Waterkanon van de weergoden

Wat heeft de wetenschap te zeggen over de actualiteit? Deze week: het weer en de nieuwjaarsrellen.

MAARTEN KEULEMANS

De nieuwjaarsvuren wilden maar niet goed branden, en het vuurwerk raakte al snel doorweekt. Geen wonder dat het land deze week betrekkelijk rustig het nieuwe jaar in kachelde. Regen, regen, regen. Een beetje relschoppen op straat is er dan niet meer bij.

Geen verband zo logisch of er is weleens systematisch onderzoek naar gedaan, en in dit geval leverde dat onderzoek toch wel iets opvallends op: als er íéts helpt tegen groepsgeweld op straat, dan is het wel het waterkanon van de weergoden. In een recente analyse van rellen uit de roerige jaren zestig kwamen economisch-historici Bill Collins en Robert Margo van de Vanderbilt University tot de conclusie dat regenval, als het gaat om het blussen van volkswoede, verstoorder nummer één is. Neem de nasleep van de moord op Martin Luther King, in 1968. Talloze rellen braken uit, behalve waar het regende. En waar men wel de straat op ging, eindigde het tumult abrupt bij (stevige) neerslag.

Ook de temperatuur maakt uit. Hoe warmer, des te groter de kans op straatgeweld, wijzen de vele studies die ernaar zijn gedaan hier ruwweg uit. Ook dat is op zichzelf logisch, want bij warmer weer zijn mensen meer en langer buiten, waardoor ook de kans op aanvaringen toeneemt. Volgens een gedetailleerde analyse die de Amerikaanse criminologen Ellen Cohn en James Rotton in 2000 maakten van geweldsincidenten in Minneapolis, stijgt de kans op onrust het sterkst tussen het vriespunt en ongeveer 15 graden - in theorie moet de zachte jaarwisseling enkele tientallen procenten méér gevallen van verstoring van de openbare orde hebben opgeleverd dan de afgelopen jaren. Volgens de cijfers van Cohn en Rotton piekt de kans op tumult bij ongeveer 25 graden. Nog warmer, en blijkbaar houden zelfs heethoofden het voor gezien.

Er zijn meer omgevingsfactoren die groepen relschoppers tot bedaren kunnen brengen. In een in vergetelheid geraakt experiment uit 1966, naar 'nozemgedrag' op Oudejaarsavond, slaagde niemand minder dan de later wegens eigenzinnigheid in opspraak geraakte criminoloog Wouter Buikhuisen erin om rellen in de kiem te smoren, door 23 studenten in te zetten als 'stoorzender'. De studenten begaven zich op onrustige plekken tussen de 'nozems', en mopperden hardop dat het maar een saaie avond was. Ze zeiden dat ze naar huis wilden om tv te kijken en merkten op dat zelfs de politie er geen zin in leek te hebben. Het gezeur had hetzelfde effect als regen, rapporteerde Buikhuisen achteraf: 'Deze vreedzame strategie was succesvol in het temperen van de activiteiten die normaal leiden tot opstootjes en in het dempen van de spanning die een noodzakelijke voorwaarde is voor rellen.'

Een andere opvallende spanningsdemper kwamen psychologen op het spoor in een klassiek laboratoriumexperiment in 1976: proefpersonen wer- den toen meetbaar minder agressief door het drinken van een glas verkoelende drank.

Advies bij rellen: glaasje water, iemand?

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden