Wat zou de reden zijn dat Starnone ontkent Ferrante te zijn?

Beeld de Volkskrant

In de Volkskrant stond woensdag een interview met de Italiaanse schrijver Domenico Starnone, de man die niet Elena Ferrante is. En dus ook niet de auteur van de Napolitaanse romans, vier internationale miljoenensellers. Starnone heeft er een dagtaak aan te ontkennen dat hij schuilgaat achter het pseudoniem Ferrante. De aanwijzingen dat hij het wél is zijn even krachtig als een tornado in de Cariben, maar hij houdt moedig stand.

Tegen onze correspondent Jarl van der Ploeg - die inderdaad Jarl van der Ploeg heet, ik kwam hem deze zomer tegen in Rome - zei Starnone het volgende: 'Ik. Ben. NIET. Elena. Ferrante.' Zijn Nederlandse uitgever heeft nu, ter bevordering van de verkoop, op de cover van zijn laatste boek Strikken ook de auteursnaam Ferrante gezet, maar ook dat brak Starnone niet.

Waarom zou iemand hardnekking ontkennen dat hij de auteur is van een kwartet prachtboeken (De geniale vriendin, De nieuwe achternaam, Wie vlucht en wie blijft, Het verhaal van het verloren kind), in Nederland samen goed voor 90 weken bestsellerslijst? De literatuurcriticus van Vrij Nederland, Jeroen Vullings, prees de Napolitaanse romans vorig jaar nog de hemel in, vergeleek ze met Het bureau van Voskuil, vond ze beter dan het werk van Karl Ove Knausgård en herkende in Ferrantes Napels het Dublin van James Joyce. Goed, mogelijk heeft die lof Starnone niet bereikt, maar Vullings stond niet alleen.

Starnone hoeft zich dus niet voor Ferrantes werk te schamen, er moet een andere reden zijn voor het verstoppertje spelen, dat nu al elf jaar duurt.

Een miskend schrijver is Starnone niet, al zou het kunnen dat hij zich in 1992, toen Ferrantes eerste boek verscheen en de maskerade begon, nog wel miskend voelde en hij door middel van een pseudoniem zijn critici een hak wilde zetten. Maar in 2002 won hij met Non ti muovere de Premio Strega, een prestigeuze literaire prijs die eerder werd uitgereikt aan Pavese, Moravia, Bassani, Buzzati, Levi en Eco, en later aan Riccarelli, Giordano en Pennacchi - namen waarmee je heel goed in één lijst kunt staan.

Dus als er sprake was van miskenning, had Starnone in 2002 bij de prijsuitreiking kunnen zeggen: er is geen reden meer het nog langer verborgen te houden, behalve de grote Starnone ben ik ook de grote Ferrante, voortaan zal ik schrijven onder de naam Ferrante-Starnone.

Geen schaamte, geen miskenning, maar wat dan wel? Toen de onderzoeksjournalist Claudio Gotti in 2016 via het beproefde follow the money bij het dure huis van Starnone belandde en diens echtgenote Anita Raja als Ferrante ontmaskerde (warm, maar toch mis) steeg de verkoop van de Napolitaanse romans spectaculair. Wellicht was er dus een commercieel belang gemoeid met het geheimzinnige gedoe. Dat kwam ook de verkoop van Starnones eigen boeken ten goede. Maar hoe lang houd je het vol louter voor het geld de wereld een rad voor ogen te draaien, zeker als de miljoenen zich toch al hebben opgestapeld?

Het kan natuurlijk dat Starnone echt Ferrante niet is. Misschien is zijn ontkenning semantisch: hij is inderdaad Elena Ferrante niet, hij is Domenico Starnone. Misschien heeft Jarl van der Ploeg een acteur geïnterviewd en zijn Starnone en Ferrante pseudoniemen van Sandro Veronesi.

Maar eigenlijk denk ik dat Starnone het spel nu al zo lang speelt, dat hij er niet meer mee kan ophouden. Toegeven zou de dood van Elena Ferrante betekenen - die wil hij niet op zijn geweten hebben; ze heeft hem rijk en gelukkig gemaakt en hij houdt zielsveel van haar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.