’j de Watermölle. Hun wielerschoentjes klikken als dameshakken die verkeerd worden gedragen op het fietspad, hun knoestige koppen zijn bezweet. Ze ploffen neer in een stoel, en nemen meteen een wijdbeense pose aan. Misschien hoort dat bij fietsen.

‘Zo’, zucht de één.

‘Ja’, beaamt de ander.

Daar houden ze het voorlopig bij. De landelijke rust kan zich herstellen. Te horen zijn: mussen, merels en vinken, een zachte bries in de boomtoppen, het hinniken van een paard, een kerktoren in Haaksbergen (een paar kilometer verderop) en het ruisen van het water, daar waar een oude, pittoreske watermolen staat, nog een dubbele ook, links een oliemolen met een rad, rechts een korenmolen met twee schepraderen. Uit 1548 zijn de molens. In de Tachtigjarige Oorlog verwoest, herbouwd in 1634, in 1946 gedeeltelijk weggeslagen door hoog water, in 1950 gerestaureerd.

Te zien zijn (behalve de molen en het bijbehorende bruggetje): hoge eiken, struiken, bospaden, de kolk waarin het water valt, een zandbank daarin, picknickbanken, prullenbakken, een klein huisje dat een bakspieker blijkt te zijn (geschonken door de Rabobank), een paar oude molenstenen, gemeentepaaltjes langs het fietspad, een paar lantarens, een informatiebord dat de toestand verklaart.

Zacht lenteweer.

Daar zijn de volgende recreanten. Als eerste passeert een jonge vader met een tweeling in een tweezitswandelwagen. Vader en kinderen zijn alle drie even kaal, en bleek. Ze worden gevolgd door een gezin van man, vrouw en drie kinderen, alsmede twee aangelijnde honden. De man draagt de blik van een zwaargestrafte, en een groot fototoestel aan een riem. De kinderen lijken sprekend op hun moeder die niet de mooiste is, helaas.

Daarna arriveert een gezelschap in Perry Sport-kledij gestoken nordic-walkers, een stel op een tandem (zij, achterop, kijkt alsof ze het al jaren is uitgekeken op zijn brede rug), een jonge vrouw die hollend belt met haar oude moeder en zes motorrijders die, zodra ze hun grommende machines het zwijgen hebben opgelegd, allemaal als eerste naar hun pakje zware shag van Van Nelle grijpen. Sloffend op hun grote laarzen en een sigaret rollend komen ze naar het terras. Hun leren pakken ruiken dierlijk. Bij een tafel langs de kolk strijkt een echtpaar neer met koffie in een thermosfles.

Over dieren gesproken.

Aan de overkant van het water, de Beerserbeek, lopen een paard en een veulen in de wei. Het veulen is nog erg jong, maar niet zo jong dat de vacht nog nat en plakkerig is. Maar het dier kan nog nauwelijks lopen, nou ja, nog niet zo soepel en logisch als de merrie die voortdurend rondjes draaft, het veulen naast en achter zich; onzeker, maar al goed in balans, op die stakige benen met de grote, knokige knieën. Eindeloos lopen moeder en kind rondjes en boven de bosrand betrekt intussen langzaam het zwerk. Vanuit het westen is regen onderweg. De radio voorspelde het al en het gaat inderdaad gebeuren. Aan alles komt een einde, soms te snel.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden