Water bleef water

De Markerwaard, een polder die stamt uit de ontwerpen van ir. Cornelis Lely, is altijd een illusie gebleven. Een nieuwe expositie verhaalt over de plannen die in de loop der jaren zijn verdronken in het Markermeer....

Marcel van Lieshout

En zo wemelt het van de plannen die ontworpen zijn voor de prullenbak, waar weer andere plannen gedoemd zijn in het water te vallen – tot op peilloze diepten, opdat niemand er meer iets van hoort. In het Markermeer – weliswaar ondiep, maar zestigduizend hectare groot – passen heel veel plannen, leert de geschiedenis.

Die groote leegte heet de tentoonstelling waarin het Nieuw Land Erfgoedcentrum in Lelystad aandacht besteedt aan verleden en toekomst van het Markermeer. Ooit was die plas water, ten westen van waar nu de Houtribdijk (Enkhuizen-Lelystad) ligt, aangewezen als polder in de Zuiderzeewerken van ir. Cornelis Lely.

De Wieringermeer werd aangelegd (en viel droog in 1930), net als de Noordoostpolder (1942), de oostelijke Flevopolder (1957) en zuidelijk Flevoland (1968). Maar de Markerwaard bleef altijd een illusie.

Die groote leegte zou een speelse verwijzing kunnen zijn naar hoe het de laatste jaren met de discussie over de Markerwaard is gesteld, maar de woorden zijn ontleend aan A.D. van Eck, hoofd van de bouwkundige afdeling van de directie van de Wieringermeer. In 1933 dacht hij terug aan het moment waarop polderontwikkelaars over de enkele jaren eerder drooggevallen Wieringermeer tuurden en beseften dat ze leegte tot land hadden getransformeerd.

Decennialang stond vast dat ook het Markermeer ooit aan de beurt zou komen. Maar economische crises, de Tweede Wereldoorlog, de watersnoodramp van 1953 en veranderde maatschappelijke inzichten maakten dat het water water bleef. Het restant van een dijk bij Marken (de werkzaamheden werden in 1941 door de oorlog onmiddellijk gestaakt) illustreert het verhaal van het nooit gewonnen land. En toen het werk aan de Oostvaardersdijk werd hervat (1956), werd toch maar besloten eerst Zuidelijk Flevoland aan te leggen – daarna de Markerwaard.

Dat nieuwe land zou ongekende mogelijkheden bieden om de ruimtedruk in het westen van het land te verminderen. De Markerwaard kon mooi als overloopgebied voor groot-Amsterdam fungeren. En anders wel als nieuw landbouwgebied voor agrariërs in het Groene Hart, of voor de om ruimte schreeuwende telers uit de Bollenstreek. Al in de jaren zestig werd voorzichtigjes geopperd het toekomstige nieuwe land te benutten voor de aanleg van een nieuwe luchthaven.

‘Maar telkens als het Markermeer aan de beurt was, waren er wel omstandigheden om te kiezen voor andere opties’, zegt André Geurts, wetenschappelijk medewerker van Nieuw Land Erfgoedcentrum en een van de samenstellers van de tentoonstelling. ‘Dan weer ontstonden er andere inzichten over de bevolkingsgroei, dan weer bleek er minder behoefte aan landbouwgrond. De technische haalbaarheid was nooit een punt, de financiering wel.’

Herhaald uitstel van inpoldering leidde als vanzelf tot heroverweging. Om financiële redenen besloot in 1971 de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat Willem Drees jr. nog eens kritisch te laten kijken naar nut en noodzaak van een Markerwaard. Toen het daaropvolgende kabinet-Den Uyl een nieuw planologisch ‘wapen’ introduceerde, de zogeheten Planologische Kern Beslissing (PKB), kreeg het maatschappelijk verzet een duwtje in de rug. Natuur- en milieuorganisaties begonnen zich te roeren en hun kritiek verstomde nooit.

Organisaties als de Vereniging tot Behoud van het IJsselmeer bestreden met succes diegenen die tóch nog ‘iets’ met het Markermeer wilden. Het meer werd ten slotte tot beschermd natuurgebied verklaard. Dit kabinet heeft in de Nota Ruimte vastgelegd dat de aanleg van een grote polder in ieder geval uit den boze is.

Niettemin erkennen nu ook natuurorganisaties dat er ‘iets’ met het water moet gebeuren. De natuurwaarden van het Markermeer staan onder druk, slib hoopt zich op en mede door betere waterzuiveringstechnieken loopt de biodiversiteit terug. Toekomstige bouwactiviteiten in het naastgelegen IJmeer raken ook het Markermeer. ‘In dat Markermeer liggen volop mogelijkheden voor de aanleg van nieuwe natte natuur’, vindt prof. ir Dirk Frieling, voorzitter van de Vereniging Vrienden van de Markerwaard en oud-directielid van de toenmalige Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders.

De milieubeweging ziet nu ook wel in dat het beleid van ‘hakken in het zand’ en ‘biologisch boekhouder spelen’ weinig constructiefs oplevert, zegt Frieling – wiens uitlatingen navolging krijgen. Gemeenten als Almere, Lelystad en Hoorn durven steeds vaker te spreken over buitendijks bouwen, de roep om de recreatieve functie van het Markermeer te versterken klinkt luider, en de provincie Flevoland ontvouwt in november in het zogeheten Omgevingsplan ideeën voor de inrichting van het meer. De grote stilte over ‘die groote leegte’ lijkt langzamerhand voorbij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden