Wat zijn wij eigenlijk ontzettend leuk

In de Amsterdamse nachtclub Studio 80 woedt iedere maand het M.U.L.T.I.S.E.X.I.-feest, volgens sommigen een waardig opvolger van de Roxy-nachten in de jaren tachtig....

18.00 – 22.45: voorfeestje

Misschien ging het anders, maar we vermoeden dat Stan ooit aan de piemel van Vincent heeft gezeten. Heel lang geleden, toen nog niet iedereen iedereen kende.

Dit is wat we inmiddels wel zeker weten: Mitch zoende ooit met Stan en Stan met Samuel, Venus en Julia. Julia twee keer met Micky, Micky ook met Pim en Ronald, maar die zijn er niet bij vandaag. Merle en Minke zoenden één keer met elkaar, net als Samuel en Ewout, al is dat laatste nooit officieel toegegeven. We kennen elkaar via via, van studie, van vrienden en van avonden als deze.

‘Punch tweepuntnul anyone?’

‘Graag!’

Merle en Stan zitten op de bank, de rest van ons loopt van de trap via wc of keuken door de huiskamer van Micky’s antikraakpand. Op tv zegt Megan dat ze op Lollypop wil vliegen over paarse zee. My Little Pony The Movie. We draaien de dvd. Met soeplepels scheppen we punch tweepuntnul uit een emmer in plastic bekertjes: wodka en Dubbelfriss met iets geels dat naar ananas ruikt, al vermoeden we dat het perziklikeur is. En cocktailvruchtjes. Echte, verse cocktailvruchtjes.

Want dat vinden wij bourgondisch.

‘Hoeveelste is dit?’

‘M’n vierde, denk ik?’

‘O, oké.’

‘Niet op het tapijt, hè?’

‘Nee.’

Soms zeggen we: ‘Multisexi, daar zijn we nu wel klaar mee.’ De 16-jarige jongetjes met zwart smeersel onder hun oogleden. De rij, de deurman, de drukte. Alle Million Dollar Kids met hun zelfontworpen outfits en choreografie van pijp-, neuk-, en ejaculatiebewegingen. Toch gaan we er elke maand heen. Het liefst verkleed. Vanavond dragen we varkensneuzen en konijnenoren, want het is Dierendag en we hebben mooie herinneringen aan de vorige keren dat we ze op hadden: geklap, gewijs, gelach. En een heleboel complimenten van vreemden. Micky verdeelt glowsticks. Fluorescerende stokjes geel, blauw, groen en roze. Merle doet haar glimstok om een pols, Stan niet.

‘Jezus, haal dat ding uit je reet.’

‘Kijk hoe schattig Merle is.’

‘Ik denk dat Merle gaat neuken vanavond.’

‘Merle, ga je neuken vanavond?’

‘Ik ben m’n rietje kwijt.’

‘Zullen we gaan? Ik wil niet weer in die hiv-rij.’

23.04 – 23.46 in de rij

We staan hier nu al 30 minuten en het regent. Maar: vorige maand wachtten we een uur, dus we hebben hoop op een goede afloop. Voor ons staan vijf Engelsen in de rij. Ze vragen: ‘What’s this party like?’

De deurman draagt een bontjas, het haar plakt plat van de regen.

‘What’s this party like?

‘It’s like...’

De Engelsen verstaan ons niet, ze zeggen: ‘Never mind.’

23. 59 – 2.50 grote zaal

Op de flyer stond: ‘Multisexi – 4 oktober – Animal Memorial Day.’ Daarom hangen er maskers aan de muren. Koeien, katten, geiten en honden met bordjes eronder. ‘Beau de Bok. Pieter van der Poes. Katja de Kameleon: in memoriam rest in peace.

Wij staan in een kring en bewegen op elektrohitjes die we kennen van My Space, YouTube, Last.fm en de mailtjes die we elkaar forwarden en senden.

Subject: nieuwe van Hot Chip! – re: check ook dit - fw: remix Black Kids – re: linkje Ting Tings clip – re: re: lijpe shit – re: re :re: lijpe shit op je hoofd. En terwijl we wachten op Stan die ons vier bier, twee wodka en een cola komt brengen, roepen we om de beurt dat we het heet hebben en zeggen we ‘Hé’ tegen bekenden. De muziekmix zingzeggen we mee, ook de teksten die we niet kennen: Say it say it say it say it say it say it say it now. So it do it do it do it do it do it do it now. Why don’t you open up at all? We are ready, we are ready, we are ready, we are ready for the fall.

We drinken door en dansen op de rand van het podium. Deden we nu een stap naar voren, zouden we vrij ver vallen. ‘Het allerállerergste dat ons kan overkomen is verminkt raken’, zeggen we weleens.

Bij Madonna trekken we onze wenkbrauwen op en voguen we met overdreven arm- en beenbewegingen om aan te geven dat voguen passé is en dat we dat ook wel weten. Soms denken we: leefden we maar in de jaren tachtig. In de jaren tachtig kon je voguen en het echt menen. In de jaren tachtig was alles beter.

‘Wodka?’

‘Bier even.’

3.20 – 4.40 kleine zaal

We maken er geen ruzie over, maar sommigen van ons vinden het hier leuker. Onder de trap bungelen beren, met longen van waterballonnen en bloed van plakkaatverf dat we niet van onze handen af krijgen, en later ook niet van onze voorhoofden. In de kleine zaal kun je hangen op banken en elkaar soms verstaan.

‘Is dat Otazu?’

‘Hm.’

‘Van die sieraden.’

‘I know, maar waar.’

‘Daar.’

‘Oh.’

‘En wie is zij nou?’

‘Weet ik niet.’

‘En dat?’

‘Zat in Alles is Liefde.’

‘En hij?’

‘Was bijna de nieuwe Jozef.’

‘Is Lindsey Lohan nou nog lesbisch?’

‘Ja.’

‘Wodka?’

‘Doe maar.’

Vincent zegt: ‘Ik ga naar de wc.’ Optie een: hij gaat plassen en in de spiegel kijken. Optie twee: hij gaat plassen noch in de spiegel kijken. Bij optie twee zouden sommigen van ons Vincent graag begeleiden. Zou Vincent zeggen: ‘Loop even mee’, dan liepen zij even mee. Samen zouden ze even later de deur van het mannentoilet achter zich dichttrekken. ‘Wel opschieten hoor’, zouden de jongens in de rij zeggen. De wc-brillen in Studio 80 zijn wit in plaats van zwart en dat is niet altijd handig. Maar Vincent zegt niet: ‘Loop even mee.’ Misschien gaat-ie plassen. En in de spiegel kijken.

Gelukkig heeft Ewout nog drie capsules MDMA in z’n portemonnee. En we horen nog net de dj: ‘Standing there with nothing on, sun in the Amazon.

Voltage running through her skin, she gonna teach me how to swim. You can feel it in your mind, oh you can do it all the time. Plug it in, change the world, you are my electric girl.’ Wat zijn wij eigenlijk leuk. Jezus, wat zijn wij ontzettend leuk. Nooit zal iemand zo leuk zijn als wij.

4.46 – 5.00 meisjeswc’s

Over de wasbak leunen twee jongens en een meisje, ze dragen alle drie hakken. ‘My god, those bunny ears, they’re fabulous, I love them.’ ‘I love you too.’ Er is geen wc-papier meer, maar op de vloer liggen flyers. Komende woensdag: Katapult in Studio 80, ‘vuiger en ruiger’. Vrijdag daarna: Rauw in de Melkweg, ‘Trailer trash in the little sexmachine’.

De flyers functioneren prima. Alleen: de flyers blijven drijven. ‘That toilet doesn’t flush.’ ‘That’s okay dear, did I tell you I love those ears?’

5.03 – 5.23 rookruimte

We tellen één, twee, drie zilveren singletjes en één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven zwarte bolhoeden, dus wij vragen ons af: waarom hebben wij in godsnaam geen zwarte bolhoed op vannacht?

Het rookdek is tl-verlicht, telt twintig stoelen en veel meer mensen. Sommigen van ons zitten op de grond, naast een meisje dat we niet kennen maar wel lief vinden. Ze knelt een plastic kip tussen haar knieën en scheurt de snavel af. Een jongen wil ons vuur lenen. Zijn cape is grijs of zilver: ‘Van pindakaas krijg je ook kanker weet je.’

Julia staat nog beneden. Op het volle podium, in een hoek, tegen de muur, met een van de Engelsen uit de rij.

Samuel en Ewout zijn weg en we weten niet waarom of waarheen. Al kunnen we wel wat bedenken. Dus dat doen we: ‘My god, wat een hoeren weer.’

‘Hm.’

We zien de Amstel, want het rookruim is van glas. Er vaart een kano door de gracht.

Er vaart een kano door de gracht en wij zitten en kijken, en we hebben gesprekken die diep zijn, of lijken.

‘Hé, maar hoe close zijn jullie nou echt?’

‘Gewoon, niks, vrienden.’

‘Ja?’

‘Ja.’

‘Maar jullie zijn zo met elkaar bezig.’

‘Ja?’

‘Ja.’

‘O.’

‘En jullie zoenen toch?’

‘Ik ga misschien naar Japan. Japan of anders China.’

6.30 – 7.06 Rembrandtplein

De lichten in de grote zaal zijn al aanen uit- en aangegaan, de dj heeft al drie keer een allerlaatste liedje gedraaid. Wij hebben nog even in de hal op de grond gezeten maar staan nu buiten, en als we het niet zo’n naar cliché vonden, zouden we toegeven dat de zon bijna opkomt en de vogels fluiten.

Onze konijnenoren hangen scheef, het regent nog steeds. ‘In het Mövenpickhotel kun je van de bar zo de sauna in lopen. En die is altijd open.’

‘Echt?’

‘Ja.’

‘Waar is het Meuvenpikhotel?’

‘Best ver wel.’

Het is zondagochtend 6 over 7 en we staan in de regen. Maar wij gaan door, want wij zijn jong. We zijn jong en we willen wat. Wat dat wat is, weten we niet. Maar we komen er nog wel op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden