Column

Wat zegt een regendruppel?

Boekenweek

Een passage over regendruppels in de jongste Virginia Woolf-biografie doet Arjan Peters denken aan een essay van W.F. Hermans, en een gedicht van J.H. Leopold.

Foto Harshagen & Hrastar

Nog maar 13 was Virginia Stephen, die later Woolf zou heten, toen haar moeder (48) overleed. Verpleegsters en familieleden slopen het huis in en uit, knielden bij het bed, in tranen.

Virginia was verward omdat ze helemaal niets voelde, en de openbare rouw als een toneelstuk beschouwde. In de compacte Woolf-biografie uit 2011 van Alexandra Harris, net verschenen in de vertaling van Catalien van Paassen (Hollands Diep; euro 17,50), staat een mooi citaat uit Woolfs roman The Years (1937). Daarin verliest de jonge Delia haar moeder op precies dezelfde manier. 'Hoor ik nu ook te knielen, vroeg ze zich af. Niet in de gang, besloot ze. Ze wendde haar blik af; ze zag het kleine raampje aan het einde van de gang. Het regende; ergens was een lichtje waardoor de regendruppels glommen. De ene na de andere druppel gleed omlaag over de ruit; ze gleden en wachtten dan; de ene druppel voegde zich bij de andere en zo gleden ze weer verder.'

Blikvernauwing

Misschien doen de druppels aan tranen denken, schrijft Harris, 'maar dat zijn het beslist niet', want Virginia voelde juist niets. Volgens mij lijdt de biografe hier aan blikvernauwing. Het meisje kijkt naar de regendruppels die over de ruit glijden. Zij is de stille observator die de beweging buiten haar vastlegt. Natuurlijk mogen we dan aan tranen denken, waarom niet. Alleen is die associatie voor eigen rekening. Plezierig dat Woolf ons geen lezing dicteert, en evenmin laat weten wat wij níét horen te denken. Zij laat ons vrijer dan haar jongste biografe.

Regendruppels kunnen overigens ook met mensenlevens worden vergeleken. Ik herinner me deze passage uit het essay Waarom schrijven? (1983) van W.F. Hermans: 'Wij zijn als regendruppels tegen het raam van een voortrazende trein geblazen, die met kleine rukjes verder kruipen; niemand kan precies voorspellen welke weg ze zullen volgen, al komen ze op den duur wel allemaal aan de rand van het glas terecht, om te vervloeien en te verdwijnen.' Hermans formuleert zo stellig dat ik sinds jaren in elke trein die door de regen raast ook mezelf in de ruit zie. Dat wil zeggen: het leven.

Samen glijden/ huilen

Bij Woolf zit er nog iets gezelligs in dat samen glijden. Bij Hermans is het werkelijk huilen geblazen; dat zou zelfs Alexandra Harris moeten erkennen.

De bui is afgedreven, dichtte J.H. Leopold een eeuw geleden, maar 'aan het vensterglas/ aan de bedroefde ruiten/ beeft in wat nu weer buiten/ van winderigs in opstand was/ een druppel van den regen,/ kleeft aangedrukt er tegen,/ rilt in het kille licht'. Voor deze eenzame dichter was de druppel een 'fijn trilkristal', waarin een heel universum zich weerspiegelde.

Een traan? Misschien. Niet eentje van rouw of vergeefsheid, maar van bevend geroerd zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.