Water is hier explosief als een mijnenveld

Een groot tekort aan water zet het conflict tussen Israëli’s en Palestijnen op scherp. Het echte probleem is de klimaatverandering....

De huid van Bar Refaeli barst langzaam open. Scheuren trekken over haar bovenarmen en schouders, haar kin en voorhoofd. Het wereldvermaarde Israëlische fotomodel laat haar good looks ruïneren voor haar televisiekijkende landgenoten. Het ziet er nogal naar uit. De trucage heeft dan ook een sombere boodschap: ‘Israël droogt uit.’

De noodklok luidt. Na de slechtste regenwinter sinds mensenheugenis staat het waterpeil in het Meer van Galilea, de grootste drinkwaterleverancier, gevaarlijk laag. De natuurlijke watervoorraad is sterk afgenomen doordat de vier voorgaande winters ook al te droog waren. Het waterpeil is sinds 2004 zeker vijf meter gezakt. Dat is een verlies van 850 miljoen kubieke meter water, iets minder dan Israël per jaar verbruikt.

Kortom, een watercrisis van jewelste.

De nationale Water Autoriteit probeert daarom al maanden met tv-spotjes de Israëlische bevolking aan te sporen tot matiging. Het is de Postbus 51-manier om het geweten aan te spreken. Om de campagne kracht bij te zetten heeft de overheid tien dagen geleden ook een extra hoge heffing ingevoerd op overmatig watergebruik.

De Israëlische bevolking is nauwelijks doordrongen van de ernst: 71 procent van de verbruikers weet niet hoeveel water hij verbruikt, en 82 procent weet niet hoe hoog de waterlasten zijn. Er valt nog een wereld te winnen. ‘Als de droogtebelasting alleen al tot een groter bewustzijn leidt, mag dat een meevaller heten’, schreef The Jerusalem Post bitter. ‘Maar het is twijfelachtig of er verder iets verbetert.’

Achter de acute droogte gaat een structureel probleem schuil, zegt Yossi Dreizen, een veteraan van de Israëlische Water Autoriteit. Hoeveel waterbesparende toiletten, recyclende autowasserettes of druppelirrigatiesystemen er ook worden toegepast, de nuchtere vaststelling voor de lange termijn luidt: ‘Er is te weinig grondwater voor iedereen die hier woont.’

De crux zit hem in ‘iedereen die hier woont’ – dat zijn dus de Israëli’s én de Palestijnen. En het is bekend: als die twee volken in één adem worden genoemd, is het woord conflict nooit ver weg. ‘Water is hier een mijnenveld’, zegt de Italiaanse wateronderzoeker Pier Mantovani van de Wereldbank.

Waar Israëli’s voor het eerst in hun portemonnee gaan voelen dat water schaars is, daar merken Palestijnen dat al jaren, omdat er ’s zomers vrijwel geen water meer uit de kraan komt. ‘Het is niet uniek in de wereld dat een watervoorraad moet worden gedeeld’, zegt Fuad Bateh, adviseur van de Palestijnse Water Autoriteit. ‘Maar je ziet bijna nergens dat de ene partij in de praktijk een veto heeft over de waterontwikkeling van de andere partij.’

Gebrekkig bestuur
De Palestijnse waterproblematiek kent zoveel dimensies dat de Wereldbank er in april maar eens een 136 pagina’s tellend rapport over schreef, getiteld Assessment of Restrictions on Palestinian Water Sector Development. De conclusies waren stevig: gebrekkig bestuur van de Palestijnse Water Autoriteit, stringente beperkingen van het Israëlische bezettingsbestuur en slecht op elkaar afgestemde projecten van buitenlandse donoren.

De gevolgen zijn er ook naar. De waterleiding op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook is van derdewereldkwaliteit; rioolwaterzuivering staat nog in de kinderschoenen. 10 procent van de bevolking is nergens op aangesloten en moet duur water kopen bij een tankauto. Het heeft er in de laatste vijftien jaar toe geleid dat Palestijnen ‘naar regionale maatstaven de minste toegang hebben tot drinkwater’ en ‘gemiddeld 8 procent van hun huishoudbudget aan water besteden, twee keer zoveel als de internationale norm’.

Het scherpst tekent de problematiek zich af als het waterverbruik in Joodse nederzettingen op de bezette Westoever onder de loep wordt genomen. De nederzettingen, waar 290 duizend kolonisten wonen, verbruiken 75 miljoen kubieke meter water per jaar, schrijft de Wereldbank. Meer dan de helft daarvan, 44 miljoen kubieke meter, wordt opgepompt uit bronnen op de Palestijnse Westoever, die onder gezag staan van Israël.

De Palestijnen noemen dat diefstal, en ze slaan terug door stiekem water af te tappen van de kolonistenleidingen om hun land te irrigeren of hun dorp van water te voorzien. Totdat Israëlische soldaten hen betrappen en de aftakkingen vernielen, boetes uitdelen en arrestaties verrichten. Het is dan dat de waternood openlijk tot schermutselingen leidt.

De Israëlische Water Autoriteit schermt liever met eigen cijfers. Het waterverbruik per hoofd van de bevolking is in Israël tussen 1967 en 2006 afgenomen van 508 naar 170 kubieke meter per jaar, zegt Yossi Dreizen. De Palestijnen zijn in dezelfde periode per hoofd van de bevolking juist méér water gaan gebruiken, zegt hij: van 86 naar 100 kubieke meter per jaar.

Zodra het gegoochel met de getallen begint, ontspoort een verhaal over de Israëlisch-Palestijnse watercrisis al snel. ‘Het is moeilijk om toegang te krijgen tot betrouwbare gegevens’, zegt wateronderzoeker Mantovani. ‘En het is makkelijk om elkaar de schuld te geven.’

Of, om het met een Indiaas spreekwoord te zeggen: als je een olifant beetpakt bij een van zijn poten, ontgaat je zijn volle omvang. De Indiër Narasimham Vijay Jagannathan, hoofd van de waterafdeling van de Wereldbank: ‘Waar het uiteindelijk echt om gaat, is dat klimaatverandering werkelijkheid is geworden.’

Waterruzie
De strijd om het water doet Arie Issar denken aan zijn jeugd in Jeruzalem, de stad waar de Israëlische emeritushoogleraar hydrologie en klimaatverandering in 1928 is geboren. ‘Drinkwater werd destijds opgevangen op de koepelvormige daken van de huizen en opgeslagen in een reservoir op de binnenplaats. De bewoners van de bovenverdieping beweerden dat het water van hen was, omdat zij het dak bezaten en het jaarlijkse pleister- en schilderwerk voor hun rekening namen. De bewoner van de begane grond beweerde dat het water van hem was, omdat hij de binnenplaats bezat waar het water werd opgeslagen.’

Na de stichting van staat Israël in 1948 waren de waterwerken een booming industrie. Van begin af aan hebben de zionistische pioniers geweten dat water maar beperkt voorradig was, en ze gingen de natuur naar hun hand proberen te zetten – ‘de woestijn tot bloei brengen’.

De Nationale Water Drager is de trots van die beginjaren: de pijplijn brengt water vanaf het Meer van Galilea in het noorden tot aan de Negev-woestijn in het zuiden.

Maar vanaf de jaren zeventig is er nauwelijks meer in grote waterinfrastructuur geïnvesteerd. ‘In de rekenmodellen werd geen rekening gehouden met de klimaatverandering’, zegt Issar. ‘Het idée fixe was dat we in een gebied wonen met fluctuaties in de regenval – zoiets als de zeven magere en zeven vette jaren uit de Bijbel. Als de Water Autoriteit het ministerie van Financiën om geld vroeg voor ontziltingsinstallaties, gingen ze daar niet op in. Over een paar jaar zou er wel weer genoeg regen vallen.’

Zo is de watervoorziening van Israël ver achterop geraakt. Aan zee staat pas één ontziltingsinstallatie, in Ashkelon. De aanbestedingsregels voor meer installaties zijn inmiddels versoepeld, maar dan nog leveren ze waarschijnlijk pas over een jaar of tien een substantiële bijdrage aan de watervoorziening.

Niet alleen Israël staat voor een inhaalslag, het hele Midden-Oosten staat op achterstand. De ‘mythe van de overvloed’ zit het gebied in de weg, zegt de Nederlandse onderzoeksjournaliste Francesca de Châtel. Zij verzamelde verhalen van watergebruikers van Caïro tot Damascus in Water Sheikhs and Dam Builders (2007). De mythe is het gevolg van ‘het ontbreken van een prijsbeleid in meerdere islamitische landen, de voortdurende politieke steun voor het telen van waterintensieve gewassen, gecombineerd met de schijnveiligheid die grote technologische projecten bieden’.

Ooit stond Syrië bekend als de ‘graanschuur van het Midden-Oosten’. Maar De Châtel, woonachtig in Damascus, zag met eigen ogen hoe meer dan honderd boerendorpen zijn leeggelopen wegens een gebrek aan regenval. ‘Ze wonen in tenten aan de rand van Damascus, in afwachting van werk.’

Vragen over water worden in Syrië nauwelijks in het openbaar gesteld. ‘Het is een te gevoelig onderwerp’, zegt De Châtel, omdat het raakt aan de Israëlische bezetting van de Golan-hoogvlakte en zijn waterbronnen.

Mede om het taboe te doorbreken werkt ze sinds kort aan een langlopend documentaireproject, From the Source, dat is bedoeld om Arabische jongeren en journalisten bewuster te maken van het watertekort.

Het wegtrekken van boeren als de bronnen droogvallen is al eeuwenlang het uiterste redmiddel. ‘Als technologie tekortschoot om het watertekort op te lossen, zochten mensen hun heil elders’, zegt Issar. ‘De Romeinen introduceerden hier de aquaducten, maar die werkten alleen bij de gratie van hooggelegen bronnen. Toen die droogvielen, liepen de steden leeg. De Turken brachten later het schoepenrad, dat nieuwe mogelijkheden voor watertransport gaf.’

Maar technische slimmigheidjes zijn onvoldoende om de huidige watercrisis op te lossen, zegt Issar. De klimaatverandering slaat het hardst toe in de ‘halfdroge’ gebieden aan rand van woestijnen, zoals Israël – het westen van de Verenigde Staten, Mexico en Zuid-Afrika kampen met vergelijkbare problemen.

Met het populaire principe van duurzame ontwikkeling – projecten die niet uitsluitend een eenmalig effect hebben – valt de kaalslag niet te keren, denkt Issar. ‘Dat is aardig voor Europa.’ Daarom pleit hij al jaren voor het aanwenden van de fossiele waterlagen die zich onder de Negev bevinden. De woestijnstad Beersheva kan daar volgens berekeningen honderd jaar mee vooruit, en dan kunnen er ook nog palmbossen naast worden geplant.

‘Om in onze waterbehoeften te blijven voorzien is een enorme ontziltingsindustrie noodzakelijk. Maar die draait voorlopig nog op fossiele brandstoffen die het klimaat veranderen. Dan schieten we nog niets op. Om de uitstoot van de CO2 te neutraliseren is dat fossiele water voor bossen een uitkomst. Alleen dan kunnen we hier in Israël blijven wonen.’

Maar van vooruitstrevende visies willen de Palestijnen, getekend door de bezetting, niet veel weten. ‘Eerst’, zegt Fuad Bateh, de adviseur van de Palestijnse Water Autoriteit, ‘willen we een eerlijk deel van het water dat zich onder ónze voeten bevindt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden