Water ruilen

Het grondwater moet zo veel mogelijk worden ontzien. In toenemende mate bieden waterleidingbedrijven daarom voor industriële toepassingen oppervlaktewater van verschillende kwaliteit aan....

Bij de Vewin, de overkoepelende vereniging van waterleidingbedrijven in Nederland, zijn ze bijna even enthousiast als bij de provincie Groningen over de nieuwe 'waterfabriek' in Veendam. In heel Nederland leveren op dit moment diverse drinkwaterbedrijven 62 miljoen kubieke meter oppervlaktewater per jaar aan de industrie.

Door de nieuwe levering aan Akzo Nobel in Groningen komt daar in één klap negen miljoen kubieke meter bij. 'Het is een substantiële uitbreiding, bijna een doorbraak', zegt C. Kok, beleidsmedewerker van de Vewin.

De ingebruikstelling van de Waprog-fabriek gisteren in Veendam past in het antiverdrogingsbeleid dat al jaren geleden op de rails is gezet en dat de laatste tijd op gang begint te komen. Dat beleid heeft diverse kanten, waarvan een strenger toezicht op de kostbare en schaarse voorraad grondwater er één is. Een ander aspect is het aanvullen van het grondwater door regenwater en het langer vasthouden van oppervlaktewater. Door dit laatste kan het oppervlaktewater dieper in de bodem doordringen.

Al in het eerste Nationaal Milieubeleidsplan (NMP) uit 1989 werden de beleidsdoelstellingen op dit terrein opgesomd. Er moest voorzichtiger worden omgesprongen met grondwater. De prioriteiten bij het gebruik daarvan werden gelegd bij de drinkwatervoorziening en overige bestemmingen waarvoor water van hoge kwaliteit nodig is, bijvoorbeeld de fabricage van voedingsmiddelen, frisdrank of bier.

Voor ander industrieel watergebruik, zeker voor koeling, kan op den duur ook minder hoogwaardig oppervlaktewater worden gebruikt. De provincies kregen de bevoegdheid de vergunningen voor het winnen van grondwater af te geven. Daarvoor moesten ze grondwaterplannen ontwerpen.

Vier jaar later werd deze doelstelling in het tweede NMP geconcretiseerd. De industrie mocht toen jaarlijks 250 miljoen kubieke meter grondwater oppompen en die hoeveelheid moet in het jaar 2000 zijn teruggebracht tot 160 miljoen kubieke meter.

In het uit dit jaar daterende Beleidsplan Drink- en Industriewatervoorziening is deze doelstelling wat afgezwakt. Volgens dat plan mag de industrie in 2000 nog 180 miljoen kubieke meter grondwater oppompen, een vermindering met minstens 40 procent ten opzichte van 1996.

Volgens Kok van de Vewin is de levering van oppervlaktewater aan de industrie goed op gang gekomen. De waterleidingbedrijven hebben tijd nodig gehad om uit te vinden wat de wensen van de industrie zijn en die zijn heel verschillend. Voor koeling kan bij wijze van spreken rivierwater worden gebruikt waar alleen het grof vuil met een filter uit is gehaald. Daarentegen vraagt de tuinbouw soms water dat geheel gedemineraliseerd is.

Enkele voorbeelden. In West-Brabant levert de waterleiding al geruime tijd oppervlaktewater aan Shell Moerdijk en andere bedrijven. Het Delta Nutsbedrijf in Zeeland levert in aparte leidingen water voor de industrie en voor een deel van de landbouw. Hoogovens en bedrijven in de Amsterdamse haven krijgen Rijnwater dat de Watertransportmaatschappij Rijn-Kennemerland in Nieuwegein inlaat. In Zuid-Holland levert waterbedrijf Europoort water aan de industrie en aan de tuinbouw in het Westland.

De verwachting is dat de levering van oppervlaktewater zich zal uitbreiden. Steeds meer waterleidingbedrijven gaan hele industrieterreinen tegelijk voorzien van goedkoper water. Ze moeten wel, want de provincies leggen ook de drinkwaterbedrijven beperkingen op in het winnen van grondwater. De Vewin heeft zich al in 1989 ten doel gesteld om in 2000 10 procent minder grondwater te gebruiken dan in 1990.

Daarom vindt de Vewin Veendam zo'n mooi voorbeeld. Het Groningse drinkwaterbedrijf Waprog kan weer even vooruit met de winningsrechten voor negen miljoen kubieke meter grondwater die het van Akzo heeft overgenomen in ruil voor de levering van het gezuiverde oppervlaktewater.

Dat sommige provincies terecht terughoudend worden met vergunningen voor grondwaterwinning blijkt uit de cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in de deze week gepubliceerde Milieubalans 96. In 1980 pompten de gezamenlijke drinkwaterbedrijven 711 miljoen kubieke meter water op, in 1990 was dat toegenomen tot 846 miljoen kuub. Maar sindsdien dalen de cijfers weer. In 1993 werd er 817 en in 1994 826 miljoen kubieke meter grondwater opgepompt.

Niettemin nam de hoeveelheid grondwater in Nederland in de periode 1990-1995 af met twintig miljoen kubieke meter. Dat werd voor de helft gecompenseerd door tien miljoen kubieke meter oppervlaktewater diep in de ondergrond te infiltreren. Als dat water daar lang genoeg blijft, wordt het schoon genoeg om er lekker drinkwater van te maken. De drinkwatervoorziening is volgens het RIVM verantwoordelijk voor 30 procent van de verdroging in Nederland.

Het RIVM constateert in de Milieubalans dat het antiverdrogingsbeleid op gang begint te komen. Bijna alle provincies hebben nu hun plan van aanpak klaar om de droogte te bestrijden.

Niettemin is de aandacht nog niet voldoende, vindt het RIVM. 'In het algemeen vraagt de aanpak van het verdrogingsprobleem om meer bestuurlijke prioriteit. Een voorbeeld daarvan is de intentieverklaring die onlangs door de provincie Gelderland is gesloten met een groot aantal bij de bestrijding van de verdroging betrokken partijen.'

Piet van Seeters

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden