Waterbedrijven procederen tegen grondwaterheffing

De waterleidingbedrijven hebben een kort geding tegen de Nederlandse staat aangespannen om een heffing op grondwater tegen te houden. Volgens de bedrijven, verenigd in de Vewin, betekent uitstel van de belasting een lastenverlichting voor burgers en bedrijven van 25 miljoen gulden per maand....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Volgens de Wet Belastingen op Milieugrondslag die op 1 januari van kracht is geworden moet op elke kubieke meter grondwater 34 cent belasting worden geheven.

De waterbedrijven vinden dat de milieuwet in strijd is met het Europees recht omdat sommige grondwaterontrekkingen, bijvoorbeeld door boeren, zijn vrijgesteld van een heffing. Bovendien bestaat in meeste landen geen grondwaterheffing waardoor sprake is van concurrentievervalsing .

Volgens de Vewin maakt de wet ook inbreuk op het EG-verdrag omdat het de waterleidingbedrijven dwingt tot een 'onbillijke' tariefsverhoging van maximaal 40 procent. De grondwaterbelasting moet dit jaar zeshonderd miljoen gulden opbrengen. Als de president de eis tot opschorting van de Wet Belastingen op Milieugrondslag inwilligt, vervalt tot onbepaalde tijd tevens de belasting op het storten van afval en de reeds bestaande milieubelasting op brandstoffen.

De grondwaterbelasting is op 20 december 1994 door de Eerste Kamer aangenomen. De senaat bedong in een motie dat al in de loop van dit jaar de belasting wordt bekeken in een breder milieuverband. Dat gebeurt in een notitie over 'ecologisering' van het belastingstelsel.

Voor de Eerste Kamer staat niet vast dat een belasting op het onttrekken van grondwater het milieu dient. De politiek vreest dat veel boeren zelf putten zullen slaan om te profiteren van de belastingvrijstelling tot de eerste 40 duizend kubieke meter grondwater.

Niet alleen boeren maar ook industriële bedrijven die grondwater gebruiken voor het spoelen van hervulbare verpakkingen, genieten de belastingvrijstelling. Bij de belasting op het storten van afval vallen onder meer een deel van de papierindustrie en de kunststofrecyclingsbedrijven onder de vrijstelling.

De Europese Commissie toetst vrijstellingen om na te gaan of zij als verkapte steunmaatregelen concurrentievervalsing in het handelsverkeer van de lidstaten in de hand werken. Nederland legde het oorspronkelijke wetsvoorstel in augustus 1992 aan de Commissie voor. Al op 25 november van dat jaar gaf de Commissie daaraan haar fiat.

Sindsdien is het voorstel fors aangepast: tarieven gingen omhoog en de vrijstellingen werden aangebracht. Volgens de Vewin heeft de staat verzuimd deze belangrijke veranderingen aan Brussel te melden.

Het kort geding dient vandaag voor de Haagse rechtbank.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden